Ik had het nodig om een weekend er tussenuit te gaan. Even niet denken aan mijn to-do lijst, maar mezelf lekker een paar dagen onderdompelen in dansjes en muziek, tijdens de Dansstage op de campus van Universiteit Twente.
Langslopende studenten: “Mogen we wat vragen? We zien allemaal mensen in kleurrijke broeken enzo rondlopen… is er iets bijzonders te doen vandaag?” ![]()
Hoewel ik er altijd in mijn eentje heen ga, tref ik er vele bekenden en ontmoet ik ook altijd weer nieuwe mensen. Als ik aan een tafel zit komt er iemand bij zitten, als ik in de rij voor de lunch sta vraagt er iemand of ik mee buiten ga zitten, en zelf ben ik ook niet bang om aan te schuiven aan een tafel met wildvreemden. Want balfolkies zijn lief en gezellig en laagdrempelig!
Nou ja, meestal dan. Onderweg naar een van de workshops hoorde ik een groepje zeggen dat er best een kliekje was binnen balfolk en dat het lastig was ertussen te komen. Ik mengde me in de conversatie en antwoordde dat ik het jammer vond dat ze dat zo ervaarden. Er volgde een gesprek en even later vroegen ze aan mij of ik docent of ook deelnemer was? Ik zei dat ik gewoon deelnemer was. “Oh, ja maar jij bent wel muzikant, dus…” *gebaar van afstand*” Uh okee… blijkbaar kijken mensen naar je op als je in een band zit. Ik heb ze verteld dat ik heel laagdrempelig ben en dat ze me gewoon moesten aanspreken, en gelukkig kwam één van hen daadwerkelijk tijdens het bal naar me toe om me ten dans te vragen. ![]()
Dat ‘opkijken naar’ was wel een beetje een thema voor mij tijdens de Dansstage. Tijdens één van de workshops kreeg ik behoorlijk wat veren in mijn reet van de docent, waardoor mijn mede-dansers ook een hoge pet van mij op hadden (en ik spontaan nieuwe vrienden erbij kreeg). En blijkbaar vond een van de andere docenten (waar ik dit jaar geen les van had, maar wel tijdens diverse eerdere Dansstages workshops bij had gevolgd) mij ook een goede danser, want tijdens het laatste bal van het weekend vroeg hij of ik een tovercirkel met hem wilde dansen, wat helaas een mixer was (waardoor je steeds van partner wisselt), maar hij wilde in ieder geval één keer even met me gedanst hebben omdat het nog niet eerder gelukt was. Terwijl ik uiteraard weer naar hem opkijk als dansdocent zijnde.
Met een mede-muzikant had ik ook nog een fijn gesprek over sessie spelen en begeleiden met akkoorden, waarin we allebei toegaven dat stiekem best eng en moeilijk te vinden / hebben gevonden. Het was prettig om te horen dat andere muzikanten dat ook zo ervaarden. Dus nu hebben we afgesproken om te gaan werken aan gezamenlijk repertoire om een stok achter de deur te hebben om beter te worden op dat instrument, en een blokfluitsessie te gaan starten. ![]()
Want ik had mijn blokfluit wel meegenomen voor de zekerheid, maar uiteindelijk niet gebruikt. Het is traditie dat de mensen die in de blokhutten overnachten, ‘s ochtends gewekt worden door iemand die muziek komt maken. Dit jaar hadden ze niemand daarvoor en postten ze een oproepje op Facebook. Ik werd daarin door iemand getagged, maar ik weet dat het me echt niet in dank gaat worden afgenomen als ik mensen ‘s ochtends wakker maak met een doedelzak
Op mijn blokfluit kan ik nog niet zoveel nummers spelen, maar ik had hem toch maar meegenomen. En jawel, tijdens het weekend werd ik ook nog eens aangesproken door iemand van de organisatie omdat ze voor de zondag nog steeds niemand hadden. Ik had even wat uitgeprobeerd maar kon geen geschikt liedje met thema ‘wakker worden’ / ‘ochtend’ vinden dat subtiel genoeg klonk en dat ik goed genoeg op de blokfluit kon spelen, dus ik was blij dat ze uiteindelijk een harpiste bereid hadden gevonden dat te doen – die deed het een stuk beter dan ik had kunnen doen. Misschien voor volgend jaar maar iets thuis voorbereiden. Weer een stok achter de deur om beter te worden op dat ding!
Taal was ook een thema dit weekend. Er zijn veel buitenlandse bezoekers, dus de communicatie is meestal in het Engels in plaats van het Nederlands. En de workshops zijn in het Engels, tenzij alle aanwezigen voldoende Nederlands verstaan. Tenzij de docent niet goed Engels spreekt. Dus hadden we een Franse docent die een Nederlandse vertaler als assistent had die de boel naar het Engels moest vertalen. En hadden we een docente uit België die zowel Vlaams als Frans als Duits als Engels sprak, maar daar niet noodzakelijk een keuze in maakte, waardoor de workshop werd gegeven via zinnen samengesteld met woorden uit meerdere talen, die bijzonder genoeg prima te volgen waren! ![]()
En als ik een onbekende aansprak deed ik dat initieel in het Engels. Waarna vaak duidelijk werd dat we allebei Nederlands konden spreken. En ik één keer zelfs dialect. “Want jij speelt in Androneda, toch?” Oh ja, zo weten mensen dat ik Limburgs plat kan praten zingen. ![]()
Zoals ieder jaar kwam ik bek-af van het slaapgebrek en met zwaar vermoeide voeten en kuiten thuis, maar ditmaal zat er een Richard op me te wachten, die frietjes voor me haalde en bereid was mijn arme beentjes te masseren. Dus ook nog een heerlijke afsluiting van het weekend! <3 <3 <3
