Het wordt traditie om de dag voor een evenement nog even wat in elkaar te rauzen vrees ik. Maar ach, dat hoort ook een beetje bij de hobby.
Gezien het druilerige weer, was ik er niet gerust op dat ik warm zou blijven op Keltfest, waar we komend weekend met onze reënactmentgroep zullen staan. Nou heb ik diverse kaproens, maar volgens mijn bronnen droegen middeleeuwse vrouwen bij nader inzien geen kaproens. Wel capejes zónder capuchon. En gelukkig zijn die heel snel te maken.
Wederom een mooie kans om mijn restjes op te maken. Met een beetje passen en meten ging het nét uit deze mooie rode wol. En dan ook écht op de milimeter… ![]()

Het meest linkse patroon ligt op een stukje dubbelgevouwen stof. Het rechter patroondeel kon ik daarna voor een tweede keer op het resterende stukje stof kwijt. Helaas niet in spiegelbeeld, dus als je heel goed kijkt dan zie je dat een van mijn stofdelen met de achterkant voor is vastgenaaid, maar het valt gelukkig niet heel erg op. En dat extra naadje middenvoor is ook niet erg – in de middeleeuwen waren ze uiteraard erg zuinig met stof, dus liever een extra naad erin dan stof verspillen.
Hetzelfde trucje paste ik toe op het linnen voor de voering. Ook dat lukte net. Yay, weer wat ruimte erbij in de stoffenkast!
Het resultaat:

De decoratieve stiksels zijn met blauwe wol gedaan. Met de hand, uiteraard.

Eigenlijk had ik de cape iets minder gevormd, en dus wijder uitlopend willen maken dan dit patroontje (dat ik eerder voor een capeje voor Aimée heb gebruikt) dicteerde, maar daar had ik geen ruimte meer voor op de stof. Hij plooit dus niet zo veel als hij om mijn schouders hangt. Van de andere kant was het destijds ook mode om kleding heel nauw aansluitend om het lichaam te maken, dus zo sluit hij wel wat mooier aan om mijn schouders, terwijl hij toch voldoende bewegingsruimte biedt.
Maar toch hoop ik dat het wat beter weer wordt komend weekend…
