Het einde

Het is bijna niet te missen: in december schijnt de wereld te vergaan.
Volgens de Maya’s dan.
Nou ja, zo is hun kalender te interpreteren.
Als je een onheilsprofeet bent.

Onzin natuurlijk. Maar toch zette het me aan het denken. Wat nu als er inderdaad ineens een einde aan mijn leven zou komen?

Tsja. Ik kan niet zeggen dat ik er bang voor ben. Nou is het natuurlijk makkelijk praten, omdat ik de dreiging niet als reëel ervaar, maar toch.

Sommige mensen zijn echt bang voor de dood. Ik ben hoogstens bang om te lijden voordat ik dood ga. Maar dood is dood, daar heb ik dan toch geen last meer van? Als je niet meer bestaat, dan kun je ook niet rouwen om wat je niet meer hebt.

Daarom ben ik bijvoorbeeld ook orgaandonor. De enige reden waarom ze niet mijn onderdelen zouden mogen verwijderen, is als het het rouwproces voor mijn nabestaanden zou verergeren.

Eigenlijk wel een beetje een trieste gedachte: dat doodgaan mijn nuttigste bijdrage aan de wereld zal zijn. Tenzij ik later in mijn leven nog eens een medicijn tegen kanker uitvind ofzo en op die manier meerdere mensen hun leven red. Maar daar ga ik niet vanuit.

Je hoort vaak dat mensen die een ongeneeslijke ziekte blijken te hebben, of onverwachts iets levensbedreigends hebben overleefd, ineens allemaal dingen gaan doen die ze altijd al hadden willen doen, maar nooit gedaan hebben. Voor zichzelf beginnen in iets wat alleen hun hobby was, minder werken, een grote reis maken, dat soort dingen.

Ik zou eigenlijk niet weten wat ik per se nog zou willen doen voor mijn dood.
Ik heb al flink gereisd. Ik liep over de Chinese muur, verzorgde mishandelde beestjes in Thailand, ging op safari door Kruger park in Zuid-Afrika, beklom de piramides in Egypte en ging op zakenreis naar Amerika. Natuurlijk zijn er nog delen van de wereld die ik ook graag zou willen zien, maar ik kan niet zeggen dat mijn leven niet compleet is als ik dat niet gedaan heb.
Wat werk betreft: ik ben al bewust een dag minder gaan werken, omdat werk voor mij niet het belangrijkste in het leven is en ik meer tijd wil hebben voor al mijn hobbies. Ik hoef geen manager te worden. Ik wil wel een leuke carrière, maar carrière is voor mij niet ‘steeds hoger in de hiërarchie’, maar ‘mezelf blijven ontwikkelen’. Ik ben gelukkig als ik werk heb dat uitdagend is, bij een leuk bedrijf, waar ik voldoende salaris verdien om de dingen te kunnen doen die ik wil doen. En dat heb ik op het moment.
Mijn moeder vraagt zich hoofdschuddend wel eens af waarom ik mezelf zo druk maak met al mijn hobbies. Maar hee, je kunt ook zeggen dat ik gewoon direct doe wat ik leuk vind, in plaats van het uit te stellen tot (n)ooit!

Het enige dat ik misschien nog wel zou willen veranderen, is meer tijd met familie doorbrengen. Die wonen momenteel toch net te ver weg daarvoor. Maar ze weten ook dat ik van ze hou. Ik zal bij het einde der tijden niet denken: “Had ik ze maar vaker gezegd wat ze voor me betekenen”.

Heb ik dan totaal geen doel in mijn leven? Natuurlijk wel. Maar mijn doel is gewoon ‘gelukkig zijn’. Op welke manier dat dan ook is. Daar heb ik geen uitgestippeld meerjarenplan voor.
Heb ik dan totaal geen ambities? Natuurlijk wel. Ik ben een behoorlijke streber: als ik iets doe, dan doe ik het goed. Maar dat zijn dan allemaal korte termijn dingen.

En ja, ik moet toegeven dat ook ik momenten heb gehad dat ik nog niet mocht doodgaan van mezelf. Vanaf het moment dat ik verloofd was, ben ik extra goed gaan opletten in het verkeer, zodat ik geen ongeluk zou krijgen. Want het idee dat ik dood zou gaan voordat Mark mij had kunnen trouwen, kon ik niet verdragen.
En ik was stiekem ook bang dat er iets met mijn vader zou gebeuren, voordat hij me weg had kunnen geven. Om de een of andere reden was dat heel belangrijk voor mij.
Terwijl ik niet iemand ben die haar hele leven al gedroomd heeft van trouwen. Dit gevoel kwam echt pas op het moment zelf opzetten. En nu ik getrouwd ben, is het ook weer weg.
Stom hè?

Maar goed. Het komt er op neer dat ik eigenlijk nu al bereikt heb wat ik wil: ik ben gelukkig. Dus kan ik gerust doodgaan zonder dat ik denk dat ik iets gemist heb.

Mag dat? Of ben ik wellicht verplicht om iets na te laten aan de wereld? Moet ik iets doen met mijn talenten en afgeronde universitaire opleiding, als bijdrage aan de mensheid? Moet ik, in plaats van een maand vrijwilligerswerk in Thailand, mijn donateurschap aan twee goede doelen en het jaarlijks collecteren, iets groters doen om bijvoorbeeld de beestjes en de natuur te redden?
Ik weet dat sommige mensen het krijgen van kinderen zien als een middel om iets na te laten aan de wereld. Maar ten eerste voel ik die drang niet en ten tweede vraag ik me af of de wereld daar nou echt bij gebaat is.

Hoe denken jullie hierover? Ben je bang om dood te gaan? Is er iets wat je per se nog wil doen voordat het einde komt? Zijn we verplicht om iets na te laten?

Gerelateerde posts

8 comments

  1. Sna says:

    Ik heb op de Middelbare school vooral heel hard gewerkt voor het ‘goede studie – goede baan’ plaatje, maar op de nacht van mijn examenuitslag overleed mijn tante aan een hartstilstand, terwijl ze net een jaar daarvoor kanker had verslagen. Een paar maanden later reed een oud-klasgenoot zich dood, die dezelfde vervolgstudie als mij deed.

    Feitelijk heb ik toen een bewuste beslissing gemaakt: leven boven carriere. Wellicht kan je beiden, maar weet waar je prio’s liggen en accepteer de consequenties. Ik ben tot nog toe blij met de keuze.

    Voor de rest, ik probeer de wereld beter achter te laten dan ik hem vond, op lokaal niveau. Ik schenk mijn vrienden graag plezier, maak graag lol. Ik wil vooral verhalen vertellen samen met mijn vrienden, op welke manier dan ook. Zo vind ik betekenis. Ik maak me niet echt zorgen wat ik achterlaat. Wellicht zou ik het gaaf vinden om nog een keer een cool larpscenario in een van de roleplayboeken te krijgen, of iets dergelijks, maar ik klaag tot nog toe niet.

  2. Mieky says:

    Doodgaan is mijn enige echte angst. Ik hecht enorm veel waarde aan de vermogendheid om te kunnen waarnemen. Ook mijn gevoel is terug te herleiden naar waarnemingen. De realisatie alleen al dat dit ophoudt, ooit, is voor mij genoeg om in een paniekaanval te schieten.
    Ook ik ben gelukkig. En ik ben Moeder. Met een hoofdletter, want net als met je trouwen verandert dat alles aan hoe je met je eigen leven omgaat en voor jezelf zorgt. Maar het juist mijn geluk dat ik niet kwijt wil.

    Hoe deal ik hier mee? Want dood is overal, altijd en onvermijdelijk. Simpel. Niet. Ik negeer het. Toen ik 18 was heb ik met mezelf de afspraak gemaakt dat ik niet dood kan. Ik ben onsterfelijk. Zelfs over 1.000.000 jaar, wanneer de planeet allang hetzij is opgeblazen, hetzij op een natuurlijke manier aan zijn einde is gekomen, zie ik mezelf ergens in de ruimte zweven. Belachelijk? Misschien, maar het werkt. Ik ben er nog steeds en nog niet helemaal doorgedraaid.

    Iets nalaten hoef ik niet. Wel is het voor mij van onschatbaar belang dat die kleine goed achtergelaten wordt. Daarom heb ik ook een testament laten opmaken. Ik ben bewust geen orgaandonor (ik draag het kaartje met optie “B” altijd bij me) en wil niet gecremeerd worden. (je weet namelijk nooit) Wel ben ik bloeddonor, en tijdens mijn leven mogen ze me leegtrekken zoveel ze maar willen.

    Eigenlijk is er nog maar 1 ding wat ik echt heel heel heel graag zou willen maar dat ik nooit zou toegeven als mij erom gevraagd zou worden. Maar dat is mijn geheim :)

  3. Ellen says:

    Mijn vader kreeg een jaar voordat ik geboren werd een hartinfarct. Die gebeurtenis heeft mijn hele leven beïnvloed en niet alleen het mijne. Mijn vader was 35, een hardwerkende carriereman die hield van zijn baan toen het gebeurde. Ik groeide op met het idee dat hij zomaar op een onverwacht moment dood zou kunnen gaan. Met het idee dat ik van ieder moment dat hij er nog was, moest genieten, want voor je het wist kont het voorbij zijn.

    Op zijn 52e verkocht hij zijn zaak en ging hij rentenieren in Zuid-Frankrijk. Waar hij het eerste jaar een depressie kreeg omdat hij niet goed wist wat hij waard was voor de samenleving zonder zijn baan. Ik was toen 17 en ook voor mij was de verhuizing naar Frankrijk zwaar.

    Nu realiseer ik me dat ik net als jij leef alsof iedere dag mijn laatste zou kunnen zijn. Ik doe nu wat ik leuk vind en ik schuif dingen die ik graag zou willen niet af op de lange baan. Ik heb geen plannen voor een carrière. Ik hoop een aantal boeken en verhalen na te laten als ik doodga. En mijn organen inderdaad.

    We hebben een clausule in onze hypotheek dat als een van ons overlijdt, 80% van de hypotheek opeens afbetaald is. Dat is vooral voor mij, want ik zou het huis niet alleen kunnen betalen als mijn man overlijdt, en hij wel als ik zou overlijden. Maar het is toch een fijn idee.

    Over mijn eigen dood maak ik me geen zorgen. Als ik dood ben, heb ik er allemaal niets meer over te zeggen. Maar mijn man, daar ben ik wel eens bang voor. Wat zou ik gaan doen met mijn leven zonder hem? Dat is een vraag waar ik liever niet over nadenk.

  4. Olga says:

    Ik ben, net als Mieky, ontzettend bang om dood te gaan. Ook omdat ik het ding recht in de ogen heb gekeken en me vanaf dat moment realiseerde dat er echt niet meer is dan dit. Geen hemel. Geen tweede kans om dingen beter of anders te doen. Wat we hebben is een paar luttele decennia om er iets van te maken en de grootste uitdaging is denk ik de juiste invulling te vinden van dat Iets ;)

    Voor mezelf heeft die dood (en daar herken ik me wel in Sanders verhaal) eigenlijk de rest van mijn levenskeuzes bepaald. De weinige tijd die ik heb, wil ik doorbrengen met mensen die ik belangrijk vind en met projecten/werkdingen/ideeën die mijn leven op wat voor manier dan ook verrijken. Geld interesseert me niet. Iets nalaten is zinloos (de wereld ontploft toch op den duur, inclusief al haar wereldschokkende meesterwerken :)) En grote wereldverbeterende projecten vind ik een illusie om je eigen schuldgevoel te sussen.

    In plaats daarvan wil ik iedere dag met plezier opstaan, vrij zijn, bijdragen aan het geluk van anderen en dingen maken en beleven die ik mooi en goed en belangrijk vind. Hoe groot of klein dat ook mag zijn (maar klein is stiekem vaak beter ;)). Als ik naar mijn eigen leven kijk zijn de mooiste dingen die ik me herinner (oh frikkin’ cliché) niet een nieuwbouwhuis, een eindejaarsbonus of een kutbaan, maar wel een fijne jeugd (en dat wil ik graag aan mijn eigen kinderen doorgeven), bijzondere mensen en mooie ideeën. Met die eerste drie wil ik dus zo weinig mogelijk tijd doorbrengen, met die laatste het allermeest. Wie weet kan ik op die manier zelfs op den duur wennen aan dood gaan.

  5. Kenshin says:

    Ik ben niet bang voor de dood. Nooit geweest ook, en al helemaal niet meer sinds ik er bijna oog in oog mee heb gestaan. Het idee dat “ik er op een gegeven moment niet meer ben” is voor mij geen gedachte die angst of paniek oproept: het is gewoon zo, onvermijdelijk. Daar kun je heel hard tegen vechten, maar dat heeft ècht geen zin. De _manier_ van doodgaan, het proces naar het einde toe, baart me wel eens zorgen: een lange lijdensweg aan kanker of dementie lijkt me echt een klotemanier om te gaan.

    En wat betreft dingen nalaten: dat vind ik niet het nastreven waard. Olga parafraseerde de woorden van de Boeddha eigenlijk al: “alles is vergankelijk”. Ik sluit me wat dat betreft bij Sna aan: ik hoop dat ik het leven van hier en nu van een aantal mensen wat beter/leuker/aangenamer/lichter kan maken, en dat ik een klein steentje kan bijdragen aan een betere wereld. Haar in mijn eentje redden kan ik niet.

  6. Maurits says:

    Ik ben ook nog nooit bang geweest voor de dood, het is iets waarvan ik altijd heb beseft dat het bij het leven hoort.
    Maar het gevoel naar het trouwen toe herken ik uiteraard ook wel. En momenteel is mijn schoonzus geopereerd aan borstkanker en ligt ze dus in het ziekenhuis, nu nog te wachten tot ze naar huis mag. En dan wachten op de uitslag van nog meer tests. Wat je wel doet nadenken. Maar toch kom ik steeds op het volgende uit:

    En er zijn nog dingen die ik zou willen doen, maar waartoe ik momenteel helaas niet de mogendheid heb. Dit heeft uiteraard in deze rotte wereld te maken met geld, dat er niet altijd is terwijl het er wel hoort te zijn.
    Daarom creeer ik mijn leven naar dat wat ik kan doen. Genoeg leuke dingen met mijn vrouw en werken om te leven en zeker niet andersom. Misschien dat ik daarom ook zoveel tijd steek in mijn hobbies, het zijn er niet zoveel, maar ik doe ze met heel veel plezier.
    Ik leef mijn leven gelukkig, met soms de nodige nukken, want des te meer waardeer je wel alle goede momenten.

    Verder, als antwoord op je intro van deze blog, wil ik je deze niet onthouden:

    http://verydemotivational.files.wordpress.com/2011/02/demotivational-posters-mayans.jpg

  7. Lenny says:

    Dankjulliewel voor jullie verhalen. Het is goed om te lezen dat er veel mensen zijn die nu al gewoon van het leven genieten.

    Ik kan me voorstellen dat het anders is als je een kind hebt, omdat je je dan niet zorgen maakt over jezelf, maar je nabestaanden.
    Natuurlijk zullen mijn nabestaanden ook verdrietig zijn (tenminste, dat mag ik hopen… ;-) ) maar ik weet gelukkig dat Mark en mijn familie zich prima kunnen redden zonder mij. Dat is ook wel een geruststellend gevoel.

  8. mammie says:

    Ik ben niet bang om te sterven, wel voor de aftakeling, afhankelijkheid en lijden.
    We hopen natuurlijk dat het nog verder zal gaan na de dood, maar ik denk dat we niet zo’n betekenis hebben in de kosmos. Onze rol is bescheiden: geboorte, leven, dood. Een vlieg heeft pech, hij heeft maar een korte levensperiode en wij hebben pech (of geluk) dat we ons van alles bewust zijn. Ik ben ook gerust dat mijn prachtige dochters het ook heel goed zonder ons kunnen, daar heb ik het volste vertrouwen in. Het ergste zou zijn om m’n kinderen te verliezen. (dus nog heeel lang hierblijven hè Lenny!!)

    Ik heb ook niet de behoefte om nog iets te doen voordat het voorbij is. Ik heb ook het gevoel dat ik alles gedaan heb wat ik graag wilde. Terug naar mijn moederland Irian Jaya, reizen, wandelen, kinderen begeleiden en vooral de opvoeding die ik gehad heb niet doorgeven aan mijn eigen kinderen.

    Wat je wilt nalaten is vooral: betekenis hebben gehad voor iemand anders.
    Dat hoeft niets groots te zijn, je kunt een aardige buurvrouw geweest zijn, of een goede juf, een ouder waar je kind op kan terugvallen of een vriendin voor een ander.

    We zijn niet verplicht iets na te laten, we hébben al iets nagelaten door er te zíjn.

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.