Category: Zelf maken

Dickens-mantel

Met De Soete Inval worden we rond kerst nog wel eens gevraagd om op Dickens-evenementjes te spelen. Meestal zijn die maar één dag ergens in het hoge noorden en dus niet rendabel voor mij om daarvoor op en neer te karren. Maar je weet nooit wanneer er iets langskomt waar ik wél bij kan zijn, en dan moet ik voorbereid zijn. Oftewel: een goed excuus om eens een outfit in Dickens-stijl te naaien. En komt het er niet van, dan ga ik gewoon zelf een keer als bezoeker naar zo’n evenement, want ze zijn er in heel Nederland en lijken me erg sfeervol.

Ik heb natuurlijk al een hoop Victoriaanse kostuums, maar die zijn allemaal van later – ergens tussen 1860-1890. Charles Dickens leefde weliswaar tot 1870, maar de meeste festivals richten zich op de periode rond 1840 en dan is de mode toch wel wat anders. Belangrijk detail: ronde rokken in plaats van naar achter uitlopende, en geen hoepelrokken, alleen flinke petticoats. Dat vereist echt wel een ander type rok. Bovendien: een kerstmarkt is buiten, doorgaans in de vrieskou, dus de outfit moet goed warm zijn, zeker als je een hele dag ergens muziek moet gaan staan maken.

Het belangrijkste onderdeel van de Dickens-outfit is dus een warme mantel. Die maakte ik afgelopen week. Het (zelfgetekende) patroon en de stof lagen al een jaar klaar, want ik had eind vorig jaar al bedacht dat ik dit wilde maken maar toen was het er niet van gekomen…

Bestede tijd: Een kleine 19 uur, exclusief nog een paar uurtjes de meegenaaide flufjes bont met een naald uit de naadjes pulken. En exclusief het tekenen van het patroon en het maken van een proefmodel.
Kosten: Weet ik niet precies. Het nepbont was €15,- (de lap lag al járen in mijn kast te wachten op een goed project), het flanel aan de binnenkant was een restant van een ander project, en ik kan nergens terugvinden wat de blauwe wol (die ik wel speciaal hiervoor kocht) me vorig jaar heeft gekost. En dan nog €5,25 voor drie houtje-touwtje-sluitingen, die ik aan de binnenkant heb weggewerkt.

Omdat er nu nog geen rok met petticoat onder zit, hangt de mantel een beetje raar op de paspop. Ik hoop maar dat het straks goedkomt als die ook af zijn, want ik begin nu te vermoeden dat ik hem wellicht een beetje té wijd heb laten uitlopen. Nou ja, ik zou hem eventueel nog wat kunnen innemen. Als wil ik hem ook heel graag kunnen hergebruiken voor over mijn latere kostuums met hoepelrokken.

Ik twijfel nu ook over mijn keuze om de bontrand in één keer door te trekken langs zowel de sluiting middenvoor als langs de rand van het capeje. Het staat nu wel erg veel omhoog. Misschien toch maar daar losknippen en een naadje maken?

Argh, moeilijk! Ik denk dat ik eerst maar eens verder ga met de petticoat, rok en de blouse, en pas als ik alles samen zie, eventueel nog dingen ga aanpassen. Al was het alleen maar om alles voor december af te kunnen hebben – met mijn huidige volle agenda zie ik dat namelijk nog niet zo snel gebeuren…

Kattentrapje

Wat doe je als je seniore kat, die niet meer zo goed kan springen en klimmen, héél erg graag in het bovenste mandje van zijn krabpaal wil liggen, maar telkens vanaf het tussenplankje als een baksteen naar beneden plettert als hij er weer vanaf wil? Dan bouw je ‘m een trappetje. <3

Het is nog even afwachten hoe stabiel het ding blijft staan bij betreding door 6 kilo kater, en ook in hoeverre Sammy er überhaupt gebruik van gaat maken, want het plankje staat behoorlijk steil (hij kan niet minder schuin omhoog, omdat hij dan mijn deur blokkeert), maar als blijkt dat dit voor hem werkt, dan kan ik de constructie natuurlijk altijd verder verstevigen.

De bloemenpers

Mijn petekindje was jarig en dus was het weer tijd voor een zelfgeknutseld cadeautje van tante Lenny.

Eén van de cadeau-ideeën voor haar die ik ooit had opgeslagen, was een bloemenpers. Daar kan ze lekker creatief mee aan de slag, want Josh houdt van knutselen (goh, zou het in de familie zitten? ;-) ). Maar ik realiseerde me al snel dat die dingen niet veel meer zijn dan twee houten plankjes, vleugelmoertjes en schroefjes. En de meeste plankjes die te koop zijn, blijken ook nog eens behoorlijk klein – dat schiet natuurlijk niet op qua productie. Dit ging ik dus gewoon zelf maken!

Ik had nog wat hout in de schuur liggen. Wel ietwat dik hout, maar ach, daar ging het ook wel mee. Twee gelijke stukken zagen (nou ja, ongeveer dan) en daar 4 gaten in boren, op precies dezelfde plekken en goed recht van boven naar beneden (nou ja, ongeveer dan… en ze daarna met een iets groter boortje wat ruimer maken, zodat de boel alsnog past.  :roll: ). En dan de randjes netjes gladschuren, zodat Josh geen splinters in haar vingers krijgt.

Alleen maar houten plankjes zijn natuurlijk wel een beetje saai. Dus knipte ik niet alleen een voorraadje vloeipapier (had ik ook nog liggen) en stukjes karton (van een oude doos) om erbij te geven, maar ook een extra setje vloeipapier waar ik zelf mee kon uitproberen of het ding wel ging werken.

Bloemetjes haalde ik gewoon uit eigen tuin!

Even opzoeken op internet hoe lang de boel moest drogen. Wat, vier weken?? Is dit wel een goed cadeau voor een 6-jarige ADHD-er…? Nou ja, misschien leert ze er juist van dat je soms lange-termijn moet werken als je iets leuks wil creëren. En gelukkig ben ik zelf goed in op tijd dingen regelen, dus had ik op dat moment nog ruim 4 weken voordat haar verjaardag zou zijn en het cadeau dus klaar moest zijn.

Vier weken later schroefde ik de plankjes open en viel het resultaat me zeker niet tegen!

Voordat ik met de bloemen aan de slag ging, personaliseerde ik het bovenste plankje eerst met een houtbrander:

Daarna smeerde ik er een laagje modpodge (nog over van een eerder zelfgemaakt cadeau) overheen en legde ik de gedroogde bloemen er in een leuk patroontje op, waarna er weer een laag modpodge overheen ging.

Omdat ik nog bloemen over had, besloot ik om ook wat lege potjes te beplakken, nadat ik er de etiketjes van af had geweekt. Zo had Josh nog een extra voorbeeld van wat ze allemaal met gedroogde bloemen kon doen. En in die potjes kon ik vast wat knutselspulletjes stoppen, die ik naast deze bloemenpers ook cadeau wilde geven.

Één van de potjes had een deksel waar duidelijk op te zien was dat er olijven in hadden gezeten, dus die beplakte ik eerst met wat cadeaupapier, alvorens er een bloem op te plakken.

Alles samen:

Kosten: alleen een paar euro voor de bouten en vleugelmoeren, want ik had in de schuur geen setjes van vier stuks liggen die op elkaar pasten.
Bestede tijd: niet bijgehouden, maar reken dus op een aanvullende droogtijd van 4 weken!

Ik ben niet 100% tevreden over het eindresultaat, want je ziet best wel wat stroken in de opgedroogde modpodge. Ik denk dat een zachtere, bredere kwast wellicht kan helpen om de boel beter glad te strijken, dus die heb ik besteld voor bij een volgend knutselwerkje. En ik heb geleerd dat als je bloemen met een steeltje droogt, die echt heel plat en hard worden, waardoor het moeilijk is om ze op een ronde vorm te laten plakken! Verschillende steeltjes bleven maar eraf wippen. Opvalend is ook dat de prachtige blauwe bloemen wat doorzichtig zijn geworden nadat ik ze in de modpodge had gedaan. Dat is wel jammer, want alleen gedroogd zagen ze er veel mooier uit.

Maar goed, al met al is het best leuk geworden en hopelijk vooral inspirerend om er zelf mee aan de slag te gaan!

Cotte in kwarten

Een tijdje geleden verwelkomden we Geert als nieuw bandlid bij De Soete Inval. Uiteraard had hij op dat moment nog geen (correcte) middeleeuwse outfit. Net als Wigo kon hij in eerste instantie wel wat lenen uit de garderobe van Flip, maar uiteindelijk is het toch wel handig als iedereen gewoon zijn eigen kleding heeft. Maar ja, niet iedereen is zowel van de muziek als van het naaien. Dus vroeg Geert of ik niet iets voor hem wilde maken.

Ach, een cotte zit relatief snel in elkaar, dus dat was geen probleem. (Beenlingen zijn een andere uitdaging… die moeten goed strak en dus perfect op maat aansluiten.) Het was wel lastig dat hij niet in de buurt woont en ik dus alleen zijn door hemzelf gemeten maten had. Nou volg ik wel een opleiding tot coupeuse, maar voor de pasvorm van middeleeuwse outfits heb je weinig aan de regeltjes die je daar leert. Dus gokte ik maar een beetje hoeveel speling hij nodig zou hebben om het ding aan te krijgen, zonder dat het gelijk een hobbezak zou worden.

Hij koos zelf de vorm en de kleuren uit, waarna ik tijdens een evenement bij een stoffenkraampje een mooie lap rode linnen scoorde en later via internet nog een lap groen erbij kocht.

Tijdens een ander evenement kon hij het tussenresultaat even aantrekken en zag ik dat hij te wijd was geworden. Dat was geen probleem, want doordat Geert had gekozen voor een model waarbij er vier blokken met kleuren aan iedere kant zijn, was het immers makkelijk om de boel gewoon bij de naden middenvoor en middenachter in te nemen en dan de hals indien nodig wat wijder te knippen. Ik had daarom vooraf bewust gekozen om bij de punten waar ik twijfelde, iets meer ruimte te laten.

Hij hing overigens wel een beetje raar bij de taille. Wat kon ik daar nou fout hebben gedaan…? Het zijn toch allemaal gewoon rechte lijnen? Geert: “Oh, ik ben niet helemaal recht. Deze kant van mijn lichaam is wat langer. Kun jij dat zien?” Euh, ja dus. Volgende keer even doorgeven bij het maatnemen, want ook die ene centimeter maakt echt uit voor het optische resultaat! (Al vraag ik me af of ze daar in de middeleeuwen al rekening mee hielden – waarschijnlijk niet.)

Dit is het resultaat:

(Dit is ná strijken. Linnen… zucht.)

Omdat Geert dit jaar nog maar één evenement met ons meespeelt en ik dan niet aanwezig ben, zal ik helaas alleen aan de hand van foto’s kunnen zien hoe en of het eindresultaat een beetje leuk staat. Mochten er toch nog aanpassingen nodig zijn, dan wordt dat een winterprojectje als voorbereiding op het volgende festivalseizoen. En waarschijnlijk moeten er nog meer kostuum-onderdelen worden gemaakt (niet alleen de beenlingen, maar ook een warmere wollen tuniek voor tijdens koudere evenementen). Maar dat komt t.z.t. wel een keer. Mijn opleiding begint in september weer, dus dan heb ik vast genoeg andere dingen te naaien.

Voorraadkast-upgrade

Ik vrees dat ik wel een beetje de Mier ben, uit de fabel van ‘De Krekel en de Mier’. De zomer is leuk (en muziek maken ook), maar ik ben nu al bezig met het klaarmaken van mijn huis voor koudere periodes. Normaal gesproken begint die drang pas in de herfst, maar ik vermoed dat onder andere het maken van mijn garenklosjesgordijn het een beetje heeft vervroegd. Zo ligt er al een stapeltje boeken klaar om gelezen te worden tijdens donkere avonden, en heb ik alle versies van Monkey Island aangeschaft tijdens een Steam-sale, om die weer een keer te kunnen gaan spelen in de kerstvakantie ofzo. Wat kon ik nog meer doen? De voorraadkast onder de trap aanpakken! Want een volle, knusse voorraadkast vind ik heerlijk en is natuurlijk dé ideale manier om winterklaar te raken.

Tijdens de eerste lockdown was ik al eens enthousiast aan de slag gegaan met die voorraadkast en had ik alles van een nieuw laagje witte verf voorzien. Later dat jaar reorganiseerde ik de boel nog wat en ook op latere momenten bracht ik steeds verder verbeteringen aan wat betreft de indeling. Maar het kon vast nog mooier.

Jullie kennen vast wel die trend van tegenwoordig om een loeistrakke pantry te hebben, met allemaal van die plastic bakjes gesorteerd op kleur, zoals ze onder andere in The Home Edit laten zien:

Super om naar te kijken natuurlijk, maar ik ben er om meerdere redenen toch niet helemaal fan van. Ten eerste laat ik mijn verpakkingen het liefst zo lang mogelijk dicht, totdat ik werkelijk iets van de inhoud nodig heb. Als je alles gelijk overgiet in een bakje, blijft het veel minder lang goed. Ten tweede zijn doorzichtige bakjes wel handig om te kunnen zien wat er in zit, maar veel etenswaren kun je beter in een ondoorzichtige doos bewaren omdat licht ook invloed heeft op de kwaliteit ervan. En ten derde heb ik domweg niet zo veel snacks en ander eten in huis als de gemiddelde Amerikaan, en al zeker niks dat zo fantastisch kleurrijk / op kleur te sorteren is… Oh ja, en ik houd niet van plastic.

Ik koos dus voor een middenweg: een zo veel mogelijk netjes ingedeelde voorraadkast, maar wel eentje waar functionaliteit net iets belangrijker bleef dan hoe het oogt. Want tsja, die stofzuiger moet toch echt ergens staan, net als die bezems en dweilen. En de potjes met etenswaren wil ik in één oogopslag kunnen blijven zien, zodat ik weet wat ik nog in huis heb en snel kan checken wat de houdbaarheidsdatum is. Ik stopte dus alleen maar allerlei kleine huishoudelijke objecten, zoals schuursponsjes en luciferdoosjes, bij elkaar in een mandje. Idem voor spul dat ik zelden gebruik, zoals de potten verf (die ik liever in de schuur bewaar bij de rest, maar deze verf is duur en mag niet bevriezen in de winter).

Om het toch ook mooi te maken, zette ik niet alleen alles zo netjes mogelijk neer, maar niette ik ook kanten bandjes langs de randen van de planken. Wat een leuk  effect geeft dat!! <3 (Ik had dit kant nog in mijn kast liggen en gelukkig ook nog genoeg over om alle randjes mee te kunnen aankleden, maar ik heb geen idee meer waar dit een restant van was. Ik dacht in eerste instantie dat ik het had gekocht voor het naaien van mijn talma wrap, maar daar blijken alleen maar lange franjes op te zitten.)

Voor en na

Om meer ruimte te maken, zowel op de legplanken als op de vloer, besloot ik dat vooral de tassen gereorganiseerd moesten worden. De AH-shopper met mijn voorraad plastic tasjes verving ik door een rieten mand, waar ik ze nog veel makkelijker snel uit kan trekken. De stoffen draagtasjes, boodschappentasjes, diepvriestasjes en groentennetjes kregen een plekje aan een haakje aan de deur (in een grotere tas), net zoals mijn kleine handtasjes en vaak gebruikte laptoprugzak. Maar alle minder vaak gebruikte rugzakken en grote handtassen verhuisden naar de kast op zolder, waar ik al mijn koffers en reistassen bewaar.

In die zolderkast was te weinig plek, dus zaagde en bevestigde ik er een tweede legplank in van hout dat nog in de garage lag. (De vorige bewoners gebruikten deze kast als kledingkast, vandaar de hangstang. Maar die is voor mij niet nuttig.)

En hoewel ik binnenkort een nieuwe keuken ga uitzoeken, bood een extra plank in een van mijn keukenkastjes dermate veel direct voordeel, dat ik ook die zaagde en installeerde. Dit is echt veel handiger om mijn pannen te kunnen bewaren in plaats van een la, waarin je alles in elkaar moet stapelen en dus de binnenkant van de pannen beschadigt. Voorheen gebruikte ik mede daarom zowel de legplanken als de la, maar nu past alles in dat ene keukenkastje en heb ik zelfs een la over!

Eens kijken, wat wordt mijn volgende klus? Zucht, die nieuwe keuken dus vrees ik… Tijd voor een einde aan dat KVOG-gen (Keuken-Verbouw-Ontwijkend-Gedrag), Lenny!  :|

Vliegengordijn van garenklosjes

Soms geeft je muze je de meest fantastische ideeën. En soms moet je je muze eigenlijk een schop onder haar hol geven…

Die van mij fluisterde me namelijk jaren geleden in wat een fantastisch idee het zou zijn als ik een vliegengordijn van lege garenklosjes zou maken! Superleuk, doen!! Ik had zoiets nog nooit ergens gezien, zelfs niet op Pinterest, dus dit was vast ook nog eens mega-origineel. (Spoiler: ik weet inmiddels waarom niemand anders hier aan is begonnen…)

Dus begon ik te sparen. Want het leukste is natuurlijk als je zo’n gordijn maakt van daadwerkelijk gebruikte klosjes; ze ergens kopen doet af aan het concept.

Dus spaarde ik door.

En spaarde ik door.

En vroeg ik vrienden en mijn naailesgenootjes om hulp, die ijverig voorraden voor me begonnen aan te leggen die ze periodiek aan mij doneerden.

En spaarde ik verder door.

En plaatste ik nogmaals oproepjes om hulp.

En spaarde ik door.

Want weet je hoeveel f*cking klosjes je nodig hebt om zo’n gordijn te maken??

Ik weet niet meer precies wanneer ik ben begonnen met sparen, maar het kan best een jaar of 8(!) geleden zijn. Regelmatig sorteerde ik de boel en keek ik hoe ver ik kwam, door alles op de grond te leggen. Pas recentelijk besloot ik dat ik éindelijk genoeg had en dat ik dit stomme project éindelijk kon afronden! Hoezee!

Toegegeven: ik heb veel meer garenklosjes gespaard dan ik nodig had voor het gordijn, maar garenklosjes komen in heel veel verschillende vormen en maten. En ik besefte dat alleen die kleine klosjes gebruiken, het mooiste resultaat zou opleveren. Ik heb nog wat geëxperimenteerd met strengen van ander formaat klosjes aan bv. de zijkanten, of een rijtje grotere klosjes aan de boven- en onderkant, maar koos er uiteindelijk toch voor om alleen de kleintjes te gebruiken. En dus moest ik langer doorsparen.

Toen ik er eenmaal genoeg had, legde ik alle klosjes netjes in een mooi patroon neer op mijn zoldervloer (waar ik de deur dicht kon doen als ik er niet was, om te voorkomen dat Sammy er mee los ging). Sommige klosjes waren flink vergeeld en andere een beetje, maar daar heb ik gebruik van gemaakt in het patroon: de meest vergeelde liggen in het midden, zodat je een soort verloopje van gelig naar fel wit krijgt naar de buitenranden toe. (Helaas niet goed te zien op de foto.)

Later heb ik de twee hoogste lichtgroene klosjes toch op een andere plek gezet. Iets met voortschrijdend inzicht. Helaas had ik te weinig lichtgroene en oranje klosjes om een perfect symmetrisch patroon te kunnen maken.

Vervolgens zaagde ik een houten latje (een restant van een ander project dat nog in mijn schuur lag) op maat, schilderde ik het wit en draaide ik er metalen oogjes in.

De grootste uitdaging van dit project was om te bedenken hoe ik er voor ging zorgen dat de klosjes aan het koord (katoenen koord van de Praxis) bleven hangen. Ze allemaal direct tegen elkaar aan rijgen zou namelijk starre en niet zo’n mooie strengen opleveren (en nog meer klosjes kosten). De openingen in garenklosjes zijn best wel groot, dus gewoon een knoopje in het koord leggen of knijpkralen gebruiken, ging niet werken. Ik koos uiteindelijk voor houten kralen, die ik aan de boven- en onderkant van de klosjes reeg. Met het idee dat ik die kralen wel met een knoopje in het koord op hun plaats kon houden.

Om de een of andere reden had ik me in mijn hoofd gehaald dat ik dit geheel best in een dag of twee in elkaar kon knopen. Gekke ikke. Toen ik eenmaal begon, realiseerde ik me pas wat voor klus dit ging zijn. Ten eerste was het natuurlijk belangrijk dat alle kraaltjes en klosjes precies op gelijke afstanden van elkaar aan het koord kwamen te zitten, anders kreeg je een rommelig patroon. Maar de openingen van de kralen waren ook best groot en er bleken drie knoopjes over elkaar heen nodig te zijn om te voorkomen dat die ook gingen zakken. Drie knoopjes over elkaar heen maken in een touw op steeds exact de juiste locaties is een ding, kan ik je vertellen. En natuurlijk waren ook niet alle klosjes even lang, want ze zijn van verschillende merken. Bij de ene is de bovenkant bijvoorbeeld strak recht, terwijl bij een andere het kraaltje bijna geheel in een kuiltje verdwijnt.

437 Klosjes, 874 kralen, zo’n 44,5 meter koord en vele uren in ongemakkelijke houdingen op de grond zitten later:

Zoals je ziet is het me helaas niet gelukt om alles mooi op gelijke afstanden van elkaar te knopen, waarbij alle klosjes op de oneven strengen gelijk hangen en die op de even strengen ook, maar ze ten opzichte van elkaar een stukje verspringen. Als je een paar keer een paar millimeter afwijkt met de plek van een knoopje, heeft dit meteen flinke gevolgen voor het resultaat. Kijk dan ook vooral niet hoe ongelijk de onderkanten hangen. :-/

Als ik het nog een keer moest doen, dan zou ik alles erin knopen terwijl het ding al hangt in plaats van liggend op de grond, omdat je dan beter kunt zien of de boel recht hangt ten opzichte van elkaar. (Ergonomisch maakt het niet uit – dingen erin knopen terwijl de koorden hangen is weer slecht voor je schouders in plaats van je rug.)

Ik denk ook dat het eindresultaat nog mooier was geweest als ik nog meer strengen had gemaakt en de klosjes dus iets dichter bij elkaar hadden gehangen. Maar daar had ik dan nóg een jaar of wat voor door moeten sparen. En het was echt heel erg tijd dat dit gordijn gemaakt ging worden.

Oftewel: ik verklaar het vliegengordijn hierbij ‘goed genoeg’. Nu is het ding tenminste voor het eind van de zomer klaar, zodat ik hem in de deuropening van mijn hobbykamer kan hangen. (In de winter hang ik daar isolerende lamellen.)

Wat me overigens 100% meevalt is dat de strengen niet in elkaar blijven hangen! Ik was bang dat, als je er doorheen loopt, de koordjes in elkaar zouden draaien op de plekken waar geen klosjes zitten en je dus continu de boel uit de knoop moest halen. Maar dat gebeurt gelukkig niet.

Kosten: € 35,29 (kralen, koord en schoefoogjes)
Bestede tijd:
 zo’n 8 jaar dus…

Volgens mij telt dit wel als mijn langst lopende creatieve project! Maar nu is het eindelijk uit mijn systeem. Ben je nou blij, muze?? Want ja, je had gelijk: dit is echt een heel leuk resultaat en ook perfect passend als entree voor mijn hobbykamer. Maar wil je de volgende keer alsjeblieft ook even nadenken over de praktische uitvoerbaarheid van je ideeën…?

U made moving ropez. U realize I are going to destroy diz, right?

Iedereen die klosjes heeft gedoneerd voor dit project: heel erg bedankt! En mocht iemand ook een muze hebben met onzalige ideeën die door deze blog geïnspireerd is geraakt: ik heb dus nog een bak garenklosjes van andere formaten en kleuren over. Je mag ze hebben. Voordat die van mij hier weer een ander project voor verzint. ;-)

Geborduurde gardecorpse

Al een hele tijd geleden naaide ik een gardecorpse, oftewel een soort middeleeuwse reismantel. Die draag ik regelmatig als ik op middeeuwse festivals speel, vooral in de avonduren als het flink afkoelt.

Maar ik vond ‘m wel een beetje saai. Het was natuurlijk een enorme homp rode stof, die sowieso al niet zo flatteus om mijn lijf hing. Kon ik die niet wat opleuken? Natuurlijk kon ik dat! :-)

Dus nu zitten er ook borduursels op, van groene wol die mooi bij de groene linnen voering past:

Embroidered gardecorpse Embroidered gardecorpse (top) Embroidered gardecorpse (bottom)

De motiefjes heb ik gebaseerd op de motieven die ik vaak op afbeeldingen van kleding in middeleeuwse manuscripten zag terugkomen. Geen idee of die dan ook daadwerkelijk op kleding werden geborduurd, want de artiesten konden natuurlijk ook uit gemakzucht en vanwege ‘iedereen doet het zo’ hebben getekend in plaats van gebaseerd op de realiteit, maar goed. Deze patroontjes waren in ieder geval makkelijk te borduren, want ik heb weinig borduurervaring.

Detail van de Luttrell Psalter (1325-1340)

Om heel eerlijk te zijn, zijn de borduursels aan de onderkant van het kledingstuk niet supermooi geworden. Ik heb het allemaal op het oog geborduurd, maar misschien had ik toch beter een malletje kunnen gebruiken zodat de lijntjes overal even ver van de zoom af hadden gestaan en alle cirkels even groot waren geweest. Ach, het is nu klaar, en eigenlijk veel sneller dan ik had gedacht!

Ook had ik niet gedacht dat ik veel garen over zou houden (ik was zelfs bang dat ik er halverwege achter zou komen dat ik niet genoeg had), maar er zit nog steeds behoorlijk wat op het klosje. Zou ik misschien toch nog een tweede lijntje toevoegen langs het borduursel onderaan? Of ook nog dat patroon met cirkels aan de onderkant van de mouwen toevoegen? Wat vinden jullie?

[Update:] Ik heb ervoor gekozen om een extra lijntje onderaan toe te voegen, zodat het nog meer lijkt op het historische patroon. Alleen ging het klosje garen nu ineens heel hard op, en had ik nog maar nét genoeg om alleen het onderste lijntje te doen. Nou ja, zo kan het ook wel denk ik.

Coupeuse-examen – dag 2

Gisteren was deel 2 van mijn coupeuse-examen, waar ik half mei al de eerste dag van had gehad. De dag zelf was niet het spannendste gedeelte, want ditmaal hoefde ik niet de hele dag, maar slechts 40 minuten aanwezig te zijn. De enige test die ik die dag nog moest ondergaan, was het ter plekke corrigeren van de pasvorm van de pasrok die ik had genaaid voor een van hun pasdames, op basis van tijdens de vorige examendag gemeten maten. Maar die rok had ik thuis al in elkaar moeten zetten. En de andere rok, die ik tijdens de eerste dag moest tekenen en uit de stof moest knippen, op de maten van Judith, moest zelfs al volledig af zijn. Judith moest komen showen hoe die rok haar stond en ik hoefde alleen te vertellen welke keuzes ik had gemaakt, welke problemen ik tijdens het naaien was tegengekomen en hoe ik die had opgelost. Feitelijk was er dus weinig wat er nog fout kon gaan die dag. Dat was allemaal al van tevoren gebeurd… *zucht*

Want hoewel het tekenen van het patroon, waar ik eerst erg tegenop had gezien, me heel erg was meegevallen, viel het in elkaar naaien van de rok me juist heel erg tegen!

Ten eerste was er het loopsplit. Ik had vooraf wel geoefend met het naaien van rokken, maar ik had dingen gemaakt die ik zelf daadwerkelijk zou willen dragen: een strokenrok, een wikkelrok, etc. Niks met splitjes of plooien, want die vind ik gruwelijk truttig. Maar dat zijn blijkbaar juist de dingen waarop je tijdens een examen wordt beoordeeld. Daar kwam ik pas achter toen ik de oefenexamens van de afgelopen jaren ging maken en constateerde dat in bijna iedere examenrok wel een split of plooi zat. K*t. Ik had weliswaar een keer een werkstukje gemaakt van een split en daar aantekeningen bij gemaakt, maar dat was nogal een tijdje geleden en ik herinnerde me vooral dat ik het ernstig ingewikkeld vond om alles goed te krijgen. Bovendien was dat werkstukje met voering gemaakt en had ik geen idee hoe ik het zónder voering moest doen. Dus besloot ik om de examenrok ook maar te gaan voeren. Nog meer werk. Maar dan zou die vast ook mooier gaan hangen tijdens het dragen, hoopte ik.

Ten tweede was er de eenzijdig verdekte rits. Die had ik meermaals genaaid bij het maken van pasrokken op de maten van mijn lesgenootjes ter oefening, dus ik dacht dat dat kat in ‘t bakkie zou zijn. Maar ik had die rokken altijd met een tailleband erop gemaakt en in de examenrok moest er beleg in in plaats van een band. Euh… hoe werk ik de bovenkant van de rits dan netjes af zodat er nergens iets uitsteekt maar het flapje wel netjes de rits bedekt…? Paniek!

En dan waren er nog de oepsjes. Zoals dat ik aan de verkeerde kant een stuk van de stof had afgeknipt voor de split, terwijl ik echt 3x mijn aantekeningen had gecontroleerd of ik het niet verkeerd deed. Bleek dat ik in mijn aantekeningen rechts en links had omgedraaid. Zie je wel, ik had die split echt moeten oefenen, dan was ik daar eerder achter gekomen. :-/
En dat de vlieseline, die ik in het hoekje van de voering had gestreken om deze te kunnen inknippen bij de naad, had losgelaten, waardoor de voering op dat punt is ingescheurd. Snik.
En zo waren er nog een paar ‘jammer maar helaas, dit kun je niet meer ongezien herstellen’-dingetjes, waarover ik alleen nog maar de examencommissie kon informeren met een toelichting over hoe ik het had proberen op te lossen.

Het was ook nog een lastige klus om het ding passend te maken op Judith. Haar houding is wat scheef, waardoor alle rokken die ik eerder voor haar maakte, naar voren hingen. En ik kreeg het maar niet voldoende gecorrigeerd, waardoor ook de zijnaad van mijn examenrok naar voren helde. Vast niet okee, maar alleen het inkorten van de achterlengte (het enige trucje dat ik daarvoor had geleerd) loste het onvoldoende op. Dus moest ik ook dit maar accepteren.

De volgende keer moet ik ook een pasdame kiezen die dichter bij mij in de buurt woont. Want hoewel Judith fantastisch flexibel was en meermaals bezoekjes aan mij in haar volle agenda heeft inpland (beste vriendin evah!!! <3), is het wel makkelijker als je tussentijds regelmatig kunt passen in plaats van slechts 2x. Het eindresultaat heeft ze zelfs nooit voor de dag van het examen aan gehad en dus moest ik maar afwachten of al mijn wijzigingen goed hadden uitgepakt… :-X Wat dat betreft was ik jaloers op mijn mede-examenkandidaat die haar nog thuiswonende dochter bleek te hebben ingezet als pasdame!

Over de pasvorm van de rok ben ik dus ook niet tevreden. Aan de voorkant zag hij er best mooi uit, maar de achterkant zag er slonzig uit en in de zijnaad bleek de stof wat te trekken. Dat was pas te zien toen Judith het ding aan had.

Links de rok die ik voor Judith naaide op basis van een tekening, rechts de pasrok die ik maakte op basis van de maten van iemand die ik op de eerste examendag had moeten opmeten.
Prachtige pasdame, minder mooi vallende achterkant van de rok. :-(

Maar in ieder geval hing wél het loopsplit mooi dicht én waren beide kanten perfect even lang! Dat had ik de avond voor het examen nog zitten herstellen. Die avond had ik ook nog naailes, en toen heb ik in algemene bewoordingen aan de juf gevraagd hoe ik een enkelzijdig verdekte rits in combinatie met beleg moest naaien. Na haar uitleg (“Oh, ja, dat moet heel anders dan wanneer je een tailleband erop zet!” :-S) en ter plekke een proefmodelletje te hebben genaaid, ben ik eerder naar huis gegaan en heb ik de rits voor de 6e(!) keer uit mijn rok getornd om ‘m opnieuw erin te zetten. En heb ik gelijk dat loopsplit dus alsnog gecorrigeerd. Om kwart voor 12 ‘s avonds was de rok pas klaar, maar ik voelde me dankzij die laatste aanpassingen wel een stukje zekerder over dat hij nu ‘slaagbaar’ was.

Mijn troost is dat ook andere examenkandidaten, die ik ter plekke trof, vertelden dat ze wat issues hadden gehad. Ik was niet de enige die ergens een stuk stof te veel had weggeknipt, een techniek moest toepassen die die nog niet geoefend had, of die een rok had gemaakt die niet perfect paste. Daarentegen had iedereen wel vele malen strakker gestreken rokken dan ik… Mijn excuus ‘het is linnen, dus dat kreukt nu eenmaal als een gek’ ging dus niet op. Blijkbaar moet ik niet alleen teken- en naailessen volgen, maar ook strijklessen. :-S

Ik durf te hopen dat ik wel geslaagd ben. Een negen gaat het zeker niet worden, maar mijn pogingen moeten toch wel goed genoeg zijn om in ieder geval te slagen…? De examencommissie leek mijn uitleg en toegepaste alternatieve oplossingen goed te accepteren, maar ja, fouten zijn nu eenmaal fouten en de rok paste echt niet zo mooi.

Ik verwacht dus geen hoog cijfer. Tijdens de les van een paar weken geleden hoorde ik al van mijn juf dat de examencommissie ‘not amused’ was geweest over een paar dingen in mijn jeans, die ik de vorige keer had ingeleverd, en dat me dat ‘flink wat punten’ had gekost. Wat was het probleem? Ten eerste zat er twee millimeter verschuiving bij een aansluiting van een naad in het kruis. Ten tweede had ik verkeerd doorgestikt. Ik had inderdaad wat zitten hannesen met het dubbel doorstikken van het stuk naast de gulp en wist niet hoe ik dat mooi recht kreeg. Wat bleek: ik had de kruisnaad naar de andere kant moeten klappen en hem aan de andere kant door moeten stikken, zodat de naad op de gulp hier in door was gelopen. Oh. Het was niet eens bij me opgekomen om na te denken over de richting waar ik die naad naartoe klapte toen ik het achterpand in elkaar zette (wat je doet voordat je aan de gulp begint)!

FOUT. En nogmaals FOUT.

Als dit soort dingen al ‘flink wat punten’ kosten, dan weet ik echt niet hoe streng al mijn andere oepsjes bij de rokken worden beoordeeld en hoeveel er daar voor van mijn cijfer af gaat… Ik moet op alle onderdelen een voldoende hebben om te kunnen slagen, dus ik ben er echt nog niet 100% zeker van.

Maar stel dat ik zak, dan kan ik volgend jaar pas herexamen doen. Vooralsnog zit het er dus gewoon op. Dus die avond ben ik met Judith gaan uit eten, om haar te bedanken voor alle tijd die ze voor mijn examen heeft vrijgemaakt, het gewillig ondergaan van kritische blikken en opmerkingen over haar lichaamsvormen en -houding, en het aanhoren van al mijn stress en frustraties! (Want hoewel ze de rok mag houden, is alleen al de kleur van de stof voldoende om er vanuit te gaan dat dat nou niet het beste bedankje ooit is.) :-P

Leuke dingen doen met een goede vriendin gaat boven het halen van welk examen dan ook! <3

Dat was een fijne afsluiting van een stressvolle periode. En nu… afwachten op de uitslag. Als het goed is, belt mijn juf me vanavond op…

Déjà cousu

Het evenementenseizoen is weer begonnen. Normaal gesproken gebruik ik de winterperiode om dingen te herstellen en nieuwe nuttige dingen te fabriceren, zodat ik daarna weer gewoon kan gáán, maar corona heeft alle routines nogal doorelkaar geschopt. Dus realiseer ik me nu dat we o.a. nog wat zakjes nodig hebben om moderne elementen in ons kampement te verstoppen. Zoals de brandblusser (moet bij sommige evenementen verplicht naast het kampvuur liggen) en de pindakaaspot.

Gelukkig zijn dit ‘ik gooi dit tussendoor wel even in elkaar van wat restjes stof’-projectjes. Dus vandaag maakte ik deze tussen allerlei andere klusjes door, zodat we er komend weekend gelijk plezier van hebben:

Er is een min of meer ongeschreven afspraak bij diverse middeleeuwse evenementen dat je je brandblusser in een rood zakje stopt. Het vuur-symbooltje maakt het (hopelijk) nog eens extra duidelijk voor omstanders dat hier een brandblusser in zit, in geval van nood. Met moderne regelgeving tijdens historische evenementen moet je nu eenmaal een middenweg vinden.

Het pindakaaspotzakje heeft een tunneltje met een touwtje, voor het geval we op een later moment een kleinere pot krijgen. Dan kun je ‘m aantrekken zodat die toch om de pot past en niet naar beneden zakt. Misschien had ik het zakje iets minder hoog moeten maken, maar laten we dit weekend even kijken wat praktisch is. Inkorten kan altijd nog.

Het is niet alsof ik nog nooit zakjes als deze had gemaakt. Voor ‘t Vaerdich Volk maakte ik ook al een brandblusserzakje, dus dit gaf een beetje een ‘déjà cousu’ gevoel. Ach ja, het houdt je van de straat… ;-)

De verjaardagsrok

Mijn mammie had me een behoorlijke tijd geleden, volgens mij toen ik net begon met mijn coupeuse-opleiding, een plaatje gegeven van een rok die ze mooi vond. Ze had het plaatje ergens op internet gevonden, maar wist niet of en zo ja waar die te koop was. Of ik die niet voor haar kon maken? Vast wel, alleen was dit niet echt het type rok dat ik leerde tekenen op mijn opleiding. Zo te zien was dit vooral een drapeer-uitdaging, oftewel: hang stof aan een paspop en speld de boel vast totdat het gewenste model is bereikt. Dus zei ik dat ik de rok zeker wel een keer voor haar wilde maken, maar dat rokken die ik voor mijn opleiding kon gebruiken, voor gingen.

En toen werd het druk met naaien en kwam ik er steeds maar niet aan toe.

Afgelopen dinsdag was mammie jarig. Die rok zou natuurlijk een prima verjaardagscadeau zijn, had ik bedacht. Maar dan moest ‘ie wel op tijd af zijn, anders zou er weer een jaar overheen gaan voordat ik hem kon geven. (Zo onhandig dat ma’s verjaardag zo dicht op moederdag valt! En met kerst trekken we lootjes.)

Zucht. Dat kwam natuurlijk voor geen meter uit. Ik had het loeidruk op mijn werk vanwege een groot project met mega-deadline. Ik was al gestresst vanwege alle praktijkopdrachten ter voorbereiding van mijn coupeuse-examen. De festivalperiode was begonnen, dus ik was weer hele weekenden weg vanwege optredens met De Soete Inval. En daarnaast had ik nog een aantal privé-projectjes die tijd kostten. Maar ja, het was wel voor mijn mammie. En familie is belangrijk. En ik had nu eenmaal gezegd dat ik dit voor haar ging doen. En als ik eenmaal iets in mijn hoofd heb, dan moet en zal ik dat doen natuurlijk…

Dus probeerde ik tussen alle activiteiten door toch ma’s maten op te meten (meermaals, ik moet nog veel leren… :-X ), te bedenken hoe die rok precies in elkaar zou zitten, en stof te kopen.

Ik had de perfecte stof nog in mijn kast liggen, maar omdat ik vermoedde dat dit een cirkelrok was, had ik daar niet genoeg (4 meter!) voor in huis  en moest ik toch iets nieuws kopen. Leer had ik wel nog: ooit kreeg ik van mijn doedelzakbouwer wat reststukken, die hier prima voor geschikt waren. Ook vond ik in mijn ‘je weet nooit waar dit handig voor is’-doos twee karabijnhaakjes in de juiste kleur. Ma leverde zelf wat van een handtas afgeknipte stukken leer aan – die bleken te kort en niet de juiste bruintint te hebben om in de rok te verwerken, maar ik kon er wel de metalen stukjes vanaf slopen en recyclen.

Ik vermoed dat in de originele rok, de leren bandjes tussen de benen door lopen. Dat lijkt me super oncomfortabel, dus deed ik het anders. Ik heb twee losse bandjes gemaakt, die ik beide met hun achterkanten aan de binnenkant van de band vaststikte. Dat betekende wel dat het leer niet te stug mocht zijn, want dan zou de band onderaan niet scherp genoeg omhoog knikken, maar in een grote ronding gaan staan, wat vast niet mooi uit zou zien. Ik koos er daarom voor om niet een brede leren band te knippen, die dubbel te vouwen en door te stikken, maar om de achterkant van een smaller leren bandje van stof te voorzien.

Het tegen het leer aanstikken van de stof (dezelfde die ik voor de tailleband gebruikte, voor de eenheid), die omklappen en aan de andere kant weer doorstikken, was een behoorlijk gepriegel. Het naaien is gelukkig veel beter gelukt dan ik vreesde, maar het resultaat is in zijn geheel minder mooi geworden dan ik had gehoopt: het ziet er toch minder fancy uit omdat de band tijdens het dragen gaat draaien, waardoor je zowel de voor- als achterkant ziet.

Het was een beetje gokken waar ik de stof moest samenstikken om ongeveer de rok van het oorspronkelijke plaatje te kunnen krijgen. Bijkomende factoren waren natuurlijk dat mijn stof vast niet dezelfde was (bij nader inzien had ik misschien een iets stugger, meer opfrotbaar stofje moeten kiezen, want deze dunne katoen viel wel erg netjes recht naar beneden) en dat de rok op het plaatje vast en zeker heel erg netjes gestyleerd is om de productfoto te nemen – in praktijk hangt hij waarschijnlijk ook wat minder optimaal, zeker als je hem draagt en er dus in gaat bewegen!

Dit is het eindresultaat:

Op de pop hangt de rok ook totaal niet mooi. Ten eerste omdat mijn pop niet dezelfde maten heeft als mijn moeder (misschien toch maar eens zo’n verstelbare paspop aanschaffen) en ik hem daarom met spelden vast heb moeten prikken, maar waarschijnlijk ook omdat er geen benen onder zitten die de boel wat meer uit laten staan.

Gelukkig bleek hij mijn mammie wel te staan zoals bedoeld toen ze hem aantrok en bleek ze er zéér blij mee te zijn. Ze vond het ook erg grappig dat zij vroeger kleding voor mijn zusje en mij naaide, en inmiddels de rollen om zijn gedraaid. :-P

Ik was heel bang dat ik de rok te wijd en te kort had gemaakt, maar dat bleek heel erg mee te vallen. Ma vond de lengte perfect, en hoewel hij een tikje aan de wijde kant is bij de taille, is hij wel draagbaar. En zo niet, dan kan ik hem altijd nog wat voor haar innemen.

Vraag van ma: “En de leren riempjes kunnen eraf, zodat ik de rok kan wassen neem ik aan?”
Euh… oh ja, wasbaarheid is ook een factor waar je over moet nadenken. :-X  Ik moet toch nog een hoop leren.  :lol: