Vorige week had ik dankzij de NS de cursus mindfulness gemist. Deze week ging ik er weer met frisse moed tegenaan.
We begonnen met het leren van een nieuwe oefening: de loopmeditatie.
We moesten eerst stilstaan en daar onze aandacht op focussen.
“Weet je”, zei de docent: “je kunt dit ook benoemen. Laten we het ‘staan’ noemen.”
Ongelovig keek ik op. Was hij serieus?
Vervolgens gingen we de eerste stap zetten. We moesten voelen hoe ons gewicht zich verplaatste.
“Misschien helpt het je”, zei de docent, “om ook dit te benoemen. We kunnen dit ‘stap’ noemen.”
Ik moest mijn best doen om niet hardop in lachen uit te barsten.
Ik voelde me een beetje zoals de Sperm whale in de Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, die naïef zijn nieuwe ervaringen benoemt voordat hij er tegen te pletter slaat.
“Ah… ! What’s happening?”, it thought. “Er, excuse me, who am I? Hello? Why am I here? What’s my purpose in life? What do I mean by who am I?”
“Calm down, get a grip now… oh! this is an interesting what is it?”
“It’s sort of… yawning, tingling sensation in my… my… well, I suppose I’d better start finding names for things if I want to make any headway.” […]
“Wow! Wow! That feels great! Doesn’t seem to achieve very much but I’ll probably find out what it’s for later on. Now, have I built up any coherent picture of things yet? No. Never mind.”
“Hey! What’s this thing suddenly coming toward me very fast? Very, very fast. So big and flat and round, it needs a big wide-sounding name like… ow… ound… round… ground! That’s it! That’s a good name- ground! I wonder if it will be friends with me?”
And the rest, after a sudden wet thud, was silence.
Zucht. Ik besloot het maar over me heen te laten komen. Letterlijk stap voor stap werkte ik me door de oefening heen.
De volgende oefening. Dat was een herhaling van de al eerder geleerde ademoefening.
Curiously enough, the only thing that went through the mind of the bowl of petunias as it fell was “Oh no, not again.”
Maar goed, ik zou braaf meedoen. Wanhopig poogde ik aandacht aan mijn ademhaling te schenken, maar mijn gedachten vlogen zoals gebruikelijk alle kanten op.
“Concentrate,” hissed Zaphod, “on his name.”
“What is it?” asked Arthur.
“Zaphod Beeblebrox the Fourth.”
“What?”
“Zaphod Beeblebrox the Fourth. Concentrate!”
“The Fourth?”
“Yeah. Listen, I’m Zaphod Beeblebrox, my father was Zaphod Beeblebrox the Second, my grandfather Zaphod Beeblebrox the Third…”
“What?”
“There was an accident with a contraceptive and a time machine. Now concentrate!”
De docent begeleidde ons. “Laat je aandacht gaan naar je hoofd…, schouders…,”
(“…knie en teen”, vulde ik aan)
Eindelijk was de kwelling voorbij.
We gingen de kring rond om onze progressie tot nu toe te evalueren. Tot mijn vreugde vernam ik dat ik niet de enige was die moeite had met zich ertoe zetten om dagelijks huiswerk te maken. Toch rapporteerden velen vooruitgang. Eén van mijn cursusgenoten (gepensioneerd, niets beters te doen op een dag) vertelde dat ze inmiddels had bereikt dat ze niet alleen kon constateren dat ze nare gedachten had, maar ook kon zeggen: “Dit wil ik niet denken, ga weg”. Dat leek mij ook wel wat.
Een andere cursiste verwoordde echter precies waar ik ook mee zat: ze kon prima constateren dat ze zichzelf gek aan het maken was, dat was het probleem niet. Maar om vervolgens op te houden met die gedachten, dat ging niet.
De docent knikte begrijpend. “Dat komt omdat je boos op jezelf bent dat je die gedachten hebt. Je moet vriendelijk constateren dat je zo denkt.”
“Okee, maar dan?”, vroeg zij en dacht ik.
“Dan niets”, antwoordde de docent.
Huh hoe wat? We snapten er niets van.
Toen het mijn beurt was, vroeg ik door. Met veel moeite trok ik eindelijk, eindelijk de theorie achter alle oefeningen uit onze docent. Wat hij beweert: als je er in slaagt om bewust te zijn van je gedachten of patronen, en vriendelijk accepteert dat je dat doet, dan doe je het vanzelf niet meer. En dat werkt niet als je boos op jezelf bent vanwege het constateren van die patronen of gedachten.
“The Answer to the Great Question, of Life, the Universe and Everything”
Right. Dat gaat er bij mij dus niet in. Hoe kun je nou ophouden met iets te doen door te accepteren dat je het doet??
Maar de docent knikte alleen maar en zei dat ik niet zo veel vragen moest stellen. Ik was te doelgericht bezig. Deze oefeningen hadden juist geen doel. Alleen vriendelijke waarneming.
‘I refuse to prove that I exist,’ says God, ‘for proof denies faith, and without faith I am nothing.’
Argh!! Als ik iets niet kan hebben, dan is het wel zo’n reactie! Eén van de redenen dat ik hier zit, is dat ik altijd maar doelgericht bezig ben. En nu vertel je me dus eigenlijk dat ik op moet houden om doelgericht te zijn, zodat ik uiteindelijk ophoud met doelgericht zijn??
Ik ben een denker, een theoreticus. Ik wil weten wat ik doe en waarom. Het frustreerde me al enorm dat de man niet aan het begin van de cursus deze gedachtengang achter de oefeningen had uitgelegd, want ik worstel nu dus al weken ermee omdat ik geen idee heb wat ik er mee aan moet. Ik kan niets goed doen als ik niet weet wat het doel ervan is!
En dat nadenken kan ik niet zomaar uitzetten. Daarom verveel ik me ook zo gruwelijk tijdens die meditatie-oefeningen: mijn hersenen moeten iets te doen hebben!
Marvin: I think you ought to know I’m feeling very depressed.
Trillian: Well, we have something that may take your mind off it.
Marvin: It won’t work, I have an exceptionally large mind.
De les was ten einde. Zwaar verward pakte ik mijn spullen.
“Three to one…two…one…probability factor of one to one…we have normality, I repeat we have normality.” She turned her microphone off — then turned it back on, with a slight smile and continued: “Anything you still can’t cope with is therefore your own problem.”
Misschien moet ik de volgende keer voor de zekerheid maar een handdoek meenemen.
Het is altijd wijs om een handdoek mee te nemen. En voor de rest is dit denk ik niet aan Den Lenny besteed.
goed de cursus komt me iets te wazig over, maar om mensen te laten beseffen dat niet alles een doel dient te hebben vind ik op zich wel goed. Oftewel gewoon omdat het kan
De kerel klinkt als het mannelijk equivalent van een zweefteef, maar ergens heeft-ie wel gelijk: het is het denken áán het denken dat je zo moe maakt. “Denk het niet-denken”, zegt Dogen Zenji daarover. Zou koan-training wat voor je zijn?
Heel veel oefenen helpt wel. Mijn gedachten gaan ook niet makkelijk uit, maar ik kan ze na jaren oefening met verschillende vormen van meditatie wel redelijk loslaten als ik dat wil. In ieder geval voor even. Voor mij hielp een beeld om naar terug te keren. Bewegende meditatie of stil zitten en nergens aan denken, dan dwalen mijn gedachten ook continue af en komen ze niet makkelijk tot rust. Een rustig beeld als water, aarde, een tuin, hielp voor mij heel erg. Ik denk dat het voor iedereen een kwestie is van proberen tot ze datgene vinden dat voor hun werkt, en dat dat hetgene dat uiteindelijk werkt heel persoonlijk is. Ik hoop dat jij de methode die voor jou werkt snel vind.
De effecten van acceptatie kun je ook niet echt met woorden uitleggen, dat moet je ervaren, maar of dat nou met zo’n cursus lukt.. Ik vind het knap dat je doorzet, wat een vage bedoening haha.