Workshop middeleeuwse doedelzak

Mijn weekend werd volledig besteed aan een workshop middeleeuwse doedelzak. Ian Harrison was in Nederland om een masterclass te geven aan het conservatorium in Amsterdam, dus werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om hem ons iets bij te laten brengen over middeleeuwse doedelzakmuziek.

De locatie: het 17e eeuwse huis van één van de organisatoren (check de deuren op de achtergrond van de foto!). Hoewel niet middeleeuws, was het wel een prachtige achtergrond voor de workshop, met o.a. houtkachels in de kamers en in de keuken nog een handpomp om water te tappen. Gelukkig had ik op advies warme kleding meegenomen en verkreeg ik een plekje direct naast de kachel.

Over het eten was ook niets te klagen, aangezien een van de andere organisatoren een cateringbedrijf heeft. Oftewel: luxe ontbijt, lunch én avondeten!

image

Het was een redelijk intensief weekend, aangezien we vrijdagavond, zaterdag overdag en zondag overdag les hadden. Op een gegeven moment ga je het wel aan je wangen merken van al dat blazen. En lang leve oordopjes, want met 13 doedelzakken in een kamer produceerden we maar liefst 96 decibel!

Omdat ik vrijdag overdag de hele dag naar lezingen over de middeleeuwen had geluisterd en erna rechtstreeks vanaf de universiteit door was gereden naar de workshop in Dordrecht, was ik ‘s avonds békaf en crashte ik al om kwart voor elf in bed. Een beetje triest, aangezien ik de op één na jongste deelnemer was en de gemiddelde leeftijd behoorlijk hoog lag.
Op zaterdagavond, toen er geen les was en we met een aantal man sessie zijn gaan spelen, kon ik het gelukkig compenseren door alleen met de docent over te blijven en tot na middernacht door te doedelen.

Omdat de docent uit het Verenigd Koninkrijk kwam, maar al jaren in Duitsland woont en ook een jaar in Nederland heeft gewoond, waren de lessen in een prachtige mengelmoes van haperend Nederlands, vermengd met Duitse woorden, en een sausje van Engels erover.

Ik moet zeggen dat het niveau van de workshop me wat tegenviel. Vooraf was gezegd dat hij bedoeld was voor gevorderde doedelzakspelers. We hadden een pakket aan bladmuziek ontvangen om alvast te oefenen. Maar bij de workshop waren diverse personen die slecht tot geen noten lazen, en ook mensen die moeite hadden om het ritme juist te spelen, waardoor het grootste gedeelte van de tijd werd besteed aan het correct spelen van de nummers.

Ik hoorde diverse mensen opmerken dat ze het knap moeilijke stukken vonden. Terwijl ik de stukken vooraf twee keer vluchtig had doorgenomen en vervolgens met een ‘oh, dat lukt wel’ aan de kant had gegooid. Tja, dat krijg je als je jarenlang klassiek viool hebt gespeeld – ik hoef niet een gevoel te krijgen voor het liedje voordat ik het kan naspelen. Ook al ken ik het nummer nog niet, dan kan ik het toch spelen door gewoon te doen wat er staat.

Op de meeste workshops is het overigens andersom: dan moeten de mensen die makkelijk deuntjes op gehoor oppikken, wachten op de aan blad gekluisterde mensen die niet meekomen. Waardoor uiteindelijk alle workshops voor het grootste gedeelte besteed worden aan het leren van nummers.

image

Ook qua speltechniek is me niets nieuws verteld. De versieringen kende ik al en het afwisselen van je vingers bij het onderbreken van noten, deed ik al. (Ik heb zelfs nog een complimentje voor mijn spel gekregen van Willem Schot, de nestor van de Nederlandse doedelzakmuziek, die op zondag even kwam kijken – yay!)

Desondanks heb ik best wat geleerd, namelijk over middeleeuwse muzieknotatie en polyfonie. En dat was dan ook waar ik voor kwam, dus ik ben tevreden!

Tot mijn verbazing had ik het toegestuurde middeleeuwse notenschrift bijna helemaal weten te ontcijferen. Alleen de triolen had ik gemist. Als je eenmaal weet hoe je ernaar moet kijken, is het een stuk minder abracadabra dan het op het eerste gezicht lijkt.

Verder leerde ik over hoe ze vroegah de tweede (‘duplum’) en derde (‘triplum’) stemmen schreven. De tweede stem is in de eerste en laatste maat bijvoorbeeld altijd een ‘perfecte consonant’. En in de ‘faux bourdon stijl’ is dat altijd een octaaf. De tussenliggende maten zijn dan een sext afstand van de melodie (‘tenor’) en de derde stem is precies een kwart lager dan de tweede.
Okee, dat interesseert jullie vast niets, maar toch :-P

De conclusie is in ieder geval dat ik blij ben dat ik erbij mocht zijn. Het was leerzaam, gezellig, ik heb weer nieuwe mensen ontmoet én ik heb lekker samen kunnen spelen met anderen!

One comment

  1. CC says:

    Hoi! Ik vond je blog via het mota-forum, leuk om te lezen!
    Bij muziekworkshops merk ik inderdaad ook dat er altijd teveel tijd gaat zitten in het aanleren van de stukken, of het nu met of zonder bladmuziek is. Ze zouden de niveaus eigenlijk moeten indelen op ‘hoe snel leer je stukken aan’ want dat geeft vaak een realistischer inschatting dan alleen het speelniveau… :)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.