Onze poes heeft een nemesis: een rood-witte kater die de buurt onveilig maakt en het zelfs waagt om in háár tuin te komen.
Als ze bij mij op schoot zit en het beest vanuit de huiskamer door het keukenraam over de daken van de schuurtjes ziet lopen, veert ze al op en rent ze naar het kattenluikje om haar territorium te beschermen.
Laatst had ze een paar wondjes op haar kopje. Arm beestje. Maar de kater is er blijkbaar ook niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen. Dit vonden we namelijk in de voortuin:

Net goed ![]()
Braaf als ik ben, breng ik het halsbandje natuurlijk wel terug naar de rechtmatige eigenaar. Volgens het papiertje in het kokertje is dat de bewoner van een paar deuren verderop in de straat. En heet de kater ‘Polleke’.
Als ik ‘s avonds aanbel, doet er niemand open. Dus probeer ik het de volgende middag nogmaals.
Een vrouw van middelbare leeftijd verschijnt aan de deur. Ik geef haar het halsbandje, vertel waar ik het gevonden heb en dat onze katten het blijkbaar niet zo goed met elkaar kunnen vinden.
De vrouw vraagt of ik gisteravond ook aan de deur stond. Sorry sorry; in het vervolg moet ik 2x bellen, want anders doet ze ‘s avonds niet open. Ze geneert zich er duidelijk een beetje voor.
Er volgt een korte conversatie, waarin ik verneem dat de kater pas 3 is, blijkbaar nogal een rover, de kikkers uit de vijver in haar achtertuin vangt en ze af en toe een beetje bang voor hem is omdat hij ineens kan grommen. En dat ze al briefjes in de bussen van haar buren had gedaan om te vragen of het halsbandje gevonden is, maar ze niet zo ver als tot bij onze deur was gegaan.
We praten nog wat over onze katten en of het nieuwe huis ons bevalt (we wonen er nu toch al 3 jaar, maar goed).
Het gesprek loopt wat moeilijk en ze lijkt een beetje te dralen. Enerzijds lijkt het erop dat ze niet veel meer te zeggen heeft, maar steeds wanneer ik een aanzet geef om de conversatie af te sluiten, gaat ze toch weer verder.
Op een gegeven moment neem ik toch vriendelijk afscheid en ga weer naar huis.
‘s Avonds vind ik een briefje in de bus:
Dag Lenneke (Lonneke)
Dank je voor het brengen van het bandje.
Sorry: ik zag er niet uit want ik was aan het poetsen. En ik heb je geen koffie aangeboden want ik had weinig tijd omdat ik ‘s middags Hobo moest spelen in de Padua Kerk.
Volgende keer beter?Groet,
Mirjam
no 28
Wat schattig ![]()
Ik kwam alleen het bandje terugbrengen en had geen uitgebreide theevisite verwacht.
Moet ik nou iets terugschrijven? En zo ja: wat?
(Het is overigens niet zo dat we onze buren niet kennen. We weten ook wie de mensen zijn die twee en drie deuren verder aan onze linkerkant worden. De rest van de straat leren kennen is ook prima, maar ik voel niet zo de behoefte om op visite te gaan…)