Na het maken van een muts voor mezelf had ik de smaak te pakken. En aangezien ook Mark nog geen muts met oorflapjes had, maakte ik er ook een voor hem.
Inmiddels snap ik het patroon in kwestie iets beter. De ontbrekende even regels moet je niet gewoon recht breien, maar interpreteren als ‘hetzelfde als de vorige’.
Ook bleek ik niet altijd goed uit te komen op de volgende regel als ik exact het benodigde aantal steken opzette; op de een of andere manier moest ik af en toe een extra steek breien voordat ik weer rond leek te zijn. Ik besloot maar te stoppen met tellen en in plaats daarvan op zicht te breien, zodat ik toch het patroontje in de volgende toer precies uitgelijnd boven het patroontje in de vorige toer breide.
Dat leverde ditmaal wel een succesvol ruitpatroontje op. Probleem: ik vond het niet mooi. Het kwam niet goed naar voren in deze zwarte wol en ze waren aan de kleine kant, waardoor het effect van een afstandje slechts was dat je bobbels in de muts zag.
Nou moest ik de boel toch uithalen, aangezien ik hem wat te breed had gemaakt voor Mark’s hoofd. Zucht. Wat dat betreft naai ik liever. Maar goed, toen ik hem opnieuw breide heb ik dat rare ruitpatroontje eruit gelaten en uit het hoofd wat boordsteekjes aan de rand gebreid en ‘m verder gewoon recht gemaakt:

De oorflapjes in mijn eigen muts zijn piramidevormig, maar dat vind ik eigenlijk niet zo leuk, dus heb ik deze meer langwerpig met een rond uiteinde gebreid.
Wederom is de muts gevoerd met fleece, dat met een dekensteek is vastgezet, voor de warmte.
Hij blijkt iets aan de korte kant helaas. Maar misschien dat Mark ‘m desondanks daadwerkelijk wil gaan dragen ![]()

Hij kijkt super blij