Zowat bij ons om de hoek ligt kinderpretpark Tivoli. Aangezien wij nichtjes hebben van 2,5 en 5 jaar oud, de ideale leeftijd voor dat park, besloot ome Mark om ze een dagje mee uit te vragen.
Mamma, opa en oma gingen ook mee. Dus kon ook tante Lenny natuurlijk niet thuisblijven.
Gelukkig zijn mijn nichtjes hele lieve kindertjes, die zich goed kunnen gedragen. Durfal Elise wilde gelijk óveral in. Dus ook in de achtbaan. En tante Lenny moest mee!
En ook van die hele hoge springkussenglijbaan. De jongetjes die tot bovenaan geklommen waren keken een beetje angstig naar het toch wel heel ver wegge beneden, maar Elise niet – die stortte zich zonder nadenken naar onderen ![]()
Later op de dag perstte ik me met zowel Elise als Iris in een treintje, dat door “Boer Harm’s kippenfarm” reed. Vele lange (lange) minuten hoorden we het kippenlied aan. En daarna het hanenlied. En de vos zei dat we vooral terug moesten komen voor nóg een liedje. Nee dank u, meneer Vos, ik heb hierbij genoeg mechanische kakelende kippen gezien voor de rest van het jaar…

De kinderen vonden het allemaal geweldig en vele ijsjes en poffertjes werden naar binnen gewerkt.
Gelukkig waren we met meerdere volwassenen, zodat we om beurten achter de meiden aan konden hobbelen terwijl de anderen even konden zitten en uitblazen… En omdat oma en mamma veel meer ervaren zijn in samen plassen en luiers verschonen, lieten we deze ondankbare taak met liefde aan hen over ![]()

De dag werd afgesloten met een rondvaart op de pannenkoekenboot. Omnomnom; zo veel pannenkoeken eten als je wil, tijdens het uurtje varen op de Waal – en je mag ze nog zelf versieren ook! (Mjah, natuurlijk kunnen Smarties op een spekpannenkoek… waarom ook niet?)

)En weet je wat het leuke is van kinderen? Op een gegeven moment worden ze moe en dan moeten ze op tijd naar bed, zodat je ook nog eens wat van je avond hebt.
Tante Lenny heeft haar best gedaan. Tante Lenny was vandaag een lieve tante. Tante Lenny over en sluiten. *crash*



De instructies op de uitnodiging: “Ons feest is met kampvuur, gras en een boerderij. Je kent dat wel. Gala-achtige kleding en pumps zijn niet handig. Dat dragen wij ook niet. Neem je instrument mee! Dan kunnen we samen spelen en dansen.”
Vanwege de bands die continu zorgden voor de muzikale ondersteuning, heb ik ook niet de hele tijd muziek gemaakt, maar vooral geluisterd. Ik kende nauwelijks iets van hun repertoire, dus meespelen was sowieso moeilijk, maar later op de avond zijn we met een ander groepje wat gaan aanklooien en kon ik toch nog zowel mijn doedelzak als viool inzetten.
Pas om kwart over vier, toen nog maar een paar man rond het vuur hingen, vond ik het wel welletjes geweest en trok ook ik me terug voor de nacht.















