Alweer voor de vierde keer ging ik naar een cursusweekend van Stichting Draailier & Doedelzak.
Soms hebben ze drie verschillende niveaus aan cursussen voor doedelzakspelers, maar andere keren maar twee. Ook ditmaal was de middengroep weggevallen en kon ik slechts kiezen uit ‘beginners/begonners’ en ‘(ver)gevorderden’. Dat werd dus de laatste.
Ik had eigenlijk verwacht dat het niveau daardoor een stuk hoger zou liggen dan bij de gemiddeldengroep, maar dat viel heel erg mee. Blijkbaar hadden de echt gevorderden massaal gekozen voor de samenspelcursus. (Waarschijnlijk hadden zij geen zin om met ons minderwaardige spelers opgescheept te zitten :-P)
Ik was dus wederom een van de beteren in de groep en kon dan gelukkig ook goed meekomen. Ik heb wel gemerkt dat je technische niveau toch niet het enige is wat een rol speelt; je vermogen om snel op het gehoor liedjes op te pikken, is minstens net zo belangrijk. En daar ontbrak het meerdere mensen toch aan.
Wat dat betreft kan ik merken dat ik weer vooruit ben gegaan. Vroeger speelde ik ook alleen van blad en moest ik een nummer twintig keer horen voordat ik ook maar ongeveer de goede noten wist te spelen. Nu gaat het gelukkig al heel veel sneller (maar kan nog altijd beter).
Hoe klinkt dat nou, zo’n kudde doedelzakkers? Nou, zo dus:
Delai lo ribatel
WS550061
(en dat was heel beschaafd met slechts 3 spelers. Kun je je voorstellen hoe 11 stuks tegelijk klinken..? Lang leve oordopjes :-))
Het viel me op dat er best wel wat mensen zijn die zowel doedelzak als viool spelen. Ik zou niet kunnen benoemen waarom, maar blijkbaar is het een logische combinatie?
Mocht ik me een volgende keer voor de samenspelcursus inschrijven, dan kan ik dat instrument in ieder geval ook meenemen!
Wat ik wel had meegenomen, waren wat leuke jurkjes en hakken. Stiekem een klein beetje om een statement te maken. Het niveau van kleding op zo’n weekend is namelijk bedroevend laag. Ik weet niet of het de dagelijkse stijl is van de aanwezigen of dat ze gewoon lekker comfortabel willen zijn op zo’n weekend, maar je kan velen direct doorsturen naar een make-over programma.
Ik viel dan ook wel op geloof ik (okee, hoge hakken in een bosachtige omgeving waar je regelmatig over gras moet lopen is misschien niet geheel praktisch) en kreeg, naast diverse complimenten over m’n outfit, daadwerkelijk de vraag hoeveel paar schoenen ik dit weekend wel niet had meegenomen…
(Nou, drie dus. Een paar voor zaterdag, een paar voor zondag en een paar om ‘s avonds op te dansen. En dan tel ik de doucheslippers niet mee)
Hopelijk heb ik een cultuurshock teweeggebracht en mensen laten beseffen dat je er ook als rare doedelaar leuk uit mag zien ![]()
Het bal ‘s avonds viel me wel een klein beetje tegen. In principe is het toegankelijk voor iedereen, niet alleen de cursisten. Maar ik kwam bijna geen balfolkers tegen die ik ook op het bal in Nijmegen zie en waar ik graag mee dans. De vloer was dan ook een stuk minder vol en dat had voor mijn gevoel ook wel impact op de sfeer. Daarom kroop ik relatief vroeg al in mijn bedje.
Heel luxe had ik een kamertje voor mij alleen gekregen. De nacht ervoor had ik mezelf namelijk wakker gehoest (ik ben al een week niet helemaal lekker) en ik vond het niet sociaal om ook mijn kamergenoten wakker te houden. Uiteindelijk viel het hoesten mee, maar zo heb ik in ieder geval ook geen last gehad van snurkers. ![]()
Na de muzikale presentaties van alle groepjes op zondag, reden we weer naar huis. Vol met inspiratie en oefenmateriaal voor thuis!