Dat was de 8e keer dat ik naar het supergezellige workshopweekend van stichting Draailier & Doedelzak ben geweest! En wat was het weer enorm leuk!
In tegenstelling tot andere jaren schreef ik me niet in voor een doedelzakworkshop, maar voor een workshop samenspel/balfolk spelen. Vorig jaar had ik namelijk les van Toon van Mierlo, mijn favoriete doedelzakspeler. Daar was ik zo tevreden over dat ik graag opnieuw les van hem wilde hebben. Aangezien hij dit jaar de samenspelworkshop deed én ik graag wat meer wil leren over spelen voor dansers, was de keuze voor deze workshop niet moeilijk!
Eenmaal ter plekke bleken de docenten toch andere plannen te hebben. Er waren twee samenspelworkshops en er was door de docenten besloten deze min of meer samen te voegen. De groepen werden door elkaar gehusseld: op zaterdagochtend kregen de meer gevorderde spelers les van de ene docent en de minder gevorderden van de andere, ‘s middags werden de groepen samengevoegd tot één grote club. En op zondagochtend werd het omgedraaid: de gevorderde spelers kregen les van de andere docente en vice versa, en ‘s middags speelden we weer allemaal samen.
Daar was ik wat minder happy mee. Meer muzikanten is meer mogelijkheden om een leuk arrangement te maken, maar ik had toch heel bewust voor die specifieke docent gekozen. En dat niet alleen: ik wist vooraf al dat de stijl van lesgeven van de andere docente mij niet zo lag, dus daar had ik ook bewust niét voor gekozen. En hoewel het in theorie heel goed is om de groepen samen te stellen op basis van niveau, denk ik dat in praktijk de vaardigheden niet zo heel erg uit elkaar lagen. Maar goed, ondanks enkele frustraties ben ik de lessen toch goed doorgekomen.
Er lag niet echt een focus op balfolk spelen, maar vooral op het samenstellen van arrangementjes. Dat was ook leerzaam, al wordt het wel een uitdaging om dit te vertalen naar ons duo – met alleen een draailier en een doedelzak ben je toch behoorlijk beperkt in de mogelijkheden. Maar inspiratie is er in ieder geval!

Ik ben in ieder geval blij dat we uitgebreid de tijd hebben genomen voor het leren van een beperkt aantal nummers, in plaats van zo veel mogelijk nummers in een weekend erin te rammen. We hebben in totaal maar 3 liedjes geleerd en zijn daar mee aan de slag gegaan. De docenten waren gelukkig ook erg streng wat betreft voorspelen: éérst een aantal keer luisteren, dan meezingen zodat de melodie in je hoofd zit, en daarna pas zelf mee proberen te spelen. Dat werkt zo veel beter dan wanneer iedereen gelijk door elkaar begint te prutsen in de hoop een paar goede noten te raken, zodat je niet meer hoort wat de melodie nu eigenlijk is.
In onze ochtendgroep was ik de enige doedelzakspeler. Dat betekende dat ik tijdens het arrangement maar weinig mee kon spelen. Dat vind ik niet zo erg – als je doedelzak speelt dan weet je dat je af en toe ook beter even stil kunt zijn.
Bovendien scheelde het mentale capaciteit. Ik hoefde niet ook nog eens de begeleiding te leren (het is nu eenmaal geen akkoordeninstrument) en ik had wat meer pauzes. Daardoor was ik aan het eind van het weekend een stuk minder bek-af dan andere jaren. Ook hoef je natuurlijk niet per se mee te spelen om te leren van de manier waarop de arrangementen worden gemaakt, dus ik heb net zo veel geleerd als de anderen. Bovendien: in het stuk dat we tijdens de groepspresentatie aan het eind van het weekend uitvoerden, mocht ik een mooie solo spelen, terwijl de anderen begeleidden. Want áls ik speel, dan kom ik in mijn eentje probleemloos boven die 20 andere muzikanten uit. ![]()
Diverse mede-muzikanten spraken me tussendoor aan en lieten weten het wel een beetje sneu voor me te vinden dat ik zo weinig mee kon doen, maar dat gevoel had ik dus helemaal niet. Ik vond het wel heel indicatief van de fijne groepssfeer die er hing.
Dat merkte ik ook op de zaterdagavond, toen er even lichte paniek was: mijn instrument was weg! Tijdens het eten had ik, net als iedereen, mijn muziekkoffer tegen de muur buiten de eetzaal gezet. Maar na afloop van het diner bleek mijn doedelzak er niet meer te staan. Net als de nyckelharpa van iemand anders. Euh…
Ik besloot er rustig onder te blijven. Ik kon en wilde niet geloven dat iemand moedwillig mijn instrument had gestolen. Iemand had vast mijn koffer voor die van zichzelf aangezien. Ook al bleef er geen ander instrument over, kon in principe iedereen het terrein op en liepen er continu medewerkers langs, en ook al was de mijne niet de enige die kwijt was…
Het nieuws van de missende doedelzak verspreidde zich als een lopend vuurtje en er kwamen veel mensen naar me toe om me een hart onder de riem te steken, en diverse mensen hebben helpen zoeken in de zalen op het terrein. Volgens mij waren mijn mede-deelnemers nog ongeruster dan ikzelf. Stel je toch eens voor dat er een slecht iemand in onze fijne muzikantengroep zou zitten…
Gelukkig dook de koffer halverwege de avond weer op. Hij stond ineens weer in de gang waar ik hem had achtergelaten. Blijkbaar toch iemand die per ongeluk mijn koffer voor de zijne heeft aangezien, maar pas laat zijn fout ontdekte. Wat een opluchting! (De nyckelharpa was inmiddels ook weer terecht.)
De volgende ochtend kon ik dus gewoon weer meedoen met de workshop. En aangezien Ernic er dit jaar ook bij was, hebben we met Tweedledum & Tweedledee tijdens de lunchpauze nog even een guerilla-concertje gegeven! Dat was leuk om te doen en ook leerzaam, want uiteraard zagen mensen hun kans schoon om te dansen. Wat dat betreft was het onze eerste try-out voor een aantal balfolknummers die we pas sinds kort in ons repertoire hebben.
Zelf heb ik ook nog heerlijk gedanst in de avonduren, wanneer er concertjes waren en sessie werd gespeeld. Ik was te moe om zelf mee te spelen in de sessies, maar de volgende keer ga ik mezelf dwingen om toch weer eens mee te doen. Dat is immers ook heel leerzaam!
Vandaag zit ik helaas weer op mijn werk. Het gewone leven komt rauw op je dak vallen als je een weekend lang omringd bent geweest door gelijkgestemde mensen, en dan bij thuiskomst de kots van je kat op de vloer aantreft en je een berichtje krijgt dat een middelbareschoolvriendin is verongelukt met haar motor.
Maar de fijne herinneringen blijven gelukkig, en ik ga alweer aftellen tot volgend jaar!
