Dit weekend stonden we met ‘t Vaerdich Volk voor het eerst op het Middeleeuws festijn van kasteel Doornenburg. Het was een wisselend weekend, maar ik heb er toch een goed gevoel aan overgehouden.
Tijdens het opbouwen kregen we de ene na de andere plensbui over ons heen en op een gegeven moment was ik nat tot op mijn onderbroek. Dat gecombineerd met voor mijn biologische klok te laat avondeten, maakte mijn humeur er niet al te best op. Gelukkig had ik een handdoek en droge kleding bij me, dus ‘s avonds zat ik weer lekker warm onder de groepsluifel en blèrden we bij het kampvuur liedjes uit mijn muziekbundel.
Ondanks de grote hoeveelheden zon en de hoge temperaturen op zaterdag en zondag, is het geen enkele dag droog gebleven. Op zich is af en toe een flinke plensbui niet zo’n probleem – we sjorren de scheerlijnen even strakker en we schuilen gewoon totdat het weer over is gewaaid. Wel een probleem was, dat het weiland waar we op stonden, zeiknat was en bleef. De tractor van de organisatie had een dagtaak aan het uit de blubber trekken van alle mudvol geladen busjes en aanhangers.
Na het opbouwen op vrijdag was het zo’n grote modderpoel geworden, dat de auto’s die er op zaterdagochtend nog stonden, niet meer van het terrein af mochten. Die moesten maar ergens achter de tenten worden gestald. En helaas was het op zondag, nadat alle bezoekers en re-enactors er overheen gelopen waren, nog steeds niet voldoende droog en stevig geworden om de auto’s weer toe te laten.
De organisatie had daarom platte aanhangers geregeld waar je je ingepakte spullen op kon leggen, die de tractor dan naar het parkeerterrein vervoerde. Maar ja, het was een enorm terrein met heel veel groepen, dus als we daar op hadden gewacht, waren we vanochtend pas thuis geweest. Dus dan maar de auto op het verharde weggetje achter het terrein neerzetten en alle spullen over het weiland dragen en over stukgeknipt prikkeldraad tillen om te kunnen inladen. Auw, mijn arme spieren…

Gelukkig heb ik een lieve echtgenoot die me, eenmaal thuis gekomen, hielp met uitladen en frietjes voor me haalde, zodat ik op de bank kon crashen. <3
De sfeer in de groep was gelukkig erg fijn. Er waren drie aspirantleden voor het eerst bij, maar dat klikte erg goed. De arme mensen zijn wel gelijk aan het werk gezet… Zij hebben zelf natuurlijk nog niet zo veel zooi bij zich als wij, dus hielpen ze aan het eind van het weekend mee met onze meuk naar de auto’s zeulen. Punten verdiend! ![]()
Op zaterdagavond was er een barbecue voor alle re-enactors, georganiseerd door de beheerders van het kasteel. Hoe laat? Dat wist niemand ons te vertellen. Om half 8 hoorden we via via dat de barbecues aangezet gingen worden…. Aángezet? Argh! Hongerrr!! Gelukkig kon onze kok nog wel een tussenmaaltje voor ons bereiken, anders was het zeker niet gezellig gebleven. En hoewel we inderdaad pas na half 10 ons vlees op ons bordje hadden liggen, bleek het wel weer superkwaliteit vlees – omnomnom!
Het doedelzak spelen ging goed. Het instrument had gelukkig geen last van het vocht en ik heb nog gezellig samen kunnen spelen met een doedelzakspeler van een andere groep. Nou ja, samen… om en om. We kregen onze speelpijpen niet gelijk gestemd. ![]()
Tijdens een tochtje over het terrein hoorde ik mooi gezang en ben ik even blijven luisteren. Na afloop vroeg ik wie ze waren. Ze heetten Anderfolk.
Ik: “Oh, daar heb ik wel eens van gehoord.”
Zij: “Oh ja, echt?? Ze heeft van ons gehoord! Hihi, we zijn beroemd!! Waar ken je ons dan van?”
Ik: “Weet ik niet meer; ik heb de naam wel eens horen vallen. Ik zit zelf ook in een bandje, dan krijg je wel wat mee van andere muzikanten.”
Zij: “Oh… wacht… jij bent toch van Tweedledum & Tweedledee?? Mooie nieuwe kostuums hebben jullie!”
Heh, blijkbaar zijn wij ook beroemd. ![]()
Het kaartweven ging helaas voor geen meter. Ik ben nog steeds bezig aan een enorm lange band die maar niet goed op mijn weefgetouw wil spannen. Op mijn nieuwe moderne weefgetouw blijkt het een stuk beter te gaan, maar die kan ik natuurlijk niet op een middeleeuws evenement gebruiken. Ik had daarom thuis flink doorgeweven in de hoop dat het resterende stuk kort genoeg zou zijn om toch nog een beetje op te kunnen spannen. Maar dat viel tegen. En ik heb tweemaal een fout gemaakt die ik door alle bezoekers om me heen niet meer kon herstellen, terwijl het deel dat ik thuis heb geweven foutloos is gebleven. Bovendien is maar liefst 3x een draad gebroken. Argh! Dat krijg je met linnen en vochtig weer… ![]()
Desondanks was het erg fijn om alle bewonderende blikken te ontvangen. Niet alleen van bezoekers, maar ook van andere re-enactors die ons kamp kwamen bekijken. De meeste mensen beseffen wel dat het een t*ringklus is om zoiets te weven en vinden het resultaat erg mooi.
Verkocht ik vorig evenement nog vooral armbandjes en kwastjes aan kinderen van bezoekers, dit weekend heb ik alleen maar aan mede-re-enactors verkocht. En maar liefst €50,- verdiend! Ik verkocht een wollen band, zijden kwastjes en ook een van mijn recentelijk gemaakte tasjes, die voor het eerst tussen de koopwaar lag. Hm, misschien maar meer van dat soort tasjes produceren?

