Kaartweefgetouw update

Regelmatig denk ik: “Zo, dat is af!”, waarna voortschrijdend inzicht me inhaalt en ik toch opnieuw aan de slag ga. Zo ook met mijn middeleeuwse kaartweefgetouw.

De afbeelding waarop het ding is gebaseerd, toont namelijk alleen de achterkant van het weefgetouw:

The Holy Family at work, The Hours of Catherine of Cleves (PML M.917, fol. 149), c. 1440 - full

De voorkant was dus mijn eigen interpretatie.

Nu ik er een tijdje mee heb geweven, kan ik zeggen dat mijn opzet, met een spleetje in het rondhout waar de draden doorheen worden gebonden, niet optimaal werkt. Doordat het rondhout zo smal is, is het erg lastig om de spanning gelijk te houden tijdens het opwinden. Je draait de draden bovendien steeds over hun eigen knoopjes heen, wat ook weer bobbels veroorzaakt.

oud

In de loop der tijd ben ik bij andere kaartwevers een constructie tegengekomen die me beter lijkt werken. Niet alleen is het rondhout dikker, ook wordt er gewerkt met een soort stokjes aan stof, waar de weefdraden aan worden gebonden, in plaats van aan het draaiende rondhout zelf.

Na dat bestudeerd te hebben, heb ik geconcludeerd dat ik mijn weefgetouw prima zo kan aanpassen dat ik ook met die constructie kan gaan werken, zonder dat het getouw er anders dan op de afbeelding uit komt te zien. Of de constructie historisch correct is weet ik niet, maar dat wist ik van mijn vorige interpretatie ook niet – ik heb nog geen enkele andere afbeelding van een weefgetouw als deze gezien, laat staan eentje waarbij de bevestigingswijze te zien was. En aangezien ze deze constructie destijds prima moeten hebben kunnen fabriceren, lijkt het me plausibel genoeg om het zo te gaan doen.

Aan de slag dus!

Gelukkig kon ik het geraamte van het weefgetouw recyclen en hoefde ik alleen de opwindmechanismen te vervangen. Daartoe zaagde ik twee stukjes rondhout (van dezelfde dikte als het huidige gat in het getouw), twee tandwielen, en maakte ik een gat in twee dikke klossen hout.

onderdelen

Die klossen vinden was nog een uitdaging! Zo’n dik rondhout krijg je dus niet bij de bouwmarkt. Volgens de medewerkers dan. Dit was namelijk een kwestie van creatief denken: na ‘nee’ gehoord te hebben op de afdeling hout, ben ik verder gaan snuffelen in de winkel en vond ik in het rek gelabeld ‘tafelpoten’, twee houten exemplaren die al precies de juiste lengte hadden en waar ik alleen de metalen schroef uit hoefde te halen. Oh yeah! B-)

De tandwielen zijn nu ook van een stuk betere vorm dan mijn vorige, waar ik (zoals op de eerdere foto te zien is) stokjes aan de zijkant in had gestoken. Op de middeleeuwse afbeelding is echter te zien dat het tandwiel uit één stuk gevormd hout is gemaakt, en niet zoals ik het eerst had gedaan. Ook weer winst dus.

Het tandwiel lijmde en timmerde ik aan de klos vast (nee, da’s niet historisch correct, maar ik heb helaas geen verstand van middeleeuwse timmerwijzen). De pin stak ik er vervolgens in. Die hoeft niet vast te zitten – juist niet. Het idee is dat de klos om het rondhout heen kan draaien. Aangezien het rondhout ook los in de opening in het weefgetouw zit, kan die daar ook nog eens draaien, wat niet per se hoeft, maar op zich wel helpt.

montage in-elkaar

In mijn vorige weefgetouw stak het rondhout aan de achterkant uit en zorgde ik er met een pinnetje dat er doorheen ging voor dat het rondhout er niet meer uit kon. Maar uit ervaring blijkt dat dat niet nodig is: de spanning op het weefsel zorgt er vanzelf voor dat de pinnen er niet uit komen.

Terwijl het hout mocht genieten van een badje lijnzaadolie, ging ik aan de slag met stof en draad om het bevestigingsmechanisme te maken. Eén houtje gaat in een stuk linnen, dat daarna met spijkertjes op het rondhout wordt vastgezet:

linnen

Via de gaatjes in de houtjes wordt er een tweede houtje aan vastgeknoopt. Aan dat houtje kan ik straks mijn weefdraden bevestigen.

latje

latje
Tijdens het opwinden van de weefdraden wikkelt het houtje zich ook om de klos

Het voordeel is, dat door de dikte van de houtjes, de weefdraden iets van het rondhout af gaan staan. In die opening kunnen de knoopjes van de weefdraden vallen, waardoor het hopelijk allemaal wat gelijkmatiger kan worden opgedraaid, zonder bobbels en dus verschil in spanning tussen de weefdraden.

Zo ziet mijn getouw er nu uit:

af

En dit is de achterkant. Nu nog beter vergelijkbaar met de middeleeuwse illustratie, toch?

achterkant

closeupEn weet je: ik dacht altijd dat dat kleine balkje op de foto een tweede uitstekende pen was, om het weefsel over te hangen. Maar bij nader inzien kan het best een zwevend stukje hout zijn, namelijk het houtje waar je de weefdraden aan bevestigt! Wat betekent dat Maria daar op de afbeelding het eind van haar draad heeft bereikt en niet verder kan draaien aan het wiel. Of dat ze net is begonnen, en dat die kant het weefsel dat gereed is, vasthoudt, wachtend op het opdraaien als het weefsel verder gevorderd is…

Het verklaart alleen niet het bovenste uitstekende pinnetje, waarvan ik ook niet weet waar het voor dient. Mjah, wie weet wat voor voortschrijdende inzichten ik over een tijdje weer allemaal ga hebben…

Nu rest alleen nog de proef op de som, door hem in gebruik te nemen!

One comment

  1. Annet says:

    Wellicht kun je publicaties van oude opgravingen vinden waar resten van weefgetouwen uit gereconstrueerd zijn? Ik heb ooit van Janou een boek geleend over de opgravingen in Groenland, waar oude scandinavische dorpjes teruggevonden zijn. Daar hadden ze ook warp-weighted looms teruggevonden. En gebruikten ze de haren van witte poolvossen en -konijnen om draad van te spinnen om een contrastbandje in hun grijs-bruine stof te weven. (Oftewel: infinitely cool to read).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.