De tuin van mijn ouders staat vol met plantjes waar we ‘s zomers lekker van konden snoepen. Als kind zijnde (en stiekem op latere leeftijd ook) heb ik me behoorlijk tegoed gedaan aan wiemere en frambooze. Of, op z’n Nederlands, aalbessen en frambozen.
Nu we ons eigen tuintje hebben, mogen die dan eigenlijk ook niet ontbreken. Dus kwamen pappie en mammie vandaag langs om wat plantjes te brengen en ook gelijk maar in de grond te stoppen (vanwege de helaas niet genetisch doorgegeven groene vingers zouden ze het anders zeker weten niet overleven bij mij).
Gaten werden gegraven, er werd geklaagd over onze zanderige grond ten opzichte van het vruchtbare Limburgse Lös, paaltjes werden in de grond geslagen en wortels werden voorzien van een drankje. Met als resultaat: een prachtig rijtje frambozenstruiken, een aalbessenstruik-in-de-groei en in de voortuin wat expansionistische vergeetmenietjes.

Tussen de rottende bladeren in de voortuin, die pa ook maar gelijk voor ons opruimde, kwam zelfs een zeldzame vliegenzwam tevoorschijn:

Oh, en kijk ook vooral hoe prachtig rood onze esdoorn momenteel is (en hoe deze contrasteert met de volledig betegelde voortuin van de buurman):

Alsof we nog niet genoeg verwend waren, namen m’n ouders ons ook nog eens mee uit eten. Wat mij betreft mogen ze vaker langskomen ![]()