Afgelopen weekend kon ik me weer eens heerlijk onderdompelen in de fijne wereld van Balfolk. Op de campus van de Universiteit Twente vond namelijk weer de Dansstage plaats: van vrijdagavond tot en met zondagmiddag dansworkshops, die dagelijks werden afgesloten met een bal met live muziek.
In eerste instantie ga ik er heen voor de gezelligheid en lekker veel dansen tijdens de bals. Maar natuurlijk is iets leren ook mooi meegenomen! Dus ik was wel een beetje teleurgesteld toen bleek dat maar liefst twee docenten waar ik workshops van wilde volgen, hadden afgezegd vanwege ziekte / gebroken ledematen (ai…).
Als iemand die zelf ervaring heeft met het organiseren van evenementen, kon ik me goed voorstellen wat voor ramp het voor de organisatoren geweest moet zijn toen ze dat in de week voor het evenement hoorden. Maar ze hebben het heel goed opgelost en ze hebben last-minute diverse vervangende workshops weten te regelen.

De meest leerzame was de allerlaatste, waardoor ik eindelijk eens wat meer begrijp van de bourrée.
De minst succesvolle was een workshop genaamd ‘Contact improvisation’. Daarin kreeg ik veel te veel flashbacks naar mijn gefaalde poging tot het volgen van een cursus Mindfulness. Zo moesten we onder andere op de grond gaan liggen en ‘ons lichaam de vloer laten verkennen’. Ik kan echt helemaal niks met dat soort instructies. En vervolgens moesten we ons lichaam laten vertellen welk deel van de vloer het nog verder wilde verkennen. Euh… mijn lichaam staat in direct contact met mijn brein en dat vertelt me al dat die paar centimeters vloer naast me, precies hetzelfde gaan aanvoelen als het stuk waar ik nu op lig hoor. En als ik puur doe wat mijn lichaam zegt, dan sta ik op en ga ik wat anders doen dan me hier op een koude vloer te liggen ergeren… Wat precies is wat ik heb gedaan – ik ben halverwege overgelopen naar een andere workshop. ![]()
Dan was er ook nog een muziekworkshop. Ik had heel naïef mijn doedelzak meegenomen, maar dat bleek helaas geen groot succes. We gingen namelijk variëren met samenspel. Zoals: “dit deel van de groep speelt noot 1, dit deel speelt noot 2 en 3”. Helaas pindakaas: ik speel of ik speel niet. Variëren met volume? Vergeet het maar. En die mooie tweede stem erdoor spelen kon ik ook vergeten, want er zit geen lage fis op mijn instrument. Meh. De volgende keer toch maar mijn viool meenemen. Maar hee, ik heb wel weer geoefend met uit het hoofd melodietjes oppikken en naspelen, wat altijd nuttig is (en ik nog steeds best lastig vind).
Dat is dan ook weer het nadeel van de doedelzak: je kunt niet even subtiel prutsen. Ik merk dat ik er echt behoefte aan heb om heel even voor mezelf wat nootjes uit te proberen bij het aanleren van nieuwe nummers. Maar als je steeds met de hele groep tegelijk doorstoomt, dan moet dat tijdens het samenspelen. En omdat mijn doedelzak overal overheen tettert, is het erg confronterend als ik even wat anders / langzamer / een ander stukje speel. Op zo’n moment heb ik dan ook de neiging om te denken dat ik de enige ben die het niet kan bijbenen. Terwijl ik, als ik aan het eind éindelijk de melodie doorheb en even ophoud met spelen om de anderen de ruimte te geven zichzelf ook te horen (
), merk dat lang niet iedereen de juiste noten speelt. Alleen viel dat me eerder niet op, omdat ze niet uit volle borst meespeelden… Dat lucht dan wel weer op.

Later dat weekend wilde ik even voor mezelf wat gaan spelen. Binnen was geen optie, want daar stonden aan de ene kant muzikanten te soundchecken en aan de andere kant lagen mensen bij te komen van het gebrek aan nachtrust. Naar buiten dan maar. Waar ook al mensen zaten te musiceren, met gitaar en mandolines. Ze produceerden van die hele mooie subtiele klanken… Argh. Toen voelde ik me toch wel een beetje buitengesloten, want als doedelzakspeler word je dan uiteraard niet enthousiast uitgenodigd om mee te spelen (wat ik heel goed snap hoor), en ik ga mezelf ook niet opdringen en de sfeer verstoren.
Maar dat was het enige mindere aan het weekend. En ik kwam natuurlijk vooral voor het dansen, niet het doedelzak spelen. En dat was zeker een succes.
Vooral de dansjes ‘s avonds waren heel fijn. Er zijn zo veel goede dansers op zo’n avond bij elkaar, dat het een feest is om met iedereen weer eens te kunnen dansen – bekenden en onbekenden. Dankzij Jonas heb ik nog een paar mooie moves van het betere gooi- en smijtwerk geleerd.
En natuurlijk genoten van alle goede bands!

Veel slaap heb ik niet gehad; ondanks mijn slaapmasker, oordopjes en lekker warme Cheshire Cat-pyjama (hee, er liep ook iemand in een olifanten-onesie rond, en ik kreeg veel complimenten over mijn Alice in Wonderland-jurkje – balfolkers waarderen dat
) slaagde ik er beide nachten niet in om tot de ochtend door te tukken.
Dus nu lekker brak op mijn werk, wensend dat ik vandaag vrij had genomen. En verlangend naar meer dansjes! En om weer terug gaan naar die fijne groep mensen. Want het contrast in mentaliteit is toch altijd extra groot als je ‘s ochtends op de fiets alle wegpiraten moet ondergaan, terwijl je met je hoofd nog tussen de balfolkers zit…
Ik dacht al dat je bij de muziekworkshop niet helemaal happy was. Volgende keer gewoon bedenken dat je nog een leuk instrument mee hebt: je stem. Ook geschikt voor subtiele sessies buiten in de zon.
Het was inderdaad weer een heel fijn weekend. Maar het lijkt wel elk jaar steeds korter te zijn, voor mijn gevoel.