Dansstage 2019

Superhandig, zo’n blog – kun je terugkijken hoe vaak je al ergens geweest bent. Blijkbaar was afgelopen weekend mijn 7e Dansstage! :-D

Het was weer zoals vanouds fijn. Van vrijdagavond tot en met zondag balfolk-workshops en aan het eind van iedere dag een bal. Fysiek vermoeiend, maar mentaal heerlijk om je helemaal onder te dompelen in het dansen met fijne mensen: goede vrienden, oude bekenden en nieuwe ontmoetingen. Daar was ik wel aan toe, na twee weken lang net iets te veel aan mijn hoofd te hebben gehad.

Vorig jaar had ik gemerkt dat ik niet heel veel meer oppikte in de workshops die gingen over beter volgen, een betere houding, etc. Dit jaar had ik dus bewust gekozen voor andere typen workshops. Ik heb mezelf ook eindelijk toegestaan de Bourrée-workshops over te slaan (ik heb het hierbij officieel opgegeven – dit is gewoon niet mijn dans).

Ik koos onder andere voor het leren van twee compleet nieuwe dansen, die wat minder vaak dan de andere worden gespeeld op folkbals: Arin Arin en Fandango. Dat zijn dansen die supersnel gaan en je moet echt opletten welke kant je nu weer op moet dansen/draaien! De docent benadrukte dat we aan het eind van de workshops de dansen nog steeds niet onder de knie zouden hebben en dat het vooral een kwestie was van veel oefenen (op 80% van de normale muzieksnelheid…) voordat we het enigszins in de vingers voeten zouden hebben. Het was inderdaad stevig aanpoten – lekker, zo’n uitdaging! Op zich had ik alle afzonderlijke delen van de dans wel door, maar om ze op dat tempo aan elkaar te breien was wel een dingetje. En als je er eenmaal uitligt, is het moeilijk om er weer terug in te komen (Bij welk deel zitten we inmiddels? En welke kant gingen we ook alweer op…?). Maar het was niet dermate lastig dat het frustrerend werd. Ik heb nu wat huiswerk, zullen we maar zeggen – en gelukkig hebben we de video’s nog.

Gelukkig had ik ook extra kleding meegenomen. Conditioneel hield ik het prima vol, maar man, wat zweet je van die dansen! Voor op de paklijst voor de volgende keer: extra extra kleding meenemen…

Voor het avondeten op zaterdag deed ik het wat rustiger aan en ging ik naar de workshop ‘zelfmassage’ van Jan-Herman. Dat konden mijn arme voetjes en schouders wel gebruiken. Toen we klaar waren met onze eigen voeten masseren, moesten we duo’s vormen om elkaar’s hoofd en schouders te doen. We waren met een oneven aantal en ik bleef in m’n eentje over, dus vroeg Jan-Herman mij als persoon om de massages op voor te doen. Ach en wee, arme ikke. En toen het tijd was om te wisselen, gold dat niet voor mij en moest ik het nógmaals ondergaan. Wat een drama, die workshop. ;-)

Omdat ik vorig jaar al had besloten dat beter leren leiden misschien toch wel leuk is, heb ik de workshop ‘variaties in onregelmatige walsen’ vooral als leider meegedaan. Walsen vind ik het makkelijkst om te leiden, dus dat was goed om mee te beginnen. En als muzikant heb ik weinig moeite om de verschillende ritmes in die dansen te herkennen, dat scheelt ook.

Tijdens weer een andere workshop hadden we het o.a. gehad over de rollen ‘piraat’ en ‘superheld’. In een dans heeft vaak de ene danser (onbewust) de rol van piraat (verstoorder) en de ander die van superheld (die de boel redt en het dansje op de rails houdt). Nu ik een aantal keer een dans heb geleid, merk ik hoe verschillend deze rollen zijn voor leiders en volgers! Als ‘volgende superheld’ ben je continu bezig met ongemerkt aanpassen: met het onder het vloerkleed vegen van foutjes van de leider en alle oepsjes glad strijken, zodat het dansje zo soepel mogelijk blijft verlopen zonder dat het de leider opvalt. Je doet een pasje te veel waardoor we ineens van been wisselen? Prima, dan wissel ik ook van been. Even uit de maat? Ik dans met je mee uit de maat. Terwijl ik als ‘leidende superheld’ voor mijn gevoel actief aan het schapen hoeden ben. Nee, deze kant op, niet het publiek in draaien. Okee, die variant pikte je niet op, dus dan improviseer ik er een ander einde aan zodat je alsnog op de juiste plek terechtkomt. En hoooo shit, snel bijsturen want nou probeert ze zich alweer te pletter te dansen tegen die paal! XD
Hoe ik als piraat ben (leidend of volgend) kan ik natuurlijk moeilijk van mezelf zeggen. Ik laat het aan mijn danspartners over om me hierover te informeren. :-P

Of een dansje fijn is of niet, blijkt ook afhankelijk van het perspectief. Ik ben nog geen ervaren leider, dus ik ga er vanuit dat als het niet zo goed loopt, het grotendeels aan mij ligt, zeker als het volgers zijn van niveau 4. Bij diverse dansjes had ik zelf het idee dat ik continu aan het bijsturen was en dat mijn aanwijzingen maar met moeite werden opgepikt. Blijkbaar was ik dus niet duidelijk. Maar achteraf kreeg ik ongevraagd juist regelmatig superpositieve feedback. Wat leidde ik goed en fijn!! Huh?
Eén persoon zei zelfs dat hij waarschijnlijk nog nooit zo goed een onregelmatige wals had gedanst als nu. Dus blijkbaar wordt zo actief bijgestuurd moeten worden, als volger juist als prettig ervaren in plaats van als verstorend. En tsja, als ik zelf terugdenk aan hoe fijn ik het vond als iemand me gewoon meesleurde en het vanzelf wel goedkwam, dan snap ik dat ook wel. Maar corrigerend leiden is wel harder werken dan corrigerend volgen! :-P Of waarschijnlijk moet ik dat ook gewoon nog beter onder de knie krijgen en gaat het op termijn mij ook makkelijker af.

Er is nog zo veel te leren! Volgend jaar weer dus. :-)

One comment

  1. Susanne says:

    Wow wat een treffende beschrijving van verschillende rollen ;) . Ik had daar nog nooit van gehoord. Ik heb teveel te maken met volgers die zich als een boom opstellen…ook zeer vermoeiend ;P

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.