Gisteravond was ik even klaar met vanalles. Er waren de afgelopen week te veel dingetjes geweest die ik had geprobeerd geregeld te krijgen, maar waar veel meer tijd en energie in is gaan zitten dan nodig had hoeven zijn. En er stond nog zo veel op de to-do-lijst, dat ik het gevoel had dat mijn drie weken zomervakantie, die de dag erna zouden beginnen, nu al vol zaten.
Na mijn kat en de kat en kippen van de overburen te hebben gevoerd, voor mezelf gekookt te hebben, de vaatwasser te hebben uitgeruimd, onkruid uit de tuin te hebben gewied en zowel mijn planten als die van de buren water te hebben geven, besloot ik dat het schoonmaken van de kattenbak en doedelzak oefenen voor komend weekend maar even moest wachten. Ik ging een ommetje maken.
Onderweg kocht ik een ijsje bij het tankstation. Zo, dat had ik wel verdiend.
Ik wandelde door een bosje in de wijk waar ik al heel lang een keer een kijkje wilde nemen, maar wat er na een jaar wonen nog steeds niet van was gekomen.
Ik stopte ook bij het kinderspeeltuintje om even lekker te schommelen. Net als vroeger. Ha, dat ontstresste.
En tot slot ging ik op de stenen aan de rand van het kanaal zitten om even naar de langstuffende boten te kijken. Die zag ik jaren geleden ook vanuit mijn studentenflat, aan de overkant van het kanaal, en ik vond het gestage gedreun van de motoren altijd een rustgevend geluid.
Een paar meter achter me kwam een man op het bankje zitten. Hee, had ik die net niet ook al gezien tijdens het wandelen?
Na een tijdje vond ik het mooi geweest en liep ik terug omhoog, langs het bankje waar de man zat. Die sprak me aan.
Of alles goed met me was, wilde hij weten. “Iek heb jou gesien lopen. Iek denk: jij frouw alleen. Soms denken sij aan ophangen. Jij hebt sorgen? Iek ben jou gefolgd. Iek denk: als jij in water springt, fang iek jou op.”
Ach gut… hij was oprecht bezorgd om me! Had ik er zo moedeloos uit gezien?
Ik probeerde de man gerust te stellen, maar hij had duidelijk wat meer tijd nodig. Dus ging ik naast hem op het bankje zitten en begon een gesprek met hem. Zo hoorde ik onder andere dat hij uit Turkije kwam en naar Nederland was gekomen vanwege de medische zorg voor zijn blinde dochter. Hij was gescheiden en woonde nu alleen, en bijna al zijn familie woonde weer in Turkije. Ik was ook gescheiden? Hoe lang? Zag hij nou verdriet in mijn ogen? Of het echt wel okee met me ging? Hij was vroeger rechter geweest, maar had nu een bedrijf in kunststoffen of iets dergelijks. Helaas was hij niet goed met computers. Ik wel misschien? Wilde ik niet part-time voor hem komen werken? Het was heel erg nodig.
Halverwege het gesprek was een onbekende buurtkat komen aanlopen. Die was gezellig tussen ons in komen zitten en liet zich door ons aaien. Daar zaten we dan, drie vreemden bij elkaar op een bankje.
Aan het eind van de conversatie maakte ik me inmiddels bijna net zo veel zorgen om hem, of hij niet al te eenzaam was, als hij om mij geloof ik. Of een huisdier niets voor hem was? Nee, hij kon er niet tegen als die dood gingen. Hij moest nog denken aan hun huisdier van vroeger, dat was te pijnlijk.
We schudden elkaar de hand. Hij bedoelde het echt goed, benadrukte hij meermaals. Hij zou niet om mijn telefoonnummer vragen. Maar hij gaf me wel het zijne. Als ik een keer authentieke Turkse hapjes wilde komen eten, was ik van harte welkom. En ik mocht altijd komen praten als er iets was. Echt waar.
Aww… <3
Eenmaal thuis heb ik alsnog de kattenbak schoongemaakt en doedelzak geoefend. En een Turks wijsje gespeeld, voor hem.
Bijzonder mooi