Category: Zelf maken

Doedeldraagmand

Zo, nog net op tijd af voor de Midwinterfair: een mand om mijn doedelzak in te vervoeren.

Vorig jaar had ik mijn gewone (synthetische) koffer bij me, maar toen kreeg ik hier en daar commentaar vanuit het publiek dat het niet paste bij mijn outfit. Terwijl de Midwinterfair nou niet bepaald historisch correct is. Ach ja. Het totaalplaatje is nu inderdaad mooier.

Ik maakte al eerder een doedelzaktas, maar die is nogal krap, niet geheel water/sneeuw-dicht en bovendien past er voor de rest niets meer bij. In deze mand, die ik recentelijk bij de Kwantum vond, kan ik ook mijn aankopen en dergelijke kwijt en bovendien heeft hij een regenflap :-P .

Het was nog een behoorlijk gepruts om de leren schouderbanden tussen het riet te wriemelen. Ik hoop dat ze er ver genoeg in zitten en er ook in blijven zitten.

In de binnenkant heb ik een zak vastgenaaid met een touwtje aan de bovenkant om de boel dicht te trekken. De zak komt iets hoger dan de rand van de mand, omdat mijn doedelzak er net niet helemaal in past. Maar de leren flap is ruim en kan er toch gewoon overheen gehangen worden zodat er geen regen in loopt.

Ik heb de vorm van het leer gelaten zoals ik het kreeg. Vind ik leuker dan het recht afknippen.
Het grappige is dat ik dit leer heb gekregen van mijn doedelzakbouwer. Het is restleer van de lappen waar hij de zakken uit maakt. Dus dat vond ik wel weer passend :-)

Lenny redt Sinterklaas

Ik zit op kantoor. De receptioniste kijkt om de hoek en gebaart of ik even wil komen.

Enigszins geheimzinnig leidt ze me naar de toilethokjes. Met de mededeling “Niet schrikken, hoor!”, moet ik achter het muurtje kijken.

Daar staat een van onze salesmanagers, opgetuigd met witte Sinterklaasbaard en mijter.

Het probleem: de mijter is te klein en valt steeds van zijn hoofd.

De oplossing: vraag Lenny om het ding aan te passen.

Want ik had een paar dagen geleden mijn verbazing geuit over de kosten van de mijter (zo’n 75 euro!), terwijl ik zoiets ook zelf in elkaar zou kunnen flansen. Meer dan een stuk stevig karton, rood velours of fluweel en een standaard sierbandje van de markt (nota bene precies dezelfde als eentje die ik al eens voor een jurk heb gebruikt) en een siersteentje is het namelijk niet.

Ik bekeek het ding eens goed, maar het zag er niet uit alsof ik hem makkelijk uit elkaar kon halen om gebruik te maken van de speling in de naad. Dat ging niet werken, dan zou ik hem zowat opnieuw moeten maken. Maar ik dacht blijkbaar alweer veel te moeilijk, want gewoon een elastiekje eraan maken bleek ook een zeer acceptabele oplossing volgens receptioniste en salesmanager. Ach, en waarom ook niet. Een wit elastiek zie je toch niet lopen in die woeste pruik…

Dus neem ik donderdag even wat naaispullen mee naar het werk en maken we het elastiekje op salesmanagershoofdmaat. Probleem opgelost. Sinterklaas is gered. De kinderen van collega’s blijven blij. Lenny saves the day.

Het grappige is, dat er blijkbaar hulp van een ervaren naaister nodig is om op het idee en tot de implementatie van een lullig elastiekje te komen. Zo moeilijk is het toch niet om zoiets er even aan te stikken…? :-P

Schattig schortje

Mijn nichtje was pas jarig. Helaas bleken we niet langs te kunnen gaan, aangezien Mark het hele weekend weg was. Maar ik had wel al een cadeautje in gedachten en er materiaal voor aangeschaft. Dus heb ik het toch maar gemaakt.

De kinderen van mijn schoonzusje hebben al zo veel spullen en speelgoed, dus ik wilde niet met weer zoiets aan komen zetten. Iets nuttigs dat zelfgemaakt is, leek me veel leuker. Oftewel: een schortje! Waarin ze keukentje kan spelen, of ter bescherming tijdens het knutselen.

Op de lapjesmarkt in Utrecht zag ik een schattig gordijnstofje, dat me ook wel geschikt leek voor een schortje. Het was wel even wennen, om bij al die kraampjes met happy-de-peppy-stofjes te neuzen. Normaal gesproken loop ik daar met een grote boog omheen, omdat ik er ten eerste niets te zoeken heb en er bovendien ook niet zo’n fan van ben. Maar voor kinderen is het natuurlijk geweldig.
Alle naailesmoeders gingen uit hun plaat toen ze mijn stofje zagen en vroegen allemaal waar ik het gehaald had. Tsja, het is weer eens wat anders dan de middeleeuws-getinte stofjes die ik doorgaans meeneem…

Hier is het dan:

Ik heb mijn best gedaan om de stof zo te knippen dat de tekeningetjes er compleet op bleven staan en goed gepositioneerd waren.

Volgens de juf had ik biaisband moeten kopen in plaats van gewoon band, want volgens haar kon ik daar geen bochten mee maken omdat het niet schuin van draad was geknipt.
Puh. Kijk maar eens hoe ik hier mee de bocht door kom! (Verder ben ik helemaal niet eigenwijs…)

Zo’n schortje zit in no-time in elkaar en het kost geen drol aan materiaal, want het is allemaal ienie-mini-formaat. Het nadeel is echter dat ik geen flauw idee had hoe groot ik het ding moest maken, aangezien ik nooit iets voor kinderen maak.
Mijn eerste schets was volgens mijn moederende mede-naailessers veel te klein voor een driejarige. Op internet kon ik wel opzoeken hoe lang en breed een driejarige gemiddeld is, maar ja, volgens mij zijn de hoofd-romp-beenverhoudingen van kinderen ook weer anders dan die van een volwassene.

Uiteindelijk heb ik maar een Knippie van de juf geleend en een patroontje voor een overgooiertje aangepast. Zit de tailleband in ieder geval op de goede hoogte. Het lintje voor om de nek heb ik ook maar in de vorm van een strikje in plaats van een vaste lus gedaan, zodat die nog in hoogte in te stellen is.

Het schortje is nu misschien wat aan de ruime kant, maar dan groeit ze er binnenkort toch wel zo in.

Omdat de verjaardagsvisite niet doorging, ga ik er nog een tweede schort (van een ander stofje) bij maken voor haar zus en dan geef ik ze alsnog met kerst.

Normaal gesproken post ik geen foto’s van cadeautjes als ik ze nog niet gegeven heb, maar ik vermoed dat een 3-jarige toch niet mijn blog volgt (en dat mamma en oma hun mond kunnen houden ;-) ).

Nu voel ik me eigenlijk ook verplicht om iets maken voor de kinderen van mijn zusje. Maar die zijn al een stuk ouder. En bovendien jongens. Ik denk niet dat ik ze blij maak met een schortje. Misschien kan ik Lego gaan breien…?

(Oh en ma: nee, ik voel nog steeds niets rammelen. Echt niet.)

Breisel-trui

Op de markt kwam ik een ontzettend leuk stofje tegen: gemêleerd bruin en gebreid. Vooral dat gebreide trok me aan. Ik had nog nooit met een gebreid stofje gewerkt en ik was benieuwd of ik ook daar iets leuks van kon maken.

Breisels zijn natuurlijk ontzettend rekbaar en bovendien verwachtte ik dat het zou rafelen als een gek. Dus koos ik een lekker simpel patroontje uit en bestempelde ik het als ‘leerzaam experiment’.

Nou, dat rafelen viel me 100% mee. Nergens last van gehad. Wat betreft de rekbaarheid was het wel oppassen. Er moest sowieso naadband in de schoudernaad om lubberen te voorkomen. Gelukkig mocht ik van de juf het ding direct met de lockmachine in elkaar zetten! Normaal gesproken is dat uit den boze, maar hier adviseerde ze het juist. En daardoor was de trui ook supersnel af.

Hij zit heerlijk zacht en warm!
De kraag is gewoon een rechte flap die alleen bij de schoudernaden vastzit en gedraaid is.
Het enige jammere is, dat de lijnen van de kraag verticaal lopen. In de breedte was mooier geweest, maar ik had te weinig stof om ‘m zo te knippen (om de een of andere reden bleek de stof geen 150 en zelfs geen 140 cm breed te zijn, maar veel minder… volgende keer beter op letten!)

Ik was nog even bang dat het kraagje en de zomen een probleem zouden gaan vormen omdat ze zouden gaan bobbelen, maar ook dat heeft eigenlijk prima uitgepakt.

Conclusie: met gebreide stofjes valt prima te naaien, waarbij het helpt als je een lockmachine hebt :-)

Wel is het even afwachten hoe het ding zich in de was gedraagt. Het zou zowel kunnen gaan krimpen als uitlubberen. Ik ben benieuwd…

Capeje van bont

De fleecemantel die ik maakte voor koude LARP-weekends, bleek inderdaad heerlijk warm. Omdat het zo frisjes was op Omen, wilde ik eigenlijk aan het eind van de middag al iets warmers aantrekken. Maar ja, dan heb je niets meer voor als het ‘s avonds écht koud wordt.

Dus besloot ik om van de restjes fleece en bont die ik van de mantel over had, een capeje te maken voor tussendoor.

Heerlijk, om na die uitgebreide jonkvrouwenjurk even een supermakkelijk naaiprojectje er tussendoor te doen!
Voorpanden aan het achterpand stikken, idem voor de fleecevoering, binnen- en buitenkant van het kraagje op elkaar stikken en tussen de cape leggen, boel aan elkaar stikken. Binnenstebuiten draaien en dichtnaaien. Sluiting erop. Klaar!

 

I can has warmth?

 

Wapenschilden

Nu we een legertent meeslepen naar Omen, moet er natuurlijk ook meer aankleding in. Mark had een leuk idee: onze wapenschilden aan de muur hangen. Gelukkig hadden we die al een tijdje geleden ontworpen, dus hoefde ik alleen maar wat reststofjes uit de kast te trekken en kon ik aan de slag.

Mark had zijn ontwerp destijds bewust relatief eenvoudig gehouden, aangezien het ding vast nog een keer echt gemaakt moest worden (met de nadruk op ‘relatief’, want er zaten bij nader inzien nog een hoop subtiele details in dat zwaard).
Ik moest natuurlijk weer zo nodig hop en gerst in mijn wapen verwerken (familie “Van Amstel”… get it? ;-) ). Maar ja, je moet jezelf blijven uitdagen.

Ik besloot wel dat die gerst niet haalbaar was om van uitgeknipte stof te maken, dus pakte ik een nieuwe hobby op creëerde ik in dat vlak mijn eerste borduurwerkje. En ook andere elementen behoefden handmatig naald-en-draadwerk.

Al met al is het absoluut niet onaardig geworden, zeker voor een eerste keer (gelukkig staan de borduursteken gewoon op Wikipedia uitgelegd). De steelsteek blijkt nog niet helemaal voor mij weggelegd, maar de kettingsteek ging veel gelijkmatiger dan ik had durven hopen!

(klik voor een vergroting)

Helaas zijn de kelken op de rand niet heel herkenbaar geworden, die had ik misschien een andere vorm moeten geven.

En Reinard zijn wapenschild bleek langwerpiger te zijn dan het mijne. Dus ook al had ik ze beide rond de 50 cm breed gemaakt, die van hem werd langer. En dat kan Aimée natuurlijk eigenlijk niet verkroppen! :-P

Bovendien vind ik het flauw dat Mark geen letterlijke verwijzingen naar zijn familienaam (“‘Bouillon de Poulet”) erop heeft gezet. Er had best een kipkluifje en soeppan op gekund :-P

Hierbij nodig ik alle adel die min of meer bij ons in de tent bivakkeert uit, om ook hun eigen wapenschild te maken (als je niet kunt naaien, dan mag hout & verf o.i.d. natuurlijk ook). Die krijgt dan een mooi plekje in het rijtje, naast die van ons!

De enige voorwaarde is natuurlijk dat ze niet mooier zijn dan die van Aimée ;-)

DE Jurk

Omen is voorbij, dus nu mag iedereen zien waar ik de afgelopen periode al mijn vrije tijd in heb gestoken. Na bloed, zweet en tranen (alledrie letterlijk), presenteer ik dan eindelijk: mijn nieuwe kostuum!

Op het vorige evenement ontmoette ik een hertog, die nog beschikbaar bleek én bleek te beschikken over land en bezittingen. Waar vind je dat nog na een jarenlange ondodenoorlog? Precies. Deze moest en zou dus van mij worden.

Aldus ontstond project ‘Laat-zien-dat-je-een-goede-partij-bent-om-hertog-van-Zwanenstein-te-huwen-zodat-je-eindelijk-aan-de-man-komt-voordat-je-compleet-oud-en-verschrompeld-bent-en-voordat-hij-erachter-komt-dat-je-eigenlijk-een-onwijze-bitch-bent-en-net-als-alle-anderen-gillend-van-je-wegrent-om-nooit-wedergezien-te-worden’.
Ook wel voor het gemak afkort tot project ‘Verleid Arto’ ;-)

Het bleek alleen absoluut geen kwestie te zijn van “drie dagen hard doornaaien en dan is ‘ie af”. Dit kostuum kostte me 2 maanden van mijn leven. Maar het resultaat mag er zijn, al zeg ik het zelf:

Alleen de gouden veter aan de voorkant heeft een beetje jammer uitgepakt vind ik, maar voor de rest ben ik er erg blij mee.

De hoed is de minst debiele variant die Aimée tot nu toe heeft. Eigenlijk had ik iets anders in mijn hoofd, maar vanwege tijdgebrek moest ik iets maken dat ik in één dag af kon krijgen.
Arto suggereerde nog dat ik wellicht iets met veren kon doen, wat ik een heel leuk idee vond (en wat geheid tot hilarische bijnamen voor het ding vanuit mijn medespelers had geleid). Maar het was te moeilijk om matchende veren te vinden. Goud/geel was nog wel te doen, maar deze kleur paars luistert erg nauw. De meeste veren waren te klein en/of alleen in van die zwartepietenkleuren verkrijgbaar. Fel paars, dat gecombineerd met mijn ‘royal purple’ stof staat als een vlag op een modderschip. Dat idee gaat dus in de ijskast voor bij een volgende outfit.

Zelfs dit “simpele’ model hoed viel nog niet mee, zonder patroon en met als enige houvast een paar afbeeldingen van internet…
Ik begon dus maar met papier, plakband en een schaar voor de spiegel, om ongeveer de basisvorm te krijgen. Dat knip-en-plaksel maakte ik vervolgens van een proefstofje en die paste ik aan totdat ik er voldoende vertrouwen in had dat ik met de definitieve stof kon gaan werken…

Stiekem zit er in de jurk ook een hoop meer werk dan je wellicht op het eerste oog zou zeggen.

Wat veel tijd kostte, was de decoratie. Oorspronkelijk had ik alleen een geel paspelbandje dat ik er tussen wilde naaien, maar ik bedacht me dat het nog mooier zou worden als ik er een gouden koordje langs naaide. Met de hand dus.

Natuurlijk had ik te weinig paspelband gekocht om er ook de overmouwen mee te kunnen afzetten. En bleek het spul niet meer te krijgen te zijn bij de kraam waar ik ‘m oorspronkelijk had gekocht. Dus investeerde ik nog meer tijd om mijn eigen paspelband te maken van het goudkleurige zijde dat ik al in de jurk had verwerkt.

Uiteindelijk denk ik dat deze variant mooier staat in de mouwen dan wanneer ik er het gele spul in had verwerkt, dus ik ben er niet rouwig om.

Ach ja, de mouwen… hét grote struikelblok van dit project.

Initieel had ik gouden voeringstof gekocht voor de binnenkant van de overmouwen. Het matchte mooi met de voering die in de rest van de jurk zit. Maar toen ik het eenmaal in elkaar had gezet, bleek het veel te veel bling te zijn. Niet alleen leidde het stofje af van de mooie zijde met patroontje, wat de blikvanger zou moeten zijn, maar het gaf het geheel ook een nogal carnavaleske uitstraling. Dus tornde ik het er weer uit.
Gelukkig vond ik een mooie goudgetinte taftzijde, die veel neutraler, maar toch chiquer was. En waardoor ik alleen zijde en velours combineerde, in plaats van drie verschillende typen stofjes, wat te veel van het goede was.

Maar de mouwen waren nog niet klaar.
Het patroon dat ik als uitgangspunt had genomen (alle vier mijn jurken hebben hetzelfde patroon als basis, zodat er een duidelijke Aimée-stijl ontstaat), heeft voor mij veel te krappe armopeningen. Maar dat was ik even vergeten. Met als gevolg dat ik amper de jurk meer in kwam…
Paniek! Ik had namelijk wel nog zijde over om de binnenmouw opnieuw te doen, maar geen velours en taft meer om nog twee van die bijna tot op de grond komende overmouwen te maken.
Uiteindelijk bedacht ik me, dat deze overmouwen taps uitlopen (in tegenstelling tot de binnenmouw, die taps toeloopt), waardoor ik ze een paar centimeter hoger in het mouwgat kon plaatsen en op die manier wat centimeters in de breedte zou winnen. Toen mijn naaijuf ook nog eens constateerde dat mijn binnenmouw te strak was ingezet, kon ik die correct opnieuw maken.
Dus al met al pas ik er toch nog in en hoefde het project niet in de prullenbak te eindigen.
Okee, ik kan mijn armen nog steeds niet hoger optillen dan schouderhoogte, maar dit soort jurken hoort ook niet praktisch, noch comfortabel te zijn ;-)

Hieronder nog een close-up van de corsetsluiting aan de achterkant, ook afgewerkt met paspelband en koord:

Bewonder ook vooral hoe mooi ik aan de binnenkant het beleg aan de voering van de jurk heb gezet!
Weer zo’n dingetje waar ik tijd in heb gestopt, terwijl helemaal niemand het ziet als ik de outfit aan heb… Ach ja, dat krijg je als je perfectionist bent. Maar jurken met voering vallen volgens mij echt mooier.

En toen moest er nog een hoepelrok onder komen. Daar moest ik realistisch in zijn: ik had echt geen tijd meer om ook die zelf te maken. Dus bestelde ik er een via eBay.

Maar het was natuurlijk een vergissing om te denken dat ik het ding zo kant-en-klaar vanuit de verpakking aan kon trekken.
Niet alleen moesten de hoepels in de juiste breedte worden gezet zodat het mooi onder mijn jurk paste (wat NIET kan terwijl je de boel aan hebt – dus steeds alles aan/uit trekken tot het goed is), maar Chineesjes blijken ook extreem smalle tailles te hebben. Nou ben ik echt niet dik, maar ik moest maar liefst twaalf (!) centimeter elastiek (!) in de band zetten om er in te kunnen. :-S

Toch geeft een hoepel zo’n jurk een hele hoop extra flair en ben ik blij dat ik ‘m niet heb weggelaten.

Uiteindelijk heb ik de outfit amper een half uurtje aangehad tijdens het weekend. En nog in het donker ook. Maar dat gaf niet; mijn doel is bereikt, en op volgende evenementen kan ik ‘m gewoon weer aan als feestjurk.

Hoe Omen precies was, lees je in mijn volgende blogje. Maar nu eerst crashen in bed en slaap inhalen!

Aha!

En ik me maar afvragen waarom ik er altijd zo lang over doe om een kostuum af te krijgen.
Of waarom ik structureel pijn in mijn schouder krijg als ik naai.

Ik heb een vermoedelijke oorzaak.

Nee hoor poes, je loopt helemaaaaal niet in de weg…

Hoe maak je paspelband?

Wat doe je als je weer eens te weinig paspelband hebt gekocht?

(Dan plaats je een wanhoopskreet op Facebook, of iemand als-je-blieft voor jou op de Utrechtse lapjesmarkt naar dat kraampje terug wil keren. Maar wat als die veel-te-aardige persoon vervolgens meldt dat er niets meer was?)

Dan maak je zelf je paspelband. Van een stofje dat in je kostuum verwerkt zit, zodat het toch nog matcht.

Men knippe een strook stof van ongeveer 3 cm breed (idealiter meet je het netjes af, maar als je zo lui bent weinig tijd hebt als ik, rag je de stof gewoon door de lockmachine zodat hij ‘gemiddeld’ de juiste breedte heeft). Eigenlijk hoort hij schuin van draad geknipt te worden, maar ik hoef alleen lange rechte stukken te decoreren, dus is rondbuigen niet nodig.
En men neme een stuk koord van de gewenste dikte en de juiste flexibiliteit (niet te veel induwbaar, wel buigbaar).

Koord in het reepje stof leggen en vastspelden:

En dan met een ritsvoetje de boel vaststikken:

Tadaaa:

(Maar toch ga ik in het vervolg proberen om genoeg te kopen. Da’s net iets sneller. En in dit geval ook veel goedkoper.)

Wijnrekje

Drie wijnkistjes + houtlijm = last minute geïmproviseerd kruidenrekje voor De Dwaler

image

Ik wist dat het slim was om die dingen te bewaren. Het scheelt een hoop getimmer :-)