De dag is voorbij; ik stap in de stoptrein naar het mooie Nijmegen. Normaal gesproken neem ik de sneltrein, maar af en toe ben ik nog net op tijd voor de stoptrein. Zo ook nu.
Als je net op het laatste moment instapt, betekent dat wel dat de boel nogal vol zit. Ik kies dan ook altijd keurig het balkon dat bestemd is voor fietsen, omdat hier wat meer ruimte is. Officieel hebben fietsen daar voorrang op reizigers. Maar ik moet de eerste mens nog tegenkomen die het waagt om iemand te verzoeken om van zijn klapstoeltje op te staan, zodat hij zijn fiets kan stallen. Het is dan ook niet bepaald een aan te bevelen overlevingsstrategie tijdens de spits.
Vervelend, want mensen kunnen prima in het midden van het balkon gaan staan, maar in verband met omvalgevaar en bijbehorende gewonden, kun je een fiets alleen tegen een wandje aan zetten. En in de coupés zijn vaak gewoon nog zitplekken te vinden, dus die mensen hoeven niet eens op het balkon te blijven.
Anyway, na geconstateerd te hebben dat er weer geen plek is om mijn trouwe stalen inklapros te plaatsen, vraag ik met mijn liefste glimlach aan een mevrouw met een enorme kinderwagen, of ze die iets van de wand wil trekken, zodat ik mijn vouwfiets ertussen kan persen. Mijn lieve glimlachen missen nooit hun doel, dus ik kan, ontdaan van mijn fiets, mijn weg vervolgen richting coupé.
Enkele tussenstops later komt er een verhitte conductrice de coupé binnengestampt.
“VAN WIE IS DIE VOUWFIETS??
Ik kijk op. Voordat ik iets kan doen brult ze weer:
“WIE HEEFT ZIJN VOUWFIETS HIER VOOR DE DEUR GESTALD??
Aangezien mijn fiets noodgedwongen inderdaad een stukje uitstak, sta ik op en loop ik enigszins verontrust naar haar toe. Ik had toch m’n best gedaan om hem netjes weg te zetten? Of zou iemand anders hem wellicht verplaatst hebben (wat regelmatig gebeurt)?
“Ik heb een vouwfiets, maar ik heb hem niet voor de deur gezet…”, begin ik.
Een medereiziger die op het balkon zit en me gezien had toen ik mijn fiets stalde, roept me geruststellend toe: “Het is een andere hoor, een rode!”
Terwijl iedereen in de coupé me inmiddels aanstaart, loop ik weer terug naar m’n plekje.
De conductrice, die geen zondebok heeft gevonden voor de Zware Misdaad die zich zojuist in haar trein voltrokken heeft, roept nogmaals furieus wie dan toch het lef heeft gehad die fiets fout te parkeren. Niemand antwoordt. Ze stampt naar de coupé aan de andere kant van het balkon en met een volume alsof ze naast ons staat, kunnen we horen dat ze haar vraag daar herhaalt.
Blijkbaar reageerde daar ook niemand, want al stomend steekt ze haar hoofd weer bij ons om de hoek.
“ALS DE EIGENAAR VAN DE FIETS ZICH NU NIET MELDT, DAN ZET IK HEM OP HET PERRON!”, krijst ze.
Mijn medereizigers en ik kijken elkaar aan. Dat kan ze toch niet maken? Wellicht zit de eigenaar op het toilet, of in een andere coupé.
Maar blijkbaar is de misdaad dusdanig groot dat haar dit een prima geoorloofde maatregel lijkt, want ze pakt de microfoon om het door de hele trein om te roepen.
Net op het moment dat ze aanstalten maakt om het ding inderdaad naar buiten te flikkeren, arriveert de eigenaar blijkbaar en volgt er een discussie. Op zachtere toon, maar vanuit het balkon hoor ik kreten als “VEILIGHEID”, “DEUR” en “MIJN TREIN” langskomen.
Een paar minuten later vertrekken we dan toch eindelijk naar de volgende tussenstop. Mét vouwfiets.
Wat een drama zeg… ik zal zeker niet beweren dat iedereen altijd even netjes z’n fietsen neerplant. In tegendeel, sommigen nemen niet eens de moeite om ‘m in te klappen, en anderen nemen gerust twee zitplekken in beslag terwijl een halve ook had gekund. Maar de reactie van die conductrice is toch buiten alle proporties. Als ze die fiets daadwerkelijk onbeheerd op het perron had achtergelaten, denk ik dat ik een klacht tegen haar had ingediend.
Wat is er mis met een omroepbericht als “Dames en heren, wil de eigenaar van de rode vouwfiets zich zo snel mogelijk melden op het balkon?”, om vervolgens deze persoon op nette doch bestraffende toon toe te spreken?
Maar blijkbaar zitten er behoorlijk wat explosieve typjes op de trein. Of zou de werkdruk zo hoog zijn? Klantvriendelijker wordt het er in ieder geval niet op.