Category: Werk

De kerstborrel

Helaas, geen gezellige kerstborrel met veel te veel rosé op kantoor dit jaar. In plaats daarvan organiseerde de feestcommissie een quiz via Zoom, met thema-breakoutrooms voor tussendoor. Ook leuk!

Voorafgaand aan de borrel ontvingen we allemaal een borrelpakket thuis, inclusief een toelichting van de opzet van de borrel en instructies:

Nom! En ja, dat is een kazoo – De “kazooökebar” was namelijk één van de breakoutroom-thema’s. :-D Andere ruimtes waren bedoeld voor o.a. samen loungen, bier drinken, ‘show je leukste mondkapje’, elkaar vermaken met een gezongen of op instrument gespeeld liedje, of photobooth. Superleuk!

Normaal gesproken kleed ik me altijd flink in kerstthema tijdens de borrel, waar ik inmiddels bekend om sta. Het oorspronkelijke plan was om dit jaar van een hoepelrok een kerstboom te maken, wat gelijk zou helpen om voldoende afstand tot anderen te houden. Maar nu mogen we natuurlijk in het geheel niet bij elkaar komen. Ik dacht dan ook dat ik er mee weg zou komen om me ditmaal wat minder uit te dossen, zeker omdat je via de webcam toch bijna alleen maar elkaar’s hoofd ziet. Maar een paar dagen voor de borrel kreeg ik al opmerkingen van collega’s dat ze benieuwd waren naar mijn outfit dit jaar. Argh!

Okee, okee dan. De ochtend van de borrel jaste ik nog snel een grote groene kerstmuts in elkaar van reststofjes. Elfen-oortjes uit de LARP-kist opmastixen, lampjes over mijn groene trui draperen, en klaar was mijn kerstelf-outfit. Een stemmige achtergrond met knisperend haardvuurtje maakte de sfeer compleet. ^_^

En de digitale borrel was ook een succes! Ik verloor schromelijk bij alle rondes quizvragen over werkgerelateerde zaken, collegazaken en nieuwswaardige zaken en scoorde redelijk goed bij de muziekvragen. Ik toeterde vrolijk kerstliedjes op de kazoo (en vroeg me af waarom sommige collega’s niet kunnen snappen hoe een kazoo werkt), speelde tot grote hilariteit van mijn collega’s een stukje voor hen op mijn doedelzak, en showde mijn Cheshire Cat mondmasker in een fotobooth-sessie.

Helaas was er geen tijd om lang te blijven hangen, want ik moest om half 7 op mijn naaiopleiding zijn (die blijkt ondanks de lockdown door te gaan, want praktijkopleiding). Maar het was een fijne afsluiting van dit kantoorjaar. En nu: vakantie!!

Wc-waarschuwingen

Toen we naar ons huidige kantoorpand verhuisden, maakte ik van papier een soort indicatoren om aan te geven of het toilet bezet was. In al zijn wijsheid had iemand namelijk besloten dat het op kantoor niet nodig is om dit te weten en dat je maar gewoon aan de deur moet rammelen. Superirritant natuurlijk als je degene bent die op de pot zit.

Wonder boven wonder hebben ze het een jaar volgehouden! Maar recentelijk zijn die papiertjes toch verwijderd, omdat de sloten werden gerepareerd. Een van de sloten deed het niet goed en een ander stond niet goed afgesteld (het lijntje op het slot stond precies in de tegenovergestelde richting als die van de andere, waardoor je al helemaal niet meer wist welke richting nou ‘open’ en ‘dicht’ impliceerde). En tijdens die actie hebben ze mijn maaksels er af gehaald.

Maar zelfs toen alle lijntjes dezelfde kant op wezen, onthielden mijn collega’s niet of dat betekende of het toilet bezet was of niet. Met als gevolg dat er wederom iedere keer dat je op het toilet zat, iemand aan de deur rammelde.

Okee, dan regel ik het wel weer. Nu met een verbeterd model papieren interface.

There, I fixed it. We kunnen weer rustig op de pot zitten.

Bowlen & borrelen

Onze secretaresse had het initiatief genomen om een bowlinguitje te organiseren voor onze dienst. Geen officieel bedrijfsuitje, gewoon voor de mensen die het leuk vonden, omdat het kan.

Dus pakten we gisteren om 4 uur al onze spullen in en verlieten we kantoor, om eerst een half uurtje te gaan borrelen en te horen in welke teams we waren ingedeeld. Ondertussen werden ook ‘Big Lebowski’ plakbaarden en dergelijke uitgedeeld.

Die had ik niet nodig, ik was al in stemmig tenue dankzij mijn authentieke Google bowlingshirt! Spuuglelijk, maar hee, gekregen tijdens mijn bezoekje aan Google’s hoofdkantoor toen we met alle partners gingen bowlen. Hij heeft jarenlang in de kast liggen wachten tot deze gelegenheid en hierna mag hij eindelijk weg. :-P

Vervolgens hebben we een uurtje gebowld, waarin we net (niet) twee rondes konden doen.

Ik was in een team ingedeeld waarin ook een collega zat die ik altijd een beetje probeer te mijden, omdat ze zo ontzettend zinloos kan ouwehoeren. Het gaat alleen maar over koetjes en kalfjes; om het praten op zich en niet om de inhoud van het gesprek. Maar nu kon ik haar uiteraard niet vermijden.
“Gezellig hè? Nou, het is wel aanpoten hoor! De vorige keer dat ik ging bowlen, werd er steeds naar me geroepen dat ik aan de beurt was. Was ik net lekker in gesprek, moest ik alweer een bal gooien!” :’-)

Voor de mensen die me wel eens gevraagd hebben: “Ben jij ook ergens niet goed in??”: yep, in bowlen. :’-D Ik geloof dat ik op één collega na, de laagste score van iedereen had… Ondanks dat ik bewust allerlei verschillende ballen en werptechnieken heb uitgeprobeerd om mijn worpen te optimaliseren. Het had geen enkele zin. Ach ja. :-)

Nou was het ook best moeilijk om te me te concentreren, want de muziek stond enorm hard en overal knipperden lampen en flitsten beelden op monitors. Ik ben blij dat ik niet autistisch ben of gevoelig voor epileptische aanvallen, want dan had ik geen minuut op die banen overleefd. Ik moest echt mijn best doen om ook nog te horen wat een medewerker steeds omriep, aangezien het ook de bedoeling was dat we tussen het bowlen door spelletjes deden voor extra snacks, shotjes, ballonnen, of andere meuk.

Diverse andere collega’s zijn achteraf nog gaan eten in een pizzeria, maar aangezien ik de afgelopen twee weken al meermaals was gaan uit eten, vond ik het wel welletjes en ben ik naar huis gegaan voor de start van een welverdiend weekend!

Indrukwekkende marketing

Kom ik terug van een kop thee halen, staat er een grote doos op mijn bureau. Huh? Wie stuurt er mij nou een pakketje op mijn werk? Het afzenderadres was uit de UK. Nog vreemder.

Collega’s keken ook al nieuwsgierig, dus onder veel belangstelling werd de doos geopend. Er bleek nog een doos in te zitten, vol met goodies! Blijkbaar een reclamepoging van een internationaal online marketing bedrijf. Waarschijnlijk hebben ze mijn gegevens gewoon van LinkedIn geplukt.

Ik open een soort boekje en schrik me de pleuris, want er begint zomaar een filmpje af te spelen met een introductieboodschap! Collega’s die nog niet jaloers naar de goodies waren komen kijken, verzamelen zich nu ook rondom mijn bureau.

Wow. Ook al heb ik geen enkele behoefte aan de diensten van dit bedrijf, het maakt wel indruk. Wat moet het wel niet kosten, om zo’n pakket internationaal naar willekeurige ‘cold leads’ te sturen? Zoals een van mijn collega’s opmerkte: “Dan zullen hun diensten wel niet goedkoop zijn”. :-P (Of ik ben gewoon enorm bekend en belangrijk in deze branche ;-) )

In ieder geval wel een goeie om te onthouden, als je een keer echt indruk wil maken en wil dat mensen je onthouden. En je marketing delen, want dit staat nu niet alleen op mijn blog maar ook in de chatgroep van mijn afdeling.

Nu worstel ik wel een beetje met de vraag: mag ik het spul houden, of hoor ik het te delen met collega’s? Volgens mij hebben we geen beleid over relatiegeschenken. :-)

Wie is de rat?

Gisteren was het weer tijd voor een teamuitje. Het oorspronkelijke plan van de organiserende collega’s was om geheim te houden wat we gingen doen, maar daar was ik het uiteraard niet mee eens! Zul je zien, kom ik op hakken, gaan we paintballen. Kom ik op wandelschoenen, gaan we salsadansen. Nohow!

Gelukkig kennen mijn collega’s me inmiddels en vond niemand het een probleem als ik wel werd ingelicht. Maar toen verscheen ineens een mededeling in onze chatgroep over wat we gingen doen en was toch iedereen op de hoogte… Oeps, verkeerd begrepen door een van de organisatoren. Nou ja.

We gingen een ‘wie is de rat?’-spel doen, gebaseerd op tv-programma ‘Wie is de mol?’ (dat ik, volgens mij als een van de weinig Nederlanders, nog nooit gezien heb). We werden in twee teams ingedeeld die tegen elkaar moesten strijden. Maar in ieder team zat een ‘rat’ zie zo onopvallend mogelijk de boel moest proberen te vertragen.

Ik hoopte héél hard dat ik die rat niet hoefde te zijn, want ik ben echt veel te fanatiek bij dit soort spelletjes om ervoor te zorgen dat we juist falen… Maar gelukkig stond het kruisje niet op mijn kaartje.

De bedoeling was dat we door het bos gingen lopen en met behulp van een speciale app, locaties claimden door er naartoe te lopen. Per bezochte locatie kregen we quizvragen, waarmee we letters verkregen die een woord vormden, of moesten we opdrachten doen en die vastleggen op foto. En we moesten ook op de foto’s van de andere groep stemmen, die we via die app ontvingen.

Op zich een erg leuk opgezet systeem, maar uiteraard had ik meteen commentaar op de onduidelijke interface van de app waar ik niet goed mee overweg kon, dus scoorde ik gelijk ‘rattenpunten’ omdat ik de boel vertraagde. :-P

Toen op een gegeven moment een collega haar telefoon 10 meter van een steile helling liet glijden en het even duurde voordat we die terug hadden, was zij uiteraard gelijk door mij verdacht. Maar achteraf bleek dat écht een ongelukje te zijn geweest! XD

Het spel heeft een hoop leuke groepsfoto’s opgeleverd en mijn team heeft uiteindelijk ook gewonnen! Gelukkig maar voor mijn baas, die in mijn team zat en tot nu toe structureel ieder teamuitje winnaar was of bij de winnende partij zat. :-P

Ik was ook blij met mijn andere teamgenoten, want iedereen heeft wel min of meer zijn best gedaan (zelfs de rat, die haar taak ook maar moeilijk vond) en ik vond in een van mijn andere collega’s een goede medestander in het actief bedenken van tactieken om de tegenstander te verslaan (zoals eerst naar de locaties gaan die maar door één team te claimen waren, de groep even opsplitsen voor het efficiënter claimen van locaties en de vragen beantwoorden tijdens het lopen ipv daar uitgebreid voor stil te blijven staan). Fijn, want dat heb ik ook wel eens anders meegemaakt.

Na twee uur door het bos racen waren we allemaal hongerig en zijn we uitgebreid gaan dineren in een nabij gelegen restaurant.

Het was een geslaagd uitje!

UX conference 2019

Normaal gesproken is de UX conference van de Nielsen Norman Group om het jaar in Amsterdam. Groot was dan ook mijn verbazing dat er dit jaar wéér eentje plaats zou vinden, terwijl ik vorig jaar ook al had kunnen gaan. Top! Maarre… wilde mijn werkgever daar ook weer voor betalen? Aanmelding is immers behoorlijk prijzig en ik had dit jaar ook al een duur coachingstraject vergoed gekregen.

Mijn baas zei inderdaad dat ik niet al te veel hoop moest hebben, maar hij zou mijn verzoek indienen onder het motto ‘wie niet waagt, wie niet wint’. En waarempel: blijkbaar hebben mijn collega’s dit jaar hun opleidingsbudget niet gebruikt, want ik mocht wederom gaan!

Ditmaal ging ik 4 dagen. Eén van de interessante sessies was op zondag, waardoor we vaderdag moesten verschuiven. Het is behoorlijk raar om op zondag een werkgerelateerd congres te hebben, op maandag gewoon naar kantoor te gaan, en dan weer drie dagen naar het congres in Amsterdam. Gecombineerd met het om half 6 op moeten staan (voor ochtendmensen als ik is dat gelukkig niet zo’n ramp als voor anderen) en laat thuis komen, én complete warme maaltijden als lunch eten (internationaal gezien zijn wij maar raar met onze boterhammetjes), maakt dat mijn bioritme momenteel compleet van de wap is. Gelukkig kan ik maandag een vrije dag opnemen ter compensatie van die zondag. Ik zal er wel gelijk een balansdag van moeten maken, gezien de enorme hoeveelheid vette en zoete snacks die er structureel tijdens de pauzes werden geserveerd. :-X

Net als vorige jaren merkte ik dat ik stiekem toch al behoorlijk veel kennis heb (zelfs de statistiekenkennis over standaarddeviaties en betrouwbaarheidsintervallen is blijven hangen!), maar dat er gelukkig ook nog steeds een hoop nieuwe dingetjes zijn om op te pikken.

Alleen die groepsopdrachten hè… Man, man man, wat kan ik me daar toch altijd aan ergeren. Laat me de opdracht gewoon in mijn eentje doen, ben ik sneller klaar én is er beter resultaat! (Hoewel we natuurlijk hier juist o.a. leren om workshops te faciliteren om de meningen van de groep te inventariseren en voort te bouwen op elkaars ideeën. Maar kom op: als je relevante fragmenten uit een transcript moet knippen om ze vervolgens gezamenlijk te categoriseren, dan kun je zelf toch ook wel bedenken dat als je maar een paar woorden uitknipt, je groepsgenoten geen idee hebben wat de bijbehorende context was en wat er dus met je knipsel wordt bedoeld? En nee, ‘challenges’ is géén goede categorie als alle fragmenten in de een of andere vorm uitdagingen zijn! Zucht… als zelfs UX’ers informatie niet kunnen clusteren… :-/ )

Belangrijk verschil met vorige jaren: geen ‘spot de goeroe’-spelletje kunnen spelen. :-( Normaal gaat grote baas Jakob Nielsen himself altijd bij iedere sessie ongemerkt even achterin de zaal zitten, maar ik heb hem geen enkele keer gezien en vermoed dat hij er dit jaar gewoon niet bij was.

Aan het eind van iedere dag heb ik een examen over het betreffende onderwerp gedaan en samen met alle examens die ik de afgelopen jaren heb afgerond, is dat inmiddels eindelijk genoeg om mijn huidige ‘UX Certified’ titel te vervangen door ‘UX Master’, met ‘user research’ als extra specialisatie! B-)

Wat dat precies betekent? Nou, dat mijn werkgevers veel geld hebben neergeteld en dat er tijdens het volgende congres nóg fancier labeltjes aan mijn naambadge komen te hangen als statussymbool, om jezelf van de andere deelnemers te onderscheiden. (Het slaat natuurlijk helemaal nergens op, maar als marketeer kan ik deze psychologische truc om mensen meer geld afhandig te maken uiteraard enorm waarderen.) :-P

Berchmania!

Na al het gezeur over ons gebouw (het Berchmanianum genaamd), tijd voor weer eens wat leuks: Berchmania! Dik twee jaar geleden werd een wintervariant van dit festivalletje voor het eerst georganiseerd als kennismaking voor ons met ons toekomstig pand en blijkbaar willen ze het iedere twee jaar gaan herhalen.

Vanuit mijn kantoorraam kon ik ze sinds gisteren al bezig zien (en horen…) met de opbouw van alle tenten. Gezien de voorspelde regen hadden ze er last-minute nog één extra laten komen, wat achteraf maar goed ook bleek.

Om 4 uur ‘s middags stroomde het pand leeg, konden we onze gratis consumptiebonnen ophalen en gaan luisteren naar muziek of meedoen met workshops, gegeven door collega’s.

Er was keuze genoeg: van workshops fotografie tot origami en van egelhuisjes bouwen tot wijn proeven. Ik begon met een heuse escape-room in ons pand! Hij duurde maar een kwartiertje maar hij was superleuk opgezet. We hadden nog 50 seconden op de klok toen we er uit kwamen! B-)

Collega Sjoerd speelde in de singer-songwriterstent, dus daar ben ik even gaan luisteren. Arme jongen, hij moest zijn optreden uitstellen omdat er niet op te spelen was tegen het geweld van het hoofdpodium en dus wachten op hun pauze. Maar vervolgens bleken de egelhuisjesmakers direct naast ons zeer enthousiast aan de slag te gaan met de decoupeerzaag…

Met een puntzak friet en broodje hamburger van de eetstandjes in de buik wachtte ik op de karaoke, maar die werd helaas afgeblazen omdat het begon te hozen en veel mensen inmiddels naar huis waren. Ik ben om kwart over 8 ook maar gegaan. Maar wel mét de eerste prijs vanwege het winnen van de pubquiz op zak! B-)

Flexwerken – een nieuwe aanpak

Na maandagochtend een inzinking tot tranen toe te hebben gehad op het werk (het contrast ‘fijn weekend thuis’ en ‘klotewerkplek’ was wel erg groot), besloot ik maandagavond dat het anders moest. Alleen maar klachten doorgeven en in m’n sop te blijven gaar koken ging ik niet volhouden. Ik moest iets constructiefs doen. Ik kan dan wel niet alles in mijn eentje oplossen, maar ik kan wel iéts doen.

Dus kwam ik met nieuwe energie naar het werk en pakte ik aan.

Inmiddels hebben we daardoor:

– Extra oud-papierbakken, zodat we niet voor ieder theezakje of post-it naar de container in de printerruimte hoeven te lopen. (Je kunt zien dat ze per direct gebruikt werden.)

– Monitorverhogingen. Een paar officiële houten exemplaren, gejat uit een toevallig openstaande opslagruimte, en een paar geïmproviseerde van boeken, waarvan ik niet weet van wie ze zijn want de boekenkast staat natuurlijk ook in de flexruimte. Aangezien ik steeds op een andere plek zit, pak ik gewoon steeds een nieuwe stapel totdat er op een gegeven moment op iedere werkplek een stapel boeken staat en de omvang van het probleem duidelijk wordt…

– Signalering op de toiletdeuren, zodat je er niet aan hoeft te rammelen om te weten of er iemand op zit. En ja, je ziet het goed: het verschilt ook nog eens per slot of de stand van het streepje open of juist dicht signaleert. Superhandig gedaan, monteurs…

 

Zodra iemand de deur van de opslagruimte nogmaals open laat staan, jat ik er ook nog 2 kapstokken uit, want ik heb gezien dat ze er zijn.

Daarna alleen nog ergens een stuk of 8 prullenbakjes voor restafval vandaan zien te toveren en dan zijn we weer een heel eind.

Wat me overigens niet gelukt is, is het matchen van de monitors. Overal staan andere varianten en ze hebben allemaal andere kleur- en helderheidsstandaarden. Onmogelijk om ze handmatig op elkaar af te stemmen. Ik was al begonnen met alle monitors van de werkplekken te ontkoppelen en opnieuw te matchen op merk en versie, maar helaas had dat geen nut want ze bleven afwijken. ICT heeft uiteindelijk een van mijn monitors maar gewoon geheel vervangen, omdat die inderdaad wel érg rood was. Ik heb met ze afgesproken dat ik vanaf nu iedere flink afwijkende monitor ga doorgeven.

Ik ben benieuwd hoe lang mijn geïmproviseerde aanpassingen (en stille protesten) blijven bestaan, of dat iemand alles op een gegeven moment weghaalt. Of vervangt door een permanente oplossing, waar ik natuurlijk op hoop. Maar hoe dan ook luchtte het al flink op door het heft in eigen handen te nemen.

De verhuizing – deel 2

Eigenlijk wilde ik vandaag een leuke blog posten over mijn LARP-avonturen afgelopen weekend op Moresnet. Maar vandaag was ook de eerste dag na mijn herfstvakantie, en de tweede dag op mijn nieuwe flexwerkplek. Heel naïef had ik gehoopt dat ze afgelopen week tijdens mijn afwezigheid alle kinderziektes in het nieuwe pand hadden opgelost, en ik vandaag wel lekker aan de slag kon. Dus niet.

De fietsenstalling was nog steeds niet af. Hoewel er een aantal werkplekken bij was gekomen, kon ik ook vanochtend geen vrije werkplek meer vinden. Gelukkig was er nog één plekje over in het call-center van de studenten (wat dus niet bij onze ruimte hoort). Nadat ik de tafel omlaag had gedraaid, constateerde ik dat de monitors niet hoog genoeg gepositioneerd konden worden, waardoor ik de hele dag naar beneden heb moeten kijken.

Er waren nog steeds geen kapstokken. En nog steeds geen prullenbakken op de werkplekken. (Die er ook niet gaan komen. Een van de secretaresses had zelf een prullenbak bij haar bureau gezet, maar die wordt gewoon niet geleegd door de schoonmakers.)

Was er dan niets opgelost? Jawel: er was een koffiezetautomaat en waterkoker geplaatst. Hoezee! En het verwarmingsprobleem in de zolderruimte, waardoor het daar structureel 5 graden warmer was dan op de rest van de verdieping, was opgelost. Helaas hadden ze daar wel alle dubbele monitors verwijderd, zodat er op elke werkplek nog maar eentje staat. Kan ik daar ook niet meer fatsoenlijk gaan werken.

Overal zag je mensen die noodgrepen probeerden toe te passen. Veilig hoor, die branddeuren. Maar wel vreselijk onpraktisch. Laten we er een bureaustoel tussen zetten zodat we fatsoenlijk heen en weer kunnen lopen.

En er waren nog meer nieuwe verrassingen.

Zo ging het licht ineens spontaan overal uit. De verlichting werkt blijkbaar automatisch, want we konden nergens een knop vinden om hem weer aan te zetten. Nou hebben we bij de werkplekken behoorlijk wat ramen, maar niet in het toilet. Dus konden we op de tast alle deuren langs, in de hoop dat er eentje niet bezet was, en daarna in het pikdonker onze handen wassen.
Niet dat het eerste heel veel makkelijker is met licht hoor; aan de sloten kun je namelijk niet zien of het toilet al dan niet bezet is. Alsof het niet al gênant genoeg is om op kantoor te schijten, wordt er nu ook nog eens continu aan je deur gerammeld terwijl je bezig bent.

Toen ik mijn nieuwe mobiele telefoon aanzette, kreeg ik een voicemailmelding. Huh? Of ik die persoon gelijk die dag nog kon terugbellen. Datum van het bericht: de maandag van mijn vakantie. Ja zeg, ik kan geen out-of-officemelding op mijn telefoon zetten! En er was mij verteld dat de telefoons zo waren ingesteld, dat ze automatisch naar het secretariaat zouden doorverbinden bij geen gehoor. Niet dus.

Overleggen? Doe je best. Er zijn vergaderruimtes, maar daar staat nog geen meubilair in. Idem voor de stiltewerkplekken. Komt pas in november. Als enige alternatief was er het kamertje van de baas van onze dienst. Die kon hij namelijk niet zo goed gebruiken. De muren bleken zo dun, dat iedereen in de ruimte ernaast het sollicitatiegesprek van vorige week letterlijk had kunnen volgen.

Tot slot hoorde ik van een collega dat men de lift zo heeft ingesteld, dat hij extra langzaam gaat. In het kader van ‘traplopen stimuleren’. Ik zie de blije gezichten van de cateringmedewerkers, schoonmakers en slecht ter been zijnde collega’s al helemaal voor me.

Oh oh oh, wat heb ik zin in morgen. Als dit zo doorgaat, vrees ik dat er een dag komt waarop ik mijn bed echt niet meer uitkom.

Oh ja, en de stickers die ik uit baldadigheid en in het kader van territorium-afbakening op mijn kluisjesdeurtje had geplakt, bleken te zijn verwijderd. Ik heb er dus een nieuwe op geplakt. Eens kijken wie dit het langste volhoudt.

De verhuizing

We wisten al heel lang (zo’n 2 jaar) dat we dit jaar zouden verhuizen naar een ander kantoorpand. Namelijk naar het Berchmanianum, het voormalig jezuïtenklooster direct grenzend aan de universiteitscampus, dat de universiteit had aangekocht nadat de bejaarde patertjes eruit waren gewerkt. Het gebouw heeft 3 enorme verdiepingen. Onze dienst zou op de bovenste verdieping komen te zitten en als enigen en eersten zouden we gaan flexwerken, hadden ze bedacht en door onze strot geduwd. Want wij bij Marketing & Communicatie zijn nu eenmaal vooruitstrevend en geven het goede voorbeeld. :-/

Dat was het begin van veel ellende.

De verbouwing van het pand duurde langer dan gepland. De hete zomer gooide roet in het eten, net als de extreme hoeveelheid asbest die werd gevonden. En niet te vergeten de twee bommen uit de Tweede Wereldoorlog in de tuin (er is ons verzekerd dat het terrein inmiddels bom-vrij is). Oh ja, en de brandweer heeft het pand tot tweemaal toe afgekeurd. (Volgens mij hebben we momenteel nog steeds geen officiele ‘go’. Maar ach, het zijn maar mensen waar het om gaat.)

In plaats van in september, zouden we daarom pas in oktober gaan verhuizen, wat nog meeviel. Het probleem was alleen dat er ook mensen van elders naar ons oude pand moesten, die niet konden wachten, waardoor we dus tijdelijk maar opgepropt werden om iedereen onder te kunnen brengen. Het keukentje werd een werkplek en we moesten maar naar de kelder voor het halen van thee. Maar goed, dat heb je nu eenmaal met verbouwingen. Die lopen altijd uit.

Desondanks kun je wat betreft verhuizing een hoop vooraf strak plannen. Alleen was dat ook niet gedaan.

In het begin was het hele bestuur enthousiast over flexwerken. Geen idee waarom, want er zijn inmiddels meerdere onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat het allemaal helemaal niet zo ideaal is. En als universiteit zou je toch op wetenschappelijke onderbouwing moeten letten, of niet? Niet dus. Ze keken blijkbaar vooral naar de bezettingsgraad en wat het opleverde als we niet allemaal meer een vaste plek hadden die soms leeg stond.

Vervolgens vertrok een van de bestuurders. Zijn opvolger was wat minder enthousiast over dat hele flexwerken. Wat niet resulteerde in afschaffing, maar in een kleiner budget. (Zie je de impending cloud of doom al?)

De verhuizing werd dus gepland. Al maanden van tevoren was er geïnventariseerd wat we aan pc’s en dergelijke nodig hadden. Onze afdeling is altijd een beetje speciaal, dus we hadden expliciet en meermaals verteld dat wij medewerkers hebben met software die niemand anders gebruikt. Die dus alleen op onze eigen pc staat geïnstalleerd. En waar maar één licentie voor is. Bovendien werken wij bijna allemaal met twee monitors.

Desondanks kregen we maar geen feedback over de manier waarop dat opgelost ging worden. Wat we wel hoorden, was dat er geen budget was voor elektrisch verstelbare bureaus en dat we die met de hand moesten gaan aanzwengelen. Dat er wat was gekort op de faciliteiten en dat er enigszins weinig toiletten op onze verdieping zouden komen, gezien de hoeveelheid medewerkers. En overlegruimtes? Ja, die zouden er wel zijn, maar voor maximaal 8 personen (wij overleggen iedere maandag met z’n 11en). En het reserveren ervan kost geld en gaat van je afdelingsbudget af. Verder zou onze zwaar gewaardeerde en alom geliefde facilitair medewerkster tegen haar zin overgeplaatst worden naar een ander gebouw en mochten wij vanaf nu zelf onze kopjes gaan afwassen en de pantry schoon gaan houden. (Jullie zien dat vast net zo gebeuren als wij?)

Toen was er drama om de telefoons. Tot dan toe hadden we vaste toestellen. Maar we zouden overstappen op mobiele toestellen. En aangezien toch iedereen een mobieltje heeft, was het prima als we een maandelijkse vergoeding van de baas kregen ter compensatie van het zakelijk gebruik van je privé-mobiel, toch? Oh ja, wel verplicht je privé-nummer in de bedrijfstelefoongids zetten.
Dat leidde uiteraard tot enorm protest. Ik en vele anderen zagen het al helemaal gebeuren dat we op onze vaste vrije dagen en in de vakanties plat werden gebeld met werkvragen door collega’s die niet wisten dat we vrij hadden.
Gelukkig werd er toen snel een alternatief geboden: een mobieltje van de zaak. Mjah, hartstikke handig. Ik zie mezelf al twintig minuten lang iemand telefonisch door de interface van Google Analytics heen praten, terwijl ik die mobiele telefoon tussen mijn oor en schouder klem. Echt heel praktisch. Ach weet je, ik zet ‘m wel gewoon op speaker, midden in de flexwerkruimte… :-S

Pas een paar weken voor de geplande verhuisdatum werd eindelijk duidelijk dat alle werkplekken twee monitors zouden krijgen. Een zucht van opluchting ging door onze afdeling. Maar… onze software dan? Er was namelijk ook gecommuniceerd dat er op iedere flexplek een vaste pc zou komen te staan waarop je kan inloggen. Euh… dat werkt voor ons niet? Dat hadden we al maanden geleden gezegd en meermaals herhaald?

Niemand kwam met een oplossing en uiteindelijk heeft onze afdelingsmanager zelf in de laatste weken voor de verhuizing wat moeten regelen met afdeling ICT. De enige mogelijke oplossing: onze eigen pc’s komen ergens in een hoekje te staan en blijven altijd aan. Nadat we hebben ingelogd op de pc op de flexplek, moeten we dan ook nog eens inloggen op die andere pc’s en de desktop overnemen. Grom. Ja, een eigen laptop voor iedereen en overal docking stations was handiger geweest. En er bestaan inderdaad ook prima andere ICT-oplossingen voor dit probleem. Alleen gingen we die niet krijgen.

Je begrijpt dat ik als een berg tegen die verhuizing op zag. Alles wat we te horen kregen hintte ernaar dat er een hoop niet goed was geregeld. Het vooruitzicht van flexwerken stond me sowieso al enorm tegen – ik ben nu eenmaal een gewoontedier en hecht aan mijn vaste plekje. En op deze manier al helemaal!

Afgelopen woensdag was onze verhuisdag gepland. Het plan was dat we van tevoren alles in gelabelde dozen stopten, op de betreffende woensdag gingen thuiswerken terwijl alle spullen werden verplaatst, en dan donderdag ons in het nieuwe pand installeerden. Andere afdelingen zouden eerder of later die week verhuizen.

Afgelopen maandag liep er een verhuismannetje ons kantoor binnen. Ze liepen wat voor op de planning. Was het okee als ze ons nu al verhuisden? Mijn baas zag gelukkig de paniek in mijn ogen en wimpelde de man af. Maak dit maar het probleem van iemand anders. (Uiteraard hadden wij nog helemaal niets ingepakt. Wij zijn een digitale afdeling en hebben geen magazijnen vol met meuk. Wij waren van plan in het uurtje voordat we dinsdag vertrokken, alles nog even snel in een doos te mikken en met wat drank en snaai een afscheidsborrel te houden.)

Afgelopen dinsdag kwam er een ander mannetje ons kantoor binnen, met een doos in zijn hand. Of we de telefoons nog nodig hadden? Die kwam hij inpakken namelijk. Euh… wat denk je zelf?? En ook deze man stuurden we weg. Kom nou zeg. De nieuwe telefoons waren nog niet eens geleverd, die zouden we pas na de verhuizing krijgen.

Woensdag verlieten onze spullen dan eindelijk zoals gepland onze betonnen kelder en verplaatste men ze naar het gerenoveerde klooster. Op donderdag arriveerden wij zelf. Uiteraard was het één grote chaos.

Bedenk dat wij de ruimte nog niet eerder hadden gezien. We moesten dus zoeken naar een plek om onze fiets te stallen (de overdekte fietsenstalling is nog niet af), op zoek naar de ingang, op zoek naar de trap, op zoek naar de juiste ingang naar onze werkruimte. En daarna op zoek naar een werkplek.

Onderweg naar onze ruimte kwam ik nog wat extra hindernissen tegen. Zo ging de deur van de hoofdingang, die automatisch zou moeten openzwaaien, niet voor me open. Sta je daar. Gelukkig kwam er iemand van binnen naar buiten, waardoor de deur alsnog open ging.

En dit soort post-its zijn een indicatie van een enorme usability-faal: deze glazen schuifdeur schuift van geheel links naar geheel rechts open, in plaats van zoals gebruikelijk in het midden open te gaan. Dus je moet echt blijven staan en wachten. Dat moet je even weten. Bovendien valt het niet eens op dat er een schuifdeur is, dus ik vermoed dat de post-its zijn geplakt nadat diverse personen bijna door het glas zijn gecrashed. :-S

Maar goed. Uiteindelijk vond ik onze werkruimte. Ons eigen secretariaat bleek alles prima geregeld  te hebben: de telefoons lagen voor ons klaar, net als de sleutels van onze kluisjes. Maar al het andere…

Eerst mocht ik op zoek naar mijn eigen verhuisdoos, die initieel nergens te bekennen leek. Uiteindelijk wist een lieve collega hem te vinden. Vervolgens begon de queeste voor mijn bureaustoel. Die werd door weer een andere collega gevonden, in een compleet andere ruimte. (Ik heb een aangepaste bureaustoel vanwege mijn lengte. Echt superhandig, als je geacht wordt om te flexwerken. Ik mag waarschijnlijk vanaf nu iedere ochtend opnieuw op zoek naar mijn stoel.)

Er was geen koffieautomaat noch waterkoker. Op de 2e verdieping ook niet. Die op de eerste verdieping was stuk. Oftewel: ga maar op en neer naar de begane grond, steeds wanneer je dorst krijgt. Dit soort voorzieningen hebben toch nul prioriteit?
En afvalbakken op de werkplek, daar doen we niet meer aan. Loop maar naar het secretariaat of de pantry als je je appelklokhuis, theezakje, oude documenten of wat dan ook wil weggooien.

Ook hoorde je vanuit alle hoeken van de ruimte mensen schelden op hun nieuwe telefoon, die ze niet met internet verbonden kregen. Wat bleek: de handleiding die afdeling ICT had verstrekt (zowel op papier als op hun website) bleek domweg niet te kloppen. Zucht.

En hoe verrassend als het gaat om flexwerken: er bleken te weinig werkplekken te zijn. Nog erger: ook al had je een werkplek gevonden, dan wat het nog steeds geen garantie dat je daar aan kon werken. Niet alle werkplekken hadden namelijk een pc! Heel fijn voor de mensen met een laptop, maar onder andere ik kon dus niks. Gelukkig vond het secretariaat nog een leenlaptop ergens in een verhuisdoos.
Helaas waren de kabeltjes op de werkplek niet lang genoeg om alle monitors en het toetsenbord op mijn laptop aan te kunnen sluiten, dus moest ik vanaf een minuscuul schermpje en een klote-toetsenbordje werken.

Uit pure frustratie en als statement ben ik eerst maar eens mijn kluisje gaan bestickeren. Dit is het énige plekje in het hele gebouw dat van mij is. Alleen van de spullen die hierin zitten, weet ik zeker dat ik ze op een later moment nog kan terugvinden. Dus deze mini-enclave werd hierbij gepersonaliseerd, of dat nou mag of niet. Zo.

Overigens staan deze kluisjes niet bij de zij-ingang die wij straks horen te nemen. Je moet door onze werkruimte heen lopen tot halverwege het gebouw om je spullen te pakken, om daarna weer het hele eind terug te lopen.

Het was natuurlijk een enorm rumoer in onze werkruimte, omdat het allemaal open plekken zijn en de bureaus heel dicht bij elkaar zijn gezet. Dat gecombineerd met alle ophef en het heen-en-weergeloop van iedereen om zijn spullen te vinden en zich enigszins te settelen ondanks alle problemen, maakte werken niet bepaald makkelijk.

Tien mensen op een paar vierkante meter, en meerdere grote openingen in de muur naar de gang waar iedereen luid pratend doorheen loopt. Zeer bevorderlijk voor de productiviteit. Oh ja, de zonneschermen zijn automatisch. Dus als de zon even weg is, gaan ze vanzelf omhoog. Als de zon na een minuut terugkomt, gaan ze vanzelf omlaag. Een minuut later gaan ze weer omhoog. Herhaal.

Ik was al tweemaal van werkplek verplaatst voordat ik eindelijk alles bij elkaar had wat ik nodig had en aan de slag kon. Inmiddels was het middag. In de lunchpauze had ik een broodje kroket en een reep Tony’s Chocolonely gehaald om me te helpen de dag door te komen.

Toen kwamen de ICT’ers langs, om naar het probleem met de werkplekken te kijken.

Het waren duidelijk niet de personen die dit hadden gepland, maar de mensen die de puinhoop van anderen moesten oplossen, terwijl ze nog geen pauze hadden gehad en eigenlijk op tijd naar huis hadden gewild. Luid mopperend en roepend naar elkaar liepen ze door de ruimte, her en der monitors van de bureaus rossend. Inmiddels kon iedereen stoppen met werken. Ik vluchtte naar de pantry.

Maar niet veel later werd ik gezocht door een ICT’er. Mevrouw, ze moesten mijn werkplek aanpassen. Of ik even ergens anders kon gaan zitten? Must… not… kill…

Ik pakte mijn boeltje maar weer eens, want hee, wij flexwerkers zijn zo ontzettend flexibel! En installeerde me op een plek waar ze net waren geweest. Waar nog steeds geen pc-kastje stond. En nu ook nog maar één monitor stond in plaats van twee. Zonder kabel om deze op mijn laptop aan te sluiten.

Dat was de druppel. Ik heb mijn spullen wéér bij elkaar geraapt, in mijn kluisje geflikkerd en ben naar huis gefietst.

Eenmaal thuisgekomen vond ik de moed om daar mijn pc (met twee schermen) aan te zetten, mijn VPN-verbinding aan te zwengelen en in te loggen op mijn externe pc-kastje. Dat wil zeggen: ik deed een poging daartoe. Ik kreeg een foutmelding. Inloggen was om de een of andere manier niet mogelijk. Helaas pindakaas, deze dag is niet voor jou.

Ik ben in bed gaan liggen en heb de deken over mijn hoofd getrokken. Om 6 uur werd ik weer wakker.

Zoals je merkt, ben ik ook nu pas in staat geweest om er een coherent verhaal over te typen. Eerder kreeg ik het niet voor elkaar. Als ik ergens niet tegen kan, is dit het wel.

God zij dank was afgelopen donderdag de laatste werkdag voor de herfstvakantie. Op vrijdagen ben ik sowieso vrij en deze week hoef ik er dus niet te zijn. Ik ga nu héél hard hopen dat komende week alle kinderziektes worden opgelost en ik volgende week maandag op een werkplek arriveer waar wél alle faciliteiten zijn om fatsoenlijk te kunnen werken. En dat ik me alleen nog maar hoef te ergeren aan het iedere ochtend zoeken naar een vrije werkplek, terugvinden van mijn stoel en het op dwerg-hoogte draaien van mijn bureau, terwijl ik gek word van het rumoer van mijn collega’s. :’-(