Category: Werk

Workshop gedoemanagement

Een tijd geleden kregen we een uitnodiging in onze mailbox. We gingen met alle naaste collega’s een ‘workshop gedoemanagement’ doen.

De omschrijving:

Gedoe kennen we allemaal, maar wat is het eigenlijk? Het is vaak de grote rem op onze natuurlijke wens om iets te maken van onze carrière, ambities, relaties, passies etc.. Daarom zijn we allemaal op één of andere manier geïnteresseerd in gedoe. Dat is goed, want interesse is nodig om iets nieuws te kunnen leren over gedoe, maar wat is het?

Gedoe bestaat er in vele vormen en maten, meestal heel herkenbaar en irritant en vaak ook niet. Gedoe is zo gevarieerd en ook onze persoonlijke beleving daarvan, dat het proberen begrijpen van gedoe ons niet zoveel brengt, behalve misschien kopzorgen. Het uitroeien van gedoe gaat ook niet werken, want gedoe blijkt een onvermijdelijk bijproduct van onze hersenen te zijn.

Maar als we het gedoe dat ons dwars zit kunnen herkennen en managen, blijkt dat een onverwacht positieve uitwerking te hebben op onze creativiteit, effectiviteit, openheid en plezier, zowel professioneel als privé. Bedrijven hebben de ervaring dat alles ineens soepeler loopt en werknemers meer eigen initiatief durven nemen.

In de workshop GedoeManagement gaan we de bio-logica van gedoe bekijken. Dat levert zeer verrassende inzichten op en het geeft handvatten om met gedoe verder om te kunnen gaan. Het is een confronterende, verrassende, vermakelijke, inspirerende en vooral zeer leerzame workshop die je zeker niet onberoerd zal laten. Het begrip gedoe krijgt een andere betekenis voor je.

Ik zag mijn geest al kruipen.

Van de week zat ik dus zeer enthousiast (not) met iedereen in de grote vergaderzaal, met pen en papier iPad in de aanslag om de lulligste quotes en opdrachten van de dag te noteren en er een blogpost om te smullen van te maken.

Maar ik moet jullie teleurstellen. Normaal ben ik de grootste zeikerd, maar mijn collega’s waren ditmaal negatiever over deze twee uur durende presentatie (de definitie van het woord ‘workshop’ snapt blijkbaar nog niet iedereen, of het is een marketingtruc om zoiets beter te laten verkopen?) dan ikzelf.

En hoewel ook ik de man die de presentatie gaf (een gesjeesd kunstenaar die ineens het licht zag en is gaan coachen, en veel te hard en te lang om onze grapjes lachte), tenenkrommend vond, hoewel hij het eerste uur vooral besteedde aan proberen om betrokkenheid te creëren door voor iedereen herkenbare situaties te beschrijven en te vragen of wij dat ook hadden (hap-hap deden mijn collega’s), en hoewel ik niet snapte waarom hij het nodig had gevonden om afbreuk te doen aan zijn theorieën, door deze te koppelen aan de term ‘gedoe’, had hij inhoudelijk toch wel goede punten.

De insteek van de workshop was om om te leren gaan met alle dagelijkse frustraties die op je afkomen (‘gedoe’), door de achterliggende neuro-wetenschappelijke theoriën te begrijpen. En in die neuro-theorie zag ik eerlijk gezegd wel wat.

Zijn boodschap in de kern (ja, ik kan eindeloos gezwets over hetzelfde en nietszeggende powerpointsheets goed samenvatten):

  • Je moet er vanuit gaan dat jij niet altijd gelijk hebt. (Maar je mag er tegelijkertijd vanuit gaan dat de ander dat ook niet noodzakelijk heeft)
  • Gedoe is er altijd en dat is niet te voorkomen. Om niet gefrustreerd te raken, moet je je er niet tegen verzetten, en ook niet proberen je in je eigen wereldje terug te trekken – daar vind je namelijk geen oplossing voor je probleem. Je moet juist proberen het standpunt van de ander te begrijpen, oftewel achterhalen waarom hij/zij denkt dat hij gelijk heeft. Daar kun je nieuwe inzichten van krijgen en een nieuwe oplossing vinden voor de situatie.
  • Je kunt niets nieuws leren wanneer je het betreffende niet interessant vindt. Dus je moet proberen oprecht geïnteresseerd te zijn in de ander (bijvoorbeeld omdat je jezelf graag wil verbeteren), en pas dan kun je je openstellen voor de zienswijze van de ander.
  • Je moet niet het gevoel toelaten dat iets je in je identiteit bedreigt. Als iets onze eigenheid dreigt aan te tasten, hebben we de dierlijke neiging om te vechten, vluchten of dood te gaan spelen. Maar in onze huidige wereld zijn zaken niet meer fysiek levensbedreigend, dus laat die (niet te voorkomen) instinctieve heftige reactie zo snel mogelijk weer los. En begrijp hoe het komt dat jij je nu aangevallen voelt. Dat kan doordat een of meer van deze punten in gevaar worden gebracht:
    • Je status (in hiërarchie, maar bv. ook op basis van expertise)
    • Je gevoel van zekerheid / veiligheid
    • Je autonomie
    • Je rechtvaardigheidsgevoel
    • Je relaties met anderen
  • Je zult jezelf moeten dwingen om niet op de automatische piloot te reageren op situaties om te kunnen leren. Iedere situatie is anders; ook al lijkt hij op iets dat je in het verleden hebt meegemaakt, probeer het toch als iets nieuws te zien en opnieuw je gedrag te bepalen. Oefen met nieuw gedrag, zodat dit je nieuwe automatischepilootgedrag wordt bij frustrerende situaties

Een hoop theorie, maar het raakte wel heel duidelijk aan de losse feedback, adviezen en zelf-inzichten die ik al eerder in mijn leven heb gekregen:

  • Ik moet proberen niet altijd direct een mening ergens over te hebben (en te denken dat ik gelijk heb)
  • Ik heb te weinig oprechte interesse in andere mensen
  • Ik heb veel te snel het idee dat iemand mijn wereldje verstoort en daar vecht ik dan tegen (we moesten voor onszelf de belangrijkste bedreiging uit bovengenoemde lijstje van 5 kiezen, maar ik beschouw alles behalve ‘verstoring van relaties met anderen’ een trigger…)

Dus tsja, ik moest toegeven: ik had weliswaar niet echt iets nieuws gehoord vandaag, en uiteraard kon hij ook geen kant-en-klare oplossing aandragen om ons te helpen omgaan met dagelijkse frustraties, maar ik kon al mijn issuetjes nu wel iets beter met elkaar in verband brengen en inzien hoe het een het ander veroorzaakte / belemmerde.

Wat heb ik nu geleerd? Nou ja, nog niets.
Maar om mezelf te verbeteren ga ik wel actief proberen om eerst andermans standpunt te begrijpen vóórdat ik zelf een mening vorm, en probeer ik mezelf voor te houden dat mijn eigen Wonderland niet wordt aangetast door anderen en hun (in mijn ogen domme) beslissingen – of dat mijn Wonderland misschien helemaal niet kan bestaan. Alice wilde immers ook heel graag ‘a world of my own‘, maar de praktijk was een rare wereld waarin alleen maar figuren voorkwamen die ze niet begreep en die haar niet begrepen… en dat is toch echt de wereld waar ik iedere dag mee word geconfronteerd.

De oude garde

Ging ik vorige week dinsdag nog eten met een oud-collega van mijn vorige werkgever, kreeg ik diezelfde week een uitnodiging om vandaag te gaan eten met oud-collega’s van de werkgever dáárvoor!

Wat vond ik dat leuk. Want dit clubje voelt écht als ‘de oude garde’. (Bijna) alle mensen bij elkaar waar ik echt iets mee had, en die er allemaal al zaten in de tijd dat werken daar nog leuk was.

Er was heel duidelijk de periode ‘in het begin’ en ‘daarna’ en daar denken we allemaal zo over. Deze avond was dus weer een goede gelegenheid voor oud-werkgever-bashing, maar ook voor “weet je nog” en “hoe is het eigenlijk met”.

Wat zou ik graag weer willen werken bij een bedrijf waar de sfeer zo leuk was als toen. Waar we met z’n allen gewoon goed bezig waren om iets moois te realiseren. Een beetje pionieren en experimenteren. Met ons clubje, waar ik me gewaardeerd voelde en iedere dag met plezier naar mijn werk ging.

Het deed me ook goed om uitgenodigd te worden hiervoor. Om me er even aan te herinneren dat ik ook collega’s heb gehad die weliswaar wisten dat ik niet de makkelijkste ben, maar me toch voldoende waardeerden om me nog steeds te willen zien. Want afgelopen donderdag op onze heidag heb ik weer wat shit over me heen gehad in het kader van ‘leren feedback geven aan elkaar’.

Zucht, die goede oude tijd…

image

De marketeer versus de jurist

Marketeers en juristen… volgens mij blijft het een eeuwige strijd. Ze communiceren namelijk beiden via taal, maar taal wordt op een compleet andere manier ingezet.

Juristen zien taal als een soort vastleggingsmethode, waarbij ze de formulering kiezen die 100% volledig is en alleen op de bedoelde manier geïnterpreteerd kan worden.
Marketeers zien taal als een manier om hun doelgroep te informeren en te overtuigen, waarbij ze een formulering kiezen die makkelijk begrepen kan worden en indien nodig, mensen activeert.

En dan heb je dus een website, waar juridisch gerelateerde informatie op moet. Enter drama.

 

Uit onze huidige FAQ:

Ik heb gelezen dat er een branchegarantie is. Wat betekent dit?

<Onze organisatie>  zal de verplichtingen van de ondernemer tegenover de consument, terzake van een aan hem door de Geschillencommissie  opgelegd bindend advies, overnemen indien deze ondernemer zijn verplichtingen niet binnen de daarvoor in het bindend advies gestelde termijn is nagekomen.

De overname door <onze organisatie> van verplichtingen van de ondernemer wordt opgeschort indien en voor zover dat bindend advies binnen twee maanden na dagtekening daarvan overeenkomstig het reglement van de Geschillencommissie ter toetsing aan de rechter is voorgelegd en vervalt door het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis waarbij de rechter het bindend advies onverbindend heeft verklaard.

De consument moet een schriftelijk beroep op de nakomingsgarantie doen bij <onze organisatie> en daarbij verklaren dat de vordering op de ondernemer overgedragen wordt aan <onze organisatie>.

Wut? Precies.

Dus ik vraag onze juriste om bovenstaande uit te leggen. Wellicht kan ze een eerste opzetje schrijven voor de nieuwe tekst, die ik vervolgens zelf verder kan ‘vertalen’ voor de site? Want ik snap gewoon inhoudelijk niet wat hier staat, dus dan kan ik het ook nog niet herschrijven.

Nou is onze juriste een supervrouw, die juist helemaal voorstander is van dingen verduidelijken voor de lezers, en ook nog eens snel reageert. De volgende dag had ik dus al een reactie.

Maar ondanks alle goede bedoelingen bleek maar weer dat juristen en marketeers écht compleet anders denken. Want dit was dus een formulering uit de ‘verbeterde versie’:

“Een beroep op de nakomingsgarantie vervalt als de bindende uitspraak ter toetsing is voorgelegd aan de rechter en de rechter heeft vervolgens de uitspraak gedaan dat het bindend advies niet in redelijkheid  en/of billijkheid tot stand is gekomen”

*kreun*

Als marketeer zou ik dat als volgt verwoorden:

“De branchegarantie vervalt, als een rechter de uitspraak van de geschillencommissie heeft verworpen.”

Da’s vast niet volledig, of juridisch correct (en het woord ‘verworpen’ is zelfs nog steeds te moeilijk voor de gemiddelde lezer vrees ik). Maar de kans dat iemand het leest in ieder geval een stuk groter.

Af en toe lijkt mijn baan meer neer te komen op ‘vertaler’ dan ‘marketeer’…

Munchen met de meiden

Dankzij je werk leer je nog eens een andere plaats dan je woonplaats kennen. In Ede wist ik eigenlijk weinig meer te vinden dan station, kantoor en een congrescentrum. Maar sinds vanavond, vanwege een afdelingsdinertje (enkel dames op mijn afdeling, zoals je kunt zien), kan ik iedereen die pizza wil eten in Ede iets aanraden: PIZZA & pizza.

Niet alleen heerlijke pizza’s met verrukkelijke bodem, ook een superleuk ingericht tentje in bosrijke omgeving. Het weer was dermate lekker dat we op het terras konden eten en met een glaasje rosé erbij en een Ben & Jerry’s ijsje als toetje, waanden we ons gelijk op vakantie.

Dat we morgen weer op kantoor moeten verschijnen, valt dus wel een beetje tegen. Er zijn al plannen om de eerstvolgende heidag hier te houden :-)

image

De draak

We hebben op het werk zo’n zelfbenoemde ‘mental coach’. Officieel heeft hij een andere functie, maar hij heeft in het verleden blijkbaar wat mentale problemen gehad en daar allerlei coachingstrajecten, persoonlijke ziel-ontdeksessies en hoe-word-ik-een-beter-mens-workshops voor doorlopen. Het is een superaardige man en ik ben heel blij voor hem dat die trajecten hem zo geholpen hebben, maar hij is er dermate fan van geworden, dat hij nu denkt dat iederéén er baat van kan hebben. Dus binnen onze organisatie heeft hij het nu op zich genomen om alle medewerkers te coachen.

Een van de dingen waarvoor men halfjaarlijks bij hem langs moet komen, is de talentontwikkeling.
Je moet voor jezelf je ‘talent’ benoemen: iets dat los staat van je concrete functie, maar een soort inerte vaardigheid is die de organisatie verder kan helpen en waar collega’s voor bij jou moeten aankloppen.

Nou, daar was ik al snel uit. Ik ben een ‘verbeteraar’.
Mental Coach was het daar echter niet helemaal mee eens. Het was niet echt het type talent dat hij bedoelde. Maar ik hield voet bij stuk. Een collega had hij al eerder opgezadeld met het talent ‘geluksbrenger’. Ik bedoel maar.

Ik had echter nog geen ‘draak’ benoemd. Daarvoor moest ik gisteren langskomen.

Ik liet me uitleggen dat een draak de stemmetjes in je hoofd zijn, die je ervan weerhouden iets te doen (en zo je talent ten volle te benutten), zoals ‘ik kan dat niet’ of ‘ik kan het toch niet goed uitleggen’.

Ik meldde de man dat ik geen stemmetjes in mijn hoofd had. Kom nou…

Nee, zei Mental Coach, iederéén heeft stemmetjes in zijn hoofd, maar soms heb je ze verstopt. En begon een compleet relaas over een van zijn jeugdtrauma’s en verdrongen angsten, waar hij 25 jaar later pas achter kwam.

Ik suggereerde dat ik wellicht juist een gebrek heb aan stemmetjes die me ergens van weerhouden. Als er al een stemmetje in mijn hoofd zit, dan roept dat heel hard: “zeg er iets van!!”.

Mental Coach overwoog het even. Maar nee, dat was geen goede draak.

Na een lange discussie en gepor richting mijn ziel (blijf af, je bent mijn psycholoog niet), realiseerde ik me dat ik hier niet zomaar vanaf ging komen en dat ik maar beter mee kon spelen.

“Wat dacht je van: ‘het moet gestructureerd’?” suggereerde ik.
Mental Coach keek hoopvol. “Want…?”
“Want als het niet gestructureerd gaat, dan kan het nóóit goed gaan”, dikte ik aan.

Dat was een schot in de roos. Het hele gezicht van Mental Coach lichtte op. “Ja, dat is hem! Ik voel het, dit past hélemaal bij jou!!”

Ineens keek hij me medelijdend aan. “Weet je, ik word hier heel verdrietig van. Dat dit jouw draak is.”

Ik mompelde iets van ‘bedankt’, liet hem de zin noteren, sloeg terloops nog even zijn aanbod af om tweewekelijks met elkaar te praten, en vluchtte de kamer uit.

Ik heb een drakendoder nodig. Ik weet nu waar ik die frustrerende stem kan vinden.

 

[edit 29 juni] Mijn post heeft Joost geïnspireerd tot deze prachtige tekening, die ik jullie niet wil onthouden:

1016502_10201429780570728_675334691_n

 

 

Bikkelen voor de baan

Mijn collega’s hadden het idee opgevat om met de afdeling eens samen te gaan uiteten, in het kader van de teamspirit. Leuk idee, maar het datumprikken was een uitdaging.

Met iedereen werd rekening gehouden: de vrije dag van de ene, het sporten van de ander, de thuiswerkdag van de volgende, etcetera.
“Hee”, werd ineens voorgesteld, “op donderdag zijn we allemaal bij dat congres in Breukelen, dan gaan we daarna toch met z’n allen eten?”

Het voorstel werd enthousiast ontvangen, en naar mijn bezwaar dat ik als enige niet aan dat congres meewerkte en dus speciaal voor het etentje helemaal naar Breukelen moest reizen, werd niet geluisterd. Lekkere teamspirit…

Nog fijner: gisteren was ik ziek. Snotverkouden; alles zat dicht en alles deed pijn, plus spierpijn en rillingen van de koorts, je kent het wel.

Maar ja, met een contract van 2,5 maand heb je niet veel te willen. Aanstaande zaterdag is er een bedrijfsuitje naar de Efteling waar ik ook al niet bij kan zijn vanwege een reënactmentweekend, dat al langer gepland stond dan dat ik daar werk. En hoewel dat een zeer redelijk excuus is om niet te gaan, heb ik al van verschillende collega’s te horen gekregen dat het toch écht wel handig zou zijn om daarbij te zijn, in mijn positie…

Oftewel: als ik me ziekmeldde en ook niet bij het etenje zou zijn, kon ik het waarschijnlijk wel schudden want dat bevestigde dan maar weer dat ik niet flexibel genoeg was en niet in het team paste.

Dus zat ik gisteravond met een snotneus en koortserig hoofd in een indonesisch restaurant in Breukelen. Fijn, dat hete eten waar je neus nog eens extra van gaat lopen…

Ik had me voorgenomen me in een hoekje van de tafel te positioneren zodat ik niet al te sociaal hoefde te zijn. Verrassing: er waren zes studenten van universiteit Nyenrode (waar het congres was gehouden) uitgenodigd om mee te eten, omdat zij hun thesis gingen schrijven over ons congresonderwerp. Ze werden random in de groep gepositioneerd voor de integratie. Eentje naast mij dus.

Met moeite startte ik een conversatie en veinsde ik interesse in zijn thesis. Het broekie van 21 slaagde erin om in zijn eerste twee zinnen al zes businesstaalwoorden te gebruiken. “Customer journey”, “positioneren in een matrix”, “value” en “big data” vlogen me om de oren. Ik probeerde niet te lachen.

Uiteindelijk bleek ‘ie wel mee te vallen toen ik het onderwerp veranderde richting hobbies. Hij bleek daadwerkelijk te weten wat LARP is en wilde er zelfs heel misschien wel een keer aan meedoen!

Desondanks was ik bek-af aan het eind van het etentje. Gelukkig de congresgangers ook, dus na de rijsttafel werd al zeer snel koffie en thee besteld en daarna taaide iedereen gelijk af. Kon ik toch nog enigszins op tijd naar bed (na dik een uur rijden).

Je moet wat over hebben voor je baan.

Logisch nadenken of beroepsdeformatie?

Af en toe kan ik echt niet meer beoordelen of de gemiddelde mens nou domweg niet nadenkt, of dat ik als online marketeer zo veel kennis en ervaring heb dat het gewoon lijkt te zijn dat iedereen bepaalde inzichten heeft.

Vandaag weer een gevalletje. Ik krijg een mailtje door van iemand die een van onze tools niet kan gebruiken. Op z’n gebruikers geformuleerd: “De tool doet niks!?!”.

Dus ik meld het bij de ledenadministratie, met de vraag of ze er meer klachten over hebben gehad.
Die antwoordt: “Oh, die klacht krijgen we héél vaak. Het ligt er gewoon aan dat mensen domweg het verkeerde wachtwoord invoeren.”

Zodra ik de zinsnede ‘heel vaak’ hoor vallen, gaat er bij mij al een belletje rinkelen. Da’s meestal niet een indicatie van een extreem stomme gebruiker, maar van een structureel probleem van de interface.

Dus ik suggereer: “Misschien geeft het systeem dan een onduidelijke melding, die we kunnen verbeteren?”

Het antwoord: “Het systeem zegt nu ‘account onbekend’. Heb jij dan een betere suggestie?”

Zucht… vind je het gek dat mensen het niet snappen… En waarschijnlijk staat die melding ook nog eens in het lichtgrijs in fontgrootte 9 ergens tussen twee alinea’s in.

Ik: “Wat dacht je van: ‘Uw wachtwoord werd helaas niet herkend. Probeer het nogmaals, of vraag een nieuw wachtwoord aan.’?”

“Oh hee, wat een goede zin! Ik ga het laten aanpassen!”

Was dat nou echt zo moeilijk om te bedenken…?