Category: Food for thought

Consumeren versus produceren

Meestal ben ik wel redelijk genuanceerd wanneer het gaat om het vergelijken van vroeger met nu. “Vroegah was alles beter” is gewoon niet waar.

Het is gemakkelijk om bijvoorbeeld te roepen dat social media onze normale face-to-face-communicatie verpest. Maar ten eerste wordt vergeten op welke manieren social media ons leven heeft verríjkt en ten tweede wordt standaard van vernieuwingen geroepen dat het slecht is.

“Er zijn vandaag al twee auto’s door de straat gereden, het wordt veel te druk, we moeten onze kinderen maar niet meer op straat laten spelen!”, riep men jaren geleden.
Mjah, die kinderen blijken zich best gered te hebben hoor.

“Kinderen kijken te veel tv, ze lezen geen boeken meer!”
Ach en wee. Toen de boekdrukkunst werd uitgevonden vond men het vast erg dat kinderen niets meer uit het hoofd leerden.
Enzovoorts.

Maar desondanks kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat we tegenwoordig steeds meer consumeren, in plaats van zelf ‘produceren’. En dan heb ik het niet over het verbouwen van groente ofzo. Ik bedoel dat we niet meer zelf creatief zijn.

Het aanbod vanuit anderen is dermate gegroeid, dat het niet meer nodig is om zelf iets te maken. Van originele spulletjes voor in je huis / kleding kopen i.p.v. maken, tot muziek luisteren i.p.v. zelf een instrument bespelen, tot amusement tot je nemen i.p.v. zelf te organiseren: hoeveel mensen zitten er bijvoorbeeld niet een complete dag op de bank series te kijken? Oftewel, verhalen die anderen hebben bedacht en voor ze uitgewerkt, te consumeren? Om aan het eind van die dag helemaal niets beréíkt te hebben?

Nou denk ik dat mijn vriendenkring verhoudingsgewijs al zeer creatief is, gezien het aantal fröbelaars en bv. LARP’ers (lees: verhalenmakers). Maar dan nog vind ik dat veel mensen maar tot heel weinig komen.

Als we het dan over LARP hebben, dan denk ik ook aan de klacht van Karijn die ik op Facebook langs zag komen, over het feit dat heel veel mensen wel naar leuke evenementen op zoek zijn, maar er steeds minder mensen bereid te vinden zijn om ze te organiseren. Oftewel: ook de creatieve LARP’ers worden steeds meer consumeerders van entertainment door anderen, dan er zelf aan bij te dragen. Niet alleen wat betreft organisatie, maar ook houding als speler: “vermaak me maar” in plaats van “ik ga samen met mijn mede-spelers een avontuur creëren”.

Of ben ik nou toch zo’n zeur, die de positieve voortvloeisels hiervan niet ziet?

Of is het wellicht helemaal niet erg om alleen maar te consumeren?

Vrijheid

Vandaag vieren we onze vrijheid.

Mensen zoals ik, die nooit oorlog mee hebben gemaakt, kunnen zich amper voorstellen wat het betekent om niet vrij te zijn. Enerzijds een ongelooflijk voorrecht, anderzijds best gevaarlijk.

Toen de dreiging van oorlog een stukje dichterbij kwam, in Oekraïne, realiseerde ik me ineens hoe onvanzelfsprekend vrede nog steeds is. Ik dacht altijd dat oorlog iets van heel vroeger was, iets waar je tijdens geschiedenislessen over leerde. En dat we inmiddels toch wel beter weten en dat oorlog iets is voor onontwikkelde landen. Je weet wel, ver in Afrika enzo.

Hoe naïef, hè?

Stel je voor, dat je niet meer kunt doen wat je wil. Even op en neer naar Amsterdam rijden voor een concert. Alles wat je nodig hebt kopen in de winkel of online. Je mening op je blog gooien. Doorgaan met je eigen leven, in plaats van het leger in moeten en allerlei gruwelen meemaken.

We vinden deze dingen allemaal vanzelfsprekend. Maar het was nog niet eens zo heel lang geleden dat dat niet vanzelfsprekend was. Je realiseert je pas hoe waardevol dat is, als het er niet meer is.

Wat fijn dat ik ben geboren na de oorlog en het nooit heb hoeven meemaken. En ik hoop dat ook nooit te hoeven in de toekomst.

Ik weet dat oorlog nooit om zwart-witredenen ontstaat en dat er altijd complexe, genuanceerde afhankelijkheden achter zitten. En dat het dus ook naïef is om te zeggen: laten we met z’n allen afspreken nooit meer oorlog te voeren.
Desondanks is leren van het verleden een belangrijk begin.

Vier en waardeer je vrijheid.

Setjesstress

Okee, het is weer even tijd voor een ontzettende vrouwenpost. Heren, u kunt allen wegklikken en morgen weer terugkomen. :-)

Want mag ik even klagen over lingeriesetjes? Als bijna-OCD’er houd ik ervan als dingen matchen. Zo ook mijn ondergoed. Nou zijn er leuke setjes te krijgen, maar het is werkelijk godsonmogelijk om een combi te vinden die zowel van boven als van onderen past!

Ten eerste kan ik de V&D, Hema of andere van dat soort zaken al gelijk gevoeglijk vergeten: in geen enkel rek trof ik een maatje 70 D aan, zelfs geen 75 D. Oh jawel, de cijfers 70 en 75 komen regelmatig terug, maar alleen in combinatie met letters A tot en met C. En de D’s beginnen bij 80 als je geluk hebt, maar meestal 85.
Ben ik nou zo uitzonderlijk geproportioneerd dat jullie dat niet inslaan, of ben ik zo gewoontjes dat die maten structureel zijn uitverkocht?

Dan maar naar de gespecialiseerde lingeriewinkels. Daar hebben ze wel de juiste bh-maat, maar vervolgens is het de uitdaging om een passend slipje te vinden.

Lieve slipjesproducenten: die kanten niemendalletjes, daar kan ik niets mee! Nou heb ik echt geen gigantische reet, maar zelfs als ik twee van die vodjes stof aan elkaar naai, steekt mijn poezelig achterwerk er bovenuit! En nee, een maat groter kopen maakt het er niet beter op, want de breedte is het probleem niet, het gaat om de hoogte. De vorm van die dingen is gewoon prut :-S

Oh, en mochten jullie naar me luisteren, willen jullie dan ook eens wat meer leuke katoenen setjes maken in plaats van al die niet-ademende synthetische rommel? Dat is helemaal niet goed voor je lichaam! Katoen is niet on-sexy of oubollig; het lijkt alleen maar zo omdat jullie alleen on-sexy en oubollige katoenen setjes verkopen :-/

Ik heb echt geen raar figuur, ik ben een doodgewone vrouw (okee, misschien een beetje klein uitgevallen), maar toch ben ik aangewezen op standaard kale t-shirtbh’s in combinatie met standaard Sloggi-slips, aangezien dat de enige manier is waarop ik een matchend én mooi passend setje bij elkaar krijg.

*mutter*

Dames, hoe doen jullie dat nou? Hebben jullie wel het perfecte figuur voor die dingen? Of dragen jullie gewoon geen bij elkaar passende combinaties?

Een slok op een borrel

Van de week werd er door twee enthousiaste collega’s een mailtje naar het hele bedrijf gestuurd. Of we donderdag na het werk met z’n allen gingen borrelen? Leuk leuk leuk toch, dus ze gingen er vanuit dat iedereen ging komen!

Ai. Daar hebben we het weer. Zo’n activiteit waarvan de meeste mensen zich blijkbaar niet kunnen voorstellen dat er ook mensen zijn die het niét leuk vinden. En je dus ook als spelbreker wordt gezien als je, zoals ik, aan het eind van de dag je jas aantrekt en gewoon naar huis gaat.

“Maar waarom ga je niet mee dan??”, vroegen veel verbaasde collega’s.

Nou gewoon, omdat ik borrelen helemaal niet leuk vind.

“Maar… ga je dan ook nooit met je vriendinnen naar de kroeg ofzo?”

Eh, nee, dat doe ik inderdaad niet. Tenzij er gedanst kan worden.

Ik heb het concept ‘naar een café gaan om wat te drinken’ nooit helemaal begrepen.
Ik drink omdat ik dorst heb, niet omdat ik het nuttigen van een drankje als een hobby beschouw. Als je bierliefhebber bent, kan ik me voorstellen dat je naar een biercafé gaat ofzo. Maar voor iemand die zelden bier drinkt, geldt dat dus niet.
Ik drink bovendien niet veel. Als ik een kopje thee krijg na het eten, ben ik tevreden voor de rest van de avond. Maar als je borrelt, dan word je geacht om meer te drinken. Voor de lekker, of anders wel omdat je nu eenmaal in een horecagelegenheid zit en er dus van je wordt verwacht dat je er geld uitgeeft. Meestal neem ik in zo’n situatie dus maar wat te drinken voor de vorm. En dan moet ik ook altijd lang nadenken over wat ik dan moet nemen – want tsja, ik heb dus eigenlijk nergens zin in.

Ik vind cafés bovendien helemaal niet gezellig. Een donker hol waar het met een beetje pech naar zweet en alcohol riekt, er zo hard wordt gepraat door andere aanwezigen dat ik mijn vrienden nauwelijks kan verstaan, en een houten barkruk die al na een half uur pijn in m’n kont veroorzaakt, of afgeknelde benen omdat ik niet bij het tussenlatje kom. Of nog erger: moeten hangen aan van die statafels waar ik amper bovenuit kom.
Als je met elkaar wil bijpraten dan is het toch veel comfortabeler (en goedkoper) om dat bij iemand thuis te doen?

Ik ben bovendien helemaal geen prater. Ik ben een introvert persoon, dus praten kost mij energie. En let’s face it: ik heb nu eenmaal weinig gemeen met mijn collega’s, dus verder dan koetjes en kalfjes ga ik met hen ook niet komen. En dus gaan we uiteindelijk maar weer over werk praten.

Niet dat ik het niet leuk vind om af en toe iets met collega’s te doen hoor. Prima om eens samen pizza te gaan eten. Een bedrijfsuitje? Ik ga wel mee hoor. Want het wordt heel wat anders als het sociale aspect gekoppeld is aan een activiteit – hoe klein dan ook. Uit eten, poolen, dansen… Met een beetje geluk kríjg ik daar juist energie van.

Maar borrelen niet dus. En dat snapt men niet. Het doet me denken aan een sessie over persoonlijkheidstypen die ik ooit bij een vorige werkgever had. Mijn toenmalige manager was compleet verbaasd toen bleek dat niet iedereen in het bedrijf het kon waarderen als vooraf niet bekend werd gemaakt waar het bedrijfsuitje heen ging. Dat onverwachte was toch léúk??

En zo kunnen mijn collega’s dus niet accepteren dat ik niet van borrelen houd. Gewoon omdat het de norm is dat men zoiets wel leuk vindt. En dat vind ik jammer. Zeker aangezien ze het waarschijnlijk zullen interpreteren alsof ik mezelf bewust buiten de groep plaats en hen niet aardig genoeg vind.

Maar ik ga hen toch ook niet vragen om na werktijd mee te gaan LARPen, reënacten, doedelzak spelen, of balfolk dansen, en dan verwachten dat iedereen enthousiast is…?

Bewust light

Hebben jullie wel eens goed gekeken naar een pakje boter? Of in ieder geval, de verpakking waarvan wij maar moeten gokken dat er boter in zit? Want dat staat dus nergens erop.

Waarom eigenlijk? Ik weet dat er producten zijn die beschermd zijn, zodat je niet de naam mag gebruiken als jouw versie niet aan de standaarden voldoet. Dan krijg je bijvoorbeeld ‘cacaofantasie’ in plaats van ‘hagelslag’.
En als er een product wordt bedacht dat lijkt op iets bestaands, maar net anders is, dan wordt er gewoon een nieuwe benaming voor bedacht. Zoals ‘zuivelspread’.

Maar dit spul heet ‘Bewust light’. En ik geloof dat ik ook al de variant ‘Dieet light’ heb gezien. Dat is toch helemaal niks?? Het kan echt vanalles betekenen.

Er staat niet eens bij dat het bedoeld is ‘voor op brood’ ofzo. De enige associatie met boter, is de afbeelding van een boterham. En zelfs nog een droge boterham – iets wat volledig tegen marketingrichtlijnen in gaat, welke zeggen dat je altijd je product moet laten zien, liefst in gebruik.

image

Het grappige is dat wij toch weten dat het boter is. Omdat boterproducten al jarenlang in zo’n kuipje zitten, ongeacht het merk. En omdat ze het in de supermarkt allemaal bij elkaar zetten.

Eigenlijk zou het best een goede grap zijn, om een kuipje met vage naam in dat schap erbij te zetten, maar waar dan iets compleet anders dan boter in zit. Wie doet je wat? :-P

De bucket list

Van de week postte ik op Facebook dat we een vakantie naar Lapland hebben geboekt en dat ik onder andere hoop het noorderlicht te gaan zien. Mijn zusje reageerde daarop dat ze jaloers was, omdat het een van de dingen is die op haar ‘bucket list’ staan.

Voor degenen die niet bekend zijn met het concept: een bucket list is een lijst van alle dingen die je gedaan wil hebben voordat je dood gaat. Het zou je theoretisch moeten stimuleren om wat van je leven te maken.

Ik vertelde al eerder dat ik heel gelukkig ben met mijn leven en daarom niet bang ben om dood te gaan. Ik heb dan ook geen bucket list. Als er iets is dat ik wil doen, dan doe ik dat gewoon (en ja, ik besef dat ik extreem gezegend ben dat ik de gezondheid, leefomstandigheden en financiële situatie heb waarin dat kan).
Volgens mij zou ik zelfs best wel ongelukkig worden van een bucket list. De hele tijd geconfronteerd worden met dingen die ik (nog) niet bereikt heb!

Wat ik ook erg vind, is dat er blijkbaar websites en boeken zijn om inspiratie op te doen over wat je op je bucket list zou kunnen zetten. Wat een onzin! Als je moet nadenken over wat je op je lijst wil zetten en daar anderen voor nodig hebt, dan is het blijkbaar niet iets wat jij écht graag wil. Dan maak je alleen een lijst van dingen die volgens anderen interessant zijn om je leven aan te besteden. Je wordt min of meer aangepraat dat je leven niet compleet is als je bepaalde dingen niet hebt gezien of gedaan!

Desondanks ben ik niet tegen het principe ‘bucket list’. Ik ben wel erg benieuwd in hoeverre dit werkt voor andere mensen.

Wie van jullie gebruikt het bewust om zijn leven meer te leiden zoals hij dat wil? En wie heeft ‘gewoon’ een lijstje bedacht van dingen die hij ooit nog wil doen?

En als je het hebt, om welke reden dan ook, wat staat er op?

En als je er eens kritisch naar kijkt, zijn het dan echt allemaal zaken waarzonder je je leven niet compleet vindt?

Workshop gedoemanagement

Een tijd geleden kregen we een uitnodiging in onze mailbox. We gingen met alle naaste collega’s een ‘workshop gedoemanagement’ doen.

De omschrijving:

Gedoe kennen we allemaal, maar wat is het eigenlijk? Het is vaak de grote rem op onze natuurlijke wens om iets te maken van onze carrière, ambities, relaties, passies etc.. Daarom zijn we allemaal op één of andere manier geïnteresseerd in gedoe. Dat is goed, want interesse is nodig om iets nieuws te kunnen leren over gedoe, maar wat is het?

Gedoe bestaat er in vele vormen en maten, meestal heel herkenbaar en irritant en vaak ook niet. Gedoe is zo gevarieerd en ook onze persoonlijke beleving daarvan, dat het proberen begrijpen van gedoe ons niet zoveel brengt, behalve misschien kopzorgen. Het uitroeien van gedoe gaat ook niet werken, want gedoe blijkt een onvermijdelijk bijproduct van onze hersenen te zijn.

Maar als we het gedoe dat ons dwars zit kunnen herkennen en managen, blijkt dat een onverwacht positieve uitwerking te hebben op onze creativiteit, effectiviteit, openheid en plezier, zowel professioneel als privé. Bedrijven hebben de ervaring dat alles ineens soepeler loopt en werknemers meer eigen initiatief durven nemen.

In de workshop GedoeManagement gaan we de bio-logica van gedoe bekijken. Dat levert zeer verrassende inzichten op en het geeft handvatten om met gedoe verder om te kunnen gaan. Het is een confronterende, verrassende, vermakelijke, inspirerende en vooral zeer leerzame workshop die je zeker niet onberoerd zal laten. Het begrip gedoe krijgt een andere betekenis voor je.

Ik zag mijn geest al kruipen.

Van de week zat ik dus zeer enthousiast (not) met iedereen in de grote vergaderzaal, met pen en papier iPad in de aanslag om de lulligste quotes en opdrachten van de dag te noteren en er een blogpost om te smullen van te maken.

Maar ik moet jullie teleurstellen. Normaal ben ik de grootste zeikerd, maar mijn collega’s waren ditmaal negatiever over deze twee uur durende presentatie (de definitie van het woord ‘workshop’ snapt blijkbaar nog niet iedereen, of het is een marketingtruc om zoiets beter te laten verkopen?) dan ikzelf.

En hoewel ook ik de man die de presentatie gaf (een gesjeesd kunstenaar die ineens het licht zag en is gaan coachen, en veel te hard en te lang om onze grapjes lachte), tenenkrommend vond, hoewel hij het eerste uur vooral besteedde aan proberen om betrokkenheid te creëren door voor iedereen herkenbare situaties te beschrijven en te vragen of wij dat ook hadden (hap-hap deden mijn collega’s), en hoewel ik niet snapte waarom hij het nodig had gevonden om afbreuk te doen aan zijn theorieën, door deze te koppelen aan de term ‘gedoe’, had hij inhoudelijk toch wel goede punten.

De insteek van de workshop was om om te leren gaan met alle dagelijkse frustraties die op je afkomen (‘gedoe’), door de achterliggende neuro-wetenschappelijke theoriën te begrijpen. En in die neuro-theorie zag ik eerlijk gezegd wel wat.

Zijn boodschap in de kern (ja, ik kan eindeloos gezwets over hetzelfde en nietszeggende powerpointsheets goed samenvatten):

  • Je moet er vanuit gaan dat jij niet altijd gelijk hebt. (Maar je mag er tegelijkertijd vanuit gaan dat de ander dat ook niet noodzakelijk heeft)
  • Gedoe is er altijd en dat is niet te voorkomen. Om niet gefrustreerd te raken, moet je je er niet tegen verzetten, en ook niet proberen je in je eigen wereldje terug te trekken – daar vind je namelijk geen oplossing voor je probleem. Je moet juist proberen het standpunt van de ander te begrijpen, oftewel achterhalen waarom hij/zij denkt dat hij gelijk heeft. Daar kun je nieuwe inzichten van krijgen en een nieuwe oplossing vinden voor de situatie.
  • Je kunt niets nieuws leren wanneer je het betreffende niet interessant vindt. Dus je moet proberen oprecht geïnteresseerd te zijn in de ander (bijvoorbeeld omdat je jezelf graag wil verbeteren), en pas dan kun je je openstellen voor de zienswijze van de ander.
  • Je moet niet het gevoel toelaten dat iets je in je identiteit bedreigt. Als iets onze eigenheid dreigt aan te tasten, hebben we de dierlijke neiging om te vechten, vluchten of dood te gaan spelen. Maar in onze huidige wereld zijn zaken niet meer fysiek levensbedreigend, dus laat die (niet te voorkomen) instinctieve heftige reactie zo snel mogelijk weer los. En begrijp hoe het komt dat jij je nu aangevallen voelt. Dat kan doordat een of meer van deze punten in gevaar worden gebracht:
    • Je status (in hiërarchie, maar bv. ook op basis van expertise)
    • Je gevoel van zekerheid / veiligheid
    • Je autonomie
    • Je rechtvaardigheidsgevoel
    • Je relaties met anderen
  • Je zult jezelf moeten dwingen om niet op de automatische piloot te reageren op situaties om te kunnen leren. Iedere situatie is anders; ook al lijkt hij op iets dat je in het verleden hebt meegemaakt, probeer het toch als iets nieuws te zien en opnieuw je gedrag te bepalen. Oefen met nieuw gedrag, zodat dit je nieuwe automatischepilootgedrag wordt bij frustrerende situaties

Een hoop theorie, maar het raakte wel heel duidelijk aan de losse feedback, adviezen en zelf-inzichten die ik al eerder in mijn leven heb gekregen:

  • Ik moet proberen niet altijd direct een mening ergens over te hebben (en te denken dat ik gelijk heb)
  • Ik heb te weinig oprechte interesse in andere mensen
  • Ik heb veel te snel het idee dat iemand mijn wereldje verstoort en daar vecht ik dan tegen (we moesten voor onszelf de belangrijkste bedreiging uit bovengenoemde lijstje van 5 kiezen, maar ik beschouw alles behalve ‘verstoring van relaties met anderen’ een trigger…)

Dus tsja, ik moest toegeven: ik had weliswaar niet echt iets nieuws gehoord vandaag, en uiteraard kon hij ook geen kant-en-klare oplossing aandragen om ons te helpen omgaan met dagelijkse frustraties, maar ik kon al mijn issuetjes nu wel iets beter met elkaar in verband brengen en inzien hoe het een het ander veroorzaakte / belemmerde.

Wat heb ik nu geleerd? Nou ja, nog niets.
Maar om mezelf te verbeteren ga ik wel actief proberen om eerst andermans standpunt te begrijpen vóórdat ik zelf een mening vorm, en probeer ik mezelf voor te houden dat mijn eigen Wonderland niet wordt aangetast door anderen en hun (in mijn ogen domme) beslissingen – of dat mijn Wonderland misschien helemaal niet kan bestaan. Alice wilde immers ook heel graag ‘a world of my own‘, maar de praktijk was een rare wereld waarin alleen maar figuren voorkwamen die ze niet begreep en die haar niet begrepen… en dat is toch echt de wereld waar ik iedere dag mee word geconfronteerd.

Gevoelige snaar

Ik ben eigenlijk niet zo heel gevoelig. Ellende op het nieuws, dat raakt me nooit zo. Alleen als er iets ergs met dieren is, daar kan ik echt niet tegen.

Maar soms ineens raakt iets me wel. In dit geval een reclamefilmpje. Stom, want je weet dat het geacteerd is en niet echt. Maar toch. Ik heb erom gehuild.

De blik van de man. En het feit dat iemand moedwillig iets waar de ander waarde aan hechtte, kapot heeft gemaakt om die ander te kwetsen.

Dat laatste is iets wat ik zelf nooit zou doen, hoe boos ik ook op iemand ben. Dat vind ik zó gemeen!

En zeker omdat die oude man niet voor zichzelf kan opkomen. Daarom kan ik ook niet tegen dierenleed – die beesten kunnen ook niet voor zichzelf opkomen. Stomgenoeg heb ik het dan weer niet met kinderen. Terwijl die net zo hulpeloos zijn.

Zijn er ook reclames die jullie hebben geraakt?

Kinderen maken (mij) niet gelukkig

Soms dan lees je iets wat je aan het denken zet. Zo kwam ik vandaag geheel toevallig dit tegen in een blogpost, waarin werd besproken of je er spijt van zou krijgen als je geen kinderen neemt:

“Happiness and parenting are hard for me to reconcile, I don’t think there should be an assumption that children are a path to making someone happy. I think a more appropriate affiliation would be that children can help give some people meaning and purpose in life, making them feel more fulfilled.”

(en na wat googlen blijkt het ook onderzocht te zijn: mensen met kinderen zijn niet meer (of minder) gelukkig dan mensen zonder kinderen)

Zo had ik het nog nooit bekeken, maar ik denk dat dit wel heel waar is. En ook een hele goede uitleg is waarom ik geen kinderen hoef.

Ik heb namelijk geen behoefte aan een doel of meer betekenis in mijn leven. Ik ben ook niet op zoek naar een manier om me meer voldoening te geven in het leven dan ik er nu uit haal, want ik ervaar al heel veel voldoening.

Ook als je andere redenen gaat bedenken waarom iemand kinderen zou willen, dan deel ik die niet. Ik ervaar absoluut, maar dan ook geen enkele, behoefte om kinderen te krijgen. Waarom zou ik?

Ik heb wel eens nagedacht of ik kinderen zou kunnen nemen om Mark een plezier te doen. Maar ik denk dat ik daar heel ongelukkig van zou worden. Ik kan helemaal niet tegen al die drukte om me heen en heb veel tijd nodig voor mezelf. Ik denk dat ik daardoor een slechte moeder zou zijn. Ik heb weliswaar een fantastisch voorbeeld gehad van mijn eigen ouders, maar ik vrees dat ik niet geduldig genoeg met ze zal zijn, me aan ze ga ergeren, te veeleisend ga zijn en onvoldoende bereid ben om tijd voor ze vrij te maken om bv. met ze te spelen. Oftewel: niet alleen ikzelf, maar ook de kinderen worden daar ongelukkig door. Niet doen dus.

Natuurlijk ben ik ook wel eens bang om de verkeerde keuze te maken. Dat ik pas op latere leeftijd besef hoe belangrijk familie is (ik realiseer me nu al dat ik mijn huidige familie ook véél te weinig zie, terwijl ik ontzettend veel van ze houd) en spijt krijg. Ik wil natuurlijk later niet eenzaam en alleen overblijven. Als ik kijk naar de hoeveelheid vreugde die ik haal uit met kerst en dergelijke feestdagen naar mijn ouders gaan en me bedenk dat ik na hun overlijden, de rest van mijn leven kerst alleen met Mark ga doorbrengen, dan ben ik wel een beetje bang dat ik op zulke momenten een gemis ervaar (hoe veel ik ook van Mark houd – want je bent altijd al met z’n tweeën).

Maar er is ook een duidelijk stem in mijn hoofd die zegt dat dat onzin is. Want geef toe: hoe vaak gaan kinderen op bezoek bij hun bejaarde ouders? Voordat je bejaard bent is er weliswaar een periode waarin er meer contact is, maar op die leeftijd heb je nog voldoende energie en lichamelijke vitaliteit om zelf dingen te ondernemen als alternatief om je niet te vervelen.
Bovendien wordt het steeds meer gebruikelijk om geen kinderen te krijgen, vooral onder hoogopgeleiden, dus er zijn tegen die tijd ook vast veel ‘lotgenoten’ waar je mee kunt optrekken.

Wat ik me ook kan afvragen: heb ik de hele zware periode van kinderen opvoeden en begeleiden, waarin je geen tijd hebt voor jezelf, er voor over om later een ongeveer even lange tijd niet alleen te hoeven zijn? Nee. Want even kort door de bocht ben ik nu in de fase waarin ik meer uit mijn leven kan halen dan later als ik oud ben. Dus dan moet ik te zijner tijd maar accepteren dat ik de keuze heb gemaakt om nu meer te genieten dan later.

Of het de juiste keuze is zal ik nooit weten. Maar dat is ook een advies dat ik online las: je kunt wel denken ‘wat als ik wel kinderen had genomen’, maar precies dezelfde vraag geldt andersom. Als ik wel voor kinderen kies, kan ik me afvragen ‘wat als ik toch geen kinderen had genomen’. Het leven is nu eenmaal een kwestie van keuzes maken en soms maak je de goede, soms de verkeerde.

Gelukkig hebben mensen de vaardigheid om gemaakte keuzes achteraf te rationaliseren en onszelf ervan te overtuigen dat het hoe dan ook toch de juiste keuze was.

Dus tenzij mijn eierstokken ineens toch nog wakker worden, blijf ik erbij: geen kinderen voor mij.

Mijn enige zorg is, of Mark er niet toch ongelukkig van wordt dat hij zich bij mijn (gebrek aan) wens heeft neergelegd. Maar of dat een juiste keuze voor hem is geweest, kan ik niet voor hem bepalen.
Hopelijk laat hij zich niet beïnvloeden door de enorme hoeveelheid (aanstaande) ouders die ineens als paddestoelen omhoog schieten in onze vriendenkring. Want al dan niet kinderen nemen* is een keuze die 100% persoonlijk is.

* kom nu ajb niet aan met ‘kinderen neem je niet, die krijg je’ want ik zie genoeg voorbeelden om me heen van mensen waarbij het niet lukt – maar daar gaat deze post niet over.

Groot ego

Ja hoor, ik kon er op wachten. Mijn bureau is inmiddels ergonomisch ingesteld en nu roept iedereen die het ziet uit: “Wat zit jij laag!!”

Niets nieuws; ik krijg het al mijn hele werkende leven tot vervelens toe te horen, maar hier wordt het nu meestal ook gevolgd door een “Klopt dat wel…?”

Nou heb ik de afgelopen weken inderdaad structureel op flinke hakken gelopen. Maar toch. Vandaag zei een collega tegen me, dat ik veel kleiner ben dan ze steeds denkt. En zoiets hebben andere collega’s ook al in variërende bewoordingen tegen me gezegd: in hun gedachten ben ik groter dan ik blijk te zijn, wanneer ze er echt op gaan letten.

Hm. Zou ik zo’n enorm ego hebben dat ik grootsheid uitstraal? Of ben ik gewoon zó klein dat mensen het zich amper kunnen voorstellen? :-P

Maar ik heb het ook wel eens bij andere mensen. Dat ik denk dat ze best groot of best klein zijn, maar dat dat bij nader inzien mee blijkt te vallen.

Hebben jullie ook wel eens een verkeerd beeld van iemand in je hoofd?