Gisteravond gingen we naar de bios voor “Despicable Me“. Ik vond de voorfilmpjes niet überhilarisch, maar het beloofde wel een vermakelijke film te worden. En het was eigenlijk precies zoals ik verwachtte: geen topfilm, maar wel goed voor diverse lachsalvo’s.
De slechterik speelt de hoofdrol in de film. Gru wil de maan stelen, om te bewijzen dat hij de grootste schurk op aarde is. En dat doet hij met behulp van een heel leger aan gele mini-minions. Maar dan adopteert hij drie kinderen om voor zijn karretje te spannen, om te proberen zijn concurrent de loef af te steken.
Het concept is grappig, de minions zijn erg leuk, en er zitten hele lachwekkende scènes in. En je moet goed kijken, want er zitten ook grapjes in de achtergrond verwerkt die niet zo duidelijk zichtbaar zijn.
Hoewel Gru als personage op zich heel goed wordt neergezet, is zijn karaktertransformatie van wannabe-badguy naar liefhebbende pappie totaal niet geloofwaardig. Het gaat te snel en er is niet genoeg reden voor. Bovendien was het personage van concurrent-badguy Vector het ook net niet. Hij was niet evil genoeg, maar ook niet watje genoeg. Het hing er een beetje tussenin en daarom kwam hij niet over.
De minions zijn vooral leuk in op zich staande scènes en het is dus niet vreemd dat hun verschijning tijdens de aftiteling stiekem niet onder doet voor de rest van de film. Maar alleen de minions kunnen deze film niet maken. Net zoals Scrat niet in zijn eentje verantwoordelijk is voor het succes van Ice Age.
Conclusie: Despicable Me hoort niet thuis in het rijtje top-animatiefilms zoals Shrek, Monsters Inc. en Ice Age, maar hij maakt zeker een amusant avondje bioscoop!