Eigenlijk wilde ik niet nóg meer dingen gaan doen. Zeker niet in de weekends. Maar de cursus ‘Arrangeren & componeren’ die Stichting Draailier & Doedelzak aanbood, kon ik niet laten schieten.
Want mijn instrumenten beheers ik technisch gezien inmiddels behoorlijk, en de volgende stap is leren om de standaard folkdeuntjes (AA-BB, herhaal oneindig) wat op te leuken met versieringen, variaties, intro’s en intermezzo’s. Nu schrijft Ernic altijd onze arrangementen voor Tweedledum & Tweedledee. Ik kom niet verder dan: “Dit vind ik leuk klinken” of “dit vind ik niks”, zonder dat ik zelf met alternatieven kan komen. Frustrerend. Dus ga ik tot en met mei, één zaterdag per maand naar Zeist om wat meer te leren over het zelf maken van arrangementjes.
Uiteraard heb ik niet de illusie dat ik na slechts 7 lessen (of eigenlijk 6, want in mei kan ik niet vanwege een LARP-evenement) dit onder de knie heb. Maar hopelijk geeft het me wat handreikingen en een stok achter de deur om er zelf mee te gaan experimenteren, en daarna al doende verder te leren.
Gisteren was de eerste les. Ik wist niet helemaal wat ik er van kon verwachten, maar gelukkig bleek het niet stiekem gewoon samenspel te zijn. Want dat kom je helaas toch vaak tegen: workshops waarin je eigenlijk alleen maar liedjes leert, die je al dan niet meerstemmig speelt. Maar we kregen ook gelijk theorie mee (o.a. de kwintencirkel). Daarnaast hebben we een nummer, inclusief tweede stem en begeleidingsvariaties, geleerd en dat samen gespeeld. Waarschijnlijk omdat veel mensen toch ook komen om het samenspelen. Maar ik zou het niet eens erg vinden als we alleen maar theorie zouden behandelen, en onze instrumenten alleen gebruiken om te experimenteren en te controleren hoe e.e.a. klinkt.
Uiteraard hebben we ook gelijk een huiswerkopdracht meegekregen. Ben benieuwd wat ik er van ga bakken.
To be continued!
Wat leuk! Zoiets zou ik ook graag beter leren…