Weekje Tenerife

Van tevoren hadden we besloten dat onze huwelijksreis een weekje rust zou worden. Normaal zijn wij niet zo van de rust. Wij zijn van het dingen doen. Maar misschien was ons lichaam inmiddels wel toe aan wat niets doen. En het idee van een huwelijksreis is bovendien dat je vooral van elkaar geniet. Iets met quality time enzo. Dus boekten we een weekje niets, op een mooi plekje op Tenerife.

En het werd een weekje niets. Want Tenerife is een lekker warm eiland, maar stiekem is er maar bar weinig te doen. Tenzij je houdt van full-time op het strand bakken, maar zo zijn wij niet. Wij zijn nerds, wij zijn een beetje bang van de zon :-P

Al in het vliegtuig merkten we dat we wellicht niet helemaal de doelgroep waren voor dit eiland. Onze medepassagiers bestonden uit gezinnen met jonge kinderen, of stelletjes waarvan de dames allen hoogblond, dan wel geblondeerd waren. En dan voel je je met je backpack en Teva’s aan je voeten, toch een beetje afsteken tussen de felle hard-plastic koffers en meisjes in Birckenstocks. En als in het vliegtuig dan reclame met Gerard Joling langskomt, dan wil je eigenlijk omdraaien.

De meeste toeristen zijn te vinden in de grote resorts in de standplaatsen Playa de las Américas of Los Cristianos. Gelukkig zaten wij zelf wat hoger op de berg, in een klein dorpje genaamd San Miguel.

Ons prachtige appartementje, met jaccuzi, thermaal onder-de-gronds-bad en uitzicht op zee:

Een deel van het gebouw
Uitzicht op zee (het voordeel van op de berg zitten)
Bubbels!
Binnenin - met schommelstoelen!

Als welkom voor het pas getrouwde paar, stond er een fruitmand en een fles wijn voor ons klaar!

Het appartementje was heerlijk om in te verblijven en we hebben lekker lang geslapen en boeken gelezen. Maar om niet helemaal gek te worden, planden we om de dag iets. Eerst een dag in het appartementje, dan een uitstapje, dan weer een dag in het appartement, etc. Alleen waren na twee dagen de doe-dingen wel een beetje op :-)

Het eerste uitstapje ging naar de vulkaan, El Teide, de hoogste berg van Spanje. We hebben een 2 uur durende wandeling gemaakt. Dat klinkt als niet veel, maar in de broeiende zon is het flink heftig om die bergen op en af te klimmen! Overigens was 2 uur de gemiddelde tijd die er voor stond. Wij bikkels deden ‘m in een uur en een kwartier ;-)

El Teide in de verte
Kratertje (en ja, daar zijn we helemaal naar afgedaald - en weer terug!)
Uitstulpinkjes

Het is allemaal heel droog en dor, maar dat geldt voor het hele eiland. Gras kennen ze er nauwelijks. Wel groeien er gigantische cactussen (cacti?):

Mega-cactus

En overal schieten hagedisjes weg:

Hagedis (net lang genoeg stilzittend voor een foto)

De grote, toeristische stranden op het eiland zijn dan ook allemaal nep. Ze zijn gemaakt van geïmporteerd Sahara-zand. Want de natuurlijke stranden bestaan uit zwart vulkaanzand. Mooi, maar je moet ook goed opletten omdat de stenen zo scherp zijn!

Zwart strandje
Scherpe rotskust

Uitstapje twee (dezelfde dag nog) ging naar de piramides van Güímar. Hun oorsprong is niet geheel duidelijk, maar een van de theorieën is dat het volk van de bouwers van de Egyptische piramides, de zee over is gevaren (dus veel eerder dan men dacht dat mogelijk was) en in contact is gekomen met andere bevolkingen, en onder andere dit stukje cultuur heeft overgenomen. Er was een heel museum omheen gebouwd waarin alle piramide-achtige gebouwen op de hele wereld met elkaar werden vergeleken.

Twee van de piramides
Met een trapje op het westen

Op een andere dag zijn we naar ‘Los Gigantes’ gegaan: een gigantische muur van rotsen die recht de zee in lopen. Over het hele eiland loopt langs de kust een autosnelweg, behalve op dit deel van het eiland, want daar kwamen ze niet doorheen.

Los Gigantes
Los Gigantes van opzij

De beste manier om ze te zien, was dan ook per boot. En deze boot ging ook nog wat verder de oceaan op, waar we orka’s en dolfijnen konden spotten, we lunch kregen en we langs de kustlijn even een duik in het water konden nemen.

Flipper!

Met beweging:

Over autosnelweg gesproken: we hadden een huurauto tot onze beschikking en ik moet zeggen dat rijden in Tenerife erg makkelijk is. De wegen zijn er breed en goed onderhouden, ook in de bergen, en alle plaatsen zijn duidelijk aangegeven. De TomTom hadden we helemaal niet nodig. Sterker nog: toen we die op de eerste dag aanzwengelden, stuurde hij ons binnendoor, op een ‘efficiënte’ route. Maar dat moet je daar helemaal niet willen, je moet gewoon de grote weg volgen. Want anders ga je in plaats van slingerend via haarspeldbochten, via miniscule paadjes recht de berg op! En dat is ENG. Ik had echt het idee dat de auto op een gegeven moment achterover zou vallen, zo steil was het.

En je moet dus wel goed zijn in de hellingproef… want het komt herhaaldelijk voor dat je midden op zo’n berg moet stoppen voor een tegenligger of een kruising. Mark reed als eerste en had de auto op een helling geparkeerd. Dus mijn eerste rij-ervaring was wegrijden van een steile helling, in een auto die ik niet kende. Heel leuk… NOT! Na tot 5x toe gefaald te zijn in de hellingproef en bijna de auto achter ons geraakt te hebben, gaf ik het op en liet ik Mark weer achter het stuur kruipen (waarna bleek dat ik de auto in z’n achteruit had gezet, in plaats van in de eerste versnelling… duh, logisch dat ik die berg niet op kwam!).

Het voordeel van zo’n klein eiland is ook, dat alles makkelijk in een dag te bereiken is. Van de ene naar de andere kant van het eiland rijd je in een uur. Mits je de snelweg aan de buitenkant pakt; de bergweggetjes duren natuurlijk veel langer. Grappig genoeg reed op de snelweg bijna niemand 120 km/uur. Waarschijnlijk vinden ze die snelheden daar eng, omdat ze het niet gewend zijn – in de bergen kun je vaak niet harder dan 40 tot 60 ;-)

Voor de vorm toch nog even een of ander monumentje in Santa Cruz op de foto gezet

Het nadeel van zo’n klein eiland is zoals gezegd dat er niet zo heel veel is. Na bovenstaande avonturen waren de uitstapjes wel zo’n beetje op. Ja, natuurlijk staat er nog wel meer in het gidsje, maar niets dat wij echt interessant vonden.

Voor de vorm zijn we nog een dagje naar Santa Cruz, de hoofdstad gegaan. Maar daar was niet zo heel veel te doen. Marktje bekeken, museum in geweest. Helaas was het museum alleen in het Spaans.

Gelukkig was er WiFi in het appartementje, zodat we ons niet hoefden te vervelen als we geen zin meer hadden in lezen en spelletjes spelen ;-)

Het moeilijke is, dat ze daar ‘s avonds pas heel laat eten: pas na 8 uur of nog later. Gelukkig hebben een aantal restaurants zich aangepast aan toeristen en gaan ze ‘al’ om 7 uur open, maar dan nog. Dus je moet tijdens een uitstapje heel lang ergens rond blijven hangen om te voorkomen dat je iedere avond in de plaats waar je overnacht, moet uit-eten. Er waren daar gelukkig wel diverse restaurantjes, maar je kon merken dat het geen hoogseizoen was.

Een van de restauranteigenaren moest bij alles wat we in eerste instantie wilden bestellen, zeggen dat ze dat op het moment niet hadden. Soep van de dag? Nee, dat wil nu niemand, daar is het te warm voor. Ham? Nee, daar is het ook te warm voor. Vis? Nee, dat hebben ze alleen aan de kust. Cola Light? Nee, alleen gewone cola.
Ook merkten we, dat je altijd een bijgerecht moet bestellen, anders krijg je dus echt alléén maar vlees!

Vleesch! Veul vleesch....

De laatste dag dat we er waren, was een officiële feestdag. We hebben niet helemaal meegekregen waar het nou om draaide, maar het gaat blijkbaar om het vereren van de beschermheilige van het eiland, de maagd van Candelaria. De avond en nacht van tevoren, lopen veel mensen een soort pelgrimstocht naar de plaats waar het feest voornamelijk wordt gevierd. Langs de snelweg zag je dus overal mensen in gele hesjes lopen.

Bedevaartsgangers

Ook zagen we een hoop auto’s die honden vervoerden naar die plaats. Maar waar dat nou precies voor was…? We zijn het helaas vergeten te vragen.

Al met al was het dus een hele relaxte vakantie. Je merkt dat als je niets doet, je lichaam echt in een lagere versnelling gaat. Het ontbijt was tussen 8 en 10, maar we hebben meerdere malen snel even wat kleren aangeschoten om te ontbijten, om daarna weer in bed te crashen… Waarschijnlijk hadden we het nodig.

Het was een prima quality-time vakantie, maar de volgende keer gaan we toch echt weer wat anders doen. Na 5 dagen begint het bij mij te jeuken en bovendien mis ik ons poezebeestje enorm! (Misschien word ik toch wel wat burgerlijk wat dat betreft… en wordt het toch tijd om mijn Teva’s te verruilen voor Birckenstocks?)

2 comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.