Vandaag weer eens een congres in Amsterdam gehad. Inmiddels ben ik ervaren in het omgaan met het Openbaar Vervoer in Amsterdam. Het is namelijk heel simpel: gewoon niet aan beginnen.
Ik weet van tevoren al dat ik niet weet waar in de chaos Bushalte Oost te vinden is, laat staan dat ik op tijd het perron van de juiste lijn in de juiste richting weet te localiseren. Dus neem ik voortaan lekker m’n vouwfietsje mee naar station CS en ga ik op eigen houtje verder.
Bewijs dat het niet aan mij, provinciaaltje, ligt is wel dat de gemeente Amsterdam inmiddels twee mannen in fluoriserende jasjes heeft ingehuurd, om argeloze voetgangers en fietsers met lichtkegels te waarschuwen (lees: terug de stoep op te jagen) voor naderende bussen. Die je inderdaad totaal niet aan ziet komen. Volgens mij redden die mensen meerdere keren per dag een leven.
En dan hebben we het nog maar over de bussen. Breek me de bek niet open over die enge trams – het angstzweet breekt me al uit zodra ik ergens rails in een rare bocht van de straat af zie draaien. En bij iedere *DING* spring ik spontaan een meter de lucht in, om vervolgens als een bang konijntje bibberend in elkaar te duiken, in het schijnsel van de koplampen, hopend dat het ding me niet raakt. Waar hij dan ook vandaan mag komen.
Maar dankzij mijn trouwe vouwfiets ging de heenreis dus prima.
De terugweg daarentegen was minder fortuinrijk. Maar dat lag aan de NS.
Tussen Amsterdam en Utrecht: wisselstoring en dus beperkt treinverkeer. Mijn trein reed niet, maar gelukkig die van een kwartier later wel. Moest ik wel een keer extra overstappen in Utrecht, maar goed, het was ‘maar’ 20 minuten extra.
Toen we Arnhem binnenreden en ik er bijna dacht te zijn, riep de conducteur om dat de trein niet verder zou rijden vanwege een aanrijding tussen Arnhem en Nijmegen. Grrr…
Na wat navraag bleek er nog geen zicht te zijn op verbetering. Er zouden zeker nog een uur lang geen treinen rijden. Vervangend vervoer via bus? Ja hoor, we konden gewoon de streekbus nemen richting Nijmegen. Niks NS-bussen.
Bij de aanblik van de halte van de streekbus zonk de moed me al gelijk in de schoenen. No way dat ik me met fiets en al door die meute de eerstvolgende bus in zou weten te wringen. Toen ik iemand hoorde roepen dat ze overwogen een taxi te nemen heb ik me dan ook direct vrijwillig aangemeld als 4e passagier. Gedeelde smart is immers halve smart, en nog belangrijker: een gedeelde rekening is minder pijnlijk voor de portemonnee.
En nu zit ik dan, 50 minuten later en 11 euro lichter dan gepland, weer thuis op de bank. Het kon allemaal veel erger, maar toch ben ik blij dat het weekend is en ik er voorlopig niet meer uit hoef!
Desondanks is het op de een of andere manier best gezellig geweest met alle medepassagiers. Je zit met z’n allen in hetzelfde schuitje en ook al ken je elkaar niet, samen in zo’n taxi kun je best lekker kletsen.
Tussen Amsterdam CS en Amsterdam Amstel heb ik ook nog wat leuke conversaties gehad met soon-to-be voetbalhooligans, die in de trein al waren begonnen met indrinken voor de match Ajax-NEC. Ik werd niet eens in elkaar geslagen toen ik meldde dat ik uit Nijmegen kwam. En zelfs mijn verzoek om bij het uitstappen de lege blikjes bier weer van mijn fiets te verwijderen, werd met een glimlach opgevolgd. Aardige jongens, die voetbalsupporters.