Je hebt van die kledingstukken die je zo vaak draagt, dat ze op een gegeven moment écht versleten zijn. Zo heb ik een aantal basic shirtjes die ik overal onder draag.
Het speciale aan die shirtjes zijn de mouwen. Die zijn iets langer dan die van de meeste shirtjes. Tegenwoordig lopen al die mouwtjes schuin af en heb je onder de oksel maar een centimeter of twee aan stof. Met mijn schouders kan ik dat echt niet hebben – de mouw frot dan ontzettend op, gaat knellen en wordt zweterig. Maar ik vind nergens meer van die shirtjes met ‘lange’ korte mouwen. En bovendien zijn de meesten van dat ontzettend dunne tricot, terwijl ik liever iets stevigers en meer absorberends heb in plaats van die see-through H&M-kwaliteit.
Het te vervangen shirtje in kwestie heb ik dan ook al sinds 2003. Erg hè?
Ik kocht ‘m voor een paar euro toen ik vrijwilligerswerk ging doen in Thailand, met de intentie om hem aan het eind van de reis weg te gooien, zodat ik niet te veel bagage hoefde te sjouwen. Maar hij zat zo prettig en was zo goed te combineren qua kleur, dat het een blijvertje bleek.
Echter nu moet ik er, na 10 jaar trouwe dienst, toch echt afscheid van gaan nemen.
Maar hee, tegenwoordig kan ik ze zelf maken! Dus kan ik een vervangende versie maken mét goede mouwen en van fijne stof! En dankzij de locker zit zo’n ding in no-time in elkaar.
Omdat er weinig eer te behalen is aan zo’n simpel kledingstuk, hieronder alleen maar een close-up van de boord. Daar ben ik dan wél weer een beetje trots op.
De oude versie: versleten stof en rafelende randjesNew & shiny!
Ik blijf ontevreden over Aimée’s jas. Hij ziet er nog steeds niet luxe genoeg uit. Nou zal dat vanwege het gebruikte fleece natuurlijk nooit helemaal goedkomen, maar alles wat ik kan tweaken is meegenomen.
Ik had ineens een ingeving dat ik de jas chiquer kon maken door, naast de bontkraag en de bontrand aan de voorkant, ook aan de onderkant een bontrand te maken.
Gelukkig had ik nog genoeg restjes van het bont liggen, dus die zette ik er vanavond even aan:
Yep, da’s inderdaad weer een verbetering!
De rand is nog wat stijfjes, maar dat zal bij het dragen wel snel verminderen. Bovendien heeft het ook wel wat, als de jas wat uit blijft staan.
(Het versieren van) de onderkant van een kledingstuk, vind ik wel het moeilijkste aan LARP-kostuums. Zeker dingen zoals jonkvrouwenjurken horen eigenlijk heel lang te zijn – tot aan de grond, zodat je ze moet optillen bij het lopen. Maar ja, het blijft LARP, dus je moet er wel in kunnen bewegen en mee door het bos kunnen lopen. Vandaar dat Aimée’s jurken eigenlijk allemaal net iets te kort zijn.
En aangezien ik op Omen vaak mensen moet genezen, kniel ik ook nog eens de hele tijd, waardoor de rand in de modder komt te hangen. En dan is een bontrand een van de lastigste dingen om achteraf weer schoon te krijgen…
Ah, de afweging… pretty or practical… ik zal er nooit helemaal uitkomen. *zucht*
In mijn huidige kaartweefgetouw zat alles met één grote knoop aan elkaar vast en dan is het echt heel moeilijk om alle touwen op spanning te houden. Dat is met gewichtjes veel makkelijker, aangezien je die aan ieder setje draadjes afzonderlijk kunt bevestigen en ze dus niet meer van elkaar afhankelijk zijn. Dan is het ook minder erg als niet alle draadjes precies even lang zijn geknipt.
Dus naaide ik een aantal linnen zakjes waarin ik stenen stopte (dat is het enige voordeel van die tuingrond van ons – we hadden nog een hele emmer vol stenen in de schuur staan, die we in de aarde tegenkwamen tijdens de laatste tuinierbeurt…).
Omdat ik niet zeker wist of dit ging werken, heb ik er maar 7 in plaats van 14 (het aantal kaartjes in mijn weefsel) gemaakt, met het idee om twee draadgroepen aan één gewicht te hangen. En als het werkte, kon ik er alsnog meer maken.
De zakjes wegen zo’n 400 gram per stuk en dat blijkt prima te zijn.
Ik moest alleen nog even bedenken waar ik de draaduiteinden met gewichtjes overheen kon hangen. Hee… we hebben nog zo’n houten semi-middeleeuwse stoel…
Tadaa:
Het is geen historisch correcte opstelling ben ik bang. Ja, kaartweven werd o.a. gedaan door het ene uiteinde aan een riem en het andere uiteinde aan iets statisch vast te maken. Maar niet met gewichtjes erachter. Ja, weefgetouwen hadden gewichtjes, maar die werden gebruikt voor het weven van stoffen, niet kaartweven.
De specifieke kaartweefgetouwen die ik op Middeleeuwse afbeeldingen heb gevonden, waren feitelijk twee rechtopstaande palen met twee steunplanken ertussen, waar de boel tussen geknoopt werd. Maar dan heb je hetzelfde probleem als ik had met mijn zelfgemaakte weefgetouw: geen goede spanning.
Ach, misschien waren er wel meer Middeleeuwers die deze tussenvorm gebruikten, maar dat dat gewoon nooit geschilderd is…
Oud (onder) vs. nieuw (boven)
Het werkt behoorlijk goed moet ik zeggen! Je kunt ook gelijk zien dat het nieuwe deel van het weefsel veel strakker is dan het stuk dat ik op het bandweefgetouw had gespannen, waardoor het patroon beter tot zijn recht komt. Yay!
De draden openen nog steeds niet goed helaas, maar ik vermoed dat dat komt doordat ik ben overgestapt van strak katoen naar pluizige wol, én ook nog eens gelijk de kartonnen kaartjes heb verruild voor zelfgemaakte houten kaartjes. Wat dat betreft heb ik het mezelf ook niet makkelijk gemaakt.
Helaas kan ik de kaartjes nu niet meer aanpassen, maar als dit afgeweven is kan ik de boel nog eens extra gladschuren. Of ik ga de kaartjes van leer maken.
Wat wel veel beter is aan deze houten kaartjes ten opzichte van de kartonnen is, dat ik ze duidelijk kan markeren op de smalle kanten, zodat ik weet waar ik ben gebleven en of ik niet per ongeluk een kaartje ben vergeten te draaien. Want bij het inrijgen zie je wel de nummering van je gaten, maar als je eenmaal aan het weven bent zie je de kaartjes alleen van boven.
De opstelling zat ook nog eens behoorlijk comfortabel, wat erg belangrijk is om RSI-klachten te voorkomen. Helaas zal ik op het re-enactmentweekend geen bureaustoel hebben, maar alleen een driepootkrukje zonder rugleuning. Maar wellicht kan ik gewoon op die houten stoel gaan zitten en de draden over iets anders hangen.
Het voordeel van de draden naast elkaar over een balk hangen, in plaats van samengepropt in de openingen van de stoel zoals ik nu heb, zal zijn dat de spanning nog beter wordt, omdat de draden niet meer tegen elkaar aan schuren en ze soepeler glijden.
En ik moet nog even bedenken hoe ik het weefsel op een enigszins historisch uitziende manier aan mijn riem ga bevestigen, wanneer het langer is dan nu. Want nu kom ik nog weg met de riem gewoon door de onderste losse draden te steken, maar als ik verder gevorderd ben, kom ik niet meer bij de kaartjes en zal ik de boel naar me toe moeten trekken. Alleen ziet een stevige metalen klem of knijper niet bepaald authentiek uit. Tips zijn dus wederom welkom!
Ik ben hard aan het voorbereiden voor het Levende Geschiedenis-weekendje van eind deze maand. Doedelzak oefenen, kaartweven oefenen, en veel historie van beide opzoeken. Alles gaat prima, behalve het kaartweven…
Ik weet niet wat ik fout doe. Het lukt gewoon voor geen meter.
Opspannen van het weefgetouw is een nachtmerrie. Hoe zorg ik ervoor dat alle draden op spanning komen te staan, en blijven staan?
Het begin wordt altijd flubber. Is dat normaal, of hoor je het direct strak te krijgen?
De woldraden blijven aan elkaar hangen, waardoor ik na het draaien niet zie waar de opening tussen de touwen hoort te zijn. De onderste draden zijn soms namelijk boven blijven hangen, en dan steek ik de weefdraad er op een verkeerde manier door
Het patroon dat ik probeer te maken, vereist het steeds dezelfde kant opdraaien van de kaartjes. Maar dat zorgt voor ontzettende draaiingen boven de kaartjes. Dat komt toch nooit goed? Dat wordt toch alleen maar erger? Hoe los ik dit op?
Situatiefoto:
Het patroon dat ik probeer te weven, versus de werkelijkheid. Het is dat ik weet wat het moet zijn, anders had ik het er niet in herkend:
Hopelijk kan iemand met ervaring met kaartweven (Annet?) mij wat tips geven, want ik sta nu op het punt om het ding het raam uit te keilen. :-S
Poging #83 om mijn stofjes op een praktische manier op te bergen.
We zijn nog steeds bezig met onze interne reorganisatie en in het kader daarvan, zijn al mijn stofjes van de kledingkast naar de stellingkast overgebracht. Eindelijk plek voor alles en eindelijk genoeg planken om niet torenhoge, met omvallen bedreigde, stapels stof te moeten creëren.
Het nadeel van een stellingkast is wel, dat er geen deurtjes voor zitten. Waardoor het zonlicht de stof kan verkleuren. Ja, dat gebeurt sneller dan je denkt en het is behoorlijk vervelend als je denkt nog genoeg stof te hebben liggen voor je nieuwe naaiprojectje, om er vervolgens achter te komen dat er halverwege een lichtere strook in zit en je patroondelen er niet omheen passen.
Dus naaide ik een lap, die ik ervoor hing.
Maar dat was ook niet ultiem handig, want het belemmerde me als ik stofjes uit de kast wilde halen.
Dus naaide ik er lusjes aan, stak ik er aan de onderkant een bamboestok door (vond ik nog in de schuur) en trok ik touwtjes door de lusjes langs de zijkanten. In de bovenkant van de kast draaide ik twee metalen oogjes, waar ik de touwtjes doorheen voerde, naar één kant.
En zo ontstond een soort vouwgordijn!
Het trektouwtje kan ik om een punaise aan de zijkant van de kast wikkelen om de doek op willekeurige hoogte open te houden.
Handig, toch? Hij loopt niet super soepel, maar het is werkbaar genoeg.
Alleen begint ook deze kast nogal dicht te slibben met stoffen. Eens kijken of ik weer wat dingen kan verzinnen om met mijn restjes te doen.
Wat ben ik toch altijd enorm productief in vakanties! Was het iedere week maar vakantie…
Ook de kaproen voor bij mijn muzikantenjurk is nu af. Ik naaide hem op dezelfde dag als ik de eenvoudige trui maakte, want het is een kwestie van 2 x 2 stukken stof knippen, die aan elkaar naaien en het resultaat weer aan elkaar naaien. Maar… ik had me voorgenomen om meer kledingstukken te gaan versieren met borduursels. Dus in plaats van de voering daarna met een gewone handmatige stiksteek tegen de wol vast te zetten, gebruikte ik een kettingsteek.
Dat heb ik geweten. Het heeft me zeker 10 uur gekost om dat &*^@($-lijntje te borduren! Ik heb er ook een complete klos DMC-garen mee doorheen gejaagd.
Okee, het had geholpen als de kat niet 80% van de tijd op schoot had gelegen en ik het ding recht voor me had kunnen houden. Maar de voornaamste reden dat het lang duurde, is dat ik ook de binnenkant netjes wilde hebben. Daar zie je de steek immers mogelijk ook zitten. Dus moest ik ervoor zorgen dat ik zowel aan de voorkant als aan de achterkant van de kaproen, de naald steeds door hetzelfde gaatje haalde.
Maar het resultaat is wel heel mooi geworden! Rondom de hoofdopening is het iets minder – daar ben ik mee begonnen en ik heb er drie draden voor gebruikt. Dat wordt toch net te rommelig. Aan de puntjes heb ik met twee draden gewerkt en dat geeft een subtieler en netter resultaat. Weer wat geleerd. (En als ik bij het hoofd gelijk twee i.p.v. drie draden had gebruikt, had ik tussentijds niet naar de winkel gehoeven om een nieuwe klos garen te halen… ik had natuurlijk nét niet genoeg :-S)
Nu moet ik nog uitvinden hoe ik de knoopjes netjes wegwerk. Want het is wel jammer dat je die ziet.
Als ik eind volgende maand mee ga met een re-enactment/levende geschiedenis-groep, moet ik een ambacht hebben. Dat is muziek maken op de doedelzak. Maar dat houd ik (en de andere groepsleden) niet de hele dag vol, dus is een tweede ambacht ook handig.
Ik was al eens begonnen met kaartweven en had daar ook mijn eigen kaartweefgetouw voor in elkaar geknutseld. Handig, heb ik gelijk een tweede ambacht.
Maar het moet wel enigszins historisch verantwoord zijn. Die vleugelmoer in mijn weefgetouw is dat zeker niet, maar daar kan ik zo snel weinig aan doen. Wel kan ik de kartonnen kaartjes vervangen door houten kaartjes.
Zo gezegd, zo gedaan.
Kaartjes aftekenen op een stuk dun hout dat ik nog had liggen, uitzagen en gaatjes boren:
Vervolgens schuren. Nou hebben wij zo’n klein schuurapparaat dat theoretisch mooi in je hand past. Grote mannenhanden, welteverstaan, geen kleine Lenny-handen. Ik krijg altijd ontzettende kramp als ik het apparaat moet vasthouden, zeker als ik het nergens op kan laten rusten. Want hij is ook nog eens best zwaar.
Hmmm….. lightbulb!
What could possibly go wrong?
Anyway, dit is het resultaat:
Er zit alleen een flaw in mijn plan. Want hoe krijg ik nou de binnenkant van die gaatjes mooi glad geschuurd? Dat is namelijk juist het belangrijkste onderdeel van zo’n kaartje; dat is waar het garen soepel doorheen moet kunnen glijden.
Ik leer het ook niet, hè? Ik zou inmiddels beter moeten weten dan te denken: “Oh, ik naai dit wel eventjes snel in elkaar”. Want dat gaat altijd mis.
In de stoffenwinkel vond ik een hele leuke blauwe stof, waardoor ik zin kreeg om een trui voor mezelf te gaan maken. Vervolgens vond ik ‘m ook in het groen. Hm. Keuzes!
Ik besloot ze allebei te nemen en van de groene een hele basic trui te maken en van de blauwe een iets aparter model. En als ik dan met de groene begon, kon ik meteen merken hoe de stof zich liet verwerken, zodat de blauwe beter zou lukken.
Zo gezegd zo gedaan.
Op zich zat deze trui in een kleine vier uur in elkaar. Da’s het voordeel van een kant-en-klaar patroon uit de kast kunnen trekken, welke je maar op een paar punten aan hoeft te passen. Maar ja, het ‘even snel’, hè…
Dus merkte ik niet op dat de lockmachine op standje ‘iets samentrekken’ stond, waardoor één van de mouwen nu wat naar binnen trekt.
En knipte ik de mouwen op het oog af – te kort dus, zodat er amper ruimte was om een zoompje te maken.
En werd die zoom ook nog eens voor geen meter recht, omdat de draad steeds in het klosje garen vast bleef hangen en ik er uiteindelijk mijn tweelingnaald op brak.
En ik dus ook nog eens eerst naar de naaimachinewinkel moest om een nieuwe naald te halen.
Grom.
Gelukkig is de boord wel heel mooi geworden. Normaal moet ik meerdere keren prutsen voordat hij mooi strak en recht in het v’tje zit, maar dat ging nu in één keer goed!
De stof gedraagt zich in ieder geval als iedere normale stof, ondanks dat er veel stretch in zit. Dus wie weet, lukt de blauwe trui wel wat beter.
Mijn nieuwe muzikantenoutfit is af! Ik had al een historisch correcte linnen kirtle voor op het Gebroeders van Limburgfestival en een extra warm exemplaar voor op de Midwinterfair, maar ik had nog niets voor ‘tussenin temperaturen’, die bijvoorbeeld op Castlefest voorkomen. En nu dus wel.
Ik weet niet of hij goedgekeurd wordt voor re-enactment / levende geschiedenis, want het is maar 50% wol en ik weet niet of je dat eraan kunt zien (ik ben zelf nog niet zo goed in stoffen herkennen). Echte wol kon ik namelijk helaas niet in Middeleeuwse kleurentinten vinden (en was bovendien tweemaal zo duur). Ook twijfel ik of ik het qua patroon goed heb aangepakt. Maar ach, ik zal het wel zien.
Er zitten in ieder geval wel gussets in de armholtes en de zichtbare naden zijn allemaal met de hand gedaan.
De flapjes aan de mouwen lijken me een leuk effect geven als ik de doedelzak vasthoud.
De voering in de mouwen is grijs linnen. Niet heel fancy, maar dat is bewust, omdat ik mijn outfit niet te luxe wilde maken. Hoewel Middeleeuwse muzikanten er doorgaans iets opvallender uitzagen (zij droegen vaak dit soort tweekleurige tenues), waren het nog steeds geen rijkelui, dus dit past hopelijk beter bij het personage dat ik wil kunnen neerzetten.
De jurk is eigenlijk nog niet af, want ik ga er nog een sierbandje bij weven, waarmee ik de kraag ga opleuken. Maar het kan nog even duren voordat die af is Ook ga ik er nog een wollen kaproen bij maken om het plaatje compleet te maken.
Mark is overigens van mening dat de riem te chique is in combinatie met de klompen. Vinden jullie dat ook? Moet ik op zoek naar een andere riem (misschien kan ik er zelf een weven…) of moet ik mijn leren schoenen er bij aantrekken?
(Oh, bijna vergeten: en fijne kerstdagen allemaal! )
Na een schattig schortje te hebben gemaakt voor nichtje #1, moest er ook een schattig schortje voor nichtje #2 komen. Anders zou de één een cadeautje minder hebben voor kerst en dat wordt natuurlijk huilen.
Weer tussen al die bonte stofjes neuzen dus. Ditmaal niet op de Utrechtse lapjesmarkt, maar bij de stofwinkel in Oosterhout, op een kwartiertje rijden.
Het verschil in keuze werd gelijk duidelijk, want ik kwam maar één stofje tegen dat ik enigszins leuk vond. De rest vond ik echt te walgelijk, of het was niet geschikt voor een kinderschortje.
Met het bijpassende bandje dat ik uit een fourniturenbak viste, ben ik wel echt blij. Er zit een heel leuk kantje aan. En hoewel het weer geen biaisband is, zijn de rondingen wederom gelukt
Hier is het resultaat van drie uurtjes werk (let niet op de groene vloer, ik moest de kleuren van de foto aanpassen om die van het schortje goed te krijgen):
Yep, ik had het patroon eigenlijk 2,5 centimeter lager op de stof moeten leggen om het motiefje helemaal mooi passend te krijgen. Maar het komt nog steeds best aardig uit. Het lijkt wat scheef te staan, maar de figuurtjes op het stofje staan soms gewoon een beetje schuin.
Het is op de foto weer eens minder goed te zien, maar het is wel heul veul zoetsappig roze… Het schijnt dat kinderen dat leuk vinden, dus ik ga er maar vanuit dat het okee is. Hoewel ik zelf ook in mijn kindertijd nooit zo’n roze-fan geweest ben. Mijn zusje was van het roze, ik van het blauw.
Desondanks had ik het zakje het liefst ook roze gemaakt, want dit rood steekt best fel af, ondanks dat het ook in sommige boompjes terugkomt. Maar ik heb absoluut geen roze op voorraad; van alles wat er in mijn restantenzak zit kwam dit het meest in de buurt.
Het zakje pimpte ik met de naam van mijn nichtje en wat extra bling. Hopelijk houdt het in de wasmachine, want het is er gewoon op gelijmd.
Ook van dit schortje heb ik geen idee of het gaat passen. En of ze het leuk gaat vinden – want als je 5 bent heb je daar volgens mij veel meer een mening over dan een driejarige.
Oei, ik zal toch niet zo’n tante worden waarvan iedereen vreest dat ze er met kerst weer zo’n lelijke zelfgebreide kriebeltrui van gaan krijgen…?