De stilte op mijn blogje had een reden: wij waren namelijk 10 dagen op vakantie naar Cuba!
Waarom Cuba? Nou, omdat ik nog nooit in Midden-Amerika was geweest. En omdat de Amerikaanse handelsembargo’s sinds kort zijn versoepeld en waarschijnlijk in de toekomst verder versoepeld gaan worden, waardoor het dus niet lang meer zal duren voordat ook dat land zijn authenticiteit zal verliezen. Dus wij zijn gegaan nu je nog een hoop van het socialisme en communisme kunt zien.
Auto’s & wegen
Dat betekent onder andere: veel oude auto’s! Pas vanaf vorig jaar mogen Cubanen auto’s importeren. Tot dan toe waren ze dus teruggeworpen op het repareren van de al in het land aanwezige pareltjes. Dat kunnen ze blijkbaar bijzonder goed, want al lijken enkele gammele Lada’s uit elkaar te vallen als je er alleen al naar kijkt, en veroorzaken andere brikken enorme rookontwikkeling – de meeste auto’s zien er juist spik en span uit! Alles staat strak in de lak en wordt volgens mij dagelijks gepoetst. Ik vermoed dat de grootste talenten in de automonteur-business in Cuba wonen.
Waarom hebben wij tegenwoordig niet meer van die prachtige en kleurige modellen? Dat maakt het straatbeeld toch veel mooier?
Oude bussen heb je er ook. Naast deze Amerikaanse schoolbussen zagen we tweemaal zo’n inmiddels uitgefaseerde Nederlandse gele streekbus, van voor de privatisering. Helaas geen foto’s van kunnen maken.
Inmiddels rijden er ook een hoop modernere auto’s. Wij kregen dan ook gelukkig een fatsoenlijke huurauto om het land mee te doorkruisen. Want het is al moeilijk genoeg om in Cuba te rijden, gezien de erbarmelijke kwaliteit van sommige wegen. Overal zitten bulten en gaten in het asfalt.
Ook op de snelweg. Die voor Nederlandse begrippen geen snelweg is, want iedereen mag er gebruik van maken. Als automobilist rijd je eigenlijk standaard op de linker- of middelste baan, want de rechterbaan is gevaarlijk omdat daar paard-en-wagens rijden. Of fietsers fietsen. Of voetgangers lopen. Of auto’s staan geparkeerd. Rechts inhalen mag daarom gewoon. Oh, en keren midden op de snelweg en via de middenberm naar de andere baan rijden, is geen enkel probleem. In het midden van de snelweg gaan staan in de hoop een lift te krijgen, ook niet. Liften is namelijk heel normaal, omdat lang niet iedereen over een auto beschikt.
Harder dan 100 km/uur mag én wil je dan ook niet op de snelweg, en in het donker rijden wordt afgeraden, dus heel erg opschieten doet het niet. Maar gelukkig zijn we overal veilig gearriveerd en heeft de huurauto geen (extra) deukjes of krassen opgelopen.

Het straatbeeld is niet alleen opvallend vanwege alle oude auto’s. Ook de gebouwen zijn oud en vaak vervallen. Desondanks zijn er veel mooie decoraties te zien tussen al het grauw. En zijn er ook veel huizen vrolijk gekleurd! (Wist je dat er zoiets bestaat als ‘fel zalmroze’? Ik ook niet. Maar nu wel.)
Verder zijn Cubanen zeer muzikaal. Op veel plekken spelen er bandjes. Allemaal heerlijk ritmisch met o.a. sambaballen.
Er zijn in Cuba een hoop zwerfhonden en zwerfkatten. Echt heel zielig, hoe mager die allemaal zijn. Aangezien Cubanen het zelf al niet breed hebben, is er ook niemand die ze even naar de dierenarts brengt. Dus blijven ze ongecastreerd en hebben ze allemaal kale plekken, ontstoken oogjes en ander leed.
Bij veel restaurantjes kwamen er katten schooieren. Dus spaarde ik structureel stukjes vlees van mijn bord om ze in ieder geval een beetje bij te kunnen voederen.
Ik kan echt zo niet tegen dierenleed, zeker als het om katten gaat. Het katje op bovenstaande foto mauwde niet, maar ging voor me zitten en keek me zo hulpeloos en vragend aan, met haar ontstoken oogjes, dat ik letterlijk in tranen ben uitgebarsten. Arme beessies… :’-(
The bad & the ugly
Helemaal positief was de vakantie dan ook helaas niet. Met name in het begin.
Bij aankomst op het vliegveld wachtten we tevergeefs bij de bagageband. Geen koffers. In eerste instantie werden we gerustgesteld door een medewerker: de uitladers hadden even pauze(!).
Maar ook nadat de handvol laatste koffers eindelijk op de band verschenen, zaten de onze er niet tussen. Ze stonden waarschijnlijk nog in Madrid, waar we een nogal krappe transfer hadden gehad. Wij hadden het vliegtuig gehaald, onze bagage niet.
Samen met enkele andere gedupeerde stellen uit hetzelfde vliegtuig togen we dus naar de ‘Lost & Found’-desk. De medewerkster leek er in eerste instantie niet veel zin in te hebben en het duurde een kwartier per stel voordat alle formulieren waren ingevuld, maar uiteindelijk werden we wel geholpen. We kregen een printje (uit een matrixprinter…) mee waarop officieel stond dat onze bagage kwijt was. De volgende avond zou er weer een vlucht uit Madrid arriveren, waar onze koffers dan wel bij zouden zitten. Diezelfde avond zouden ze dan de koffers nabrengen naar ons hotel. Met de hand schreef de medewerkster twee telefoonnummers op ons formulier, voor het geval we vragen hadden. Nou, dat klonk nog best positief, toch?
We reden naar ons hotel en probeerden zo goed en zo kwaad als het ging, de avond en volgende dag door te komen. Maar geen bagage hebben is erg vervelend, vooral in Cuba. Ten eerste is het er 35 graden, dus als je gedwongen bent de spijkerbroek en dichte wandelschoenen die je voor de vlucht had aangetrokken, aan te houden, ben je niet blij. Idem voor het recyclen van je ondergoed en sokken.
Ten tweede denk je normaal gesproken wellicht: “Oh, dan kopen we ter plekke toch wat toiletspullen.” Nou, dat kun je in Cuba gevoeglijk vergeten. Communistisch land, dus een hoop gaat op de bon. Cubanen klagen structureel dat ze o.a. te weinig zeep en tandpasta krijgen. De spullen zijn nauwelijks gewoon te koop en als het er is, dan is het voor hen veel te duur en degenen die het wel kunnen betalen, kopen zo veel mogelijk tegelijk in waardoor de winkels snel door hun voorraden heen zijn. En dan is het wachten op de volgende lading. We hebben dan ook een groot deel van onze vrije dag in Havana besteed aan het zoeken naar een winkel met toiletartikelen (zonnebrandcrème!) en een plek waar ze luchtige kleding en slippers verkochten.
Bovendien: Die volgende avond arriveerden er geen koffers. Volgens de receptie van ons hotel hadden ze wel gebeld: onze bagage was inmiddels in Cuba, maar ze zouden ze pas de dag erna bezorgen.
Dat was een probleem, want die dag moesten we alweer doorreizen naar de volgende plaats. Het was een lange rit, dus we moesten liefst ‘s ochtends al vertrekken om te voorkomen dat we in het donker door bergen waar we de weg niet kenden, moesten rijden. En aangezien er geen tijdsindicatie was gegeven door het vliegveld, wisten we niet of we op de koffers konden wachten.
Bovendien: mijn anticonceptiepil zat ook in de koffer. Doordat ik hem twee avonden niet had kunnen innemen, was ik spontaan ongesteld geworden. En raad eens waar mijn tampons waren? Juist, in diezelfde koffer. Raaah!!!
Het vliegveld lag op slechts 30 minuten van Havana, dus bedachten wij ons dat we beter zelf de koffers konden gaan ophalen. De receptionist van het hotel was het daar hartgrondig mee eens – die vertrouwde blijkbaar al lang niet meer op de lokale ambtenarij. Even bellen dus naar de opgeschreven nummers, om aan te geven dat ze de koffers niet moesten gaan brengen, omdat onze wegen elkaar dan mogelijk zouden kruisen.
Nummer 1: geen gehoor.
Nummer 2: geen gehoor.
Een uur later ook niet. Weer later nog steeds niet.
(Toen we een van de andere gedupeerde stellen later op onze tocht opnieuw tegenkwamen, bleken zij hetzelfde probleem te hebben gehad. Zij hadden ook nog het algemene nummer van het vliegveld gebeld, waar ze een beetje waren uitgelachen – het was blijkbaar algemeen bekend dat er nooit werd opgenomen op die nummers. Zucht.)
Er zat dus weinig op dan maar op goed geluk naar het vliegveld te rijden. Met een beetje mazzel zouden ze in dat half uurtje niet net langsrijden. En als ze toch net weg waren, konden we in een half uur ook weer terug in het hotel zijn om ze daar op te halen, en dan nog net op tijd naar onze volgende locatie doorrijden.
Mjah. We hadden met twee zaken geen rekening gehouden: de slechte bewegwijzering en de Cubaanse bureaucratie.
Uiteraard reden we behoorlijk verkeerd, waardoor het flink langer duurde dan een half uur om bij het vliegveld te komen. En toen moesten we nog de juiste terminal vinden. Denk je dat er bij het vliegveld fatsoenlijke bewegwijzering is? Natuurlijk niet… En een navigatiesysteem hadden we niet, want GPS is verboden in Cuba.
Een uur later arriveerden we dan eindelijk bij een hutje waar blijkbaar de gevonden voorwerpen werden bewaard. We troffen er een hoopje uitermate chagrijnig kijkende medewerkers en toeristen aan.
De medewerkster bij de ingang pakte onze papieren, keek in haar administratie en sprak (met behulp van een van de wachtende locals, die insprong als tolk): “De koffers zijn hier”. Nou, mooi, dan hadden we in ieder geval niet de bezorgservice gekruist!
Ze gaf ons ons document terug. De volgende instructie was: ‘Zit en wacht’. Huh? Moest ze mijn papier dan niet hebben om te gaan zoeken, dacht ik nog naïef? Maar goed, we gehoorzaamden.
Ik zeg altijd dat ik niet op vakantie ga om uit te rusten, maar om andere culturen te leren kennen. Nou, de Cubaanse cultuur hebben we op dat moment grondig aan den lijve mogen ervaren, zodat we er voor de rest van de vakantie genoeg van hadden.
Van andere Engels sprekende wachtenden begrepen we dat enkelen hier al 3 uur(!) zaten te wachten, zonder hun missende spullen te hebben gekregen. Voor jullie begrip: we zaten naast het gebouwtje waar de spullen zich fysiek in bevonden. Sommigen konden hun spullen daadwerkelijk achter de balie zien liggen. Zeg maar gevalletje paarse krokodil, maar dan vijf keer zo erg.
Na ongeveer een half uur werd ons formulier opgehaald door een mannetje. Zo’n anderhalf uur later kwam het mannetje weer naar ons toe met de mededeling: “Uw bagage is vanochtend al heel vroeg bij uw hotel afgegeven.”
Wut?? Vanochtend waren we in het hotel en daar was niets! We belden met het hotel. En inderdaad, die gaven aan dat er inmiddels wél koffers stonden. Grom grom mutter… Waarom zei die vrouw dat dan niet direct toen we aankwamen??
Maar goed. We zouden wel weer terugrijden.
Enige probleem was, dat dat mannetje weer terug het gebouwtje in was gelopen. Mét onze papieren. Aan de dame bij de ingang probeerden we duidelijk te maken dat ze moest vragen of hij dat document even terug wilde geven, zodat we weer konden gaan. Want tsja, stel dat er iets mis was met de koffers, of dat ze de verkeerde hadden gebracht, dan zaten we zonder bewijs.
Drie kwartier later hadden we ons papiertje nog steeds niet terug. Inmiddels hadden we het kookpunt wel bereikt. Nogmaals het hotel gebeld, of ze de gebrachte koffers konden omschrijven. Uit het supergebrekkige Engels maakte ik op dat die van mij in ieder geval de juiste was, maar over die van Mark bleef onduidelijkheid. Maar aangezien het inmiddels al zo laat was dat we niet meer voor het donker op onze nieuwe bestemming konden aankomen, wilden we zo snel mogelijk gaan rijden om in ieder geval zo min mogelijk afstand in het donker te hoeven afleggen. We waagden de gok en gingen weg zonder papieren.
Vervolgens verdwaalden we weer hopeloos op weg naar het hotel, wat ons nog een extra half uur kostte.
Godzijdank bleken de koffers inderdaad de onze te zijn. Alleen waren ze niet compleet. Bij openen ontdekten we dat er spullen uit waren gestolen: Mark was zijn telefoonoplader kwijt en bij mij ontbrak een accu-oplader.
Van het andere stel dat we later weer tegenkwamen, hoorden we dat ook zij vanalles misten: horloges, parfum en toiletartikelen. Dat was voldoende bewijs dat het op het vliegveld was gebeurd en niet in het hotel.
Over de diefstal zijn we eigenlijk nog het meest relaxed gebleven. Het zijn geen onvervangbare spullen en het belemmerde onze reis niet (ik had mijn eigen telefoonstekker in een vlaag van verstandsverheldering in mijn handbagage gestopt, dus we konden beiden nog steeds onze telefoons opladen). Dat wordt gewoon een gevalletje reisverzekering.
De reisdag eindigde zoals gevreesd in een donker tochtje door de bergen (geen straatverlichting, onzichtbare kuilen in het asfalt en plotseling opdoemende voetgangers en vee op de weg!), waarbij de routebeschrijving van het reisbureau ook nog eens niet al te duidelijk was. Maar we hebben het gelukkig gered zonder ongelukken en zonder al te veel verkeerd te rijden. We waren bek-af.
Ook minder aan de vakantie waren de muggen. Niemand had me gewaarschuwd dat die op Cuba zo gemeen en aanwezig waren.
Op dag 1 was ik al volledig opgegeten. Maar ook nadat we onze koffers terug hadden gekregen en we deet konden opspuiten, ging het onverminderd door. Blijkbaar ben ik een delicatesse voor Cubaanse muggen, want ik had er veel meer last van dan andere toeristen (en Mark), en mijn bulten waren ook veel groter. Sommige resulteerden zelfs in flinke bloeduitstortingen! Continu moeten krabben en ‘s nachts wakker worden van de jeuk is echt niet leuk kan ik je vertellen.

The good
Na het mindere begin van de vakantie waren we niet bepaald happy zoals je je kunt voorstellen. Gelukkig zetten we dapper door en was de rest van onze vakantie een stuk positiever.
Cuba heeft namelijk ook veel leuke aspecten. Zoals: cocktails! *slurp*

En dan zijn er natuurlijk ook nog specifieke dingen per stad te zien en te doen. Dus hieronder een stukje reisverslag, per plek die we bezocht hebben.
Havana
We mogen niet klagen over de hotels die onze reisorganisatie voor ons geboekt had. Die in Havana had een prachtige binnentuin met hangplanten!
Na, zoals verteld, de ochtend verspeeld te hebben aan het zoeken naar winkels, bezochten we nog even het Museum van de Revolutie, gelegen in dit prachtige pand.
Ché Guevara, Fidel Castro en de andere revolutionairen worden in Cuba zowat vereerd als goden. Zo’n museum laat dan ook een behoorlijk eenzijdig beeld van de revolutie tegen ‘de tiran’ (zoals hij op de bordjes werd genoemd) zien.
‘s Avonds wandelden we wat rond over de Plaza de la Cathedral en andere pleintjes die in de reisgids werden aangeprezen. Maar behalve dat ze inderdaad mooi verlicht waren, was er geen klap te doen. Geen terrasjes, geen muziek, niks!
Havana was dan ook niet echt onze stad. We vonden het niet zo erg dat we er minder tijd hadden kunnen doorbrengen dan gepland.
Viñales
Toen we na de slopende bureaucratiedag en lange rit eindelijk mét bagage in Viñales waren aangekomen en een nachtje goed hadden geslapen, kregen we pas echt het gevoel vakantie te hebben.
‘s Ochtends hadden we een paardrijtocht gepland. De lokale cowboy begeleidde ons (Nadat hij me terug had gestuurd naar mijn hotelkamer om een lange broek en dichte schoenen aan te trekken. Gekke toeristen… je gaat toch niet paardrijden in een korte broek?? Oh.).
Over de rode grond reden we naar een huisje waar vrienden van onze gids woonden die wat extra wilden bijverdienen en afspraken met hem hadden gemaakt dat hij toeristen naar hen zou brengen. Daar werden we hartelijk ontvangen door de bewoonster, die ons fruit en koffie uit eigen plantage aanbood.
Die plantage was gewoon de achtertuin. En ze wilde ons graag een rondleiding geven.




Na wat fooi achter te hebben gelaten, vervolgden we onze rit zoals gepland naar een tabaksfabriek. Nou ja fabriek… het was een hut. De eigenaar legde ons uit hoe het proces in zijn werk ging. De overheid leverde hem gratis zaad en vervolgens moest hij 80% van zijn productie afstaan. De overige 20% mocht hij zelf verkopen.

Na het rollen van de tabaksbladeren worden ze in een kokertje gedaan, dat flink wordt aangetrokken zodat ze lang goed blijven.
En uiteraard mochten wij ook een sigaar proberen!
Na weer een stukje paard te hebben gereden, besloten we dat het tijd was voor een drankje. De gids leidde ons naar een tentje waar we wat konden drinken. Mohito time!!
Ik noem dit dan ook mijn ‘drank & drugs dag’, aangezien ik vanalles heb binnengekregen wat ik normaal gesproken niet of nauwelijks inneem: cafeïne (van de versgebrande koffie), nicotine (van de sigaren) en alcohol (van de mohito). ![]()
Na de paardrijtocht hadden we nog net genoeg tijd (en net niet te veel zadelpijn) om de grotten in de buurt te gaan bekijken. Uiteraard reden we weer verkeerd, maar na een half uurtje omrijden bereikten we dan eindelijk de grotten van San Tomás. Waar we weer een half uur moesten wachten op de volgende rondleiding en vervolgens onderweg werden opgehouden door een stel senioren die zich niet helemaal hadden gerealiseerd dat je enigszins fit moet zijn om door grotten te klauteren.
De dag eindigde met een rustig avondje in het hotel. Daar viel op een gegeven moment de stroom uit, en zijn we maar buiten voor ons huisje gaan zitten. Waarop we ineens overal vuurvliegjes zagen, onder het oorverdovende getsjirp van krekels! Prachtig!
Trinidad
Het was wederom even stressen toen we van Viñales naar Trinidad moesten rijden. Want de benzine was bijna op. Nou ja, we waren over de helft van de tank. Maar we waren gewaarschuwd dat in Cuba lang niet overal tankstations te vinden zijn, dus dat je op tijd moet tanken. Bovendien was dit de langste rit van de vakantie die we voor de boeg hadden (8 uur!) en we gingen het sowieso niet tot het eerstvolgende tankstation op de snelweg redden.
In de voorwaarden van de autoverhuurmaatschappij stond dat we alleen ‘Especial’ benzine mochten tanken. Prima. Maar toen we aankwamen bij een tankstation in de omgeving, bleken ze dat daar niet te hebben. Goed, dan doorrijden naar het volgende. Waar ze het ook niet bleken te hebben. Stress! Want hoewel ik vermoedde dat het geen kwaad kon om er in geval van nood stiekem gewone benzine in te gooien, dacht Mark dat de motor er daadwerkelijk kapot van zou gaan, dus die wilde het niet wagen. Bovendien: als de verhuurmaatschappij erachter zou komen, zou onze autoverzekering komen te vervallen. Geen prettig vooruitzicht, gezien de Cubaanse rijstijl en de hoeveelheid deuken die er al in onze huurauto zaten…
Met behulp van de app van andere toeristen achterhaalden we dat in Pinar del Rio, een nabijgelegen plaats, ook nog een tankstation zou moeten zitten. Hoopvol reden we daar heen. Maar nee, weer geen Especial.
Uiteindelijk hebben we 5 tankstations aangedaan voordat we daadwerkelijk die &*^%*) benzine hadden gevonden. Maar daarna konden we eindelijk op weg.
Dat wil zeggen, nadat we na 3x op en neer rijden eindelijk de snelwegoprit hadden gevonden. (Mijn quote van de dag volgens Mark: “Wacht, ik vraag het wel even aan die man met die machete.” :-P)
Onderweg zagen we overal rondcirkelende gieren. Waarschijnlijk wachtend op de eerstvolgende toeristen die zonder benzine langs de weg kwamen te staan. Brr.
Eenmaal aangekomen in Trinidad, betrokken we onze casa particulare: een particulier gezin dat hun huis heeft uitgebreid zodat er toeristen kunnen logeren. Doorgaans zijn die veel beter dan staatshotels. En jawel: we werden niet alleen superhartelijk ontvangen, ook hadden we voor het eerst een douche waar daadwerkelijk waterdruk op stond én waar warm water uit kwam! Hoera!
Het plaatsje viel het ons nogal tegen. Het alom voor zijn gezelligheid geprezen centrale plein, Plaza Mayor, was klein, uitgestorven en verregend.
Opvallend aan het plaatsje was de bestrating in het centrum: onmogelijke, ongelijke keien met grote gaten ertussen. Erover rijden was al een uitdaging; er op lopen zonder je nek te breken helemaal!
De eerste ochtend van onze vrije dag hadden we een salsa-les geboekt. Dat was erg leuk om te doen! Dankzij mijn danservaring pikte ik het heel snel op en Mark volgde ook snel genoeg.


‘s Middags reden we naar nabijgelegen nationaal park El Cobano. (Hoera, niet verdwaald!) Dat was echt supermooi, met dichte begroeiing en een stomend beekje, dat we stroomopwaarts volgden naar een meer waar je in kon zwemmen, met een heuse waterval met grot erachter!
Overal zaten schattige kleine hagedisjes!

Ook zagen we een grote berg waaraan allemaal bijenraten hingen. De meeste verlaten, maar diverse waren bewoond!
Op de terugweg begon het wat te druppelen. Wat al snel overging in een enórme hoosbui! Dat was niet erg; het bleef gewoon warm. Maar je wordt er wel zeiknat van. Dus toch maar even hard rennen naar de auto! ![]()
Eenmaal terug in Trinidad bleken die rare keienstraten de regen voor geen meter aan te kunnen. Alle schuine straten waren kolkende rivieren geworden!
‘s Avonds aten we in een bijzonder restaurant. Bijzonder, omdat het voor het eerst is dat we ontmoedigd zijn om te eten. We wilden salade als voorgerecht nemen, maar de ober raadde dat af. “Het zit ook al bij het hoofdgerecht”. Nou, okee, dan slaan we het voorgerecht wel over.
Als toetje wilden we ijs. “Nee”, zei de ober, “dat hebben we niet. Nou ja, we hebben het wel, maar het is niet zo goed.” Dus ook geen toetje.
Blijkbaar wilden ze ons gewoon zo snel mogelijk weg hebben zodat ze de volgende gasten een plek konden geven? Dat krijg je met restaurants die staatseigendom zijn… commercie heeft toch wel een functie.
Santa Clara
Op weg naar Varadero maakten we nog even een tussenstop in Santa Clara, waar een monument en het mausoleum van Ché Guevara ligt. Het mausoleum zijn we niet in geweest overigens – er stond een enorme rij en ik weet hoe dat gaat: 2 uur wachten, dan 5 seconden binnen in een krap kamertje waar een urn staat, en vervolgens snel weer naar buiten geloodst worden. Zo’n aanbidder van Ché ben ik nu ook weer niet. ![]()
Varadero
Uiteindelijk arriveerden we dan in Varadero, onze eindbestemming. In Varadero is geen klap te doen; het is echt een toeristische strandplaats. Maar wij vonden het wel fijn om na zo’n vermoeiende reis even uit te kunnen blazen in een all-inclusive resort.
Dat hadden we nog nooit gedaan en het was ook even wennen. Ik dacht in mijn naïviteit: “Oh handig, dan hebben we niet alleen ontbijt erbij maar hoeven we ook niet op zoek naar avondeten.” Nee, Lenny, dat is ‘volpension’. ‘All-inclusive’ betekent dat óók je lunch wordt verzorgd. En je op ieder willekeurig moment om een drankje (cocktails!) en snacks kunt vragen en het gewoon voor je neus wordt gezet. Waaaahh!

Het resort beschikte over enkele zwembaden, inclusief ‘pool bar’, zodat je voor die cocktail niet eens het water uit hoefde.
Theoretisch dan. Want het was duidelijk geen hoogseizoen: het terrein was best wel verlaten. Enerzijds fijn, want zo hoefden we niet te vechten voor een strandstoel. Anderzijds jammer, want enkele barretjes waren onbezet, niet alle restaurants waren open en ook in het huisje waar je snorkels enzo zou moeten kunnen lenen was structureel niemand.
Toen we bij de pooltafel arriveerden, was ook daar niemand om keus en ballen uit te delen. Het was 9 uur, dus ze zouden open moeten zijn. Een kwartier na openingstijd kwam er iemand aankakken met wat spullen. Nee, de poolspullen had hij niet bij zich. Maar we moesten sowieso wachten op de schoonmaakster, want omdat het had geregend lag overal water op de vloer. Hoe laat die kwam? Geen idee.
Enige tijd later kwamen we terug. Inmiddels zat er ook al een andere groep toeristen te wachten op de pooltafel. De vloer was geboend, maar er waren nog steeds geen spullen. Nee, die lagen in een ander gebouw. Misschien konden we daarheen gaan. En ze daarna gelijk mee naar hier halen?
Cubaanse klantvriendelijkheid…
Varadero ligt op een schiereiland, dat zo smal is dat we zowel aan de voor- als achterzijde van onze hotelkamer uitzicht op zee hadden. Ieder resort had dan ook min of meer zijn eigen privéstrandje. En dat was er een uit de boekjes: wit strand, blauwe zee en wuivende palmen!
De eerste vrije dag hebben we dan ook lekker in de golven geplonst (whaaa, zout!!). En daarna in het zwembad gelegen. En verder heel weinig gedaan, behalve wat lezen en handwerken. Dat hadden we wel verdiend!
Maar goed ook, want op onze tweede vrije dag sloeg het weer om. Die nacht merkten we het nadeel van een smal schiereiland: extra gevoelig voor het weer. We werden wakker van het onweer en de stormwind, die ons balkonmeubilair aan het verplaatsen was…
Die dag heeft het helaas bijna alleen maar geregend en was het zelfs frisjes. Hebben wij weer… gaan we naar Lapland, is het plus 3 graden. Gaan we naar Cuba, is de zon weg… Zucht.
Geen zee en strand meer dus, maar we hebben weer gelezen en gehandwerkt totdat we aan het eind van de middag drie kwartier te laat werden opgepikt door het busje dat ons naar het vliegveld in Havana terugbracht.
De terugreis verliep verder gelukkig voorspoedig en in Schiphol kregen we wél onze koffers compleet terug. Hoezee!
Het was een vakantie met ups en downs, maar al met al hebben we een mooie reis gehad. En zeg nou zelf: als je blij kunt zijn dat je weer thuis bent, omdat dat uiteindelijk toch het meest comfortabele plekje is en je kat daar op je zit te wachten (en je toiletdeur op slot kan, er zowel een wc-bril als toiletpapier is, en je daadwerkelijk een handle hebt om door te spoelen in plaats van een toiletjuf die met een emmer water klaar staat), dan betekent dat dat je het gewoon heel, heel erg goed hebt. Wat een bofkonten zijn wij toch.














































Hi Lenny,
wat een leuke blog!! ik ben weer even terug in Cuba, zo herkenbaar !!
ik zal nog wat foto’s toesturen, ik heb er nog een van de nederlandse bus.
gr Hannie