Muts met oorflappen

Voor onze Laplandreis moeten we ook warme mutsen hebben. Nou heb ik wel een paar warme mutsen, maar geen exemplaren met oorflapjes. En het lijkt me best fijn om ook die afgedekt te hebben als de poolwind om je oren waait.

Nou kon ik uiteraard een muts in de winkel gaan kopen. Maar we hadden al zo veel gekocht. En ik had nog steeds winterse breidrang. En ik had ook nog wat wol van pappie’s sjaal over. Hmm…

Dus breide ik lekker mijn eigen muts! Geheel gemaakt van materiaal dat ik nog had liggen.

muts

De binnenkant van de muts heb ik gevoerd met een laagje fleece, dat ik vastzette aan het breisel met een dekensteek.

Het is voor het eerst dat ik met rondbreinaalden heb gewerkt (dus die moest ik wel nog eerst kopen) en ik moet zeggen: dat was prima te doen! Ik had op internet opgezocht of ik daarvoor nog op bepaalde zaken moest letten, en toen las ik dat je je breitechniek er op moet aanpassen. Oftewel: de Duitse breitechniek gebruiken, waarbij je je naalden niet onder je armen vastklemt maar wat naar voren houdt, en waarbij je de draad in je linkerhand houdt in plaats van je rechter. Wat overigens sowieso veel ergonomischer schijnt te zijn.

Huh? Maar dat deed ik al… Ik heb het weliswaar anders geleerd, maar toen ik averecht ging breien vond ik het helemaal niet handig om het op de officiële manier te doen en vond ik uit dat het op bovengenoemde manier veel makkelijker ging. Blijkbaar heb ik uit mezelf de andere techniek ontdekt :-P

voorkant zijkant

(excuses voor de mutsige blik ;-) )

De muts is gebaseerd op een patroon van Jessica Tromp, omdat die me in eerste instantie wel makkelijk te doen leek. Nou… dat viel bij nader inzien een beetje tegen. Zo toont het patroon alleen de oneven toeren. Wat moet ik dan in de even toeren doen…? Uiteindelijk heb ik die maar gewoon recht gebreid (want het voordeel van rondbreien is dat je niet afwisselend recht/averecht hoeft te breien om een tricotsteek te krijgen; je breit continu recht omdat je je naald niet omklapt na iedere toer).
Verder houdt het patroon op na toer 37, terwijl je muts dan nog niet af is. Na die toer heb ik steeds ‘2 samen, 1 recht’ gebreid totdat ik er maar eentje overhield.
Uiteraard moest ik het patroon ook aanpassen, want iedereen breit anders en ik bleek 78 steken en 39 toeren nodig te hebben voor een mij passende muts.
Oh, en de oorflapjes zijn in het patroon getekend alsof je ze van smal naar breed breit, maar het leek me logischer dat je van boven naar beneden breit, als je ze aan de muts vastbreit.
Dus… heb ik uiteindelijk lekker gedaan wat ik zelf logisch vond ;-)

De leuke ruitpatroontjes die erin zitten, werken trouwens niet met een meerkleurige wol zoals die van mij – die vallen er helemaal in weg, zeker als je niet goed telt en ze steeds verkeerd breit, waardoor ik in mijn tweede poging (de eerste muts was te groot) ze maar geheel weggelaten heb. Dit is ook leuk genoeg, toch?

Misschien dat ik er ook nog eentje voor Mark ga breien!

3 comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.