Rust zacht, lieve opa

Afgelopen zondag is mijn opa overleden – mijn laatste grootouder die nog in leven was. Vandaag was de crematie.

Ik heb een aantal goede herinneringen aan opa, met name dat mijn zusje, nicht en ik vroeger op zondagochtend altijd samen met hem gingen wandelen. Het bos in bij voorkeur, weer of geen weer. Daar kerfden we dan onze voorletters in een boom (waaronder de ‘O’ van ‘Opa’ natuurlijk). En we vonden ook altijd kleingeld onderweg. Wat een slordige mensen liepen er toch rond, vonden wij. Zoveel geld dat zomaar op straat lag als je goed keek! Hoewel het wel handig was dat je het af en toe hoorde rinkelen – dan wist je dat er waarschijnlijk weer ergens iets lag. De buit werd bij thuiskomst altijd netjes onder ons drieën verdeeld.

Maar verder had ik geen heel sterke band met mijn opa. Het was niet de meest sociale man. Na het overlijden van mijn oma zag ik hem steeds minder, voor een groot deel omdat hij zelf gewoon niet zo veel behoefte aan bezoek had. Hij is dan ook niet op mijn bruiloft geweest, en ik neem hem dat ook niet kwalijk.

Opa ging altijd zijn eigen weg. “Weer op jats”, zei mijn oma, als hij weer eens de hort op was.
“Ik ben de mol aan het vangen”, zei hij, als hij zonder dat oma het mocht weten, met een ladder het dak op klom om een reparatie uit te voeren (meestal maakte hij het erger dan het was, als hij weer eens ‘aan het klommele’ was, omdat alles goedkoop en met behulp van iets dat hij toch nog had liggen, moest gebeuren).
Tot op hoge leeftijd reisde hij nog naar Indonesië, waar hij vroeger had gewoond en gewerkt.

Ach, opa. Die je altijd ‘kwatsj’ op de mouw speldde. Of het nou ging om de reden van gemorste witte verfsporen op de weg (“om de wielrenners de weg te wijzen”), het ras van de nieuwe vogeltjes in de volière (“Japanse rietsuikervinkjes”) of de oorzaak van zijn misvormde nagel, wat ergens tijdens de oorlog gebeurd is maar waar blijkbaar iedereen iets anders over te horen kreeg en waar tot op de dag van vandaag niemand het échte verhaal achter kent.

Door die eigengereide houding was hij niet bepaald de perfecte vader voor mijn moeder en de rest van de familie. De crematie leverde dan ook dubbele gevoelens op. Maar de afscheidsceremonie was erg mooi. Er werd verteld hoe hij was, zijn goede en zijn minder goede kanten, zonder in het negatieve te schieten. Opa was opa.

Ik heb nog wel een traan of wat weggepinkt. Niet zozeer omdat ik opa miste, maar omdat ik ineens besefte wat je als ouders (en grootouders) allemaal mee kunt geven aan je kinderen. Je speelt hoe dan ook een belangrijke rol in hun leven. En of je het nu goed of fout doet, je geeft mensen altijd iets van jou mee. Ergens heb ik best wel wat weg van mijn opa. Mark zei het ook al. Dat had ik me nooit zo gerealiseerd.

En dan de memorabele momenten, die van generatie op generatie doorgaan. Zijn kinderen vonden het altijd het leukste als hij een verhaaltje ‘oet de kop’ vertelde in plaats van uit een boek. Net als dat wij altijd bij onze moeder zeurden om zo’n vertelling. En wij waren als kleine kinderen net zo gefrustreerd als mijn moeder vroeger was, wanneer hij zijn verhaaltje zonder einde vertelde.

Mark kon niet al te lang blijven na de crematie, dus ik stond in dubio of ik een stuk met hem mee terug zou rijden, of dat ik met mijn familie mee zou gaan om opa’s spullen uit te zoeken en later de trein zou pakken. Beide opties voelden niet goed, want ik wilde zo lang mogelijk bij Mark blijven en nog iets aan mijn dag hebben, maar ook nog even bij mijn familie zijn.

Uiteindelijk heb ik Mark uitgezwaaid en achteraf was het de goede keuze. Niet omdat ik graag wat spulletjes van opa wilde hebben (het enige dat ik heb meegenomen zijn wat accessoires en kleedjes ter donatie aan Charm), maar om de dag even samen af te sluiten. Zonder te hoeven haasten omdat Mark ergens op tijd moest zijn.

Familie is belangrijk.

Ik zou er bijna kinderen door willen.

5 comments

  1. Kees says:

    Prachtig verhaal!
    Ik had het er zelf ook moeilijk mee toen mijn opa overleed. Hij woonde in de laatste straat van mijn postwijk op zaterdag en ik bleef er altijd een spelletje doen, meestal ‘Triominos’. Ik vond het zo oneerlijk, toen hij, op 77-jarige leeftijd, overleed. Hij had juist, na het overlijden van mijn oma enkele jaren daarvoor, oude activiteiten weer opgepakt. Hij schreef vele gedichtjes en was de actiefste vrijwilliger in de kerk geworden. Toen we achter de kist de kerk uitliepen, barstte ik spontaan in janken uit.

  2. Nicole says:

    Lenny, prachtig geschreven!
    Mooi dat je je nog details voor de geest kunt halen. Zelf stopte het bij het vinden van het kleingeld en de vernietigende blikken aan de eettafel ;-).
    Ik hoop dat we snel – wat mij betreft nog voor de feestdagen – iets kunnen afspreken zodat we de bruilof verhalen kunnen horen.

  3. Yvonne says:

    Ook al heeft iemand minder goede kanten, het maakt wel de persoon die hij is. En ook daarom kan hij zeer gemist worden. Sterkte.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.