Taal en humor met Wim Daniëls

Pre-corona was ik af en toe eens naar een HB-café geweest: bijeenkomsten georganiseerd door regionale groeperingen van het IHBV (het Instituut Hoogbegaafdheid Volwassenen), doorgaans bestaande uit een lezing die qua onderwerp aansluit bij hoogbegaafdheid, met daarna een borrel om te netwerken met gelijkgestemden.

Eigenlijk vielen de bijeenkomsten me altijd tegen. De lezingen waren maar kort en daardoor nooit diepgaand of inzichtvol (ja, dat is een anglicisme maar voor zover ik weet ontbreekt in het Nederlands hier een woord voor), en ik ervaarde helaas maar weinig klik met andere aanwezigen. Sterker nog, ik vond veel aanwezigen zelfs irritant: hb’ers hebben blijkbaar de onhebbelijke neiging sprekers continu te onderbreken om zelf een of andere brainfart te delen met de groep. (Het lijkt me sowieso dramatisch om spreker te moeten zijn voor zo’n kritische groep mensen… :P ) Ik had dan ook besloten maar niet meer te gaan.

Ik krijg wel nog steeds de IHBV-nieuwsbrief met daarin de agenda. Recentelijk zag ik daarin het HB-café van het Eindhovense team langskomen en die sprak me toch wel heel erg aan: Wim Daniëls zou langskomen en een lezing geven over taal en humor en vervolgens zouden wij na de pauze zelf worden uitgedaagd middels een creatieve opdracht om daar ook mee aan de slag te gaan. Mjah, als schrijver van een vervolg op ‘Alice in Wonderland’, dat tjokvol woordgrapjes zit, kon ik dit natuurlijk niet aan me voorbij laten gaan. Het leek me heel leuk om samen met andere taalcreatievelingen ter plekke iets in elkaar te knutselen. En bovendien: dit onderwerp zou vast mensen trekken waar ik wél een connectie mee had! Ik verwachtte namelijk dat hoogbegaafden meer dan gemiddeld interesse hebben in spelen met taal, gezien de doorgaans hoge mate van creativiteit en het associatieve denken van hb’ers.

Dus reed ik gisteravond toch maar weer helemaal naar Eindhoven. Waar de avond anders uitpakte dan verwacht.

Daniëls bleek hoofdzakelijk van plan te zijn om een soort cabaret-lezing te geven, met grappige anecdotes uit zijn jeugd over taal en etymologie. Die vond ik hilarisch (“‘Phimosis’: dat spel je met ‘ph’; net als in ‘Schiphol'” :D – en de man blijkt tevens een wandelende encyclopedie, die ad hoc tussen zijn hoofdverhaal door vertelde wat de herkomst van een woord of jouw achternaam is), maar helaas zaten veel aanwezigen daar toch niet helemaal op te wachten. Die wilden gewoon doen wat hb’ers blijkbaar het liefste doen: in discussie gaan… Dus werd zijn verhaal continu onderbroken door mensen die ook een Mening hadden, of die zichzelf ook heel grappig vonden, of gewoon zichzelf graag hoorden praten, zonder dat daar noodzakelijk een goede inhoudelijke discussie uit voortvloeide (Daniëls: “Okee. Er zit geen vraag in je verhaal?” XD ). Met als gevolg dat hij zijn voordracht eerder afrondde dan volgens mij de bedoeling was, omdat het al tijd was voor de borrel.

Hè, wacht… en de opdracht die we na de pauze zouden krijgen dan? Er was niet eens een pauze geweest?

Iemand van de organisatie vroeg vervolgens Daniëls of hij ons een opdracht wilde meegeven voor tijdens die borrel. Hm, was dat al die tijd al de bedoeling geweest dan? Maar zelfs dat eindigde in een teleurstelling: Daniëls antwoordde dat hij dat interactieve gedoe en ons in groepjes opsplitsen maar niks vond en dat hij dat dus niet ging doen.

Oh.

Misschien had hij dat van tevoren kunnen melden, toen de omschrijving van de lezing werd gemaakt en gecommuniceerd? Nou ja, dan maar even borrelen en hopen dat daar leuke mensen tussen zaten.

Helaas trof ik niemand die net als ik blij wordt van spelen met taal. Sterker nog: de meesten leken zelfs een beetje opgelucht te zijn dat de opdracht was geskipped! “Mjah, het is wel vrijdagavond, hè?” Snik.

Gedesillusioneerd stapte ik na een half uurtje dus maar weer in de auto richting Nijmegen (nadat ik iemand bij de kapstokken met moeite afgepoeierd kreeg, omdat ‘ie één kleine vriendelijke opmerking van mij aangreep om gelijk over zijn burn-out te gaan leuteren.). Ik heb mijn lesje nu echt geleerd: dit zijn niet Mijn Soort Mensen.

Wel heel jammer, want eigenlijk heb ik af en toe wel behoefte aan het ontmoeten van volledig gelijkgestemden. De fysieke en gevoelsmatige connecties vind ik vooral onder balfolkers, maar voor de mentale en creatieve stimulans lijk ik toch het beste bij de LARP’ers terecht te kunnen. Recentelijk hadden we het er bij Charm nog over dat er bovengemiddeld veel hb’ers onder LARP’ers zijn. Blijkbaar is dat toch een hobby die appeleert aan bepaalde persoonlijkheidsaspecten. Nu ik er over nadenk… het merendeel van mijn hechtere vriendenkring bestaat inderdaad uit LARP’ers. Ik heb veel vrienden en kennissen vanuit uiteenlopende hobbies waar ik graag mee omga, maar een onevenredig deel van mijn ‘inner circle’ komt toch echt uit de LARP-kringen. Er zijn bijvoorbeeld maar amper (oud-)collega’s waar ik nog mee afspreek en op naailes heb ik eerlijk gezegd met helemaal niemand een klik. Dus… toch maar eens kijken of ik nóg vaker tijd in mijn agenda kan maken om naar een evenement te gaan of daarbuiten met mede-LARP’ers te socializen? ;-)

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.