De verhuizing – deel 2

Eigenlijk wilde ik vandaag een leuke blog posten over mijn LARP-avonturen afgelopen weekend op Moresnet. Maar vandaag was ook de eerste dag na mijn herfstvakantie, en de tweede dag op mijn nieuwe flexwerkplek. Heel naïef had ik gehoopt dat ze afgelopen week tijdens mijn afwezigheid alle kinderziektes in het nieuwe pand hadden opgelost, en ik vandaag wel lekker aan de slag kon. Dus niet.

De fietsenstalling was nog steeds niet af. Hoewel er een aantal werkplekken bij was gekomen, kon ik ook vanochtend geen vrije werkplek meer vinden. Gelukkig was er nog één plekje over in het call-center van de studenten (wat dus niet bij onze ruimte hoort). Nadat ik de tafel omlaag had gedraaid, constateerde ik dat de monitors niet hoog genoeg gepositioneerd konden worden, waardoor ik de hele dag naar beneden heb moeten kijken.

Er waren nog steeds geen kapstokken. En nog steeds geen prullenbakken op de werkplekken. (Die er ook niet gaan komen. Een van de secretaresses had zelf een prullenbak bij haar bureau gezet, maar die wordt gewoon niet geleegd door de schoonmakers.)

Was er dan niets opgelost? Jawel: er was een koffiezetautomaat en waterkoker geplaatst. Hoezee! En het verwarmingsprobleem in de zolderruimte, waardoor het daar structureel 5 graden warmer was dan op de rest van de verdieping, was opgelost. Helaas hadden ze daar wel alle dubbele monitors verwijderd, zodat er op elke werkplek nog maar eentje staat. Kan ik daar ook niet meer fatsoenlijk gaan werken.

Overal zag je mensen die noodgrepen probeerden toe te passen. Veilig hoor, die branddeuren. Maar wel vreselijk onpraktisch. Laten we er een bureaustoel tussen zetten zodat we fatsoenlijk heen en weer kunnen lopen.

En er waren nog meer nieuwe verrassingen.

Zo ging het licht ineens spontaan overal uit. De verlichting werkt blijkbaar automatisch, want we konden nergens een knop vinden om hem weer aan te zetten. Nou hebben we bij de werkplekken behoorlijk wat ramen, maar niet in het toilet. Dus konden we op de tast alle deuren langs, in de hoop dat er eentje niet bezet was, en daarna in het pikdonker onze handen wassen.
Niet dat het eerste heel veel makkelijker is met licht hoor; aan de sloten kun je namelijk niet zien of het toilet al dan niet bezet is. Alsof het niet al gênant genoeg is om op kantoor te schijten, wordt er nu ook nog eens continu aan je deur gerammeld terwijl je bezig bent.

Toen ik mijn nieuwe mobiele telefoon aanzette, kreeg ik een voicemailmelding. Huh? Of ik die persoon gelijk die dag nog kon terugbellen. Datum van het bericht: de maandag van mijn vakantie. Ja zeg, ik kan geen out-of-officemelding op mijn telefoon zetten! En er was mij verteld dat de telefoons zo waren ingesteld, dat ze automatisch naar het secretariaat zouden doorverbinden bij geen gehoor. Niet dus.

Overleggen? Doe je best. Er zijn vergaderruimtes, maar daar staat nog geen meubilair in. Idem voor de stiltewerkplekken. Komt pas in november. Als enige alternatief was er het kamertje van de baas van onze dienst. Die kon hij namelijk niet zo goed gebruiken. De muren bleken zo dun, dat iedereen in de ruimte ernaast het sollicitatiegesprek van vorige week letterlijk had kunnen volgen.

Tot slot hoorde ik van een collega dat men de lift zo heeft ingesteld, dat hij extra langzaam gaat. In het kader van ‘traplopen stimuleren’. Ik zie de blije gezichten van de cateringmedewerkers, schoonmakers en slecht ter been zijnde collega’s al helemaal voor me.

Oh oh oh, wat heb ik zin in morgen. Als dit zo doorgaat, vrees ik dat er een dag komt waarop ik mijn bed echt niet meer uitkom.

Oh ja, en de stickers die ik uit baldadigheid en in het kader van territorium-afbakening op mijn kluisjesdeurtje had geplakt, bleken te zijn verwijderd. Ik heb er dus een nieuwe op geplakt. Eens kijken wie dit het langste volhoudt.

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.