Jolene cover

Begin september werd Tweedledum & Tweedledee getagd in een Facebookbericht van Local Popscene; een radioprogramma dat al eens eerder onze muziek had gedraaid. Ze organiseerden een wedstrijdje: wie maakt de beste cover van het nummer ‘Jolene’, van Dolly Parton. Wij waren een van de bands die ze actief uitdaagden.

Mijn eerste reactie was uiteraard: “Euh…. een country-nummer op draailier en doedelzak? Ben je nou helemaal mal??” XD

Maar toen ik er wat langer over nadacht, veranderde dat naar “En waarom ook niet?”. Want ik kan ook zingen. En stiekem is ‘Jolene’ een van mijn favoriete golden oldies. Wie weet wat we er van konden maken. Dus legde ik het aan Ernic voor. Die bleek gelukkig wel in voor een experimentje!

Het vereiste uiteraard wel een flink aangepaste compositie. Gelukkig wist Ernic een arrangement te produceren dat werkte met bourdoninstrumenten.

De deadline lag op 1 december, wat betekende dat we minder dan 3 maanden de tijd hadden om zowel een arrangement te maken, als het in te studeren, als het op te nemen, als het te mixen. Waardoor we het eigenlijk maar amper eens waren over de compositie, op het moment dat we begonnen op te nemen. De laatste doedelzaksolo is dan ook nog last-minute aangepast omdat het toch nét niet helemaal lekker werkte. Met dus nul tijd om er echt op te studeren.

Die tijdsdruk hoor je helaas wel terug in ons spel. We hebben uiteindelijk maar besloten om de doedelzaksolo’s, draailierslag en -bourdons, apart op te nemen. Anders werd het gewoon te lastig. Strak in de maat blijven én beiden foutloos blijven als ik zong en Ernic op de draailier begeleidde, was al genoeg uitdaging.

De eerste opnames deden we zonder metronoom. Na een hele ochtend mijn ziel en zaligheid in de microfoon te hebben gezongen, kreeg ik die middag een telefoontje van Ernic: er was iets mis gegaan met de instellingen van de apparatuur en het moest opnieuw…

Het kostte me bijna een hele week om daar van bij te komen. Zingen is echt iets heel persoonlijks. Als ik de doedelzakpartij opnieuw had moeten inspelen, had ik dat vervelend gevonden, maar geen ramp. Maar al die zang opnieuw… *snik*.

Uiteindelijk was het misschien toch maar beter ook, want terugluisterend hoorden we dat het van alle kanten rammelde. Tijdens de tweede reeks opnames hebben we daarom via een koptelefoon, een metronoom mee laten lopen. En nog steeds was het moeilijk om gelijk te blijven… Maar uiteindelijk stond alles erop en konden we aan de slag met bewerken.

Twee dagen voor de deadline informeerden we hoe strak deze was. Want een of twee dagen extra om de opnames te editen, zou het wel een stuk beter maken. En toen kregen we te horen dat veel bands hadden aangegeven dat de deadline te krap was, en dat deze werd verschoven naar 1 februari. Wat later nog verder werd bijgesteld naar 28 februari. *zucht* Achteraf gezien hadden we er dus iets veel beters van kunnen maken.

Omdat sommige opnames zoals gezegd niet helemaal strak (of zuiver…) waren, stelde ik voor om enkele fragmentjes opnieuw op te nemen. Maar Ernic zei terecht dat hij inmiddels helemaal klaar was met het nummer. Niet zo gek, aangezien hij degene is die het arrangement heeft bedacht, de opname-apparatuur in huis had, en als enige verstand heeft van opnames bewerken. Dus besloten we om het maar zo te laten als het was. 

Ik moet bekennen dat mijn gevoel over het eindresultaat heen en weer blijft stuiteren tussen “nou, dat hebben we best aardig gedaan” en “OMG hoe durven wij dit de wereld in te slingeren dit mag NOOIT iemand te horen krijgen iedereen die dit hoort zakt door de grond van plaatsvervangende schaamte!!” :-/
Mjah, uiteraard zal ik nooit helemaal tevreden zijn over mijn zang en spel. Ik zal altijd blijven horen dat ik in het begin te hoog zing. Dat ik versnel tijdens mijn doedelzaksolo. En dat ik te laat inzet bij dat laatste couplet. Maar het moet maar.

Sowieso gaat dit geen nummer worden dat wij tijdens evenementen kunnen spelen. Al was het alleen maar omdat het zo snel wisselen tussen zang en doedelzak niet werkt. Het is echt een ‘omdat het kan’-projectje. :-) We doen niet eens mee om te winnen; we hebben dit gedaan om te experimenteren en er van te leren. We verwachten ook niet dat de radiozender ons hoge punten gaat geven, omdat de meeste mensen domweg niet gewend zijn aan onze instrumenten en type muziek. Wij gaan alleen voor ‘meest originele inzending’. ;-)

Want uniek zijn we wel. Niet alleen qua instrumenten en arrangement, maar ook omdat ik heb geprobeerd vooral veel emotie in het nummer te leggen. De meeste versies die ik van ‘Jolene’ heb gehoord, zijn toch gewoon lekker weg zingen, of heel subtiel zingen. Bijna niemand leeft zich in in die tekst. Hallo, één of andere tuthola dreigt er met je vént vandoor te gaan! Daar word je toch bóós van?? En gelukkig vond ook Ernic dat je beter met passie kunt zingen en dat het dan maar een beetje vals is of rammelt, dan andersom. ;-)

Inmiddels is de opname richting de radiozender gegaan. Ook al was de deadline 28 februari, ze gaan onze versie toch a.s. vrijdag al uitzenden, rond 19:30 uur! Dus nu kunnen jullie er ook naar luisteren (ether: 105.7 FM, kabel: 92.9 FM, of livestream). Als je durft. En als je niet kunt wachten tot vrijdag, dan mag je ook gelijk het mp3-tje downloaden.

5 comments

  1. Joop says:

    Uhhhhm…ik vind het eigenlijk wel mooi klinken.
    Of val ik nu door te mand en blijkt hieruit dat ik geen verstand van muziek heb?

  2. Joop says:

    Oh nou, gelukkig maar. :-)
    Ik zie trouwens een overeenkomst met mijn hobby: de foto die ik van jullie had gemaakt in de Nicolaaskapel is technisch niet zo best (te veel korrel, waardoor de scherpte niet geweldig is en het contrast had wat hoger mogen zijn) en toch vind ik hem mooi, vanwege de (middeleeuwse) sfeer die niet verstoord wordt door Ikea klapstoeltjes en modern geklede toeschouwers.
    Ook in de fotografie is gevoel dus belangrijker dan techniek.

  3. Ernic Kamerich says:

    Ik ben trots op dat wat Lenny en ik van Jolene gemaakt hebben, ik ben heel blij met het resultaat. De emotionele lading van de tekst komt in Lenny’s zang goed naar voren. Lenny’s kracht bij het zingen is haar expressiviteit en de wendbaarheid van haar stem. Dat werkt! De sterke melodie van het lied wordt intussen door de draailier mooi ondersteund. Dat heeft wel aardig wat zoeken en experimenteren gevergd: het lied is oorspronkelijk gedacht voor begeleiding met variabele bas en akkoorden, terwijl de draailier een vaste bastoon (de bourdon) biedt. Maar het melodische tegenspel van de draailier werkt zo heel goed en draagt bij aan de opbouw van de spanning. De intermezzi op de doedelzak versterken het geheel. Het is een intieme, spannende versie van Jolene geworden. Ik ben heel tevreden.

    Lenny heeft helaas de neiging zich blind te staren op onvolkomenheden, soms minieme details, en dan negatief naar het geheel te kijken. Dat lees ik nu weer in Lenny’s blog. Niets is perfect, en als amateurs hebben we zeker beperkingen. Ik ben geen top-draailierspeler en Lenny heeft natuurlijk niet de stembeheersing die je van een (goede) beroepszangeres zou mogen verwachten. Wie zich richt op onvolkomenheden kan niet genieten van het goede.
    We hadden onzuiverheden in de zang wel kunnen wegwerken met autotune, zoals dat in de pop-zang-wereld veel gebeurt, maar dat wilden Lenny en ik beiden niet. Ook andere zaken hadden we digitaal nog kunnen oppoetsen zoals (kleine) schommelingen in tempo en ritme. Maar veel van die dingen komen voort uit de emoties en dragen juist bij aan de expressiviteit. De perfectie van een synthesizer aangestuurd door een computer zullen we nooit bereiken. Gelukkig maar, want daar is alle leven uit. Wat wij geproduceerd hebben, is levende muziek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.