Sinds Richard bij me introk en de zolderkamer claimde, was er geen goede plek meer om het wasrek neer te zetten. We plaatsten hem dus maar op de overloop waar voorheen de strijkplank stond, en de strijkplank verhuisde naar het hok waar de wasmachine staat. Daar moest die wel ingeklapt staan totdat die nodig was, en bij gebruik stond hij onhandig in de geopende deur van het washok en de doorgang naar de zolder te belemmeren. Niet praktisch, en het ding steeds moeten in- en uitklappen voelde bovendien als een drempel om iets te gaan strijken. Dus bedacht ik een alternatief: een wasrek dat horizontaal boven het trapgat hangt. Dat was toch een loze ruimte, die zo nuttig kon worden ingezet. Aangezien we daar een balustrade hebben, zou het rek er gewoon op kunnen rusten en hoefden we alleen de achterkant tegen de muur aan te schroeven.
Het oorspronkelijke plan was om een houten frame te timmeren en daarin rondhoutjes en een paar metalen stangen te plaatsen. Maar toen Richard het frame af had en als test op de ballustrade legde, realiseerde ik me dat het misschien veel makkelijker was om één van de zijkanten van het wasrek af te slopen en gewoon dat rek op het frame te monteren. Minder mooi, wel snel en goedkoop.
Zo gezegd, zo gedaan. Ik plempte er nog even een laagje witte verf overheen en toen kon het wasrek in gebruik worden genomen!
Handig, toch? Weer een zolder-upgrade gerealiseerd!
Kleding repareren is duurzaam, en historisch correct. Maar er zitten inmiddels dermate veel lapjes over elkaar en de stof is dermate gescheurd in de laatste wasbeurt, dat nieuwe kousen maken makkelijker was dan repareren…
IJsheiligen is voorbij, dus de plantjes in onze vensterbanken (ze pasten niet op ééntje…) mochten eindelijk de buitenlucht in!
In onze moestuin-voortuin hadden we al eerder een appelboom, aalbessenstruik en hazelaar (die het zo te zien niet gaat overleven ) geplant en wat zaadjes gezaaid: wortel (die kun je beter niet verplaatsen na het zaaien), prei (die kan kou hebben – maar het is wel lastig onkruid wieden omdat opkomend gras en opkomende prei best moeilijk uit elkaar te houden is!) en pastinaak (die nog niet is opgekomen… of heb ik die ook voor onkruid aangezien? :-X ). Inmiddels staan er ook courgette, venkel, boerenkool, pompoen en tomaat. Daarnaast paprikaplanten in pot (zodat we ze van de winter makkelijk binnen kunnen zetten zodat ze het overleven) en we hebben ook zonnebloemen uitgezet (die kwamen inmiddels tot bovenaan het raamkozijn, dus daar waren we wellicht wat laat mee…).
De regenton is inmiddels ook aangesloten op de regenpijp, maar hij heeft lang droog gestaan dus hij lekt nog behoorlijk – hopelijk wordt hij uiteindelijk wel weer waterdicht, anders krijgen de pompoenen wel erg natte voeten…
Twee van de vier zonnebloemen staan in de achtertuin en ook daar hebben we voedsel: we hadden al frambozen en een aalbessenstruik, eerder dit jaar voegden we een blauwe bes toe, plantten we knoflook en aardbeien in de moestuinbak, en aardpeer in een speciekuip (die gaat anders woekeren). Dankzij Richard hangt er nu ook een plantenbak aan de schutting waar we kruiden (tijm en rozemarijn) in hadden gezaaid en boven de moestuinbak hangt inmiddels een tweede plantenbak, met rode peper en basilicum.
En… vorig jaar heeft één paprikaplant het overleefd, die ik in het najaar binnen had gezet. Tijdens zijn verblijf op de vensterbank, in afwachting van weer naar buiten mogen, heeft die al een rode paprika geproduceerd, die we zojuist hebben geoogst en vanavond gaan verorberen! <3 (Al vermoed ik dat de smaak te wensen overlaat, want hij voelt keihard aan )
De afgelopen dagen waren perfect om samen klusjes buitenshuis af te tikken, zodat ons huis nóg meer van ons tweetjes wordt!
Nadat Richard was ingetrokken en onze inboedels waren gecombineerd, hadden we nogal veel hout in de garage liggen, wat in de weg lag. Tijdens oud & nieuw fikten we al flink wat stukken op, maar niet alles. Bovendien waren sommige stukken hout eigenlijk te mooi om op te stoken, maar anderzijds ook niet de meest handige stukken om te bewaren voor een project. Daarnaast hadden we ook best wat ‘officieel’ brandhout in de schuur liggen voor bv. een bbq of kampvuurtje en die schuur lag eigenlijk ook overvol. Hmmm… Wat nou als we een deel van het resthout gebruikten om buiten een houtopslag te maken? Win-win!
En zo geschiedde. Richard timmerde de basis in elkaar en ik voorzag het geheel van een likje beits en een laagje dakleer (beide hadden we ook nog liggen). Tadaa! Knus hè? En een goede voorbereiding op de houtkachel die we overwegen in de huiskamer te laten plaatsen.
Alleen al de stellage zelf bestaat uit 5 verschillende soorten hout 😋
Een tijdje geleden had ik mooie metalen huisnummers gescoord en die moesten ook nog opgehangen worden. Toen ik bekeek wat een geschikte plek op de muur daarvoor was, realiseerde ik me dat Richard ook nog op het naambordje erbij moest. Dus lapte Richard een mooi reststukje eikenhout op om de cijfers op te schroeven en schuurde ik het metalen naambordje op en voorzag het van nieuwe verf:
(Het begin van ons huisnummer heb ik even verwijderd, anders wordt het waarschijnlijk té makkelijk voor inbrekers 😉)
Richard maakte daarnaast, van overgebleven hout van de tuinoverkapping, een verhoging voor de regenton, zodat er makkelijker een gieter onder past. Helaas kregen we de ton nog niet aangesloten op de regenpijp omdat de aansluiting van de slang van de vulautomaat niet gemaakt bleek voor zo’n dikke wand, dus dat is een project voor later deze week.
Maar yay, wat is ons huis weer een stukje functioneler en knusser geworden! ☺️
Richard wilde graag een aanvulling op zijn middeleeuwse garderobe. Hij had al lekker warme wollen bovenkleding, maar een luchtige linnen tuniek voor de zonnige dagen ontbrak. En hij wilde ook graag losse beenlingen (wel van wol). Als zijn vriendinnetje met naaiskills maakte ik die natuurlijk met liefde (spoiler: en wat gevloek) voor hem!
Alleen niet per direct. Want: druk met andere dingen. En het begin van het nieuwe seizoen was toch nog ver weg.
Afgelopen zomer shopten we samen voor stof, en op Castlefest vonden we mooi geel en groen linnen voor de tuniek. Rode wol had ik nog thuis liggen, al heb ik geen idee meer waar het een restant van was. Ik hoopte dat het genoeg zou zijn, want beenlingen moet je schuin van draad knippen, oftewel je moet het patroon schuin op de stof leggen zodat je zoveel mogelijk gebruikmaakt van de natuurlijke stretch in de stof. En dat kost natuurlijk behoorlijk meer stof dan wanneer je ze gewoon recht legt.
Voor de tuniek meette ik Richards maten op, maar voor de beenlingen speldde ik gewoon een lap reststof om zijn benen om de juiste pasvorm te krijgen. En maakte ik eentwee drie proefmodellen om zeker te weten dat ik het model goed had voordat ik de schaar in de wol zette.
Uiteindelijk pastte het beenling-patroon nét niet op de stof, maar het is ook heel middeleeuws om dan maar ergens een naadje toe te voegen om twee losse stukjes aan elkaar te zetten. De bovenkant van de beenlingen voerde ik ter afwerking met een stukje rood linnen dat ik ook nog had liggen.
Zo’n tuniek lijkt heel eenvoudig ten opzichte van beenlingen en zou dat ook moeten zijn, maar inmiddels heb ik een kleermakersoog en wil ik toch dat het geheel iets beter past dan een middeleeuwse zak… dus ook die tuniek haalde ik een paar keer uit elkaar, totdat ik doorhad dat het ‘m zat in het driehoekje onder de oksel, dat ik voor een grote kerel als Richard natuurlijk ook een stuk groter moest maken dan bij mijn eigen jurken om hem voldoende ruimte te geven zonder dat de rest van het ding in stoffrotten ging hangen.
De binnennaden van beide kledingstukken heb ik met de machine gestikt, maar alle zichtbare naadjes zijn met de hand gedaan. De verticale naden van de beenlingen heb ik opengestikt en ook de oogjes voor de bevestigingstouwtjes zijn met de hand gemaakt.
Na veel meer tijd erin te hebben gestopt dan gepland en gewild, is het geheel dan toch eindelijk af – en nog op tijd voor het nieuwe festivalseizoen ook!
(En ja, ik had de tuniek moeten strijken voordat ik Richard ermee op de foto zette. Aan het kreuken zie je iig wel dat het 100% linnen is… )
Ik had dus een tijdje geleden het plan opgevat om een moestuin in mijn voortuin te gaan maken. Pa, jarenlang fervent moestuinier, was sceptisch over het groeien van eetbare planten in een stadstuin aan de weg, maar ik trek me daar natuurlijk niets van aan.
Voordat er plantjes in de tuin gezet kunnen worden, moest er wel nog wat werk verzet worden: houtsnippers eruit, worteldoek eruit, borders verzetten, grond omspitten, grond verrijken door er moestuinaarde doorheen en mest overheen te strooien en opnieuw een pad van houtsnippers leggen. Verder had Richard bij de verhuizing ook een mooie houten regenton meegenomen. Omdat ik al een regenton in de achtertuin heb staan, besloten we dat die in de voortuin kon komen. Handig, dan hebben we gelijk water voor de plantjes bij de hand. Het laatste onderdeel van het plan was om de struik die je rechtsvoor op de voor-foto ziet, te verwijderen en er een laagstam-appelboom voor in de plaats te zetten. In het kader van: mocht de groentenoogst mislukken, dan hebben we altijd nog fruit.
Aangezien het geen klusje voor één dag, noch één weekend was, heb ik me er de afgelopen weken beetje bij beetje mee vermaakt.
De voor-situatie. Met alvast Richards regenton globaal op de gewenste plek gepositioneerd. Onder het raam loopt het borderrandje door tot achter de regenton, maar dat zie je niet door alle bruine plantenresten die eroverheen hangen.
Stap 1 was dus al dat houtspul eruit scheppen. Dat was iets meer volume dan ik had verwacht… gelukkig vond ik een grote plastic zak in de schuur.
Onder de houtsnippers lagen… tot pulp vergane snippers. Hoe kreeg ik dat nou weer weg? En sterker nog: waar liet ik het? Het was teveel voor de GFT-bak en het mocht er vast ook niet allemaal tegelijk in. Dan maar in vuilniszakken stoppen en het de komende weken beetje bij beetje via de GFT-container afvoeren.
Overigens blijkt dat het leggen van worteldoek niet voorkomt dat er wortels onder het doek groeien. Het was één grote wortelkluwe daar! De kleine worteltjes waren veel gedoe om met de hand tussen de aarde uit te pielen en de grote wortels, ik neem aan van de te verwijderen struik en de boom in de stoep, moesten met een zaag te lijf worden gegaan om ze eruit te krijgen:
Ik vermoed dat we het komende jaar veel paddenstoelen in de moestuin gaan krijgen, maar dat is dan maar zo.
Samen met Richard groef ik ook de kluit en wortels van de struik uit. Die klus deden we in de stromende regen, omdat de aldaar te planten appelboom al een week in een pot stond te wachten op te worden geplant, en ik hem daar niet te lang in wilde laten staan. Zucht, ik en mijn briljante ideeën ook altijd… Gelukkig heb ik een partner die niet alleen mij maar ook mijn ideeën leuk vindt en bovendien ook niet bang is voor een beetje regen en modder. <3 (Schoonmaakster: “Gebruiken jullie het bad weer? Moet ik die vaker schoon gaan maken?” Euh nee, we hebben er alleen onze modderkleding in afgespoeld… )
De border verplaatsen was gelukkig een iets makkelijker karweitje. Het omscheppen van alle aarde op de plekken waar plantjes moeten komen dan weer niet. Puf, hijg… graven is op zich al best zwaar werk, maar als je continu moet bukken om wortels en stenen te verwijderen, voel je het behoorlijk in je rug en benen! Gelukkig was het op dat moment wél heerlijk tuinwerkweer. En een tip: als je beter contact wil met je buren, ga in je voortuin werken! Ik heb die dag zowat al mijn straatgenoten gesproken, sommigen zelfs meer dan één keer.
De voorlaatste stap was het door de losse aarde spitten van moestuinaarde en er vervolgens nog wat korreltjes mest doorheen harken. Houtsnippers in het midden terugleggen als looppad, en tadaa:
Okee, het ziet er niet noodzakelijk beter uit dan de voor-situatie, maar de komende tijd heeft de aarde in ieder geval de mogelijkheid om de voedingsstoffen te laten vermengen en kunnen de beestjes zich weer wat in de grond settelen. En dan kunnen wij komende maand de zaadjes binnen vast voorzaaien, om ze daarna op hun nieuwe plekje uit te zetten!
De regenton moet overigens wel nog aangesloten worden, maar Richard gaat daar eerst een houten verhoging voor knutselen, zodat de gieter makkelijker onder het kraantje kan.
Ik was er vorig jaar zomer aan begonnen, met het idee dat ik voor en na afloop van onze optredens met De Soete Inval in het kampement wat handwerk kon doen om mezelf bezig te houden én gelijk wat nuttigs te doen. Maar op een gegeven moment was het toch handiger om er aan een fatsoenlijke tafel met fatsoenlijk wat ruimte en (heel) veel kopspelden en een meetlint aan te werken, waardoor ik het beter thuis kon doen. En bleef het projectje liggen, want: geen prioriteit, ik had al een sluier.
Nu het winter is, is het tijd om al dat soort klusjes alsnog af te krijgen voor komend festivalseizoen. Want eigenlijk wilde ik toch wel heel graag zo’n sluier met ruches hebben. Die was namelijk blijkbaar erg populair in de Nederlandse regionen rond 1350, de periode waar ik mijn cotehardie-outfit op heb gebaseerd. Dus dat zou een goede upgrade zijn. Bovendien vind ik de vorm heel elegant en mooier dan mijn huidige sluier – een beetje ijdel ben ik wel.
Initieel vond ik het lastig om onderzoek te doen naar hoe zo’n ding precies in elkaar zat. Ik kwam alleen de Engelse term ‘frilled veil’ tegen en pas later leerde ik dat hij op zijn Duits ‘Kruseler‘ wordt genoemd, waarna ik veel meer zoekresultaten kreeg. Maar ik heb nog steeds geen idee hoe we hem in het Nederlands noemen.
14e eeuw
Middeleeuwse powervrouwen – de beste inspiratiebron!
rond 1300
2e helft 14e eeuw
Duitsland, 1358
Natuurlijk is er niet maar één type van dit soort sluier. Ze kwamen in varianten wat betreft bv. sluiervorm, of de ruches alleen aan de voorkant zaten of langs de hele sluier, en het aantal laagjes over elkaar.
“If it’s worth doing, it’s worth overdoing”
Je had ook een variant die veel stijver was, omdat de plooien veel strakker tegen elkaar aan genaaid zaten:
Zwitserland, 1372
Er is ook discussie over de manier waarop je ze maakt. Er zijn er zo goed als geen bewaard gebleven, op ééntje na, als ik mijn bronnen mag vertrouwen, en die is geheel geweven. Dat doe je door aan de rand van het weefsel meer draadjes te verwerken, waardoor de boel vanzelf gaat plooien. Zoals deze reproductie:
Prachtig en gegarandeerd authentiek, maar schreeuwend duur – online zijn ze gemiddeld voor zo’n €200 per stuk te koop. Logisch, want handwerk kost tijd, maar dat heb ik er toch niet voor over. Want momenteel zie ik mezelf meer als muzikant die in de sfeer van de middeleeuwse festivals wil passen dan een hardcore reenactor.
Gelukkig blijken er ook plaatjes en beelden te zijn waarop het lijkt alsof er een naadje in de sluier zit, wat impliceert dat de ruches erop zijn genaaid. In deze blogpost tonen ze er diverse van, en ook het argument dat het onmogelijk is om ruches helemaal rondom de sluier te weven als die in de vorm van een halve cirkel is, en dat het volgens mij ook niet te doen is om die strakgeplooide variant via alleen weven te bereiken, sterkt mij in het idee dat er ook variaties waren in de maakwijze. Dus ging ik voor de aangestikte ruches.
Nou klinkt het alsof ik de boel vooraf helemaal doordacht had, maar dat was niet zo. Initieel maakte ik een variant waarbij de plooitjes strak tegen elkaar zijn genaaid.
Maar toen die voor de helft in elkaar zat en ik hem voor de spiegel uitprobeerde, veranderde ik van gedachten. Eigenlijk vond ik die variant helemaal niet zo mooi. Bovendien: als ik voor een minder volle variant ging, kon ik er waarschijnlijk wél mijn strohoed overheen dragen. Die heb ik vaak nodig omdat we in de zomer spelen en soms in de volle zon moeten staan bij gebrek aan schaduw, dus dat zou me meer momenten geven waarop ik de sluier kon dragen.
Cute, but no.
Dus tornde ik de boel los en rimpelde ik de strookjes linnen opnieuw. Om daarna wéér opnieuw te beginnen nadat ik alles had vastgespeld, want ik vond dat er nog steeds te heftige rimpels in zaten. Snik.
In plaats van de rimpelstrook tot 1/3e in te rimpelen, rimpelde ik de lengte nu maar voor de helft (als in: ik maakte de strook 2x zo lang als de lengte van de sluierrand waar ‘ie aan moet komen). En dat bleek het (naar mijn smaak) mooiste resultaat op te leveren.
Ja ja, ik hád hem kunnen strijken voorafgaand aan de fotosessie….
Mijn versie heeft dus maar 2 randjes aan de voorkant. Aangezien ik las dat er bij dit soort sluiers niet alleen meerdere laagjes rimpels over elkaar heen zitten, maar er ook meerdere complete sluiers over elkaar heen werden gestikt om dit effect te krijgen, overweeg ik nu om nog een tweede te maken en beide tegen elkaar vast te stikken. Bijkomend voordeel is dat dan ook de naad aan de onderkant niet meer zichtbaar is, omdat die dan tussen de sluiers wordt ‘gesandwiched’. Aangezien ik mijn rimpelstrook initieel veel breder had gemaakt dan ik uiteindelijk nodig had, heb ik toch nog een al omgezoomde strook daarvoor klaarliggen. Ik weet alleen niet of ik nog genoeg stof heb voor de sluier zelf. Maar ik zou natuurlijk ook alleen maar één strookje tegen de onderkant kunnen stikken. Van de andere kant moet ik ook uitkijken dat die hoed er nog steeds overheen kan. Dus… laat ik hem eerst maar eens een paar evenementen uitproberen. Want ik moet ook nog nieuwe kousenbandjes weven en een outfit voor Richard maken. Er is altijd iets te doen… Kama-ya-ya-yippie-yippie-yay!
Het knieschot dat Richard en ik in december knutselden om op zolder meer opbergruimte te creëren, was toen nog niet helemaal af. We maakten het van gegrond mdf en dat was dus wel wit, maar niet echt mooi geschilderd. Ook vond ik de kieren aan de zijkant best storend en wilde ik die zoveel mogelijk afdekken.
Daarom ben ik afgelopen weken aan de slag gegaan met het op maat zagen en bevestigen van een dunne voorgegronde plank (die ik voor slechts 3 euro in de restantenbak van de Praxis vond – hoezee!). Ook haalde ik een decoratief afdeklatje bij de bouwmarkt om boven de plint te plakken, om de boel iets organischer gevormd ipv strak te laten ogen. En ik schilderde de boel, met behulp van een resterend blikje verf van het soort dat ik destijds voor mijn deurposten en deuren heb gebruikt, voor een uniforme look met de rest van het huis. Als finishing touch bevestigde ik handgesmede (nee, niet door Richard) metalen greepjes.
Nu is ‘ie echt af!
Close-up van het decoratieve latje en een van de greepjes
De kast is nog steeds niet recht (we kregen de scharnieren waar de horizontale plint aan bevestigd zit niet strakgedraaid dus het ding blijft naar binnen vallen en de zijkanten van het rek aan de binnenkant zijn blijkbaar ook niet zo waterpas als we dachten), maar het valt nu in ieder geval niet meer zo op.
Nou ja, nieuw – voor slechts 30 euro gescoord op Marktplaats. ^_^
Inclusief een rooster voor op de bodem en een werkende thermometer, wat je bijna niet tweedehands krijgt! De glastang kocht ik wel nieuw erbij.
Toch een heel stuk handiger om mee te wecken dan mijn pannen, waar de weckpotten niet goed in passen qua hoogte. Bovendien kunnen hier heel veel tegelijk in, dus is het veel efficiënter wecken (mocht ooit mijn moestuinplan werkelijkheid worden en ik daadwerkelijk iets overhoud om te wecken ).
Hij is niet elektrisch, dus het is wat lastiger om hem een uur op de juiste temperatuur te houden, maar het voordeel is weer dat hij op alle warmtebronnen werkt. Dus nu gebruik ik hem op mijn inductiekookplaat en mocht ooit de stroom uitvallen en we back-to-basic moeten, dan kan hij op een gasstelletje of houtvuurtje. Prepper-vriendelijk dus!
Want ja, ik ben nog steeds bezig met uitproberen hoe ik goede voedselvoorraden kan creëren. En dan niet alleen qua bewaren, maar ook gebruiken. Geweckte groente is makkelijk te gebruiken in je eten, maar met het gedroogde spul ben ik nog wat zoekende. Gedroogde paprika en courgette in de nasi gooien was nog geen groot succes want: best hard, ondanks vooraf wellen. Het werkt waarschijnlijk beter voor stoofpotjes en soepen, maar die maak ik niet zo vaak.
Mijn huidige droog-experiment is het drogen van banaan en kijken proeven hoe het smaakt als ik die ‘s ochtends door de havermout en yoghurt gooi!
Aangezien Richard bij me intrekt, moest er wat geklust worden in mijn huis. Gelukkig was dat niet veel: wat laminaat leggen, een knieschot timmeren, wat meubels en spullen verplaatsen en nog wat kleinere klusjes. En normaal gesproken is het zo dat wanneer je een koophuis van de hand doet, de klusjes voor rekening van de nieuwe bewoner zijn. Vind je het laminaat of tapijt niet mooi? Dan regel je zelf wat anders wat wel je smaak is. Tuin verwilderd? Je kocht het huis as is, dus het is nu jouw probleem. Maar Richard heeft een huurhuis en daar geldt helaas wat anders. Als de nieuwe huurders je meuk niet willen hebben, moet je alles terugbrengen in de oorspronkelijke staat. En de meeste huurders zitten niet te wachten op een ‘wilde tuin’, en aangezien het laminaat en de vloerbedekking aldaar al enkele generaties huurders meeging, was het niet zo vreemd dat ze die ook niet wilden. Oftewel: hij had een flink aantal klussen voor de boeg en ik kon hem die natuurlijk niet alleen laten doen. Dus staan de afgelopen en komende dagen in het teken van klussen en schoonmaken.
Dit weekend gingen we van start en werkten we hard door. Mos van de terrastegels verwijderen, moestuinbakken weghalen, gaatjes in de muren vullen, vloerbedekking van de zolder, zoldertrap en trap naar de eerste verdieping verwijderen (inclusief ondervloer eraf schrapen, 295.832 nietjes eruit pulken en de tredes opschuren), laminaat uit de gang, woonkamer en keuken verwijderen, sanitair kalkvrij maken en blinkend schoonpoetsen.
En wederom vast wat kleinere spullen inpakken om mee naar Nijmegen terug te nemen. Oh ja, en we wilden vast de droger en wasmachine van de zolder naar beneden sjouwen, want die hoeven niet mee en moeten of worden verkocht/gedoneerd, of naar de milieustraat. Ik dacht slim te zijn en zo’n zeswielig steekwagentje bij de Gamma te huren, zodat we onze ruggen er niet op zouden breken. Maar toen ik met het ding thuis was gearriveerd en hem de trap op trok, zag ik dat dat helemaal niet ging werken… De draaiende traptreden waren erg smal in de bocht – zo smal, dat de wieltjes daar amper grip hadden. En de steekwagen was best wel diep – zo diep dat hij zonder belading al amper de bocht om kwam. Oftewel: beladen met een wasmachine gingen we die nevernooitniet de trap afkrijgen. Er zat niks anders op dan alsnog zelf sjouwen.
Het lukte ons om met z’n tweeën de droger van zolder naar de garage te krijgen, maar bij de wasmachine, die nóg een slag zwaarder bleek te zijn, moest ik helaas toegeven dat ik als vrouw van 1,59 meter onvoldoende tilkracht heb om Richard hiermee te helpen en bovendien veilig te houden. Meh. Niet mijn stijl om op te geven. Maar ik wilde natuurlijk ook niet dat het ding per ongeluk bovenop mijn liefste zou belanden omdat ik hem toch niet meer kon houden.
Dus nu hopen we maar dat onze verhuishulpen langer en sterker zijn dan ik en het wel voor elkaar krijgen. Als plan B heb ik ook nog bedacht dat ik misschien spanbanden onder de machine door kan halen en die over mijn schouder kan hangen, zodat ik in ieder geval meer grip heb (want het apparaat heeft ook nauwelijks randjes om ‘m aan vast te pakken) en beter het gevaarte langs de ronding van de trap kan helpen manouvreren (want je zit al snel met je vingers klem tussen muur en machine). Misschien dat we dat a.s. zaterdag nog kunnen proberen, voordat op zondag de verhuishulpen komen. Mocht er iemand tips hebben om een wasmachine veilig beneden te krijgen (en nee, dat is _niet_ uit het raam flikkeren… ) dan zijn die welkom!