Terug van wederom een heerlijk doedelzakworkshopweekend van stichting Draailier & Doedelzak. Ik heb niet zo veel geleerd, maar het was als vanouds supergezellig!
Dit jaar meldde ik me voor het eerst aan voor de ‘gevorderden’ groep. De vorige keren zat ik altijd in de middengroep, maar ik merkte op een gegeven moment dat ik steeds meer tot de top van die groep ging behoren, dus vroeg ik mijn docent of hij dacht dat ik de gevorderde groep aankon. En hij dacht van wel – mits ik extra hard oefende vantevoren 
En het was inderdaad heel goed te doen!
Ik merkte wel duidelijk niveauverschil – bij het voorstelrondje kwamen zinsdelen als ’20 jaar ervaring’ en ‘ik speel nu 35 jaar’ langs, maar gelukkig bleken deze mensen niet zo intimiderend als ze klonken 
Ook een duidelijk verschil: het vermogen om een liedje op gehoor na te spelen. Toegegeven, onze docent pakte dat heel goed aan, maar desondanks denk ik dat in de middengroep, men er veel langer over had gedaan.
Wat wel resulteerde in het feit dat we dit weekend 7 (!) nieuwe deuntjes hebben geleerd. Voor mij een record. En eigenlijk niet iets waar ik op gehoopt had, want ik kom om nieuwe technieken e.d. te leren – liedjes kan ik thuis ook wel instuderen.
Maar deze docent had gewoon een berg leuk spul meegenomen en was van zins ons daar zo veel mogelijk van bij te brengen.
Toen we in de eerste ochtendsessie voor de lunch er al 2 nummers doorheen geramd hadden en hij ons vroeg wat we nu wilden gaan doen, informeerde ik voorzichtig wat het plan voor dit weekend was. Gingen we later nog iets met deze nummers doen, zoals uitbouwen, versieren en meerstemmig spelen? Maar nee, er was geen Plan.
En natuurlijk werd ik de rest van het weekend door de hele groep geplaagd met mijn behoefte aan Plan 
Diverse mensen in mijn groep waren overigens dermate gevorderd, dat ze na het nummer een paar keer gespeeld te hebben, er zelf een tweede stem bij bedachten. Later als ik groot ben wil ik dat ook kunnen…
Er is dit weekend slechts één slachtoffer gevallen. Bij het oefenen van een bourree, besloot de docent dat we ook maar de daad bij de muziek moesten voegen en dus de dans moesten uitvoeren terwijl we speelden. Nou moet je weten dat je bij de bourree in twee rijen tegenover elkaar staat en regelmatig langs elkaar host om van plek te wisselen. Probeer dat eens in een krap lokaaltje met aan alle kanten van de dansers uitstekende pijpen… Juist. Het is een wonder dat er niemand is onthoofd of ontoogd en de enige verwonding een doormiddengebroken bourdonpijp was :-X

Zowel mijn docent als de docent van de gevorderde draailiergroep bleken enigszins prettig gestoord wanneer het op muziek aankwam. Zaterdagavond, voorafgaand aan het bal, gaven ze beiden een solo-optreden. Die mannen zijn dus zó goed, dat ze hun instrument van binnen en buiten kennen en alle piepjes en kraakjes die het ding maakt, gewoon inzetten in hun nummers! Zo had Matthias Loibner (draailier) nummers waarin hij allerlei klanken, gezoem en geklepper produceerde die dan iets uitbeeldden als ‘de wind en regen door de bomen’.
Mijn docent, Rémi Decker, had nummers zoals ‘De wanhopige herder’ met veel gekrijs en gepiep, een liedje over geiten die vermoord werden om als doedelzak te dienen, en ook iets waarbij het publiek ‘waaaauwaaauwaaauw’ moest zingen om een doedelzak na te bootsen, aangezien het verder een puur gezongen nummer was.
Aan het einde speelden ze als toegift samen een ter plekke geïmproviseerd nummer. Het eindigde in naar elkaar grommen. Ik bedoel maar…

Wij kregen dan ook o.a. een bijzonder nummer aangeleerd om aan het eind van het weekend uit te voeren voor de hele groep. Het was geïnspireerd op een reis naar Indonesië van de docent, waarbij hij een hele dag nutteloos in een bus vol kippen had gezeten. De gebruikte ‘techniek’: een korte stoot lucht geven, en tegelijkertijd met de hele hand snel op en neer langs alle gaten in de speelpijp vegen. Het effect: een soort kippengekakel… De foute kippengerelateerde woordgrapjes waren dit weekend dan ook niet van de lucht.
Sowieso ontstond er veel verbale hilariteit. Zoals het gebaar alsof je oordopjes uit je oren trok, steeds als iemand je niet verstond buiten de workshop om – want met 11 doedelzakken in één ruimte, droegen we die dingen de hele workshop door, maar hadden we nog steeds toeterende oren. En laten we het maar niet hebben over de gesprekken over nachtelijke afspraakjes in bezemkasten en groepskwakjes mosterd waar je kroket eens lekker doorheen werd gehaald. Anyway, vast een gevalletje ‘you had to be there’.
En dat zal ik volgend jaar weer zijn! Lang leve muziek maken, muziek luisteren, fijne dansjes op fijne liedjes doen en schommelen in de speeltuin!