Kritiek krijgen is nooit leuk. Omdat ik zelf een behoorlijk kritisch persoon ben, probeer ik altijd open te staan voor kritiek en eerst naar mezelf te kijken en te analyseren welke rol ik in het proces heb gespeeld, voordat ik erop reageer. Maar de afgelopen tijd heb ik dermate veel kritiek over me heen gekregen dat ik er echt een beetje doorheen zit. Er is een grens aan wat ik kan hebben. Vooral als ik de kritiek onterecht vind.
De eerste bron van frustratie is mijn coupeuse-opleiding. Jullie kennen mij als een zeer precies persoon, maar vergeleken bij de eisen die daar gesteld worden, ben ik een lakse lummel.
Als wij patroontekeningen moeten maken, doen we dat op schaal, om te voorkomen dat je steeds meters patroonpapier verwerkt. Alles moet op een A4-tje passen. Dat betekent dat we doorgaans op 1/4e schaal werken, maar soms zelfs op 1/8e. Weet je hoe klein één centimeter op 1/8e schaal is?? En hoe dik de punt van een potlood is? Maar als mijn tekening een kwart millimeter afwijkt, dan krijg ik daar commentaar op en moet het opnieuw. Terwijl het geen probleem zou zijn geweest als we op werkelijke schaal hadden moeten tekenen.
Als mijn stiksel maar een fractie scheef is, moet ik alles uithalen en opnieuw naaien. Recentelijk heb ik 6x een knoopsgat moeten lostornen en opnieuw moeten doen. Het bleek uiteindelijk niet aan mij te liggen, maar aan de naaimachine op les, die, in tegenstelling tot die van mij thuis, moeite had met een bobbel veroorzaakt door een naadje, en steeds twee millimeter naar rechts versprong als hij daar langsging. (Mijn eigen naaimachine ploegt gewoon overal overheen.)
Nog veel frustrerender is, dat ik regelmatig commentaar krijg op dingen die ik niet wist, omdat de juf ze me domweg nooit verteld heeft. Ik heb mijn boek met tekenopdrachten recentelijk ingeleverd, en ik kreeg ‘m terug vol met post-its met verbeterpunten, zoals ‘vermeld bij iedere stoflegging welke materialen je nodig hebt’ en ‘bij iedere tekening die je op basis van het lesboek hebt gemaakt, moet je een schets van het model tekenen’. Maar ze heeft me helemaal niet verteld dat dat moest, voordat ik het boek inleverde! Natuurlijk kan ik het gewoon alsnog doen, maar ik ben iemand die het liever gelijk goed doet, in plaats van steeds maar weer de boel te moeten aanpassen. Dit is kritiek die niet nodig had hoeven zijn.
En dan zijn er de oefenexamens. Het grootste deel van de opleiding is praktijk, maar voor stofkennis hebben we ook een theorie-examen. De manier waarop het lesboek is opgezet, vond ik sowieso al heel verwarrend. En het was me niet duidelijk welke van de enorme hoeveelheid details nou wel en niet relevant waren. Dus deed ik wat ik altijd doe als ik iets uit een boek moet leren: een samenvatting maken van de dingen die mij het belangrijkste lijken, en dat leren, waarbij ik vooral probeer te snappen wat er bedoeld wordt zodat ik het in eigen bewoordingen kan navertellen. Die aanpak heeft mij door 4 jaar universiteit geloodst, zonder ook maar één keer een hertentamen te hoeven doen(!).
Maar dat is blijkbaar niet hoe het hier werkt. ALLE details zijn belangrijk en ALLE details kunnen gevraagd worden op een examen, ook al zijn ze in praktijk niet heel nuttig. Okee, dan moet ik me daarop aanpassen. Maar dan krijg ik vervolgens een proefexamen (we ploegen alle examens van de vorige jaren door) dat nergens op slaat. Ik heb niet alleen al diverse fouten uit het lesboek gehaald (Juf: “Wat fijn dat je er zo grondig naar kijkt!” – ja, hoe moet ik anders al die details leren??), maar ook uit de oude examens… en ik stel naar aanleiding van de stof vragen aan de juf waar ze eigenlijk ook geen goed antwoord op weet.
Een voorbeeld van een recente examenvraag:
Ik heb de vraag keurig beantwoord en drie grondstoffen, zoals ze vermeld worden in het boek, benoemd. Maar vervolgens krijg ik maar één van de drie punten voor deze vraag. Het was namelijk de bedoeling dat ik drie categorieën grondstoffen noemde – die stonden namelijk in het antwoorddocument.
“Maar”, protesteerde ik, “dat stond niet in de vraag!”
“Nee”, zegt Juf, “dus dat heb ik net toegevoegd.”
“…”
In een andere vraag moest ik factoren beschrijven die de kwaliteit van wol bepalen. Een van mijn antwoorden was ‘de dikte van de haar’. Dat was fout. Het juiste antwoord was volgens de juf ‘de fijnheid van de haar’.
Euh, wat is het verschil…?
Haar antwoord: “zo staat het nou eenmaal in het boek”.
RAAAAAAAAHHHHH!!!!!
En ja, dan word ik op een gegeven moment recalcitrant – dat is dan weer een slechte eigenschap van mij. :-/
Maar het ding waar ik écht volledig gestressed van raak, is de publicatie van mijn boek. Mijn uitgever had me beloofd dat hij het zou halen om het boek op 21 maart te publiceren, maar zien jullie een boek…? Precies.
Toen ik hem twee weken voor de publicatiedatum voor de driehondtachtigste keer aan zijn mouw trok en hem eraan herinnerde dat de tijd nu écht bijna op was, was zijn enige reactie: “I’d better start reading then.” En toen begon de ellende van het proeflezen.
Want ja, ik heb natuurlijk wel een Mening over mijn eigen verhaal. En ik had volledig verwacht dat het lastig ging worden om mijn darlings te vermoorden – ook al had ik dat al ontelbare keren op eigen initiatief gedaan voordat ik het verhaal aan mijn uitgever voorlegde. En natuurlijk ben ik geen native speaker, dus ook op dat punt had ik veel correcties verwacht. Geen probleem, da’s natuurlijk alleen maar goed. Mijn verhaal moet wel taaltechnisch correct zijn, en een frisse blik op je verhaal heeft echt meerwaarde. Dus heb ik keer op keer, verbetering na verbetering geaccepteerd, soms een traantje wegpinkend.
Maar het probleem is dat mijn uitgever (die ook de rol van redacteur op zich neemt) zichzelf een beetje té goed vindt. Hij geeft namelijk ook commentaar op of een grapje leuk is, en of lezers de grap gaan begrijpen. Tot op zekere hoogte ben ik ook blij met dat commentaar, maar ik ben ook van mening dat of iets leuk is of niet, een persoonlijke mening is. Sommige dingen werken gewoon niet in het Engels, okee, prima. Maar als mijn uitgever het niet leuk vindt, wil dat niet zeggen dat niemand het leuk gaat vinden. En hij beweert wel alleswetend daarin te zijn.
Als iemand die user experience expert is, heb ik ook heel veel ervaring opgedaan met het inschatten van wat mensen waarderen en wel of niet snappen. Ik kan hier een behoorlijk goede inschatting van maken als het gaat om websites. Maar als ik één ding heb geleerd, is dat je nog zo veel jaar ervaring kunt hebben, maar dat het onmogelijk is om met 100% zekerheid te voorspellen of iemand iets leuk vindt of snapt. Regelmatig los ik discussies met of tussen collega’s met andere meningen op door het gewoon in praktijk te testen. Dat is namelijk de enige manier om het zeker te weten en een ‘welles-nietes’-discussie te voorkomen.
Dat heb ik dus ook gedaan met diverse scènes in mijn verhaal, waar mijn uitgever mijns inziens slechts een mening over had in plaats van een beargumenteerde case waarom het in het Engels niet zou werken. Ik heb scenes aan verschillende Engelstalige Facebookvrienden gestuurd en gevraagd in hoeverre ze die snapten en leuk vonden. En wat denk je: diverse mensen snapten ze wel degelijk en vonden ze wel leuk! Ik heb ook een YouTube-filmpje gevonden van Britse comedians die op zo goed als dezelfde manier als ik een bepaalde grap maakten, met heel veel positieve reacties van kijkers die in de comments zeiden dat ze dit woordspelletje vroeger ook graag deden. Maar mijn uitgever blijft bij hoog en laag beweren dat Engelstalige mensen dit soort woordspelletjes niet doen, noch snappen. En daar kan ik dan écht niks mee.
We zijn nu al weken aan het bikkelen over de laatste wijzigingen. Ik heb volgens mij zo’n 97% van zijn advies geaccepteerd en zelfs concessies gedaan terwijl ik het er eigenlijk niet mee eens was. Maar hij heeft nog op geen enkele manier geluisterd naar mij. En ik weiger gewoon om de laatste wijzigingen, waar ik het écht niet mee eens ben, door te voeren. Ik vind dat ik als auteur het laatste woord mag hebben over mijn verhaal en dat een proeflezer een adviseur is. Hij is het daar blijkbaar niet mee eens.
Maar jeetje, wat een stress levert dit op. Ik sta de afgelopen weken echt stijf van de adrenaline. Ik ben een paar dagen geleden zelfs naar de dokter geweest, omdat ik het gevoel heb dat het bloed zo heftig in mij rondpompt dat mijn aderen op springen staan. Eerst had ik dat gevoel alleen in de aderen in mijn nek, ‘s avonds als ik op de bank zat, maar een paar dagen later voelde ik het al vanaf het moment dat ik ‘s ochtends wakker werd, en ook aan de achterkant van mijn bovenbenen en de binnenkant van mijn armen. Volgens de dokter is er, op een iets te lage onderdruk van mijn bloed, gelukkig niks ernstigs aan de hand, maar heel gezond lijkt het me natuurlijk niet.
(Dokter: “Heb je daadwerkelijk een bron van stress?”
Ik: “Ja, ik probeer een boek gepubliceerd te krijgen.”
Dokter: “Oh, wat voor boek?”
Ik: *legt uit*
Dokter: *noteert het adres van mijn website omdat hij het boek graag wil hebben.*
)
Ik heb nu de knuppel in het hoenderhok gegooid en gezegd dat het nu maar klaar moet zijn met alle edits en dat er twee dingen zijn waarbij ik mijn poot stijf houd. En als hem dat niet zint, de publicatie niet doorgaat. We gaan zien wat dat voor effect heeft. Maar dit kan hoe dan ook niet langer zo doorgaan, zowel voor mijn mentale als fysieke gezondheid.

