Dit weekend was de laatste Loenar, maar wat mij betreft wel de leukste.
Loenar is altijd al een beetje een apart evenement geweest. Het is een klein clubje, dat deels bestaat uit buitenlanders die samen naar een internationale middelbare school zijn gegaan. Ze komen niet alleen naar Loenar om te LARPen, maar ook als een soort reünie. Dat zorgt er niet alleen voor dat de voertaal Engels is, maar ook dat het een klein hecht groepje is, wat soms minder makkelijk integreert met de rest, en waarbij het niveau van kostuums e.d. ook wat minder is, aangezien ze nergens anders spelen.
Ook heeft Loenar meer dan andere LARP-verenigingen de insteek om een vooraf helemaal uitgedachte ‘scène’ neer te zetten, waar je vooral naar kunt kijken maar minder mee kunt interacteren. Dat pakt soms goed, soms minder goed uit. Want van de ene kant is het plaatje altijd prachtig en helemaal zoals het hoort, van de andere kant kun je je nogal ‘gerailroad’ voelen, zoals de LARP-term is voor lineair plot waar je zelf weinig invloed op hebt.
Wat ik leuk vind, is dat ze af en toe aan spelers vragen om te NPC’en. Dat kan zijn als ze overdag te weinig NPC’s hebben, als iemand even wat minder te doen heeft, maar ook hebben ze altijd op zaterdagavond een speciale grote scène voor een handjevol spelers, die compleet aangekleed wordt en opgevuld wordt met spelers die even NPC zijn. Hartstikke super om te ervaren, want op die manier heb je genoeg NPC’s om bijvoorbeeld, zoals de vorige keer, een compleet bal aan het hof van een koning neer te zetten. Alleen kan het wat jammer zijn voor mensen die maar een klein rolletje krijgen en er nooit in slagen om zo’n scène als speler mee te maken.
Anyway, deze keer was dus de laatste Loenar, omdat de spelleiding een beetje klaar was met de setting. We wisten dus vooraf dat het een afronding van het verhaal zou worden en we zouden ook maar tot en met zaterdagavond spelen in plaats van tot zondagmiddag.
Dat had ook wel weer voordelen. Je bent wat minder voorzichtig met je karakter, waardoor je meer risico’s durft te nemen en meer meemaakt. Ja, meta-gamen, ik weet het, maar toch werkt het zo. En het was wel fijn om te weten dat je zondag niet meer hoefde, zodat we het zaterdagnacht lekker laat konden maken.
Het plot dat ze bedacht hadden vond ik heerlijk verfrissend. Het afgelopen evenement waren we allemaal ondood geworden en dat moest nu natuurlijk opgelost worden. Terwijl we hard bezig waren met het verzamelen van ingrediënten voor een geneesmiddel, vond de koning dat het te lang duurde en besloot hij het probleem op te lossen door alle ondoden te elimineren.
Dit resulteerde in een flink heftige scène, waarin we allemaal werden opgesloten in een gebouw en mannen met brandende toortsen op ons af zagen komen, die het gebouw vervolgens in brand staken. De vlammen kwamen steeds dichterbij en er was geen uitgang! Natuurlijk werd het één grote paniek binnen: schreeuwen en bonzen op de deuren en ramen, totdat we allemaal levend waren verbrand…
Dat schreeuwen in combinatie met de keelpijn die ik vorige week al had, was niet zo’n succes, want sinds zaterdagochtend ben ik mijn stem volledig kwijt. Er komt alleen nog maar een hees gefluister uit. Tijdens een LARP kun je natuurlijk niet je mond houden om je stem rust te geven, dus de opmerkingen vandaag op m’n werk waren niet van de lucht… Op zich was het geen groot probleem, maar ik vond het wel heel jammer dat ik daardoor ‘s nachts niet mee kon zingen bij het kampvuur.
Maar goed, het was natuurlijk niet de bedoeling dat het evenement op vrijdagavond al eindigde, dus speelden we verder in de dodenwereld. Die hadden ze heel leuk opgezet: in plaats van een enge donkere plek, was het een fijne plaats met een zeer vriendelijke ‘Lady Death’, die in het wit gekleed was en bij onze eerste ontmoeting een ontzettend schattige kitten vasthield… De man met de zeis ernaast bleek gewoon de tuinman. ![]()
Bij wijze van hoge uitzondering wilde ze ons wel de kans bieden om terug te keren naar het land van de levenden. Maar dan moest ze wel een hoop regelen, wat inhield dat wij een dag lang al haar taken moesten overnemen. Nou, dat hebben we geweten… Een flink aantal (al dan niet gewillige) zielen moest begeleid worden naar de dodenwereld, kwartaalrapportages moesten opgehaald worden bij de diverse goden, en er moest audiëntie gehouden worden voor boze overledenen met uiteenlopende klachten. Chaos alom!
Het was een beetje jammer dat we niet geheel zelfstandig met de takenlijst aan de slag konden, want vanwege het gebrek aan NPC’s kan er niet voor iedereen tegelijk een encounter geregeld worden. Dus was het afwachten totdat je aan de beurt was.
Ook hilarisch was het schedelbal toernooi dat gehouden werd tussen de teams van de ‘goede’ en de ‘slechte’ god. Natuurlijk speelden eerstgenoemden al vanaf het begin vals, maar ook de andere partij liet zich niet kennen. Dus gebruikten de spelers hun magische krachten om zich in de struiken te verstoppen en daarna stiekem het veld op te sneaken, zodat ze meer spelers hadden dan de tegenpartij. Of haalden ze de goal weg, zodat de andere partij tevergeefs een ‘dispel magic’ op de lege plek castte. De ‘teleport’ en ‘paralyse’ spreuken werden te pas en te onpas misbruikt, maar er werd ook lekker fysiek geknokt. Heerlijk om te zien!
We wisten van tevoren dat de queeste om ons leven terug te krijgen, niet zonder gevaar zou zijn en dat niet iedereen het zou overleven. Tijdens het zoeken van een lichaam en het vastleggen van ons geheugen zijn er dan ook enkele mensen gesneuveld, of uit zichzelf afgehaakt.
Iedereen moest onder andere een gesprek aangaan met een sjamaan, om erachter te komen welke emotie representatief was voor zijn karakter. Maar ja, 26 spelers die één voor één 10 minuten in een tent moeten zitten, dat tikt wel aan. Met een lange wachtrij en verveelde spelers tot gevolg.
Maar goed, daarna was het wel weer super. Er zou een test komen en daarvoor werden we naar een groot feest gebracht. Mijn karakter is party animal #1, dus ik kon even helemaal los gaan aan alcohol, dansen en flirten. Blijkbaar waren de NPC’s geïnstrueerd om de tien meest enthousiaste feestgangers (oftewel degenen die blijkbaar het meeste van het leven hielden) een bloem te overhandigen. Op een gegeven moment werden we met z’n tienen naar buiten gevoerd onder het mom van ‘daar kunnen we verder feesten’, maar werden we gedumpt op een donkere plek met vijf open graven. Daar kregen we de mededeling: slechts vijf van ons zouden terug kunnen naar de wereld van de levenden. De andere vijf zouden hun ziel op moeten geven om deze overgang mogelijk te maken. Zou zouden verdwijnen en dus ook niet terugkeren naar het dodenrijk. Drama!
Iedereen haalde natuurlijk alles uit de kast om over te mogen gaan, van rationele argumenten tot listen. En tot overmaat van ramp hoorden we stemmetjes in ons hoofd die ons probeerden te overtuigen van de ene of juist de andere keuze. Hoewel mijn karakter niets liever wilde dan leven, had ze wel die middag aan haar god beloofd om die dag nog iets eervols te doen. En tsja, diep van binnen wist ze ook wel dat haar leventje, dat voornamelijk uit mannen en feesten bestond, niet zo zinvol was als dat van haar groepsgenoten, die bijvoorbeeld kinderen hadden of een stuk natuur om voor te zorgen. Het grote feest vooraf voelde dan ook als een soort afsluiting van haar leven: nog 1x had ze mogen genieten, en nu was het genoeg.
Dus stapte ik met vier anderen in een van de graven om me op te offeren. Nog meer drama en veel tranen, want van iedereen moest afscheid genomen worden.
Uiteindelijk werd de overgang voltrokken. En tot onze verbazing werden juist wij vijven weer wakker in de wereld van de levenden… Blijkbaar was de test of je bereid was je op te offeren, en juist deze mensen waren het waard om verder te leven.
THE END.
Voor de geïnteresseerden: mijn ‘best moments’ zijn op het Loenar forum te vinden.