Nu ik weer naar re-enactmentevenementen ga, moest ik toch maar eens aan de slag met een plan dat al een tijdje op de plank lag, maar wat er nooit van was gekomen: een passende haardracht voor bij mijn outfits.
Ik heb al een hoofddoek, die ik in een rol om mijn hoofd kan wikkelen. Lekker makkelijk en blijft goed zitten. Het probleem is wel dat door de dikte van de stof en de lengte ervan, de rol dermate dik is dat ik er geen hoofddeksel overheen kan doen. Terwijl kaproenen, strohoeden, sluiers, etc. altijd wel over hoofddoeken heen werden gedragen. Dus moest er een hoofddoek komen die niet alleen dun en plat is, maar ook goed blijft zitten als ik de hele dag in touw ben.
Daarnaast zie je op afbeeldingen uit de late middeleeuwen heel vaak vlechtjes langs de hoofden van dames hangen, die onder de sluier of hoofddoek uit komen, of (door de hogergeplaatste dames) supergestyled zonder iets erover werden gedragen. Als het dermate populair was, hoort het eigenlijk wel bij mijn outfit. Bovendien vind ik het charmanter staan als er ook wat haar te zien is, zeker als de hoofddoek heel strak en plat komt te zitten.
Maar ja, ik heb veel te dun haar om aan beide kanten van mijn hoofd een vlechtje te maken. Inmiddels is mijn haar zo dun geworden dat ik amper één zielig piezelig vlechtje aan de achterkant kan maken (de genen van mijn pa: ik word niet kaal en zelfs amper grijs, maar ik verlies ieder jaar volume). Gelukkig waren er in de middeleeuwen natuurlijk ook mensen zoals ik, dus ook toen werd er flink met nephaar gewerkt.
Oftewel: lang leve cheap-ass haardecoratie van de H&M:

Sluiers werden niet alleen op hoofddoeken, maar ook wel eens op een zg. fillets gespeld – da’s gewoon een reepje stof dat je om je hoofd speldt als basis. Dus besloot ik een fillet te maken met daaraan vlechtjes van nephaar. Die kan ik dan zowel onder alleen een sluier dragen als onder een hoofddoek, eventueel met nog iets anders er overheen.
Zo’n fillet is snel gemaakt: strookje stof van linnen knippen, dubbelvouwen en vaststikken. De uiteinden van de vlechtjes heb ik vooraan tussen de stof genaaid. Het bevestigen van de andere uiteindes was wel een beetje een uitdaging, want de vlechtjes waren te lang. In plaats van ze af te knippen (met enorm risico op losgaan, en ik vertrouw mijn lijmkunsten niet zo) en ze ook aan de zijkanten tussen de zoom te zetten, heb ik ze aan de achterkant over elkaar heen laten lopen en daar vastgezet.

De achterkanten van de fillet kun je bij je achterhoofd tegen elkaar spelden, maar ik heb de strook lang genoeg gemaakt zodat ik hem vast kan knopen. Dat zit net wat steviger.
Wat niet goed is gegaan, is dat één vlechtje een beetje van het hoofd afstaat in plaats van, net als de ander, recht naar beneden te vallen. Geen idee waarom; ik heb ze even schuin tussen de stof in genaaid. Ook na loshalen en een beetje verschuiven wil het niet. (Het lijkt mijn echte haar wel, dat wil ook nooit goed zitten.) 

Gelukkig kan ik hem wel platter duwen als er wat anders overheen gaat.
Zoals de Birgitta cap die ik ook maakte. Die werd gedurende een lange periode gedragen door verschillende klasses en is ook veelvuldig op middeleeuwse afbeeldingen te zien. En het is een ding dat goed blijft zitten!

De basis is twee linnen vierkantjes met een afgeronde hoek:

Note to self: de volgende keer alleen de ronde kant zomen. Want zowel over de onderkant als de voorkant komt straks een band, die als afwerking kan dienen.
Het was ook niet per se nodig om in het midden decoratieve stiksels te maken, maar ik vond het wel leuk om die ook toe te voegen in plaats van beide helften gewoon aan elkaar te naaien. Hopelijk houdt het een beetje; ik weet niet wat ze er destijds voor gebruiken. Waarschijnlijk zijde. Maar da’s echt te chique voor mij als muzikante. Dus heb ik wolgaren gebruikt.

(Handig, zo’n piepschuim hoofd. Zo blijven de helften netjes even breed van elkaar staan en heb ik beide handen vrij om te borduren.
)

Vervolgens plooi je de onderkanten. Je moet wel even opletten dat je genoeg plooit, anders kun je beide delen in je nek niet ver genoeg naar elkaar toe trekken en zit je Birgitta cap niet strak genoeg om je hoofd.

En dan knip je een lange strook stof die je dubbelslaat en om de rand (voorkant en geplooide onderkant) stikt. Met de hand, uiteraard.

Door de lange uiteinden van de band tegen elkaar te naaien, vorm je een lange lus die je daarna om je hoofd kunt wikkelen zodat de boel blijft zitten.
Tadaa:

Samen met de fillet met vlechtjes (die dus optioneel zijn):

Eigenlijk had ik de cap nóg meer moeten plooien, want hij zit nog een beetje los.
Tot slot maakte ik ook nog een sluier. Da’s niets anders dan een halve cirkel van linnen (die van mij heeft een straal van 60cm) die aan alle kanten is omgezoomd (wederom met de hand, ja).
Helemaal correct is hij niet, want dit is superdoorschijnend linnen. Als ik naar manuscriptafbeeldingen kijk, waren de meeste sluiers van dikkere, niet-doorschijnende stof. Alleen rijkelui hadden doorschijnende sluiers en dat ben ik als muzikante natuurlijk niet. Maar ik had geen goed linnen meer op voorraad, hij valt zo wel veel mooier en voor warme dagen is het luchtiger. Als ik nog eens goed linnen tegenkom dan maak ik wel een nieuwe.
Het eindresultaat als ik alle drie de maaksels combineer:


En dit is de sluier alleen over de fillet met vlechtjes:

Zoals gezegd kan ik in plaats van een sluier, er bijvoorbeeld ook mijn open kaproen overheen dragen. Yay, opties! 