Year: 2010

Spiel 2010

Yay, gisteren was het weer tijd voor Spiel! Het is inmiddels een jaarlijkse traditie om de eerste dag van deze spellenbeurs naar de Messe in Essen te rijden om te kwijlen over diverse LARP-spulletjes en met een leuke buit weer thuis te komen.
Suus, Gijs en Alice gingen ditmaal ook mee.

Helaas viel het een beetje tegen ten opzichte van andere jaren. Om de een of andere reden stonden er een stuk minder LARP-standjes. Normaal gesproken staat één van de hallen mudvol ermee, maar volgens mij stond er nu maar amper de helft! Ik hoop niet dat dit een trend is die zo doorzet…

Toch heb ik nog een paar leuke dingetjes weten te scoren. Allemaal bij hetzelfde standje, van Epic Armoury, dat dan wel.

De schuine zwaardhouder stond als enige op mijn boodschappenlijstje.
De kroontjespen kwam ik spontaan tegen. Ik vond ‘m erg mooi en hij is ideaal voor Aimée, omdat die veel brieven schrijft maar continu zit te klooien met ongeslepen potloden en haperende pennen. En echte veren die breken helaas altijd tijdens het transport, dus deze is ideaal.
Het houten kistje kocht ik om de pen en toebehoren in te stoppen. Daar kunnen dan ook mijn zegelwas & -stempels bij, die nu nog in een kartonnen doosje zitten.

Ik had ook nog een mooi leren korset gezien, maar helaas was die te groot en bestond hij (nog) niet in mijn maat. Wellicht volgend jaar…

Despicable Me

Gisteravond gingen we naar de bios voor “Despicable Me“. Ik vond de voorfilmpjes niet überhilarisch, maar het beloofde wel een vermakelijke film te worden. En het was eigenlijk precies zoals ik verwachtte: geen topfilm, maar wel goed voor diverse lachsalvo’s.

De slechterik speelt de hoofdrol in de film. Gru wil de maan stelen, om te bewijzen dat hij de grootste schurk op aarde is. En dat doet hij met behulp van een heel leger aan gele mini-minions. Maar dan adopteert hij drie kinderen om voor zijn karretje te spannen, om te proberen zijn concurrent de loef af te steken.

Het concept is grappig, de minions zijn erg leuk, en er zitten hele lachwekkende scènes in. En je moet goed kijken, want er zitten ook grapjes in de achtergrond verwerkt die niet zo duidelijk zichtbaar zijn.
Hoewel Gru als personage op zich heel goed wordt neergezet, is zijn karaktertransformatie van wannabe-badguy naar liefhebbende pappie totaal niet geloofwaardig. Het gaat te snel en er is niet genoeg reden voor. Bovendien was het personage van concurrent-badguy Vector het ook net niet. Hij was niet evil genoeg, maar ook niet watje genoeg. Het hing er een beetje tussenin en daarom kwam hij niet over.
De minions zijn vooral leuk in op zich staande scènes en het is dus niet vreemd dat hun verschijning tijdens de aftiteling stiekem niet onder doet voor de rest van de film. Maar alleen de minions kunnen deze film niet maken. Net zoals Scrat niet in zijn eentje verantwoordelijk is voor het succes van Ice Age.

Conclusie: Despicable Me hoort niet thuis in het rijtje top-animatiefilms zoals Shrek, Monsters Inc. en Ice Age, maar hij maakt zeker een amusant avondje bioscoop!

Holiday in Spain

Zaterdag tot en met dinsdag zijn we heerlijk een paar daagjes weggeweest met Suus en Gijs. Mark trakteerde namelijk op een tripje naar Zaragoza in Spanje.

Ik had me vooraf voorgenomen om helemaal niets te moeten. Dus ook geen plannen gemaakt over wat ik per se wilde zien of doen. Gewoon lekker gaan en gezellig een paar dagen met z’n allen doorbrengen. En dat is goed gelukt!

We hadden geen hotel, maar een appartementje van een particulier gehuurd. Het lag ideaal aan de rand van het centrum, zodat we overal heen konden lopen.

Natuurlijk hebben we een hoop dingen bekeken. Zo was er de gigantische kathedraal met prachtige versieringen aan de buiten- en binnenkant. En hebben we op diverse plekken in de stad opgravingen van de Romeinse beschaving bewonderd.

Mark was iets té avontuurlijk en moest door Gijs gered worden uit de rivier Ebro… :-)

Net als toen we in Schotland waren, vielen we ook hier midden in de festivalweek (maar ditmaal toevallig). Het was het ‘Pilar 2010′-festival.

De Pilar is een soort pilaar waarop de maagd Maria zou zijn verschenen en welke nu in de grote kathedraal te vinden is. Spanje is een ontzettend katholiek land en het gaat zo ver dat we diverse vrouwen hebben gezien die ‘Pilar’ als voornaam hebben!

En ieder jaar is daaromheen dus een festival met diverse optredens, van straatartiesten tot zangers en dansers op podia, en marktjes waar traditionele dansen en ambachten worden uitgevoerd.

Op zondagavond zagen we ineens een flinke kudde mensen in dezelfde richting lopen en we besloten er op goed geluk achteraan te lopen. We kwamen uit bij de rivier de Ebro en daar bleek vuurwerk te worden afgestoken ter afsluiting van het festival. Wat een mazzel, want het was supermooi vuurwerk, het mooiste dat we tot nu toe ergens gezien hebben! Zelfs die van de Vierdaagsefeesten in Nijmegen valt erbij in het niet.

Natuurlijk hebben we ons ook aangepast aan de lokale cultuur. Het was even wennen aan de siësta. Tussen twee en vijf ‘s middags is dus alles dicht… En toen de beheerder van ons appartement vertelde dat je pas vanaf een uur of 9 ‘s avonds kon gaan avondeten, moest ik even vragen of ik dat wel goed gehoord had… (mede omdat Spanjaarden zo goed als geen Engels spreken – communiceren was af en toe echt een uitdaging!)

De eerste avond waren we zo moe dat we ‘s avonds niet meer de deur uit zijn gegaan en gewoon in ons appartementje wat gesnaaid hebben in plaats van avondeten. Maar de tweede avond zijn we lekker tapas gaan eten. ‘t Is wel even wennen dat er in de Spaanse horeca nog gerookt mag worden! De derde avond zijn we ook ergens gaan eten, maar aangezien er verder weinig te doen was omdat het festival was afgesloten, hebben we een paar DVD’tjes gekocht en zijn we relaxed met z’n allen op de bank gaan hangen. Het was ten slotte vakantie!

Maar van de hele vakantie zal ons de Epische Chocoladetaart het meest bijblijven. Toen we ‘s middags op een terrasje bij zaten te komen en bij een in chocolade gespecialiseerd tentje chocomel met chocoladetaart bestelden, was ik de enige die ‘m opkreeg. Go me!

Dinsdag was het weer tijd om met het vliegtuig terug naar huis te gaan. Dankzij de stakende Fransozen hebben we meer dan een uur vertraging gehad, maar uiteindelijk zijn we toch thuis bij de poes gekomen. Die ons zo heeft gemist, dat ze vanochtend voor het eerst bij ons op bed is komen slapen!

Het was gezellig, relaxed, en zeker voor herhaling vatbaar!

WNF: tweet-up!

Gisteren was er aan het eind van de middag een ‘tweet-up‘ van het Wereld Natuur Fonds, in Zeist. De insteek van de dag was om twitteraars die het WNF volgen, nader kennis te laten maken met het gebouw en de organisatie.

Nou twitter ik helemaal niet, maar de ex-verengingsgenoot die ik benaderd had voor de vacature bij het WNF, tipte me hierover. Want dit was natuurlijk een mooie kans om het gebouw even van dichterbij te bekijken enzo! Dus nam ik het eind van de middag vrij en schreef ik me in.

Een goede bijkomstigheid was, dat ik nu op mijn gemakje de route naar het gebouw kon uitzoeken, zodat ik, mocht ik uitgenodigd worden voor een gesprek, ik in ieder geval niet te laat zou komen omdat ik de weg kwijt was.

Op de routeplanner zag het er heel simpel uit: gewoon vanaf het station de weg naar het noorden nemen en dan op een gegeven moment is het gebouw aan de linkerkant. Maar ik was al eens vaker naar Driebergen-Zeist getreind met de intentie om daar in de buurt een bedrijf te vinden, en er vooralsnog geen enkele keer in geslaagd om er in een directe lijn (en op tijd) te komen! Ik weet niet wat het is, maar iets rond dat station verstoort mijn gevoel voor richting enorm!

En ja hoor, ook nu was ik totaal gedesoriënteerd en reed ik de verkeerde kant op. Ik mag dan niet twitteren, maar ben wel steeds meer een smartphone gebruiker: dankzij de navigatie-app op het ding kon ik achterhalen waar ik dan wel heen moest… Heel leuk gezicht, op je fiets zitten met het stuur in je ene hand en je phone de andere, die je vertelt waar je af moet slaan :-D
Voor de volgende keer ga ik onthouden dat die weg in het begin bij het station anders heet en pas verderop de naam krijgt waar ik naar zoek, en ik dus niet de verkeerde weg te pakken heb!

Eenmaal binnen mochten we aanschuiven bij een presentie van het nieuwe Living Planet Report 2010. Conclusie: het gaat slecht. We verbruiken nog steeds meer dan wat de aarde aankan.

Tijdens de presentatie mocht er getwitterd worden, maar ik besloot een sms’je te sturen naar mijn verenigingsgenootje om te melden dat ik bij de tweet-up was en te vragen of hij wellicht nog in de buurt was.
Na een paar seconden kreeg ik al een reactie terug: “Rechts achterin”.
Oh… hoi :-D

Daarna kregen we een rondleiding door het (bijna) klimaatneutrale pand en kon ik onder andere de werkplekken van dichterbij bekijken. Ze hebben allemaal natuurvriendelijke materialen gebruikt bij de bouw en er zijn bijvoorbeeld ook openingen in de muur gemaakt voor vleermuizen. Het was oorspronkelijk niet de bedoeling om het helemaal perfect te doen, maar ja, als WNF hebben ze natuurlijk een voorbeeldfunctie. En nu kunnen ze anderen advies geven over wat er bij hen allemaal fout is gegaan.
Zo hoorden we een leuke anecdote over lange bamboepalen, die heel onmilieuvriendelijk met het vliegtuig moesten worden ingevlogen. Om er vervolgens achter te komen dat de palen zo hard waren geworden, dat ze niet meer gebogen konden worden om als trapleuning te dienen. Dus hebben ze alle palen in stukjes moeten snijden en deze met stukjes plastic aan elkaar moeten verbinden om ‘m te kunnen krommen.
En het is heel leuk om te eisen dat er FSC-hout wordt gebruikt, maar als dat ook nog eens bovenop de specifieke eisen van de architect komt, raakt de aannemer in paniek omdat hij nergens precies dat hout kan krijgen voor de geoffreerde prijs…

Ik werd ook nog voorgesteld aan de huidige online marketeer (die niet weggaat; er komt een tweede functie bij), maar die was dermate druk in gesprek met diverse mensen dat even praten over de functie er helaas niet in zat. Ik heb niet echt een spetterende indruk kunnen maken ben ik bang. Maar ach, ook zonder een lopende sollicitatie vond ik het erg leuk om eens even een kijkje bij het WNF te mogen nemen!

Pesten op het werk

In Nederland worden naar schatting tussen de 250.000 en 350.000 mensen structureel gepest op de werkvloer. Het is een ruwe schatting omdat er geen eenduidig registratiesysteem is en omdat veel gevallen van pesten binnen de bedrijfsmuren blijven. TNO Arbeid deed in 2000 onderzoek naar ongewenst gedrag op de werkvloer. Hieruit komt naar voren dat zestien procent van de werknemers geïntimideerd werd door hun chef of door collega’s, waarvan 2 procent vaak tot zeer vaak het slachtoffer was.

(bron: http://www.intermediair.nl/artikel/conflicten/21416/pesten-op-het-werk-vaak-onderschat.html)

Ik had het niet verwacht, maar bij ons gebeurt het dus ook. Iemand op mijn afdeling wordt de hele dag door gepest.

Het is echt heel zielig, ik zie dat hij zich van ellende terugtrekt in zijn eigen hoekje, achter de planten. Alleen voor de lunch komt hij er vandaan, maar veel kans om gezellig samen te eten, krijgt hij niet.

Ik heb even gegoogled naar de manieren waarop pesten op het werk kan gebeuren. Nou, hier is niet alleen sprake van het creëren van een sociaal isolement, maar het gaat zelfs door tot de ernstigste vormen: bedreigingen, en af en toe zelfs fysiek geweld!

Ik weet niet wat ik eraan moet doen. Aanspreken van de daders helpt niet, die doen dan alsof ze niets horen.

Het probleem is, dat ik volgens mij de enige ben die het opvalt. Mijn collega’s zien het niet, of willen het misschien niet zien. Ik heb overwogen om het aan mijn manager te vertellen en hem om hulp te vragen, maar dat gaat ook weer zo ver. Maar ik voel me nu zo machteloos! Het is toch wel een beetje mijn verantwoordelijkheid vind ik.

Arme guppy. Misschien moet ik maar een apart aquarium voor hem maken.

Appelmoes!

Vorig jaar hingen er welgeteld twee, minuscule en hele zure, appeltjes aan de bomen in ons tuintje. Maar dit jaar hadden we een beter resultaat:

Tsja, maar wat moet je met al die appels? Mijn schoonmoeder suggereerde om er appelmoes van te maken en dat klonk wel als een goed plan. Dus hierbij een verslag van mijn eerste moesmakerij!

Allereerst werden de appeltjes geplukt, geschild en ontdaan van hun klokhuizen.

Dan in stukjes snijden en de pan in gooien. Twee eetlepels citroensap erbij tegen het verkleuren, en zo’n 5 a 7 eetlepels suiker. Dat was een beetje een gok, want er stond in de recepten dat de hoeveelheid suiker afhankelijk was van de zuurtegraad van de appels en van wat je lekker vond. Tot slot een beetje water erbij en dan het gas aanzetten.

Ook de hoeveelheid water was moeilijk in te schatten. Er hoeft blijkbaar maar een heel klein bodempje in, want je giet de boel niet af en bovendien zit er ook een hoop vocht in de appels zelf.
De eerste ronde had ik wat te veel water gebruikt, dus was de appelmoes ook wat waterig geworden.

Half uurtje zachtjes laten koken, terwijl je af en toe roert zodat het niet aanbrandt (dat schijnt met een houten lepel te moeten… geen idee waarom, maar het ziet er in ieder geval wel authentiek uit :-) ), totdat de boel tot moes is gekookt.

Ondertussen de potjes goed schoonmaken en uitkoken, en dan vullen met je moes! Anderhalve kilo appels bleek genoeg om anderhalf (minder water) tot twee (veel water) van die grote ex-HAK-potten te vullen.

Potjes op de kop zetten als ze nog goed heet zijn, en een tijdje laten afkoelen, zodat ze vacuum trekken.

Tadaaaa….:

Appelmoes maken is zoals je ziet een zeer goede gelegenheid om van je uberlelijke stofjes (waarvan je geen idee hebt hoe ze ooit in je kast terecht zijn gekomen) af te komen. ;-)

We hebben twee typen appelbomen in de tuin staan, dus ik heb nu twee soorten appelmoes. Ik heb alleen geen idee welke appels het zijn, want ik kan de labeltjes niet meer vinden…
Bij het tweede type heb ik iets minder suiker gebruikt en er na het koken nog wat kaneel doorgegooid. Ik ben benieuwd hoe het smaakt, want heel eerlijk gezegd ben ik niet zo’n appelmoeseter….

Schoon schip

Zo. Het is af. Het huis is eindelijk, voor het eerst sinds ik naar de VS ben gegaan, en in een periode waar twee LARP-weekends overheen zijn gegaan, weer eens opgeruimd en schoon.

De afgelopen weken leefde ik echt steeds van week tot week: wat moest ik voor het komende weekend per se af hebben?

Doedelzakles heb ik maar afgezegd, want aan oefenen kwam ik niet toe.

Grappig genoeg zie je op een gegeven moment niet meer hoe veel vuiler het in je huis is geworden. De eerste stofjes op het kleed vallen op, de volgende stofjes ook, maar daarna is er weinig verschil meer tussen ‘heel veel’ en ‘ontzettend veel’.
Gelukkig is Zulay niet meer in de rui, want anders zou het hele huis onder een laag dons hebben gezeten.

Maar nu…Ik heb de kleren die Mark voor Omen wilde hebben, op tijd afgekregen. Alle LARP-spullen van de afgelopen twee evenementen zijn inmiddels gewassen, gerepareerd, of de batterijen ervan zijn bijgevuld, en weggestopt.

De kattenbak is uitgewassen, planten hebben water gehad, keuken en sanitair is gepoetst, bed is verschoond, vloeren zijn gestofzuigd.

De collecteweek voor de Dierenbescherming is voorbij en ik ben erin geslaagd om in drie avonden de hele aan mij toegewezen route af te lopen.

En mijn secretaris-voorbereiding voor Charm is ook gedaan. Alle dozen met secretarisspullen zijn uitgemest en gehersorteerd, klappers zijn doorgespit (en leeggemieterd – wat moet ik met charactersheets van vijf jaar geleden en spam gericht aan ‘de personeelsvereniging’??), de uitnodigingen voor de baravond en ALV zijn de deur uit, en ook niet onbelangrijk: de uitcheck van Charm XIX is eindelijk verwerkt.

Dat laatste kostte me bijna een volledige dag, want ik moest echt alles opzoeken en ik had maar liefst 34 vragen opgeschreven die ik aan Joris moest stellen. Want ik heb vooralsnog alleen maar ge-NPC’t bij Charm, dus ik had eigenlijk helemaal geen idee hoe het zat met bijvoorbeeld het kruiden- en magiesysteem, hoe sloten openen werkte, waar die bak met steentjes voor diende, wanneer je er levels bij krijgt en hoe het leermeesterschap werkt.

En je wil niet weten wat voor vreemde voorwerpen er in de spelersenveloppes zitten… Zijn een speelkaart, een stuk tak, een schoenveter en een zakje elfenoren belangrijke IC-voorwerpen die op de charactersheet moeten komen, of hebben ze gewoon uit gemak wat zooi in hun envelop geflikkerd zodat ze er de volgende keer niet meer aan hoeven te denken?
Ik zal blij zijn als ik eenmaal een paar evenementen heb gedraaid en het voor mij routine is geworden.

Maar nu kan ik dus eindelijk weer door het huis lopen zonder schilden, harnassen en dozen met secretarisspullen aan de kant te schuiven, en heb ik weer rust in m’n hoofd. Alleen nog de Charm-inboedel op zolder sorteren, maar daarvoor krijg ik over twee weken hulp van mijn mede-bestuursleden.

Hah. Nu is het tijd voor leuke dingen! Ik heb nog een klein stukje weekend over, komende week kan ik weer doedelzak oefenen, en ik kijk uit naar de week erna: heerlijk ontspannen tijdens een lang weekend naar Spanje, gevolgd door een paar extra dagen vrij, en een luie filmdag op de zondag. Heerlijk vooruitzicht! De rest van mijn to-do list kan best wel even wachten.

Omen 10 – oftewel: Aimée wordt mens

Dit soort momenten haat ik. Het wachten. Wachten op alle verschrikkingen die zullen gaan komen. Zonder in staat te zijn om het te voorkomen. Het enige dat ik kan doen is zorgen dat ik voorbereid ben. En hopen op het beste.

Ik kijk rond over het veld, waar het duister inmiddels is gevallen. Het ziet er naar uit dat het gaat regenen. Ook dat nog.

Voor me worden de laatste voorbereidingen getroffen voor het ritueel. Waarom beginnen ze niet? Hoe eerder we klaar zijn, hoe minder kans dat Benjamin en zijn gevolg ondoden het komen verstieren. Als ze nou eens wat meer zouden opschieten… Stel dat het ritueel succesvol is, dan komen de ondoden wellicht niet eens opdagen! Dan kunnen we gewoon onze boel inpakken en naar huis gaan, zonder slag te hoeven leveren!

Even voel ik een flinke scheut hoop door mijn lichaam vloeien. Dan kijk ik naar de grond. Natuurlijk niet. Natuurlijk komen we niet zo makkelijk weg. Als het verleden enige indicatie is, dan heeft Benjamin een briljant gevoel voor timing. Waarschijnlijk is hij al lang in de buurt, spiedend, wachtend tot we beginnen, om precies dan ons verzet te breken. Om het laatste sprankje hoop op overwinning, de grond in te boren.

Achter me scharrelen wat genezers zenuwachtig in het rond. Ik zie Dion, en vraag me ernstig af of hij wel is opgewassen tegen de taak van coördinator. Na amper een dag training kan het bijna alleen maar mis gaan. Maar ik heb geen keuze; Sairahiniel is vertrokken en ik moet iemand hebben die de gewonden prioriteert. Dat kan ik er echt niet bij hebben als ik ook nog moet opereren.

Ik herinner me de eerdere veldslagen. Het bloed, het zweet, de open botbreuken. Maar nog erger, de kreten van de gewonden. Overal. Continu. En ze blijven maar komen. Genezers die uitgeput om me heen op de grond vallen, terwijl er wederom een bewusteloze paladijn door zijn strijdkameraden binnengedragen wordt. Bijna dood – hij moet NU geholpen worden. Net als de drie anderen die een seconde later de genezerspost in worden gesleept.

Ik word er moedeloos van. Al eerder gingen we bijna ten onder. Ik moet er niet aan denken wat ons nu te wachten staat. Benjamin weet heel goed wat de gevolgen zijn van ons slagen. Die komt dus ongetwijfeld met het grootste leger tot nu toe aanzetten.

Rechts van me klinkt opeens een hoog kreetje van het meisje van de familie Eventyr: “Oh, er zit een gat in m’n rok!”.
Ik voel de drang opkomen om haar te slaan. Houd toch je mond, stom wicht! Er zijn nu wel belangrijker dingen dan dat gat in je rok!

Wacht even, dacht ik dat?

En ineens realiseer ik me dat ik veranderd ben. Amper een paar maanden geleden zou ík degene zijn geweest die zo’n opmerking zou hebben gemaakt! Ik, jonkvrouwe Aimée, niet in staat om mijn eigen belang ondergeschikt te vinden aan het belang van de groep! Wat is er gebeurd dat dit met me heeft gedaan?

Flarden van gedachten beginnen ineens bij me op te borrelen. Ik kan er niets aan doen, ze blijven komen en trekken als een film langs m’n ogen.

Ik zie mezelf in het hof van het kasteel van Oom Jan. Woedend. Omdat ik weer eens naar buiten ben gestuurd omdat ik alleen maar in de weg loop. Stampvoetend stuif ik naar mijn moeder, die ook geen tijd voor me heeft en me maant om haar met rust te laten.

Dan zie ik me voor mijn oom staan. Hoor hem vragen, nee, bijna bevelen, om op reis te gaan om nieuwe landgoederen te onderzoeken en beoordelen. Ik kijk bijna ongelovig: ik? Mag ik eindelijk iets nuttigs doen?

De volgende herinnering doet me fronsen. De eerste ongemakken onderweg. De realisatie dat deze reis helemaal geen pretje gaat worden. En dan… de start van de ondodenoorlog. De bevelen van mijn oom en de keizer om vooral niet naar huis terug te keren, omdat ik daar in de buitenste regionen van het rijk veiliger ben dan thuis.

Dan volgen de herinneringen elkaar steeds sneller op. De zware, uitputtende reizen, waarbij we weken lang moeten lopen zonder fatsoenlijk onderdak tijdens de nachten. De ruzies. De frustraties omdat ik van niemand het gepaste respect krijg. De aankomst van mijn nichtje Madeleine. Kapitein Francis, mijn zogenaamde beschermer, die me probeert te vermoorden door een mes in mijn buik te steken. De overhaaste vlucht uit het dorp, waarbij mijn spullen op het laatste nippertje nog op een kar meegenomen kunnen worden. De schaamte die ik voel, wanneer mijn… probleempje aan het licht komt. En bovenal, de woedende blik van Reinard, die na al die jaren meegaandheid schijnt te exploderen en me flink de les leest. Dat het zo niet meer kan. Dat ik er écht alleen voor sta als ik zo door ga.

Ik huiver. Hij meende het, vanuit de grond van zijn hart.

Ik moet er niet aan denken om in mijn eentje over te blijven. Ik moet me aanpassen, hoe vreselijk ik het hier ook vind. Oh, hoe erg verlang ik naar mijn grote, zachte bed in het kasteel. Het heerlijk geurende vijfgangendiner dat door de bedienden op tafel wordt gezet, met als klapstuk een compleet zwijn dat druipt van het vet. Het rozige, verdovende gevoel dat de scheutig rondgedeelde rode wijn achterlaat in mijn hoofd, zodat ik de problemen van alledag even kan vergeten.

Maar ik weet maar al te goed dat het er niet in zit. Niet binnen afzienbare tijd, maar ook niet binnen enkele jaren. Stel dát het ritueel lukt – dan zijn er nog jaren nodig voordat de wederopbouw is afgerond. Sterker nog, met een beetje pech duurt het zeker een jaar voordat ik überhaupt weer thuis ben.

Eigenlijk wil ik er niet eens aan denken hoe het er nu thuis uitziet, nadat een heel ondodenleger over ons landgoed is getrokken.

Ik moet hulp hebben, ik kan dit niet alleen. Reinard praat nauwelijks nog met me. Mijn oom zit ver weg in Torquil en de berichten over de belegering van de hoofdstad zijn dusdanig ontmoedigend, dat ik maar weinig hoop heb op een goede afloop. Met de liefde is het niets geworden. Sterker nog, dat heeft alleen maar problemen veroorzaakt.

Het is tijd om aan de toekomst te gaan denken. Tijd om de verstandige keuzes te gaan maken. Ik kan niet meer streven naar wat ik het allerliefste wil – een leven vol luxe en iemand die van me houdt. Ik moet realistisch zijn. In deze omstandigheden is een landgoed met kasteel in wederopbouw al een luxe. En een man aan mijn zijde die de boel kan coördineren. Liefde is te veel gevraagd; met een sterke en vermogende echtgenoot mag ik blij zijn.

En die zal ik vinden. Ik zal concessies doen. Omdat het moet. Omdat het niet anders kan. Maar ooit… zal ik weer gelukkig zijn.

Collecteren voor de beestjes

Omdat gisteren dierendag was, wordt er deze week door de Dierenbescherming gecollecteerd. En ik help ook een handje mee!

Aldus toog ik vanavond langs de deuren. Ik worstelde me over vastgeroeste tuinhekjes, door overwoekerde voortuinen, langs eng kijkende tuinkabouters en een toiletpot met planten erin (?) en probeerde niet te huiveren van al die semi-gietijzeren plantenpotten met  ‘welcome’-bordje erboven, die je om de vier tuinen tegenkomt.

Vervolgens werd ik dan getrakteerd op vals hondengeblaf of bijzondere deurbelgeluiden (inclusief de complete “Nederland, oh Nederland, jijhij bent de kampiejoeoen”-melodie).

Of er open werd gedaan was altijd maar afwachten. De meest dichtgerolluikte huizen bleken toch bewoond, terwijl er bij woningen waar overal de lampen aan waren en de ramen open stonden, regelmatig gewoon niet werd open gedaan. En het is belachelijk bij hoeveel mensen de bel stuk is!

Het leggen van contact was ook interessant. Sommige mensen grijpen al naar de portemonnee voordat je hebt verteld waar je eigenlijk voor collecteert. Anderen maken een praatje. Bij weer een ander trof ik een open deur aan, waarbij van achteruit het huis klonk: “Ik heb net gedweild, ik kan niet bij de deur komen!”. Turkse vrouwen moesten aan hun man vragen of het mocht, en oude kerels keken moeder de vrouw aan voor de huishoudportemonnee.

De meeste mensen waren gelukkig wel bereid om wat te geven, er waren nauwelijks mensen die botweg ‘nee’ zeiden. Al moest ik heel af en toe wel even uitleggen waar ik voor kwam (“De Dierenbescherming? Is dat niet van de Peej Veej Veej?”).

Het langs de deuren gaan vind ik absoluut niet vervelend om te doen. Het is zelfs leuk om je eigen buurt eens van wat dichterbij te kunnen bekijken.
Van vroeger herinner ik me nog ‘de eieractie’; het langs de deuren verkopen van paaseieren voor het kerkkoor, waar mijn moeder altijd zo’n bloedhekel aan had. Als kind ging ik mee, en ik vond het helemaal niet erg. Wel was het vervelend als je in de tweede ronde de bestelde eieren moest afleveren, en je tot vier keer toe terug moest naar een huis omdat de mensen steeds niet thuis waren. Maar daar heb ik nu geen last van.

Wel duurde het allemaal veel langer dan ik had verwacht. Voordat men de bel heeft gehoord, de hond aan de kant heeft geschopt, de voordeur heeft bereikt en de portemonnee heeft gevonden en heeft bepaald hoeveel kleingeld er beschikbaar is, ben je rustig twee minuten verder.

En stiekem is het nog best vermoeiend om te doen. De meeste mensen maakten van de gelegenheid gebruik om al hun losslingerende kleingeld te dumpen, dus die collectebus moet je op een gegeven moment toch wel met twee handen vast gaan houden.

Rond half tien kreeg ik het standaard riedeltje nog maar amper m’n strot uit (“Ik kom controle… corrige… collecteren voor de Dierenbescherming!”) en begonnen mensen geïrriteerd op hun horloge te kijken (hoewel ik officieel tot 22.00 uur langs de deuren mag), dus ben ik maar gestopt.

Morgen ga ik nog een uurtje verder voordat naailes begint, en donderdag kan ik dankzij thuiswerken wat eerder beginnen. Ik heb tot en met zaterdag de tijd, dus hopelijk krijg ik alle straten gedaan die in mijn zone vallen.

En als jullie zelf iemand voor de deur zien staan: wel iets geven hè? ;-)