Category: Zelf maken

Corded petticoat

Het laatste kostuumonderdeel dat ik per se nog wilde maken voor ons optreden op de Dickens kerstmarkt was een petticoat. Zoals gezegd is de kleding in 1840 echt wel anders dan die in 1860. Een belangrijk verschil is dat in 1840 de rokken rond waren in plaats van aan de achterkant verder uitlopend. Bovendien kenden ze in die tijd nog geen hoepelrokken.

Rond 1820/1830 begonnen de rokken steeds wijder te worden. Om dat volume te krijgen, droegen vrouwen meerdere petticoats over elkaar. Op een gegeven moment moesten er wel érg veel petticoats over elkaar worden gedragen om het gewenste volume te bereiken en werd dat nogal zwaar en onpraktisch. Dus bedacht iemand dat je ook paardenhaar mee kon naaien in de rok, waardoor die stugger werd en een beetje uit ging staan. Petticoatfabrikanten vervingen het paardenhaar soms door katoenen koord. En zo onstond de zogenaamde ‘corded petticoat’, die een aantal lagen aan normale petticoats kon vervangen.

1828
1820-1830
1850s

Aangezien ik ook niet zo’n zin had in het dragen van meerdere lagen petticoats, leek me dit een prima alternatief. En ook niet moeilijk om te naaien. Dus kocht ik katoenen koord in.

Dit witte katoenen koord kun je goedkoop op een klos krijgen bij de Praxis! Ik kocht al eens eerder een rol voor het macrameeën van een plantenhanger. Volgens hun website hadden ze verschillende diktes, maar in de winkel bij mij in de buurt hadden ze helaas alleen maar die van 3mm diameter. Ik wilde eigenlijk 4mm en daarnaast nog een hele dikke voor aan de onderkant, maar omdat ik geen zin had in het betalen van verzendkosten en toch nog naar de fourniturenzaak moest voor spul voor de bonnet, kocht ik toch maar die van 3mm. De fourniturenwinkel had dan weer geen wit koord, maar ach.

American Duchess heeft een goede video over hoe je zo’n corded petticoat maakt, waar ik inspiratie uit heb opgedaan. Maar omdat ik niet genoeg stof had voor zowel de rok als de voering (ik gebruikte een oud beddenlaken), heb ik het iets anders aangepakt: ik heb enkel strookjes stof tegen de binnenkant genaaid, op de plekken waar de veters moesten komen, in plaats van een complete voering er tegenaan te naaien. Scheelt ook weer gewicht. Het nadeel is wel dat de uitstulpingen van de veters nu aan de binnenkant zitten. Ik weet niet of dat bij de originele exemplaren andersom het geval hoorde te zijn. Ach, qua functionaliteit en silhouet die het creëert maakt het volgens mij niet uit en er gaat (mag ik hopen) niemand onder mijn rok kijken…

Dus dit is hoe ik het heb gedaan:

Stap 1: Naai rechte lappen katoen tegen elkaar totdat de omtrek van het geheel even groot is als de wijdte die je aan de onderkant wil voor je petticoat. Je krijgt dus een kokervormige lap stof.

Stap 2: Markeer de plekken waar je de veters wil naaien, want je wil dit echt niet pas opmeten wanneer het ding al onder je machine ligt.

Stap 3: Knip strookjes stof en naai ze op hun plaats, door één zijkant tegen de gemarkeerde lijn te stikken.

Stap 4: Klap het strookje open en leg er koord in. Klap het strookje stof dicht, schuif de veter zo strak mogelijk tegen het gestikte naadje aan en stik met een ritsvoetje het stukje stof zo strak mogelijk tegen de veter aan. Naai helemaal rond en als je weer bij het beginpunt komt, knip je de veter niet door maar leg je die gewoon langs de eerste en ga je weer een keer rond, net zolang totdat je voldoende veter op dat punt van de petticoat hebt gestikt. (Het exacte patroon van en de hoeveelheid veters maakt niet zo veel uit, in die tijd schijnen er ontelbaar veel verschillende varianten te zijn voorgekomen. Het is natuurlijk wel zo dat, hoe meer veter je erin naait en hoe meer je direct naast elkaar naait, hoe steviger je petticoat zal worden.)

Ik kan je vertellen dat dit niet bepaald het meest mentaal stimulerende karweitje is.  :|  Dus dit was een kwestie van verstand op nul, muziek aan en naaien, naaien, naaien…

Bijna 50 meter(!) koord later:

Stap 5: Knip midden-achter een opening zodat je straks de petticoat over je heupen kunt krijgen. Werk de randjes af.

Stap 6: Plooi of rimpel de bovenkant van de rok tot de gewenste taillebreedte. Het is mij niet helemaal duidelijk of daar een vaste techniek voor is; aan museumstukken te zien wordt er zowel gerimpeld als geplooid en ook met verschillende soorten plooien. Ik wilde liever plooien dan rimpelen om de taille zo plat mogelijk te houden, gezien het aantal lagen dat er nog overheen gedragen moet worden, maar dat kost wel meer werk en bovendien wat hoofdbrekens om te berekenen hoe breed je je plooien moet maken om goed uit te komen – de omtrek van de petticoat moet namelijk wel precies verkleind worden tot je taillebreedte!

Ik hoopte me er makkelijk vanaf te maken door mijn rimpelvoetje te gebruiken. Maar dat werkte niet goed, omdat je er niet precies genoeg de breedte van de plooien mee kunt instellen.. Dus roste ik de plooien weer los en deed ik het toch maar met de hand vork.

Stap 7: Stik een lange band tegen de geplooide bovenkant van de petticoat aan.

Mijn originele plan was om er een sluiting met knoop van te maken, maar ik heb gemerkt dat dat helemaal niet handig is als je taille nogal varieert in de breedte. Nu ik ben afgevallen kan ik mijn Victoriaanse outfits aan zónder korset ( 8O ), dus dan zou deze petticoat op mijn normale taillewijdte geknoopt moeten worden. Maar mijn nieuwe outfit ga ik natuurlijk wel weer op maat maken zodat ik er een korset onder kan dragen (anders krijg je nooit het juiste silhouet) en dus moet de petticoat dan strakker. Een hele rij knoopsgaten naast elkaar is niet mooi en werkt minder goed dan gewoon een strook stof om je taille vastknopen, en aangezien dit onder andere kleding komt te vallen is dat een prima keuze.

Stap 8: Stijf de petticoat! In grootmoeders tijd (en vele generaties daarvoor dus ook) was het gebruik van stijfsel heel normaal, maar ik had dit nog nooit eerder gedaan en heb ook niet van mijn moeder geleerd hoe dit moest. Het spul is blijkbaar dermate ouderwetsch dat je het niet meer in de supermarkt kunt krijgen. (Ja, wel zo’n spuitbus, maar om daar nou een complete petticoat mee te gaan besprayen…). Dus bestelde ik maar een pakje online.

Volgens de instructies moesten er voor een handwasje 1 à 2 eetlepels poeder worden opgelost in 1 deciliter koud water, dat je bij 0.75 liter heet water moest gooien. Mjah, laten we dat maar allemaal x10 doen, gezien de omvang van mijn ‘handwasje’.  Één lepel… twéé lepels… dríé lepels… okee, dit schiet niet op, volgens mij moet ik gewoon het hele zakje erbij flikkeren. Hoppa, yolo!  :roll:

En vervolgens het geheel nat strijken voor het stijfste resultaat. Note to self: de volgende keer de petticoat vooraf op een iets hoger standje dan de laagste centrifugeren, want die veters die zuigen water op als de neten, waardoor je het ding niet drooggestreken krijgt. Ik vermoed dan ook dat het eindresultaat stijver had kunnen zijn als ik ‘m juist iets droger had gemaakt voor het strijken, maar dat zal ik een volgende keer wel uitproberen.

Ik zie dan ook weinig verschil tussen voor en na stijven. Wellicht heb ik de petticoat te breed gemaakt (2,6 meter), waardoor die zichzelf niet zo goed kan ondersteunen, en hadden de veters beter rond gestaan als de omtrek kleiner was geweest?

Dit is namelijk het eindresultaat:

(De achterkant staat dus te wijd open omdat mijn paspop een maatje of wat breder is dan ik inmiddels ben en ik de petticoat ook wil kunnen dragen over een korset.)

Bestede tijd: 11 uur en een kwartier (exclusief wassen en strijken)
Kosten: €20 (voor het koord; de stof had ik nog liggen)

En als ik de petticoat combineer met mijn 1865 day dress met gewone petticoat, de mantel en de bonnet:

Zoals je (helaas niet goed) ziet heb ik ook nog enkele issues van de mantel gefixt: de achterkant loopt nu minder breed uit, de rare bult in het bont bij de nek heb ik verwijderd door het bont daar doormidden te knippen en ik heb een smal bontrandje langs de hals gestikt. Dat herstelwerk ziet er helaas niet zo mooi uit als wanneer ik dit gelijk de eerste keer zo had genaaid, maar ja, daar is niets meer aan te doen, dat krijg je nu eenmaal met voortschrijdend inzicht.

Hopelijk snappen jullie nu ook waarom ik zo mierenneuk over de vorm van de rok en het modebeeld: je kunt op de foto heel duidelijk zien dat de rok van mijn 1865’s outfit niet zo mooi over de petticoat hangt, simpelweg omdat die rok en de bijbehorende petticoat gemaakt zijn voor over een hoepelrok die achter meer uitloopt, en omdat de plooien in die rok niet gelijkmatig zijn verdeeld bij de tailleband.

Maar goed, het is me gelukt om de belangrijkste kostuumonderdelen op tijd af te hebben voor het Dickens-evenement! Hoera? Nou nee… Dat wil zeggen: ik ben op tijd klaar, maar het optreden van morgen gaat niet door. :-|
De bezetting van onze band was al een dingetje, omdat niet iedereen aanwezig kon zijn en Flip, die voornamelijk de tweede stemmen speelt, afgelopen vrijdag eindelijk geopereerd zou worden aan zijn knie. Dus was het aan Alexandra, Wigo en mij om het optreden te gaan doen. De afgelopen tijd was ik dus niet alleen druk met het regelen van een outfit, maar ook met het uitzoeken van repertoire wat we samen konden spelen en het instuderen ervan, want niet alleen wilden we, naast onze gebruikelijke middeleeuwse liedjes, ook kerstliedjes spelen, we moesten ook nieuwe tweede stemmen leren om ervoor te zorgen dat de boel een beetje leuk klonk. En toen viel Alexandra uit, vanwege privé-omstandigheden. Argh. Weer snel het repertoire omgegooid, en begonnen met liedjes in te studeren die hopelijk als solo-doedelzakspeler met alleen een trommel als begeleiding, de luisteraars nog een beetje konden boeien. Om vervolgens twee dagen voor het optreden te horen dat Wigo ziek was geworden en ook niet kon komen. Snik.

Heel jammer dat het optreden niet doorgaat, ik zo veel tijd voor niets in oefenen heb gestoken en ik ook dit jaar naar geen enkele Dickens-kerstmarkt heb kunnen gaan. Van de andere kant viel er ook een flinke last van mijn schouders, want eigenlijk was het te veel om allemaal zo last-minute te moeten doen, terwijl ik niet zeker wist of de performance wel goed genoeg zou worden.

Omdat ik ik ben, heb ik de petticoat vandaag dus wel gewoon af gemaakt, alleen nu met iets minder druk erachter. Hopelijk vind ik de komende maanden nog ergens tijd om de blouse en rok te maken, zodat ik volgend jaar dan misschien eindelijk in vol ornaat naar een Dickens-festijn kan. (Maar ik kan je nu al vertellen dat de prioriteit gaat liggen bij andere kledingstukken. Zucht.)

Foute kerstrok

Er is weer eens iets uit de hand gelopen.

Op het werk hebben we jaarlijks een kerstborrel. Enkele jaren geleden besloot ik eens lollig te doen en wat kerstbal-oorbellen aan te doen, een kerstboomslinger om me heen te hangen en een rendiergewei op te zetten. Dat oogstte veel vrolijke reacties, dus kleedde ik me ook het jaar erna kerstig aan. En het jaar daarna schminckte ik me als rendier.

De twee jaren daarna was corona, en het eerste jaar hadden we dus maar een digitale borrel. Toen werd ik kerstelf.

Vorig jaar was iedereen sip en had niemand zin in wéér een digitale borrel, dus is het helaas niet doorgegaan. Maar goed, het betekent dus wel dat het 3 jaar geleden was dat we een fysieke kerstborrel hadden. Inmiddels zijn er behoorlijk wat personele wijzigingen geweest, dus veel van mijn collega’s waren helemaal niet bekend met mijn kerstoutfits.

Dat gaf wat lucht, want op een gegeven moment begonnen mijn collega’s al een paar weken van tevoren te vragen wat ik nu weer zou gaan dragen met de kerstborrel? Dus dit jaar zouden de verwachtingen vast niet zo hoog zijn. Dacht ik.

Collega 1: “Heh, al die nieuwelingen die wisten natuurlijk niet dat jij steeds wat bijzonders aantrekt met de kerstborrel, dus ik heb ze verteld dat jij altijd extreme outfits hebt! Ze zijn nu allemaal héél benieuwd!!”
Collega 2: “Hey Lenny, ik heb in de wandelgangen gehoord dat jij een jurk met lampjes aan gaat trekken! Klopt dat?”

Argh…

En ik wil niet teleurstellen natuurlijk. Plus, ieder excuus om all-out te gaan met een outfit grijp ik aan. ;-) Dus voor dit jaar naaide ik: een kerstboomrok, om over een hoepelrok te dragen. Inclusief lichtsnoer. :D

Nee, ik had hier uiteraard helemaal geen tijd voor, want mijn Dickensoutfit moest ook nog af, dus deze rok is op een schandalige wijze tot stand gekomen. Velours de panne in elkaar naaien met enkel de lockmachine – back to the old school LARP-days! En omdat het toch echt in één avondje af moest, heb ik de onderste slinger met de nietmachine tegen de stof aangezet… mijn naaijuf zou me direct van de opleiding schoppen als ze het wist. :-X (En laten we het niet hebben over het feit dat ik in de haast bij het bevestigen van de decoraties, de overrok op sommige plekken per ongeluk aan de hoepelrok heb vastgenaaid en ze dus als één geheel aan moest trekken…)

Waren de vorige outfits nog bij elkaar geraapt / in elkaar gezet met spullen die ik nog in huis had, voor deze outfit heb ik de stof en slingers speciaal gekocht. Het was weliswaar stof van slechts €3,50 per meter en cheap-ass slingers, maar het is toch weer een grens over gegaan. Net als destijds met mijn carnavalsoutfits voor een vorige werkgever: het begon met gewoon een LARP-kostuum uit mijn kast trekken (want ik heb helemaal geen carnavalskostuums, ik ben een enorm slechte Limburger). Daarna verzamelde ik spullen die ik had liggen tot een outfit. En uiteindelijk kocht ik items die ik liet bedrukken of beschilderde.

Tsja. If something is worth doing, it’s worth overdoing? De kerstrok was dan ook wederom een daverend succes. :-P Maar wat ga ik volgend jaar nou weer doen om dit te toppen? Waar eindigt dit…??  :roll:

Op mijn hoofd de kerstster-diadeem die ik ook in elkaar knutselde van karton en aluminiumfolie, plus oorbellen met kerstballen, voor het completeren van de kerstboom-look :-)

Hoe dan ook was de borrel weer extreem gezellig. Ik houd normaal gesproken helemaal niet van borrelen, maar de kerstborrel is om de een of andere reden altijd superleuk. Ditmaal was er geen activiteit gepland, alleen maar drank, eten en muziek (we hadden allemaal 2 liedjes mogen aandragen voor de afdelings-Spotify-playlist), maar toch ben ik gebleven totdat de TL-verlichting weer aan ging, André Hazes werd gedraaid (“Het is tijd… de hoogste tijd”) en men begon met opruimen omdat het gebouw dicht ging.

Inmiddels had ik 3,5 glas rosé en nog geen avondeten gehad, dus de stemming zat er goed in. Het leverde niet alleen een nieuwe ICT-collegas-selfie op, maar ik kreeg eindelijk weer eens wat roddels mee (is het waar dat één van de managers vriendelijk is gevraagd elders in de organisatie een functie te zoeken??), vertelde ik de nieuwe garde de legende over hoe onze divisiemanager aan zijn Slayer-kersttrui kwam en had ik openhartige gesprekken met collega’s: toen we van de week tijdens een overleg grapten dat er te weinig capaciteit was, stelde iemand voor dat we ons maar allemaal in drieën moesten clonen. Waarop ik grapte: “Volgens mij zit helemaal niemand te wachten op drie Lenny’s” – waar iedereen hard om moest lachen. Maar mijn collega zei vanavond: “Ik vind dat we zés Lenny’s moeten hebben!” (Awww <3) “Maar weet je wat jouw probleem is, Lenny? Jij verwacht altijd dat iedereen voor rede vatbaar is. En dat is gewoon niet zo.”  :lol: :lol: :lol: Die ga ik onthouden…

Los daarvan had ik van de week ook weer eens een conflict met een medewerker van een andere afdeling, die het had ‘geëscaleerd naar het management’ en vandaag kreeg ik via mijn manager te horen dat hij het met zijn manager had besproken (ja, we hebben nogal wat managementlagen in onze organisatie) en dat ze volledig achter me stonden en vonden dat het enige wat ik fout had gedaan was, dat ik het niet eerder naar hén had geëscaleerd zodat zij het voor me konden oplossen. Aww… they have my back! <3  Ik voel me dus ineens weer enorm gewaardeerd. Ondanks dat ik de afgelopen week heel wat collega’s heb vervloekt, sluit ik dit jaar dus met een heel positief (en ietwat aangeschoten) gevoel af. Nu lekker kerstvakantie – tot volgend jaar, collega’s!

1840’s Bonnet

We worden met De Soete Inval structureel gevraagd voor kerstmarkten in Bourtange, die vaak in Charles Dickens-stijl zijn. Tot nu toe ging ik niet mee naar optredens in het verre noorden die maar één dagje duren, omdat dat relatief te veel vraagt aan reistijd en reiskosten. Maar ik kon voorspellen dat het incidenteel toch wel eens zou gaan voorkomen dat ik mee zou spelen. En ik dus een Dickens-kostuum nodig had. Pro-actief als ik ben, besloot ik daarom maar vast zo’n outfit te gaan naaien, want als het alsnog moest vlak voor een optreden, zou dat stress opleveren en daar houd ik niet van.

Dat was dik een jaar geleden. Ik bedacht destijds welke kostuumonderdelen ik wilde maken en in welke vorm. Ik kocht ook al stof. Met de intentie in november vast de boel in elkaar te zetten.

Then life happened.

Oftewel: een jaar later is die outfit, op de mantel na, nog steeds niet af en, drie keer raden, dit jaar ga ik wél een keer mee. Zucht. Dat is dus alsnog hard naaien om de outfit voor ons optreden af te krijgen.

Ik heb de afgelopen weken heel veel keuzes moeten maken, want al mijn plannen en to-do-lijst-dingen zijn gewoon onmogelijk in de beschikbare tijd te proppen. Eén van de concessies was deze Dickens-outfit: ik heb besloten alleen de goed zichtbare kostuum-onderdelen te maken (de mantel en de bonnet) en als het lukt, ook nog een periodecorrecte petticoat. Daaronder/-overheen draag ik gewoon mijn 1865’s rok en blouse, want ik vermoed dat helemaal niemand het gaat zien (laat staan deert) dat die aan de achterkant eigenlijk te lang is. (En ja, ik weet dat Dickens pas in 1870 overleed en dat technisch gezien kleding uit de 1860’s ook nog kan, maar in praktijk zie je toch vooral de stijl van rond 1840.)

Anyway. De mantel was dus al min of meer af (al heeft die wat issues die ik nog graag wil fixen) dus de enige echte must was de bonnet. (Nee, ik kan mijn andere bonnet hier echt niet voor gebruiken, want dat is niet alleen een 1860-model maar ook een zomerhoedje!)

De meeste mensen onder tijdsdruk zouden nu denken: “Joh, ik maak gewoon even snel een basismodel dat goed genoeg is voor komend evenement en dan kan ik later nog wel een echte mooie maken.” Maar ik ben niet de meeste mensen. Ik doe iets goed of ik doe het niet. Niet alleen uit principe en perfectionisme, maar ook omdat ik het zonde van het materiaal, geld en de tijd vind om iets te maken dat later opnieuw moet. Dus ging ik los.

Stap 1: Maak een proefmodel van karton om uit te vogelen hoe je de juiste vorm krijgt (nadat je je hebt verdiept in het bonnet-modebeeld van 1840 natuurlijk). Maak vervolgens een tweede proefmodel. Herhaal dit 32.492 keer totdat je eindelijk iets hebt dat werkt. (Grrrr, hoe moeilijk kan dit zijn?? :-S )

Voor degene die na mij komt: dit moet het dus ongeveer worden.

Stap 2: Knip deze vorm uit buckram en stik hoedendraad langs de rand voor versteviging.

Dit klinkt ook makkelijker dan het is. Goede buckram is nergens in Nederland te krijgen! De enige webwinkel waar ik het goede spul vond, mailde me na het plaatsen van mijn bestelling dat ze het, oeps, toch niet op voorraad hadden. Toen ik het daarna bij een hoedenmaakartikelenwebshop bestelde, bleek het spul dat zij leverden, zoals ik al vreesde, inderdaad veel te floppy te zijn. Dus heb ik uiteindelijk maar twee lagen over elkaar heen gelegd voor de extra stevigheid.

En ja, vroeger maakte ik mijn hoeden van vinyl, maar inmiddels heb ik meer budget en hoef ik niet meer zo cheap-ass mogelijk mijn materialen te scoren. Want een stuk vloerbedekking is toch best zwaar op je hoofd… (Oh, ik krijg ineens flashbacks naar mijn samuraiharnas van vinyl… XD )

Nu dus ook met hulp van ‘wonderclips’, die echt wel beter werken dan wasknijpers om je materiaal op zijn plaats te houden.
Dan de onderkanten tegen elkaar stikken en zo krijg je de basisvorm!

Stap 3: Sluit de achterkant en naai stof tegen de buiten- en binnenkant.

Het schijnt dat je de ronde opening aan de achterkant niet hoeft te vullen met buckram. Dat blijft door het hoedendraad prima rond. Ik maakte dus alleen een decoratief stukje stof, door het te plooien. Dat stikte ik vast tegen het buckram en vervolgens stikte ik de stof, in dezelfde vorm als waarin ik het buckram knipte, tegen zowel de binnen- als buitenkant. (Tip 1: gebruik een gebogen naald voor de binnenkant. Tip 2: op sommige stukken wil je een naad erbij knippen om om te kunnen slaan, maar de randjes aan de voorkant kun je later beter afwerken met biaisband, om een hoop stoflagen over elkaar te voorkomen.)

Mooi hè, die stof? Een perfecte blauwtint en met een lichte glans. Het is een restant van mijn Victoriaanse badpak en lag dus nog gewoon in de kast!

Stap 4: Het is niet deugdelijk om je nek te laten zien, dus knip een lange lap stof, rimpel die aan één kant en stik ‘m aan de achterkant van de bonnet vast.

Bij nader inzien had ik misschien beter een bandje ofzo tegen de onderkant kunnen zetten dan ‘m te zomen, want de onderrand is nu wat stijfjes geworden, waardoor het strookje stof niet zo soepel valt.

Stap 5: Decoreer!

Je verwacht het misschien niet, maar dit is best een lastige stap! Ik had nog diverse fournituren in huis, maar niet voldoende. Dus kocht ik nog meer decoratiespul in de winkel, maar je weet pas echt wat je nodig hebt tegen de tijd dat je het gaat verwerken. Ik heb in de winkel vooral gekeken naar wat qua kleur bij mijn stof zou passen, maar om het uiteindelijke ontwerp te bepalen heb ik gewoon vanalles tegen de basisbonnet aangemikt op verschillende manieren om te bepalen wat het mooiste werd.

De regel: je blijkt altijd te weinig lengte te hebben gekocht van je linten en je hebt ook altijd vanalles over (maar dat gaat gewoon de kast in voor de volgende keer dat ik iets in elkaar wil improviseren!)

Stap 6: Naai linten (ik gebruikte ribsband) aan de binnenkant om onder je kin te knopen, en een bandje van links naar rechts net boven je oren, om te voorkomen dat de bonnet afzakt.

Want zo’n bonnet moet wel héél goed gebalanceerd zijn, wil die keurig op je hoofd blijven zitten met alleen de gestrikte linten onder je kin. Ik had bij het maken van het patroon er op gelet dat hij goed zat, maar zodra je er dingen tegenaan gaat stikken, verandert de balans. En ik zag het al helemaal gebeuren dat we tijdens het optreden de wind van voren krijgen en de kap (lees: windvanger) continu naar achteren wordt geblazen.

Blijkbaar losten ze het vroeger ook op door een soort diadeem-achtige constructie binnenin te naaien, of een bandje van velours erin te zetten dat door de wrijving tegen je hoofd het enigszins vasthoudt. Verder geldt ook: hoe meer je de voorkant opvult met meuk, hoe meer dat helpt om de boel te laten zitten.

Stap 7: Decoreer de binnenkant.

Je kunt vanalles in de opening verwerken, zoals bloemen of kantjes, maar ik opteerde voor het rimpelen van een perfect matchend crêpe-reststofje met zijde-look dat ik nog in mijn kast vond. (Ik verbaas me regelmatig wat ik daar allemaal in vind. Waar ik deze stof ooit voor heb gebruikt? Geen idéé!)

Het oorspronkelijke plan was om dit stukje stof tegen het veloursbandje aan te naaien zodat het één geheel werd, maar dat werkte niet zoals ik had bedacht en dus heb ik de achterkant ook gewoon tegen de binnenkant van de bonnet gestikt. (Note to self: de volgende keer een langere strook knippen, deze is eigenlijk net te kort geworden.)

Stap 8: Bewonder het eindresultaat!

Net echt, toch? :-)

Nou ja, het model is historisch correct, de materialen niet. Aangezien ik nepbont heb gebruikt voor mijn mantel, ging het sowieso geen historisch correcte outfit worden. Maar het is zeker goed genoeg voor een Dickens-kerstmarkt!

Bestede tijd: 22,5 uur (inclusief het maken van het patroon)
Kosten: €40
 (ong. €20 voor het buckram en de hoedendraad, ong. €20 voor de decoraties; de stofjes had ik nog liggen)

Deze bonnet heeft dus veel te veel tijd gekost gezien de tijd die ik eigenlijk heb om alles af te krijgen (oh ja, ik moet ook nog nieuw repertoire instuderen…), maar zoals ik al zei wilde ik geen concessies doen aan de mate van detail. Bovendien moest ik zowat alles met de hand stikken – er is nauwelijks een naaimachine aan te pas gekomen om deze hoed te maken, want dat werkt uiteraard niet met deze vorm en dit materiaal.

Maar ik ben wel blij met het eindresultaat! Nu maar hopen dat hij in praktijk ook goed werkt met de rest van de outfit en mijn hoofd lekker warm houdt (en mijn bourdonpijpen niet in de weg zit en het geluid niet te veel blokkeert en niet te veel tunnelvisie veroorzaakt zodat ik mijn bandgenoten niet meer zie en hoor… :-X ).

Halloween-pompoen

Ik had nog nooit eerder zelf een pompoen-lantaarn gesneden voor Halloween! Terwijl me dat heel leuk leek om eens te doen. Wellicht heb ik vroeger als kind wel suikerbieten uitgehold om als lantaarn te dienen voor de Sint Maartensoptochten in ons dorp, maar dat kan ik me niet meer actief herinneren (en gezien de hardheid van suikerbieten, kroate in het Limburgs, lijkt het me dat mijn ouders dat toen voor ons zullen hebben gedaan). Vorig jaar wilde ik het al eens proberen, maar toen kwam het er niet van. Nu heb ik herfstvakantie, dus een mooi moment om een poging te wagen!

Ik had eigenlijk verwacht dat het lastig zou zijn om een pompoen uit te hollen en er gaten in te snijden, zonder in je vingers te snijden of de pompoen in stukken te breken. Maar het bleek supermakkelijk! Wellicht ook omdat ik goed materieel had: een lang, smal, gekarteld mes, een heel klein kartelmesje en een ijsschep.

Kijk eens hoe belachelijk goed dat dekseltje aansluit op de rest! :-O

De enige uitdaging was bepalen hoe diep ik moest snijden voor een ‘doorschijnende’ laag: diep genoeg zodat het licht er wel doorheen kon, maar niet zo diep dat ik helemaal door de schil heen ging.

Wat me wel tegenviel was de hoeveelheid vruchtvlees van binnen. Ik had me al helemaal verheugd op dagen lang pompoengerechten eten en had er verschillende receptjes voor uitgezocht. Maar toen ik het dekseltje van de bovenkant tilde, zag ik alleen maar draden met pitten, en gelijk daaronder een harde witte schil. Hoort daar geen vruchtvlees tussen te zitten…? En de pitten zijn groot en wit, terwijl de pitten die ik in de supermarkt koop, kleiner en groen zijn. Zijn deze pompoens wellicht puur gekweekt als decoratie en niet bedoeld voor consumptie? Of ben ik een verwende supermarktconsument en besef ik niet dat dit is hoe de gemiddelde pompoen eruit ziet?  :oops:

Anyway, ook al moet ik waarschijnlijk alsnog pompoenblokjes bij de supermarkt gaan kopen, ik ben in ieder geval blij met het visuele eindresultaat! En ja, uiteraard werd het een Cheshire Cat. 8-)

Krabpaalmodificatie v2

Uiterááááárd vond Sammy het krabpaal-trappetje dat ik voor hem maakte, helemaal niks. Hij keer er even naar, om zich vervolgens om te draaien en alsnog via de andere kant, superlomp, naar beneden te pleuren. Zucht.

Gelukkig ken ik mijn kat en had ik hier al rekening mee gehouden – er was een reden dat ik die trap niet gelijk grondig aan de krabpaal bevestigd had.

Maar goed, er moest dus een andere oplossing komen. Na nog een keer goed geobserveerd te hebben hoe Sammy graag naar beneden ging, besloot ik dat er een tussenniveau moest komen. Ik overwoog initieel om een eenvoudige, oude krabpaal via Marktplaats te scoren, alleen één onderdeel (paaltje met plank) te recyclen en op mijn exemplaar te bevestigen. Maar toen zag ik dat ik in de garage nog een oude tuinpaal had staan die ik ook wel kon gebruiken.

Dus ging ik aan de slag en zaagde ik een stuk van de tuinpaal af, rondde ik een oude plank af bij de hoekjes (het oog wil ook wat), schroefde ik beide op elkaar, en maakte ik een gat in de krabpaal zodat ik het geheel daar weer tegenaan kon schroeven. Tadaaaaa:

Ik was bang dat deze constructie superonstabiel zou worden, terwijl er wel dik 6 kilo kat aan moet gaat hangen, maar doordat ik een flink dikke en lange schroef heb gebruikt plus een behoorlijk groot metalen rondje ertussen, zit hij tegen verwachting in heel erg vast. Okee, het zal geen 20 jaar meegaan, maar dat hoeft ook niet.

Nu maar hopen dat Sammy door dit extra tussenstapje, wél zonder ongelukken weer naar beneden kan klimmen. Eventueel kan ik nog sisaltouw om de paal heen wikkelen en misschien nog wat fluffy stof om de plank heen nieten, zodat het wat meer bij de rest past. Maar eerst maar eens afwachten of dit ding een succes is.

Dickens-mantel

Met De Soete Inval worden we rond kerst nog wel eens gevraagd om op Dickens-evenementjes te spelen. Meestal zijn die maar één dag ergens in het hoge noorden en dus niet rendabel voor mij om daarvoor op en neer te karren. Maar je weet nooit wanneer er iets langskomt waar ik wél bij kan zijn, en dan moet ik voorbereid zijn. Oftewel: een goed excuus om eens een outfit in Dickens-stijl te naaien. En komt het er niet van, dan ga ik gewoon zelf een keer als bezoeker naar zo’n evenement, want ze zijn er in heel Nederland en lijken me erg sfeervol.

Ik heb natuurlijk al een hoop Victoriaanse kostuums, maar die zijn allemaal van later – ergens tussen 1860-1890. Charles Dickens leefde weliswaar tot 1870, maar de meeste festivals richten zich op de periode rond 1840 en dan is de mode toch wel wat anders. Belangrijk detail: ronde rokken in plaats van naar achter uitlopende, en geen hoepelrokken, alleen flinke petticoats. Dat vereist echt wel een ander type rok. Bovendien: een kerstmarkt is buiten, doorgaans in de vrieskou, dus de outfit moet goed warm zijn, zeker als je een hele dag ergens muziek moet gaan staan maken.

Het belangrijkste onderdeel van de Dickens-outfit is dus een warme mantel. Die maakte ik afgelopen week. Het (zelfgetekende) patroon en de stof lagen al een jaar klaar, want ik had eind vorig jaar al bedacht dat ik dit wilde maken maar toen was het er niet van gekomen…

Bestede tijd: Een kleine 19 uur, exclusief nog een paar uurtjes de meegenaaide flufjes bont met een naald uit de naadjes pulken. En exclusief het tekenen van het patroon en het maken van een proefmodel.
Kosten: Weet ik niet precies. Het nepbont was €15,- (de lap lag al járen in mijn kast te wachten op een goed project), het flanel aan de binnenkant was een restant van een ander project, en ik kan nergens terugvinden wat de blauwe wol (die ik wel speciaal hiervoor kocht) me vorig jaar heeft gekost. En dan nog €5,25 voor drie houtje-touwtje-sluitingen, die ik aan de binnenkant heb weggewerkt.

Omdat er nu nog geen rok met petticoat onder zit, hangt de mantel een beetje raar op de paspop. Ik hoop maar dat het straks goedkomt als die ook af zijn, want ik begin nu te vermoeden dat ik hem wellicht een beetje té wijd heb laten uitlopen. Nou ja, ik zou hem eventueel nog wat kunnen innemen. Als wil ik hem ook heel graag kunnen hergebruiken voor over mijn latere kostuums met hoepelrokken.

Ik twijfel nu ook over mijn keuze om de bontrand in één keer door te trekken langs zowel de sluiting middenvoor als langs de rand van het capeje. Het staat nu wel erg veel omhoog. Misschien toch maar daar losknippen en een naadje maken?

Argh, moeilijk! Ik denk dat ik eerst maar eens verder ga met de petticoat, rok en de blouse, en pas als ik alles samen zie, eventueel nog dingen ga aanpassen. Al was het alleen maar om alles voor december af te kunnen hebben – met mijn huidige volle agenda zie ik dat namelijk nog niet zo snel gebeuren…

Kattentrapje

Wat doe je als je seniore kat, die niet meer zo goed kan springen en klimmen, héél erg graag in het bovenste mandje van zijn krabpaal wil liggen, maar telkens vanaf het tussenplankje als een baksteen naar beneden plettert als hij er weer vanaf wil? Dan bouw je ‘m een trappetje. <3

Het is nog even afwachten hoe stabiel het ding blijft staan bij betreding door 6 kilo kater, en ook in hoeverre Sammy er überhaupt gebruik van gaat maken, want het plankje staat behoorlijk steil (hij kan niet minder schuin omhoog, omdat hij dan mijn deur blokkeert), maar als blijkt dat dit voor hem werkt, dan kan ik de constructie natuurlijk altijd verder verstevigen.

De bloemenpers

Mijn petekindje was jarig en dus was het weer tijd voor een zelfgeknutseld cadeautje van tante Lenny.

Eén van de cadeau-ideeën voor haar die ik ooit had opgeslagen, was een bloemenpers. Daar kan ze lekker creatief mee aan de slag, want Josh houdt van knutselen (goh, zou het in de familie zitten? ;-) ). Maar ik realiseerde me al snel dat die dingen niet veel meer zijn dan twee houten plankjes, vleugelmoertjes en schroefjes. En de meeste plankjes die te koop zijn, blijken ook nog eens behoorlijk klein – dat schiet natuurlijk niet op qua productie. Dit ging ik dus gewoon zelf maken!

Ik had nog wat hout in de schuur liggen. Wel ietwat dik hout, maar ach, daar ging het ook wel mee. Twee gelijke stukken zagen (nou ja, ongeveer dan) en daar 4 gaten in boren, op precies dezelfde plekken en goed recht van boven naar beneden (nou ja, ongeveer dan… en ze daarna met een iets groter boortje wat ruimer maken, zodat de boel alsnog past.  :roll: ). En dan de randjes netjes gladschuren, zodat Josh geen splinters in haar vingers krijgt.

Alleen maar houten plankjes zijn natuurlijk wel een beetje saai. Dus knipte ik niet alleen een voorraadje vloeipapier (had ik ook nog liggen) en stukjes karton (van een oude doos) om erbij te geven, maar ook een extra setje vloeipapier waar ik zelf mee kon uitproberen of het ding wel ging werken.

Bloemetjes haalde ik gewoon uit eigen tuin!

Even opzoeken op internet hoe lang de boel moest drogen. Wat, vier weken?? Is dit wel een goed cadeau voor een 6-jarige ADHD-er…? Nou ja, misschien leert ze er juist van dat je soms lange-termijn moet werken als je iets leuks wil creëren. En gelukkig ben ik zelf goed in op tijd dingen regelen, dus had ik op dat moment nog ruim 4 weken voordat haar verjaardag zou zijn en het cadeau dus klaar moest zijn.

Vier weken later schroefde ik de plankjes open en viel het resultaat me zeker niet tegen!

Voordat ik met de bloemen aan de slag ging, personaliseerde ik het bovenste plankje eerst met een houtbrander:

Daarna smeerde ik er een laagje modpodge (nog over van een eerder zelfgemaakt cadeau) overheen en legde ik de gedroogde bloemen er in een leuk patroontje op, waarna er weer een laag modpodge overheen ging.

Omdat ik nog bloemen over had, besloot ik om ook wat lege potjes te beplakken, nadat ik er de etiketjes van af had geweekt. Zo had Josh nog een extra voorbeeld van wat ze allemaal met gedroogde bloemen kon doen. En in die potjes kon ik vast wat knutselspulletjes stoppen, die ik naast deze bloemenpers ook cadeau wilde geven.

Één van de potjes had een deksel waar duidelijk op te zien was dat er olijven in hadden gezeten, dus die beplakte ik eerst met wat cadeaupapier, alvorens er een bloem op te plakken.

Alles samen:

Kosten: alleen een paar euro voor de bouten en vleugelmoeren, want ik had in de schuur geen setjes van vier stuks liggen die op elkaar pasten.
Bestede tijd: niet bijgehouden, maar reken dus op een aanvullende droogtijd van 4 weken!

Ik ben niet 100% tevreden over het eindresultaat, want je ziet best wel wat stroken in de opgedroogde modpodge. Ik denk dat een zachtere, bredere kwast wellicht kan helpen om de boel beter glad te strijken, dus die heb ik besteld voor bij een volgend knutselwerkje. En ik heb geleerd dat als je bloemen met een steeltje droogt, die echt heel plat en hard worden, waardoor het moeilijk is om ze op een ronde vorm te laten plakken! Verschillende steeltjes bleven maar eraf wippen. Opvalend is ook dat de prachtige blauwe bloemen wat doorzichtig zijn geworden nadat ik ze in de modpodge had gedaan. Dat is wel jammer, want alleen gedroogd zagen ze er veel mooier uit.

Maar goed, al met al is het best leuk geworden en hopelijk vooral inspirerend om er zelf mee aan de slag te gaan!

Cotte in kwarten

Een tijdje geleden verwelkomden we Geert als nieuw bandlid bij De Soete Inval. Uiteraard had hij op dat moment nog geen (correcte) middeleeuwse outfit. Net als Wigo kon hij in eerste instantie wel wat lenen uit de garderobe van Flip, maar uiteindelijk is het toch wel handig als iedereen gewoon zijn eigen kleding heeft. Maar ja, niet iedereen is zowel van de muziek als van het naaien. Dus vroeg Geert of ik niet iets voor hem wilde maken.

Ach, een cotte zit relatief snel in elkaar, dus dat was geen probleem. (Beenlingen zijn een andere uitdaging… die moeten goed strak en dus perfect op maat aansluiten.) Het was wel lastig dat hij niet in de buurt woont en ik dus alleen zijn door hemzelf gemeten maten had. Nou volg ik wel een opleiding tot coupeuse, maar voor de pasvorm van middeleeuwse outfits heb je weinig aan de regeltjes die je daar leert. Dus gokte ik maar een beetje hoeveel speling hij nodig zou hebben om het ding aan te krijgen, zonder dat het gelijk een hobbezak zou worden.

Hij koos zelf de vorm en de kleuren uit, waarna ik tijdens een evenement bij een stoffenkraampje een mooie lap rode linnen scoorde en later via internet nog een lap groen erbij kocht.

Tijdens een ander evenement kon hij het tussenresultaat even aantrekken en zag ik dat hij te wijd was geworden. Dat was geen probleem, want doordat Geert had gekozen voor een model waarbij er vier blokken met kleuren aan iedere kant zijn, was het immers makkelijk om de boel gewoon bij de naden middenvoor en middenachter in te nemen en dan de hals indien nodig wat wijder te knippen. Ik had daarom vooraf bewust gekozen om bij de punten waar ik twijfelde, iets meer ruimte te laten.

Hij hing overigens wel een beetje raar bij de taille. Wat kon ik daar nou fout hebben gedaan…? Het zijn toch allemaal gewoon rechte lijnen? Geert: “Oh, ik ben niet helemaal recht. Deze kant van mijn lichaam is wat langer. Kun jij dat zien?” Euh, ja dus. Volgende keer even doorgeven bij het maatnemen, want ook die ene centimeter maakt echt uit voor het optische resultaat! (Al vraag ik me af of ze daar in de middeleeuwen al rekening mee hielden – waarschijnlijk niet.)

Dit is het resultaat:

(Dit is ná strijken. Linnen… zucht.)

Omdat Geert dit jaar nog maar één evenement met ons meespeelt en ik dan niet aanwezig ben, zal ik helaas alleen aan de hand van foto’s kunnen zien hoe en of het eindresultaat een beetje leuk staat. Mochten er toch nog aanpassingen nodig zijn, dan wordt dat een winterprojectje als voorbereiding op het volgende festivalseizoen. En waarschijnlijk moeten er nog meer kostuum-onderdelen worden gemaakt (niet alleen de beenlingen, maar ook een warmere wollen tuniek voor tijdens koudere evenementen). Maar dat komt t.z.t. wel een keer. Mijn opleiding begint in september weer, dus dan heb ik vast genoeg andere dingen te naaien.

Voorraadkast-upgrade

Ik vrees dat ik wel een beetje de Mier ben, uit de fabel van ‘De Krekel en de Mier’. De zomer is leuk (en muziek maken ook), maar ik ben nu al bezig met het klaarmaken van mijn huis voor koudere periodes. Normaal gesproken begint die drang pas in de herfst, maar ik vermoed dat onder andere het maken van mijn garenklosjesgordijn het een beetje heeft vervroegd. Zo ligt er al een stapeltje boeken klaar om gelezen te worden tijdens donkere avonden, en heb ik alle versies van Monkey Island aangeschaft tijdens een Steam-sale, om die weer een keer te kunnen gaan spelen in de kerstvakantie ofzo. Wat kon ik nog meer doen? De voorraadkast onder de trap aanpakken! Want een volle, knusse voorraadkast vind ik heerlijk en is natuurlijk dé ideale manier om winterklaar te raken.

Tijdens de eerste lockdown was ik al eens enthousiast aan de slag gegaan met die voorraadkast en had ik alles van een nieuw laagje witte verf voorzien. Later dat jaar reorganiseerde ik de boel nog wat en ook op latere momenten bracht ik steeds verder verbeteringen aan wat betreft de indeling. Maar het kon vast nog mooier.

Jullie kennen vast wel die trend van tegenwoordig om een loeistrakke pantry te hebben, met allemaal van die plastic bakjes gesorteerd op kleur, zoals ze onder andere in The Home Edit laten zien:

Super om naar te kijken natuurlijk, maar ik ben er om meerdere redenen toch niet helemaal fan van. Ten eerste laat ik mijn verpakkingen het liefst zo lang mogelijk dicht, totdat ik werkelijk iets van de inhoud nodig heb. Als je alles gelijk overgiet in een bakje, blijft het veel minder lang goed. Ten tweede zijn doorzichtige bakjes wel handig om te kunnen zien wat er in zit, maar veel etenswaren kun je beter in een ondoorzichtige doos bewaren omdat licht ook invloed heeft op de kwaliteit ervan. En ten derde heb ik domweg niet zo veel snacks en ander eten in huis als de gemiddelde Amerikaan, en al zeker niks dat zo fantastisch kleurrijk / op kleur te sorteren is… Oh ja, en ik houd niet van plastic.

Ik koos dus voor een middenweg: een zo veel mogelijk netjes ingedeelde voorraadkast, maar wel eentje waar functionaliteit net iets belangrijker bleef dan hoe het oogt. Want tsja, die stofzuiger moet toch echt ergens staan, net als die bezems en dweilen. En de potjes met etenswaren wil ik in één oogopslag kunnen blijven zien, zodat ik weet wat ik nog in huis heb en snel kan checken wat de houdbaarheidsdatum is. Ik stopte dus alleen maar allerlei kleine huishoudelijke objecten, zoals schuursponsjes en luciferdoosjes, bij elkaar in een mandje. Idem voor spul dat ik zelden gebruik, zoals de potten verf (die ik liever in de schuur bewaar bij de rest, maar deze verf is duur en mag niet bevriezen in de winter).

Om het toch ook mooi te maken, zette ik niet alleen alles zo netjes mogelijk neer, maar niette ik ook kanten bandjes langs de randen van de planken. Wat een leuk  effect geeft dat!! <3 (Ik had dit kant nog in mijn kast liggen en gelukkig ook nog genoeg over om alle randjes mee te kunnen aankleden, maar ik heb geen idee meer waar dit een restant van was. Ik dacht in eerste instantie dat ik het had gekocht voor het naaien van mijn talma wrap, maar daar blijken alleen maar lange franjes op te zitten.)

Voor en na

Om meer ruimte te maken, zowel op de legplanken als op de vloer, besloot ik dat vooral de tassen gereorganiseerd moesten worden. De AH-shopper met mijn voorraad plastic tasjes verving ik door een rieten mand, waar ik ze nog veel makkelijker snel uit kan trekken. De stoffen draagtasjes, boodschappentasjes, diepvriestasjes en groentennetjes kregen een plekje aan een haakje aan de deur (in een grotere tas), net zoals mijn kleine handtasjes en vaak gebruikte laptoprugzak. Maar alle minder vaak gebruikte rugzakken en grote handtassen verhuisden naar de kast op zolder, waar ik al mijn koffers en reistassen bewaar.

In die zolderkast was te weinig plek, dus zaagde en bevestigde ik er een tweede legplank in van hout dat nog in de garage lag. (De vorige bewoners gebruikten deze kast als kledingkast, vandaar de hangstang. Maar die is voor mij niet nuttig.)

En hoewel ik binnenkort een nieuwe keuken ga uitzoeken, bood een extra plank in een van mijn keukenkastjes dermate veel direct voordeel, dat ik ook die zaagde en installeerde. Dit is echt veel handiger om mijn pannen te kunnen bewaren in plaats van een la, waarin je alles in elkaar moet stapelen en dus de binnenkant van de pannen beschadigt. Voorheen gebruikte ik mede daarom zowel de legplanken als de la, maar nu past alles in dat ene keukenkastje en heb ik zelfs een la over!

Eens kijken, wat wordt mijn volgende klus? Zucht, die nieuwe keuken dus vrees ik… Tijd voor een einde aan dat KVOG-gen (Keuken-Verbouw-Ontwijkend-Gedrag), Lenny!  :|