Vrijdagavond hadden onze systeembeheerders voor de tweede maal een gamenight georganiseerd. Vorig jaar speelden we met z’n allen Unreal Tournament, dit jaar was er gekozen voor Counterstrike.
Aangezien ik dat soort spellen nooit speel, wist ik van tevoren al dat ik gigantisch ingemaakt ging worden, maar daar ging het niet om. De meeste anderen kenden het ook niet, dus de eerste tijd werd er voornamelijk wanhopig heem en weer gerend, hopeloos verdwaald in het level, ons afvragend bij welk team we hoorden, en wat eigenlijk het doel van het spel was. Dat wil zeggen, als we erin slaagden om langer dan 10 seconden in leven te blijven. Je werd namelijk binnen no time afgeknald, al dan niet door ‘friendly fire’ (oeps…).
De baas trakteerde op frietjes, waarna we al snel weer in een aardedonker kantoor met onze hooddtelefoons achter de pc kropen.
Ik was van tevoren erg bang dat ik kotsmisselijk zou worden, want ik kan niet zo goed tegen first person shooters waarbij je constant heen en weer schudt. Tijdens het oefenen op de probeer-pc in de kantine was ik al eens niet lekker geworden. Maar gelukkig had ik er nu geen last van.
Rond een uur of acht vond ik het wel weer mooi geweest en zwaaide ik gedag. Vorig jaar bleef ik langer, maar toen hadden ze de pc’s in de gameroom verzameld, zodat je tussen al het schieten door ook nog even kon gaan poolen enzo. Vanwege al het gedoe dat zo’n pc-verhuizing met zich meebracht, zaten we nu gewoon op onze werkplekken.
Toch weer even lekker met m’n collega’s gegeind dus. Hopelijk vinden ze me nu niet meer zo’n zeur
Gisteravond hadden we een afscheidsetentje van een collega. Het was heel gezellig aan de ene kant, maar van de andere kant ook wel droevig. Ze is namelijk niet echt op een leuke manier weg gegaan en heeft dus ook maar een heel select aantal mensen uitgenodigd op haar afscheidsetentje.
Ik baal er wel van. Het is een supergoede collega, zo iemand die je graag in je organisatie hebt. En ze zat er al toen ik er kwam werken, dus er gaat ook een stuk geschiedenis weg. Maar vanwege een conflict met het management had ze geen zin meer om te blijven. En ik kan me ook helemaal voorstellen waarom.
Vanuit het management is het echter gebracht alsof het conflict aan haar lag en dat het MT het niet zo bedoeld had als zij het interpreteerde. Bullshit. Het is al de zoveelste keer dat er vanuit het MT iets via een officiële mededeling wordt beweerd, dat niet waar is. Hun geloofwaardigheid gaat op die manier echt met sprongen achteruit – inmiddels neem ik alles wat er gezegd wordt met een korrel zout. Lijkt me geen goede ontwikkeling.
Maar goed, het etentje zelf was dus wel erg gezellig. We waren met 14 man gaan eten bij Picasso in Den Bosch. Gezellig tentje en goed eten. Carpaccio vooraf en heerlijk malse ossehaaspuntjes als hoofdgerecht. En ik had niet voor niets plek overgelaten in mijn maag, want als toetje bestelde ik een ‘duo’ van Dame Blanche en chocolademousse. Hmmm… chocolade!
Ze had ook voor ieder van ons een afscheidscadeautje geregeld, dat erg goed in de smaak viel… behalve bij de andere restaurantgasten:
Eigenlijk moet ik vaker met collega’s iets gaan doen. Op avondjes zoals dit hoor je zo veel meer over wat er in het bedrijf speelt (officieel en onofficieel). Ik ben zelf heel slecht in het opvangen van roddels; meestal ben ik een van de laatsten die het hoort. Ik ben nu eenmaal niet iemand die houdt van ouwehoeren, ik ga tijdens de pauzes liever een potje Mario Kart spelen. Van de ene kant mis ik het niet echt, maar de echte grote dingen wil ik toch eigenlijk wel horen.
Hoe is jullie positie in het roddelcircuit van je bedrijf?
Zaterdagochtend hadden Mark en ik met Suus afgesproken op de stofjesmarkt in Utrecht, waar we natuurlijk onvermijdelijk diverse andere LARP-ers tegenkwamen. Ik vond twee leuke stofjes (slechts €2,50 en €3,- per meter!) voor mijn binnenkort van start gaande eerste poging tot het maken van mijn eigen broek, en een mooie wol voor een kaproen.
‘s Middags arriveerden Alice en Dave voor een bestuursvergadering voor Charm, waarbij we gelijk de inboedel op zolder konden gaan uitmesten. Eigenlijk was het niet eens zo’n rotklus, maar we zijn er wel de hele middag en een stukje begin van de avond mee bezig geweest.
Ik had verwacht een hoop props tegen te komen waarvan we geen idee zouden hebben waar het voor diende en of het überhaupt nog in het spel was, maar dat viel wel mee. We hebben ook niet zo veel spullen weggegooid, behalve de echte zooi die er niet tussen hoorde te zitten en dingen die kapot waren.
De echte winst hebben we behaald door de props te hersorteren. Want je kunt je vast voorstellen hoe het gaat bij het afbouwen na een LARP-weekend: flikker de zooi in de dichtstbijzijnde doos, ze zoeken het later wel uit. Het zit nu allemaal weer gesorteerd in keurig gelabelde dozen, maar ik ben echt niet van plan om dat na ieder evenement opnieuw te gaan doen! Dat wordt dus streng toezicht houden op en goed coördineren van het opruimteam.
Ik heb niet de illusie dat het zo netjes blijft als het nu is hoor, maar het is wel goed om alles eens in de zoveel tijd op te schonen. En wat is een beter moment dan een bestuurswissel? Bovendien hebben we nu een idee van wat er allemaal beschikbaar is aan props en tools. En alles staat veel efficiënter op onze zolder, zodat we ook weer kunnen strijken.
Alice bleef ‘s avonds slapen, want de volgende dag was het weer tijd voor onze jaarlijkse filmdag! Het is nu al het 7e (!) jaar dat we deze bij ons thuis organiseren. Ik kijk er altijd erg naar uit, want het is een heerlijk dagje lui op de bank hangen met vrienden in gemakkelijke kleding en onder het genot van hapjes die we zelf hebben gemaakt.
Dit jaar hadden we voor het eerst geen thema bedacht. Iedereen nam gewoon wat leuke DVD’tjes mee en dus hebben we een uiteenlopend scala aan films gezien: beginnend bij het wat zwaardere “The Shawshank Redemption”, vervolgens dubbel liggend om “Robin Hood: Men in Tights”, via hersenloze explosies in “G.I. Joe”, naar jeugdsentiment met “Labyrinth”, om te eindigen met de grappige animatiefilm “Bolt”.
Poes moest even wennen aan alle drukte, maar heeft zich uiteindelijk op diverse schoten en in de zee van kussens genesteld.
Alice en ik waren ‘s ochtends al aan het kokkerellen geslagen. Oorspronkelijk wilde ik alleen kleine bananen-snackjes in cupjes maken. Maar toen bedacht ik dat er, ondanks de vier potten appelmoes, nog steeds een hoop appels aan onze bomen hingen. Dus maakte ik ook appeltaart van appeltjes uit eigen tuin.
Zoals altijd zat iedereen aan het eind van de dag proppievol, maar er was niet zo belachelijk veel eten over als normaal gesproken.
En zo eindigde ons weekje vakantie. Nu moeten we er weer tegenaan. Ik kijk alweer uit naar de kerstvakantie…
Yay, gisteren was het weer tijd voor Spiel! Het is inmiddels een jaarlijkse traditie om de eerste dag van deze spellenbeurs naar de Messe in Essen te rijden om te kwijlen over diverse LARP-spulletjes en met een leuke buit weer thuis te komen.
Suus, Gijs en Alice gingen ditmaal ook mee.
Helaas viel het een beetje tegen ten opzichte van andere jaren. Om de een of andere reden stonden er een stuk minder LARP-standjes. Normaal gesproken staat één van de hallen mudvol ermee, maar volgens mij stond er nu maar amper de helft! Ik hoop niet dat dit een trend is die zo doorzet…
Toch heb ik nog een paar leuke dingetjes weten te scoren. Allemaal bij hetzelfde standje, van Epic Armoury, dat dan wel.
De schuine zwaardhouder stond als enige op mijn boodschappenlijstje.
De kroontjespen kwam ik spontaan tegen. Ik vond ‘m erg mooi en hij is ideaal voor Aimée, omdat die veel brieven schrijft maar continu zit te klooien met ongeslepen potloden en haperende pennen. En echte veren die breken helaas altijd tijdens het transport, dus deze is ideaal.
Het houten kistje kocht ik om de pen en toebehoren in te stoppen. Daar kunnen dan ook mijn zegelwas & -stempels bij, die nu nog in een kartonnen doosje zitten.
Ik had ook nog een mooi leren korset gezien, maar helaas was die te groot en bestond hij (nog) niet in mijn maat. Wellicht volgend jaar…
Gisteravond gingen we naar de bios voor “Despicable Me“. Ik vond de voorfilmpjes niet überhilarisch, maar het beloofde wel een vermakelijke film te worden. En het was eigenlijk precies zoals ik verwachtte: geen topfilm, maar wel goed voor diverse lachsalvo’s.
De slechterik speelt de hoofdrol in de film. Gru wil de maan stelen, om te bewijzen dat hij de grootste schurk op aarde is. En dat doet hij met behulp van een heel leger aan gele mini-minions. Maar dan adopteert hij drie kinderen om voor zijn karretje te spannen, om te proberen zijn concurrent de loef af te steken.
Het concept is grappig, de minions zijn erg leuk, en er zitten hele lachwekkende scènes in. En je moet goed kijken, want er zitten ook grapjes in de achtergrond verwerkt die niet zo duidelijk zichtbaar zijn.
Hoewel Gru als personage op zich heel goed wordt neergezet, is zijn karaktertransformatie van wannabe-badguy naar liefhebbende pappie totaal niet geloofwaardig. Het gaat te snel en er is niet genoeg reden voor. Bovendien was het personage van concurrent-badguy Vector het ook net niet. Hij was niet evil genoeg, maar ook niet watje genoeg. Het hing er een beetje tussenin en daarom kwam hij niet over.
De minions zijn vooral leuk in op zich staande scènes en het is dus niet vreemd dat hun verschijning tijdens de aftiteling stiekem niet onder doet voor de rest van de film. Maar alleen de minions kunnen deze film niet maken. Net zoals Scrat niet in zijn eentje verantwoordelijk is voor het succes van Ice Age.
Conclusie: Despicable Me hoort niet thuis in het rijtje top-animatiefilms zoals Shrek, Monsters Inc. en Ice Age, maar hij maakt zeker een amusant avondje bioscoop!
Zaterdag tot en met dinsdag zijn we heerlijk een paar daagjes weggeweest met Suus en Gijs. Mark trakteerde namelijk op een tripje naar Zaragoza in Spanje.
Ik had me vooraf voorgenomen om helemaal niets te moeten. Dus ook geen plannen gemaakt over wat ik per se wilde zien of doen. Gewoon lekker gaan en gezellig een paar dagen met z’n allen doorbrengen. En dat is goed gelukt!
We hadden geen hotel, maar een appartementje van een particulier gehuurd. Het lag ideaal aan de rand van het centrum, zodat we overal heen konden lopen.
Natuurlijk hebben we een hoop dingen bekeken. Zo was er de gigantische kathedraal met prachtige versieringen aan de buiten- en binnenkant. En hebben we op diverse plekken in de stad opgravingen van de Romeinse beschaving bewonderd.
Straatveger
Aljafería paleis
Opgravingen van een Romeins theater
Enorm veel details in de bouwwerken
Catedral-Basílica de Nuestra Señora del Pilar
Straatje in Zaragoza
Mark was iets té avontuurlijk en moest door Gijs gered worden uit de rivier Ebro…
Gijs redt Mark
Net als toen we in Schotland waren, vielen we ook hier midden in de festivalweek (maar ditmaal toevallig). Het was het ‘Pilar 2010′-festival.
De Pilar is een soort pilaar waarop de maagd Maria zou zijn verschenen en welke nu in de grote kathedraal te vinden is. Spanje is een ontzettend katholiek land en het gaat zo ver dat we diverse vrouwen hebben gezien die ‘Pilar’ als voornaam hebben!
En ieder jaar is daaromheen dus een festival met diverse optredens, van straatartiesten tot zangers en dansers op podia, en marktjes waar traditionele dansen en ambachten worden uitgevoerd.
Op zondagavond zagen we ineens een flinke kudde mensen in dezelfde richting lopen en we besloten er op goed geluk achteraan te lopen. We kwamen uit bij de rivier de Ebro en daar bleek vuurwerk te worden afgestoken ter afsluiting van het festival. Wat een mazzel, want het was supermooi vuurwerk, het mooiste dat we tot nu toe ergens gezien hebben! Zelfs die van de Vierdaagsefeesten in Nijmegen valt erbij in het niet.
Straatartiesten
Hete ‘castañas’
En als klap op de vuurpijl: vuurwerk!
Spaanse dansers met castagnetten
Oud-Spaanse ambachten
Natuurlijk hebben we ons ook aangepast aan de lokale cultuur. Het was even wennen aan de siësta. Tussen twee en vijf ‘s middags is dus alles dicht… En toen de beheerder van ons appartement vertelde dat je pas vanaf een uur of 9 ‘s avonds kon gaan avondeten, moest ik even vragen of ik dat wel goed gehoord had… (mede omdat Spanjaarden zo goed als geen Engels spreken – communiceren was af en toe echt een uitdaging!)
De eerste avond waren we zo moe dat we ‘s avonds niet meer de deur uit zijn gegaan en gewoon in ons appartementje wat gesnaaid hebben in plaats van avondeten. Maar de tweede avond zijn we lekker tapas gaan eten. ‘t Is wel even wennen dat er in de Spaanse horeca nog gerookt mag worden! De derde avond zijn we ook ergens gaan eten, maar aangezien er verder weinig te doen was omdat het festival was afgesloten, hebben we een paar DVD’tjes gekocht en zijn we relaxed met z’n allen op de bank gaan hangen. Het was ten slotte vakantie!
Maar van de hele vakantie zal ons de Epische Chocoladetaart het meest bijblijven. Toen we ‘s middags op een terrasje bij zaten te komen en bij een in chocolade gespecialiseerd tentje chocomel met chocoladetaart bestelden, was ik de enige die ‘m opkreeg. Go me!
Epische Lenny!
Epische Chocoladetaart
Hmmm… tapas
Dinsdag was het weer tijd om met het vliegtuig terug naar huis te gaan. Dankzij de stakende Fransozen hebben we meer dan een uur vertraging gehad, maar uiteindelijk zijn we toch thuis bij de poes gekomen. Die ons zo heeft gemist, dat ze vanochtend voor het eerst bij ons op bed is komen slapen!
Het was gezellig, relaxed, en zeker voor herhaling vatbaar!
Vorige week zaterdag was het dan eindelijk zo ver: mijn tripje naar de US of A begon!
Dankzij de NS arriveerde ik met een half uur vertraging op Schiphol, maar gelukkig hadden we ruim de tijd genomen en was het geen probleem. Ze adviseren namelijk om 3 uur (!) van tevoren aanwezig te zijn als je naar de USA wil, aangezien ze tegenwoordig erg moeilijk kunnen doen bij de douane. Mocht je eruit gepikt worden, dan kan het wel eens erg lang duren voordat je verder mag, en dat risico liepen we liever niet.
Maar gelukkig zagen we er blijkbaar niet uit als terroristen en zaten mijn manager en ik niet veel later op een rechtstreekse vlucht naar San Francisco.
Aangezien vliegen op zaterdag 11 september om de één of andere reden (…) zo veel goedkoper was dan op maandag vliegen, dat het de kosten van extra overnachtingen in een hotel compenseerde, hadden we enkele dagen over om San Francisco te bekijken, voordat we naar de Google Summit moesten.
San Francisco is nogal een aparte stad. Het was vroeger de ‘hippie stad’ en dat kun je nog wel een beetje merken: er lopen de meest vreemde figuren rond! Naast een hoop in zichzelf pratende zwervers zijn er ook een boel, laten we zeggen, ‘speciale’ mensen. En de prijs voor de bestgeklede persoon zal niemand daar winnen.
Desondanks zitten er flink wat dure winkels van bekende merken in het centrum. En natuurlijk de overbekende shopping malls. Dit exemplaar bestond maar liefst uit 7 gigantische verdiepingen, waar ik steeds rechts aan heb gehouden om niet te verdwalen:
Cultuurfout #1: in de lift op het knopje ‘B’ drukken om naar de begane grond te gaan. Oh ja, B staat hier voor ‘Basement’, de begane grond noemen ze ‘1’…
San Franciso staat bekend om zijn vele steile straten, wat ontzettend leuk was om te zien! Ook hoorden we continu politie- en brandweersirenes op de achtergrond, net als in de film.
In Amerika is inderdaad alles groter dan bij ons. Niet alleen is een ‘small coke’ maar liefst een halve liter, niemand rijdt er in een kleine auto. Hummers en aso-bakken zijn heel gewoon en de straten zijn standaard twee banen breed.
Heel bekend is de ‘crookedest street’; een stukje van Lombard street. Deze loopt zo schuin af dat ze er flink wat haarspeldbochtjes in hebben gemaakt, zodat je wel nog (heel langzaam) met de auto er vanaf kunt rijden:
Er rijden dan ook diverse kabeltrammetjes, die je helpen over de ergste heuvels heen te komen. De trams worden via een kabel in de straat de berg op getrokken, omdat ze anders niet omhoog komen! Bergaf gaan is vooral een kwestie van hard remmen.
Ik ben alleen niet zo’n type dat zich rond laat rijden door een vreemde stad; ik loop liever. Dus gingen we de eerste dag lopend vanaf ons hotel naar Alamo Square, waar nog diverse Victoriaanse huisjes staan:
Onderweg moesten we even de weg vragen. Deze man keek ons met grote ogen aan en raadde ons aan om de bus te nemen, want de weg erheen was een lang steil stuk, waar marathonlopers zich blijkbaar jaarlijks stuk op renden. Mijn collega en ik bedankten de man voor het advies, keken elkaar aan en besloten gezamenlijk om lekker te voet te gaan
Ik vond het eerlijk gezegd geen enkel probleem. Natuurlijk was ik wel aan het hijgen toen we na een wandeling van 50 minuten eenmaal boven bij het park waren, maar ik kon nog prima weer het hele eind terug naar het hotel lopen.
Mijn collega dacht daar iets anders over: die had flinke blaren! Vandaar dat ik ‘m de overige dagen maar enigszins ontzien heb, en het hem ook niet heb aangedaan om Twin Peaks te beklimmen. We hebben die wel vanuit de verte gezien, maar aangezien het zo mistig was dat we toch geen uitzicht zouden hebben gehad, vond ik het niet zo erg om die te skippen.
Verder hebben we nog via een tripje door Chinatown (dat is echt een stad in een stad, heel raar!) door de ‘Fisherman’s Warf’ (de haven) gelopen, waar we op de boot stapten voor de bezichtiging van Alcatraz.
Onderweg naar het eiland hadden we een mooi uitzicht op de Golden Gate bridge:
Met behulp van een leuke audiotour (met commentaar van ex-gevangenen en geluidseffecten) werden we rondgeleid door het cellencomplex. Laten we zeggen dat ik erg blij ben dat ik nooit in zo’n minuscuul celletje heb hoeven zitten!
Wat betreft het eten hebben we diverse dingen uitgeprobeerd. Zoals ontbijten in een ‘diner’ in jaren-50 stijl (inclusief rode leren banken en roze tl-verlichting), en avondeten bij de lokale fast-food keten Wendy’s (hee, dat hoort hier nou eenmaal bij de cultuur!). Ook hebben we ons ontzettend geamuseerd door de pager die we bij The Cheesecake Factory kregen, toen we moesten wachten totdat er een tafeltje voor ons vrijkwam. Je kon dus gewoon rondlopen en als er een plekje was, lieten ze je pager afgaan!
Hoewel San Francisco best een leuke stad is, is het geen stad waar ik zou willen wonen. Ik vond het dan ook niet erg om na drie dagen op de trein naar Mountain View te stappen, waar Google’s hoofdkwartier zit, om drie dagen lang bijgepraat te worden over Google Analytics en de Google Website Optimizer, waarvoor wij als bedrijf gecertificeerd zijn.
Ik mag er inhoudelijk overigens niets over vertellen, want alles was 100% onder NDA (non disclosure agreement), op straffe van het verliezen van de certificering als we iets laten uitlekken! Er mochten tijdens de sessies dan ook absoluut geen foto’s van de sheets genomen worden.
Je komt ook nergens binnen zonder pasje. Het Google complex ligt op een complete campus en bestaat uit diverse gebouwen. Ze hadden speciaal voor ons beveiligers bij de ingangen gezet, zodat we zonder pasje bij de conferentiezaal en de kantines (ja, meervoud…) konden komen.
Alles op de Google campus straalt Google uit. Parasols, stoelen, microfoons; alles is in Google kleuren. Ze hebben zelfs fietsjes in Google kleuren, die je zo kunt pakken om snel bij een ander gebouw te komen!
En ja, natuurlijk hebben we daar even een tochtje op gemaakt.
De mensen daar werken zo’n 10 tot 12 uur per dag, dus hun hele sociale leven speelt zich eigenlijk op de campus af. Je kunt er volleyballen, helpen om de eigen groentetuintjes bij te houden, imker zijn om de eigen honing te kweken, je mag je hond mee naar kantoor nemen, of je rust even uit in de massagestoel (ik wil er ook één!). En had ik al de verwarmde toiletbrillen genoemd?
Het jezelf blijven ontwikkelen wordt overal gestimuleerd. Je mag een deel van je tijd besteden aan eigen projecten en ze hebben zoiets als ‘Learning On The Loo’, wat inhoudt dat medewerkers zelf nuttige tips over effectiever werken, het geven van presentaties, etc. op de toiletten ophangen zodat je tijdens het drukken nog iets oppikt!
Als gasten zijn we ook schandalig verwend. Ontbijt, lunch en avondeten werd voor ons verzorgd en ‘s avonds was er steeds tijd voor leuke dingen, zoals met z’n allen bowlen! Ze hadden een complete bowlingbaan voor ons afgehuurd en we kregen allemaal een Google Summit blouse, wat er erg grappig uitzag toen iedereen die aan had.
Het was een behoorlijk internationaal gezelschap van zo’n 265 man. Maar aangezien Nederland flink is vertegenwoordigd binnen de groep met gecertificeerde partners, hebben we goed kunnen netwerken (en sushi eten) met concullega’s van andere Nederlandse bureaus.
Maar drie dagen stilzitten en luisteren is toch wel behoorlijk vermoeiend. Dus ik was ook wel weer blij dat ik vrijdagmiddag naar huis kon vliegen. Vanwege het tijdsverschil (9 uur) en de lengte van de vlucht (10 uur) kwam ik pas zaterdag tegen het eind van de ochtend aan en heb ik die dag niet heel veel nuttigs meer gedaan, behalve foto’s bewerken, een poging doen om wakker te blijven, en knuffels inhalen met vriendje en poezie. Hopelijk kan ik vandaag nog iets nuttigs doen en ben ik morgen weer fit genoeg om weer aan het werk te gaan.
Het was in ieder geval een mooie ervaring. En dat terwijl ik bijna alles mag declareren bij de baas, op wat tramkaartjes en de entree voor Alcatraz na! Nee, ik klaag niet…
Ik heb het er al vaak over gehad op mijn blogje en ben flink druk geweest met de voorbereidingen, maar afgelopen weekend was het dan eindelijk zo ver: het Gebroeders van Limburg festival vond plaats in Nijmegen.
Zaterdag mocht ik flyers uitdelen en op de markt gaan staan met mijn doedelzak. Zondag was het de bedoeling dat ik door de Lange Hezelstraat, langs de markt en door de Burchtstraat zou lopen en muziek maken. En aan het eind van de dag met de Blijde Incomste (de stoet) meelopen.
Foto van de site van de Gelderlander (foto 5 op http://www.gelderlander.nl/voorpagina/nijmegen/7194921/Middeleeuwen-in-Nijmegen.ece)
In het begin begreep ik niet helemaal waarom ik op zaterdag op één plek moest staan en op zondag rondlopen, maar blijkbaar was er op zaterdag gewoon markt, waardoor de locaties waar iets gebeurde nogal los stonden van elkaar en de boel een beetje verbonden moest worden. Zondag was de gewone markt vervangen door allemaal kraampjes met middeleeuwse waren, wat veel leuker was. De hele stad stond ineens 5x zo vol met mensen in kostuum!
Normaal gesproken is de zondag dan ook een leukere dag om te komen. Maar helaas gooide het weer nogal roet in het eten. Ook op zaterdag moest ik een aantal keren hard rennen om een droog heenkomen te vinden, maar dan was het alleen een hevige bui met onweer die daarna weer voorbij was. Zondag stond het continu op het punt om te gaan regenen. Daardoor is de Blijde Incomste helaas afgelast, want sommige kostuums en vooral de instrumenten kunnen nu eenmaal niet tegen de regen. En tijdens de optocht kun je niet even gaan schuilen. Heel jammer, want ik had me daar erg op verheugd.
Maar ondanks het slechte weer heb ik me enorm goed vermaakt. In tegenstelling tot Castlefest, was ik helemaal niet zenuwachtig om voor publiek te spelen. Hoewel je zou denken dat het in je eentje veel enger is dan met z’n tweeën, maakt het bij solo spelen niet zo bijster veel uit als je af en toe wat vertraagt of een herhaling vergeet. En je kunt de nummers die je niet 100% beheerst, gewoon weglaten
Foto van http://nijmegen.nieuws.nl/10116
Toch heb ik ook wel samen met anderen gespeeld. Oorspronkelijk was het plan om op te trekken met het groepje Krebbel, maar die stonden continu op een podium bij de ridderspelen en ik voelde toch een beetje een drempel om gewoon op dat podium erbij te klimmen. Degene met wie ik op Castlefest samen speelde heb ik het hele weekend niet gezien, omdat die een andere locatie toegewezen had gekregen. Maar op zondag stuitte ik op enkele leden van het groepje Madlot. Ook zij waren super hartelijk en nodigden me uit om met hen mee te spelen. Tot mijn blijdschap bleek ik inmiddels genoeg liedjes uit mijn hoofd te kennen om in ieder geval voor een groot deel met hen mee te kunnen spelen! En de rest heb ik gewoon een beetje geplaybacked
Omdat zij ingehuurd waren om op het Valkhof park te spelen en ik juist door de straten moest lopen, zijn we op een gegeven moment weer opgesplitst. Aan het einde van het festival kwamen ze weer terug en hebben we met nog wat andere muzikanten een soort ‘grande finale’ gegeven. Superleuk om te doen, zo meerstemmig spelen! Het is sowieso leuk om nietsvermoedend in je eentje een nummer in te zetten en dan ineens achter je iemand dezelfde noten te horen spelen, waarop prompt de rest van de band inzet en er ineens 6 man om je heen staan te musiceren… En dat trekt behoorlijk wat publiek!
Maar ook in m’n eentje had ik niet te klagen over aandacht. Ik ben onnoemelijk vaak op foto’s gezet, al dan niet omringd door Japanners. En ook op video gezet (argh, nu even geen fouten maken!). Opvallend was dat heel veel mensen me vroegen wat ik eigenlijk voor instrument speelde… Ze herkenden het niet als een doedelzak, omdat ze zo’n grote Schotse versie met 3 bourdonpijpen in hun hoofd hadden. Eén mevrouw vroeg zich zelfs af hoe het nou kon dat er geluid uit kwam – ik legde namelijk toch alleen maar mijn vingers op de fluit zonder te blazen?
Aan het eind van de dag had ik wel kramp in m’n kaken van het blazen. Want heel veel pauzes kon ik niet nemen. Net op het moment dat ik dacht: ‘na dit nummer stop ik even’, kwam er weer een nieuwe groep mensen om me heen staan.
Ik heb nota bene nog €2,50 opgehaald ook Hoewel het niet de bedoeling was dat ik voor geld speelde, stonden sommige mensen erop om me wat toe te stoppen, omdat ze met me op de foto mochten, of lag er ineens geld voor me voordat ik er erg in had. Ach ja, dat was dus een gratis lunch.
Natuurlijk heb ik ook weer heel veel inspiratie opgedaan door de andere deelnemers wat betreft kostuums, borduren, weven, etcetera. Mijn to-do list is dus weer eens een stukje langer geworden.
Volgend jaar zeker weer! Maar hopelijk dan met beter weer…
Per vandaag loop ik al 11.323 dagen op aarde rond! Lang hè?
Afgelopen zondag vierde ik het met vrienden en schoonfamilie en vanavond komen pappie, mammie, zwusje en schoonbroer langs en gaan we uit eten. Ik heb er zin in, lekker weer even samenzijn met mijn familie!
Toch voel ik me niet echt jarig. Afgelopen zondag ook niet. Het was wel heel leuk en gezellig, daar niet van, maar dat speciale, jarige gevoel neemt ieder jaar weer een stukje af. Vroegah kon je je dagen van te voren al verheugen op je verjaardag. Wat zou je voor cadeautjes krijgen? Oeh, taart eten! Oeh, spelletjes doen! En dan de nacht van tevoren niet kunnen slapen en ‘s ochtends alweer veel te vroeg wakker zijn, in afwachting van je familie die je in bed kwam ‘verrassen’ met zingen en cadeautjes.
Hoewel ik graag terug zou willen naar die tijd, lukt het me helaas niet meer om dat gevoel terug te krijgen. Inmiddels is het een gewone dag geworden, waarop ik gewoon moet werken, ondanks alle felicitaties en een feestje. Stiekem toch wel jammer…
Zouden mensen daarom kinderen krijgen? Zodat ze kunnen meegenieten van hun enthousiasme en toch een beetje terugkrijgen wat ze zelf kwijt zijn?
Ik verwijt het gewoon mijn ouders. Die deden vroeger veel te veel hun best om een geweldig feestje voor ons te organiseren. Indianenfeestjes mét zelfgeverfde totempaal, speurtochten, cakes in de vorm van een knibbel-knabbel-knuisje-huisje… wie zou daar nu niet heimwee naar hebben??
Bedankt pap en mam, voor alle mooie verjaardagsherinneringen
Wat hebben we een heerlijk weekje vakantie in Schotland gehad!
We zijn er met een huurauto en onze eigen TomTom (hoera voor deze uitvinding!) heen gegaan en hebben lekker onze eigen route uitgestippeld. Het was wel even wennen, links rijden en het stuur aan de andere kant! Vooral als die supersmalle bergweggetjes 20% naar beneden gaan en je daarna weer een aantal hobbels over moet, lijkt het net alsof je in de achtbaan zit. Of wat dacht je van eenbaanswegen met hier en daar een uitstulpinkje aan de zijkant, voor het geval je een tegenligger tegenkomt?
Bijna direct na het wegrijden kon ik Mark behoeden voor een ongeluk met een auto van rechts op een rotonde. En niet veel later, na wegwerkzaamheden waardoor we even op de rechter rijbaan moesten rijden, herinnerde Mark me er nog net op tijd aan dat ik nu wel weer heel snel terug moest naar de linkerbaan, vanwege tegemoetkomend verkeer…
Quote van de dag:
“Mag je hier echt 60 miles per hour rijden? Ik rijd pas 35 en het voelt nu al zo hard!”
“Lenny, dat is je toerenteller. De snelheidsmeter zit hier ook aan de andere kant…”
Verder dachten we dat de bordjes met een camera erop aangaven waar de mooie-foto-plekken langs de route waren. Pas later kregen we door dat het waarschuwingsborden waren voor snelheidscontroles…
Erg leuk was overigens dat de meeste borden niet alleen in het Engels, maar ook in het Gaelic waren.
Maar goed, na een uur of twee rijden ben je wel redelijk gewend. En als je op een gegeven moment begint te schelden op traag rijdende locals, dan weet je dat je volledig geïntegreerd bent in het Schotse verkeer…
We hadden dan ook een hele goede auto meegekregen: 6 versnellingen (hoewel die hoogste onbruikbaar was op bergweggetjes), 50 liter tank en heel zuinig (zodat we maar 1,5 tank nodig hadden voor heel Schotland) en niet te vergeten: ruitenwissers met een sensor, zodat je niet continu de ruitenwissersnelheid hoeft aan te passen! Heel handig voor die Schotse buien, waar de regenval iedere 30 seconden een andere hevigheid krijgt.
Droog zijn we dan ook zeker niet gebleven. Alleen de laatste dag in Edinburgh hebben we geen regen gehad. Maar ach, daar hadden we op gerekend en we hadden een paraplu bij ons. Bovendien: een bui duurt er nooit lang.
Natuurlijk is een week te kort om alles te zien wat je wil, maar we zijn toch een heel eind gekomen. Ik had bewust een week in augustus uitgekozen, omdat dat de festivalmaand is in Schotland. Dat betekende drukte en volle (=dure!) hotels, maar ook veel extra cultuur om te zien en te doen.
Maandag 9 augustus: Glasgow
Na de avond ervoor te zijn geland in Edinburg en direct door te zijn gereden naar Glasgow, was het vandaag tijd om de stad te gaan verkennen. Gelukkig hadden we er maar 1 dag voor uitgetrokken, want wat een lelijke stad is het… Heel veel oude gebouwen (sommige mooi, maar de meeste rijp voor de sloop) die tussen moderne gebouwen in gepropt staan.
Toen wij er waren was er net het Piping Live! festival, wat betekende dat er overal doedelzak-gerelateerde dingen te doen waren. Tijdens ‘Piping in the Square’ kon je gratis naar diverse doedelzakbands kijken.
Ook hebben we een ‘Come & try’ workshop gedaan, zodat ik nu ook eens op een echte highland bagpipe heb gespeeld. Nou ja, poging tot spelen heb gedaan. Want dat is echt superlastig! Ik heb maar 1 bourdonpijp en daar zitten er 3 op, zodat er veel meer lucht in moet en het ook veel zwaarder is om het ding te spelen. Echt veel geluid kreeg ik er dan ook niet uit.
‘s Avonds reden we via Loch Lomond richting Oban, met een omweg om nog even naar de zogenaamde ‘cairns’ te kijken, die langs de route verspreid lagen. De stenen op de foto waren van een oeroude druïdetempel. De sfeer op het veldje was nogal eery, maar dat kwam niet zozeer door de stenen alswel door de gigantische groep schapen er omheen, die maar bleven mekkeren, alsof ze zeiden: “Ga wè-è-è-è-è-è-g….”
Dinsdag 10 augstus: Isle of Skye
Na een overnachting in Oban reden we verder naar the Isle of Skye. Het begin van de route voerde voornamelijk langs lochs, heel veel lochs. Al snel merkten we dat we de highlands inreden, want de bergen (al dan niet gehuld in nevels) werden steeds hoger, groener en imposanter. We zijn dan ook meerdere keren langs de weg gestopt voor fotomomentjes.
Eenmaal aangekomen op het eiland zijn we naar Armadale castle en het clan McDonald museum gereden, waar we een prachtige wandeling hebben gemaakt. Met als hoogtepunt de uitkijkplek op Armadale Hill, waar Mark de vraagstelde…
‘s Avonds probeerden we naar een ruïne in het dorpje Kyleakin te lopen. Dat was niet zo’n succes, aangezien we geen rekening hadden gehouden met het tij… De normale route bleek ondergelopen te zijn, waardoor het stenen pad overging in een platgelopen graspad en vervolgens helemaal verdween, en wij ineens midden op een volstrekt onbegaanbare heuvel tussen de hoge heiplanten stonden en de ruïne alleen maar vanuit de verte konden zien, terwijl de zon steeds harder onder ging. Tot grote frustratie van Mark.
Toen zijn we maar de lokale bar ingegaan, waar een heel leuk bandje met gitaar, trekzak en doedelzak speelde. Ter herinnering heb ik hun cd’tje gekocht, dat voor erg sfeervolle achtergrondmuziek zorgde toen we de volgende dag verder door de highlands reden.
Woensdag 11 augustus: op weg naar Inverness
Stop #1 was bij Eilean Donan Castle – het meest gefotografeerde kasteel van Schotland. Niet omdat het het mooiste is, maar hij ligt wel heel leuk op een eilandje:
Vanwege de hordes toeristen in de veel te smalle gangetjes was ik er echter al snel klaar mee en reden we door naar Loch Ness, met daaraan gelegen de ruïnes van Urquhart Castle.
In het nabijgelegen dorpje bezochten we het Loch Ness museum, waar we leerden over alle wetenschappelijke bewijzen voor én tegen het bestaan van het Monster van Loch Ness. Wij Nederlanders denken bij een monster in een meer: “dan onderzoek je dat meertje toch even?”. Maar de lochs in Schotland zijn wel een aantal formaatjes groter dan de Nederlandse meertjes, dus dat gaat niet zo makkelijk. Loch Ness is blijkbaar zo diep en lang dat de hele wereldbevolking er 3x in past!
De conclusie van het museum was dat heel veel mensen ‘iets’ hebben gezien, maar dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor het daadwerkelijk kunnen bestaan van het beest. Nou, laat ze maar kletsen. Wij hebben héél lang naar het water getuurd en toen zagen we… Nessie!!
De avond brachten we door in Inverness, in een pub waar sessions werden gehouden. Dat betekent: als je een instrument kunt bespelen en je kent het nummer (of kunt het snel leren), schuif dan gezellig aan en speel mee!
Donderdag 12 augustus: Ballater
Ballater is een dorpje in the middle of nowhere. Niet veel bijzonders te zien, behalve dan dat er deze dag echte Highland Games georganiseerd zouden worden! En ik wilde natuurlijk wel grote brede Schotten in kilt zien smijten met diverse objecten.
Tug-o-War
Highland dancing
Piobaireachd solo
Piobaireachd bands
Throwing weight
Light hammer tossing
Tossing the caber
Heavy stone tossing
Naast bovenstaande activiteiten waren er ook wat meer ‘normale’ sporten, zoals hoogspringen, verspringen en rennen. Sommige wedstrijden waren onderdeel van landelijke kampioenschappen, maar voor andere competities kon iedereen zich ter plekke inschrijven. Met enige trots kan ik dan ook mededelen dat mijn vriendje mee heeft gedaan aan de highland games, in het onderdeel sprint!! Weliswaar op zijn gewone schoenen en zonder sportkleding bij zich te hebben, maar het ging om de ervaring
Vrijdag 13 augustus: Edinburgh
Edinburgh bleek een veel prettigere stad te zijn dan Glasgow. Natuurlijk zijn we eerst het beroemde Edinburgh castle gaan bekijken, en daarna nog even het museum in geweest.
Maar op straat was er ook genoeg te doen. Er was een uiteenlopend scala aan festivals die tegelijkertijd plaatsvonden: van films tot kunst tot boeken. De hele stad hing volgeplakt met posters en mensen uitgedost in de meest vreemde kostuums probeerden je over te halen om vooral hun voorstelling te bezoeken. Er waren ook diverse straatartiesten, zoals vuurspugers en slangenmensen.
Ook de locaties waar de optredens plaatsvonden waren apart. Zo was er een gebouwtje op een plein neergeplant dat bestond uit een op haar rug liggende opblaasbare paarse koe (met de uiers de lucht in)…
Bij de ‘half price hut’, waar je tegen gereduceerd tarief tickets kon krijgen voor niet-uitverkochte voorstellingen voor diezelfde dag, kochten we op goed geluk een kaartje voor een comedyvoorstelling. Dat bleek een goede keuze, want hoewel dat snelle Engels af en toe moeilijk te volgen is, hebben we compleet dubbel gelegen om die man!
Eten
Voor culinaire hoogstandjes hoef je niet naar Schotland. Het pubfood hebben we zo veel mogelijk vermeden, maar ook in restaurants kreeg je voornamelijk vette hap. Dat gecombineerd met een uitgebreid Scottish breakfast (minimaal bestaande uit eieren, spek, worstjes, tomaten en bonen) en het feit dat er voor de lunch nauwelijks gewoon brood te krijgen is en als je dat al vindt, er ook gelijk chips bij geserveerd worden, zorgde ervoor dat ik me na een aantal dagen zienderogen voelde uitdijen.
Als je in Schotland bent, dan moet je natuurlijk wel haggis eten. En hoewel er de meest ranzig klinkende ingrediënten in gaan, is het niet eens vies. Het is een soort flink gekruid gehakt, best lekker eigenlijk. Hiernaast een portie haggis, geserveerd met het veel voorkomende bijgerecht neeps & tatties (bieten en aardappelpuree).
Ook moest ik even het drankje ‘Irn-Bru’ proeven. Wist je dat Schotland en Peru de enige landen zijn waarin de lokale frisdrank beter verkoopt dan Coca Cola en Pepsi? Ook dat spul is best lekker, het smaakt een beetje naar cherry bubblegum. Maar toch heb ik liever cola.
Poezebeesten
Niet alleen Schotse mensen zijn anders dan Nederlanders, ook bij hun katten is er een verschil in cultuur te herkennen! Hun manier van aaien is anders. Van de vier katten die ik ontmoet heb, wilden er twee door mij ‘gewassen’ worden: ze duwden met hun pootje mijn hand naar voren, likten de hand, en schuurden vervolgens met hun kopje over de natgelikte plek heen. Erg schattig
Over poezebeesten gesproken… het enige minder leuke aan onze vakantie was dat Zulay en wij elkaar een hele week moesten missen. Gelukkig was Marion zo lief om haar niet alleen te komen voeren, maar ook dagelijks van een flinke portie aandacht en knuffels te voorzien. Desondanks was Zulay heel blij ons weer te zien en heeft ze daarna zo veel mogelijk bij ons op schoot gelegen. There’s no place like home!