CaDansa 2023

De afgelopen 5 dagen was ik ondergedompeld in balfolk! Het begon woensdag al, met een folkbal in Nijmegen. En de dag erna vertrok ik naar Steenwijk voor balfolkfestival CaDansa!

Dit jaar vierde het festival haar 10e jubileum. Ik moest het even op mijn blog nakijken, maar ik heb van de 10 edities slechts ééntje gemist vanwege een LARP. Het festival is flink geëvolueerd in al die jaren: het begon in de Musketon in Utrecht, daarna is het een tijdje in Duiven geweest en toen groeide het dermate uit zijn jasje dat ze naar de grotere locatie in Steenwijk zijn verhuisd. Al vanaf het begin zijn er de speciale ‘touches’ die CaDansa CaDansa maken, die al die jaren behouden zijn gebleven: zo is er ieder jaar een dier als mascotte en wordt het festival helemaal in die sfeer aangekleed, hangen er A4-tjes op de toiletten waar je je verbale boodschappen op mag achterlaten, zijn er in de ochtenden dans- en muziekworkshops, worden her en der bordspelletjes gespeeld en zijn er spontane sessies door muzikanten. Toch is er ook veel geprofessionaliseerd en meer geregeld: speldde men vroeger een briefje op de rug als men een ritje naar huis zocht, nu zijn er carpool-lijsten en carpool-Whatsapp groepen. Er is een ‘consigne’ om je instrumenten veilig te stallen en er is een merchandise stand. Het festival is uitgebreid van 3 naar 4 dagen. En tegenwoordig is er actief toegangsbeheer nodig.

Voor het 10-jarig jubileum mochten alle mascottes van voorgaande jaren nogmaals hun opwachting maken en was er divers decoratie-materiaal gerecycled. De programmering bestond uit bands die in voorgaande jaren ooit waren geboekt. In de merch-stand kon ik nog een festivalbeker scoren die ik op een vorige editie had gemist en op de zondag was er een veiling van oud decoratie-materiaal waar enthousiast op werd geboden. Aan het eind van iedere dag werd er nadat de laatste band had gespeeld, een voor-het-slapen-gaan-verhaaltje verteld over alle mascottes die een feestje gaven, dat de volgende dag werd vervolgd en op zondag aan het eind van het festival zijn ontknoping kreeg. Bij de afsluiting van het festival werd nog meer speciaals gedaan: we gingen op kleur van onze kleding staan en maakten een lange dans-rij, zodat we een dansende regenboog vormden, waarna iedereen individueel een chocolaatje kreeg van de organisatie. Dat vind ik zo leuk aan dit festival: het is inmiddels echt groot en internationaal bekend (dit jaar waren de meeste bezoekers en vrijwilligers ooit: zo’n 850 tickets in de voorverkoop en 133 vrijwilligers) maar toch voelt het ook weer klein en persoonlijk.

Toch ben ik maar zelden full-time aanwezig geweest: vaak ging ik slechts één of twee dagen en reed ik daarvoor op en neer in plaats van ergens te blijven overnachten (Duiven was sowieso dicht bij huis), waardoor het niet echt de volledige festival-ervaring gaf. En zo rond 2016 vond ik de sfeer er ook wat minder worden – door de vele buitenlanders die het festival was begonnen te trekken werd het wat anoniemer en ontstond er een beetje een kliekjessfeer voor mijn gevoel, waardoor ik me wat minder thuisvoelde. Maar daar merkte ik dit jaar weinig van.

Dat kwam misschien ook doordat ik dit jaar voor het eerst vrijwilliger was. Ik was oorspronkelijk gevraagd door de organisatie of ik hoofd van het mediateam wilde worden, maar daar had ik voor bedankt – dat leek me iets te veel op werk, en bovendien was CaDansa nog een van de weinige evenementen waar ik gewoon als bezoeker heen kon gaan, zonder verantwoordelijkheden als muzikant of vrijwilliger.
Maar toch bleef het knagen – voor de balfolk-community had ik immers nog niet zo veel teruggedaan. Bovendien zat ik nogal te twijfelen hoeveel dagen ik wilde gaan (eigenlijk maar twee ofzo), maar dan kon je geen gebruikmaken van de kortingsregelingen voor de overnachtingen. En iedereen die ik vroeg om een hotelkamer mee te delen, had al een slaapplek elders gevonden of was vrijwilliger en kreeg dus via de organisatie een slaapplek. Dus bleef ik het kopen van een kaartje voor me uit schuiven omdat ik niet kon beslissen wat ik nou wilde.
Op een geven moment besloot ik daarom om toch maar te gaan vrijwilligen – maar dan wel in een ander team dan het mediateam. Ik belandde in team ‘sfeerbeheer’, wat feitelijk het beveiligingsteam was: we controleerden de kaartjes aan de deur en deelden polsbandjes uit. Daarnaast was het de bedoeling dat we af en toe een rondje door het gebouw deden om te kijken of alles in orde was, en bijvoorbeeld zorgen dat de nooduitgangen vrij bleven van tassen.

Mijn werkplek

In praktijk betekende het ook: voorkomen dat mensen met pizza’s en ander afhaalvoedsel het pand binnenliepen (vond de door de locatie ingehuurde catering niet zo leuk) en men met glaswerk naar buiten liep (om oepsjes met scherven te voorkomen). En de best wel lastige taak om een specifiek persoon die een gebouwverbod had, buiten de deur te houden mocht die komen opdagen, en om mensen die emotioneel over de zeik waren en dergelijke, eerst te kalmeren voordat ze weer de dansvloer op gingen.

Van de ene kant lag die taak mij heel goed: ik vind het leuk om bij te dragen aan een fijne sfeer en mensen vriendelijk glimlachend te verwelkomen. Bovendien kan ik prima streng zijn als het nodig is. Het is daarbij fijn dat balfolkies heel relaxte en meegaande mensen zijn, dus ook al waren ze (begrijpelijk) gefrustreerd als ik ze terug de kou en regen in stuurde met hun pizza’s, ik had nooit het gevoel dat ze het me persoonlijk kwalijk namen. Van de andere kant ben ik wat minder sterk in het persoonlijke aspect en dingen de-escaleren. Eigenlijk zouden we voor die dingen een soort cursusje moeten krijgen, want je kunt dat ook niet zomaar aan iedereen overlaten. Gelukkig hadden we een ervaren teamleider die continu aanwezig was en kon ingrijpen wanneer dat nodig mocht zijn, en waren er nauwelijks echte incidenten, want balfolkies worden bijvoorbeeld niet vervelend dronken, de meeste overtredingen gebeuren uit onwetendheid in plaats van kwade opzet, en als de politie langskomt blijkt dat slechts te gaan om verkeerd geparkeerde auto’s.  :P

foto door Orkfotografie

Zo veel mogelijk gezichten herkennen is ook best belangrijk in een functie bij de deur. Natuurlijk kon ik niet weten dat de dame die donderdagavond zonder polsbandje binnen wilde lopen de wethouder van Steenwijk was en voor het openingspraatje kwam, en natuurlijk ken ik niet álle muzikanten. Maar op een gegeven moment zit je zo in de controleflow dat je automatisch eerst naar de polsen van binnenkomende bezoekers kijkt en daarna pas naar hun gezicht, waardoor het lijkt alsof je ook de mensen die je wel kent, niet herkent. Dat leverde soms wat awkward situaties op, zoals toen Pascale van de band Naragonia binnenkwam en dacht dat ik haar niet herkende omdat ik eerst haar bandjesloze pols bekeek en toen automatisch vragend omhoog keek, waarna ik pas haar gezicht zag, waardoor ze zich blijkbaar genoodzaakt voelde om “Euh, ik ben van de band…” te stamelen. Argh, ja, dat weet ik echt wel…  :oops:

Dan was er nog de ‘porto-pret’, want naast veel nuttigs komen er ook hilarische dingen langs op de portofoon. “Backstage aan HQ: de band wil een dans gaan uitleggen. Kan er op korte termijn een bezem geregeld worden?” Euh, wut…?  :lol:

Hilarisch was ook het wat oudere stel dat mij een ietwat vreemde QR-code aanbood om te scannen. Hij wilde dan ook niet scannen en ik kon hun naam ook niet in de lijst met in de voorverkoop gekochte kaartjes terugvinden. Wat bleek: ze hadden een kaartje gekocht voor een evenement dat de week erna op deze locatie plaats zou vinden en waren domweg een week te vroeg gekomen.  :lol:

De hoeveelheid tijd die in de vrijwilligerstaak ging zitten was wel aanzienlijk. Ik moest dan ook even slikken toen ik zag dat ik op vrijdag een dienst van 5 uur had, en op zaterdag eentje van maar liefst 6 uur achter elkaar. Beide tijdens etenstijd, startend al voordat de catering warm eten serveerde en eindigend lang nadat mijn hangry-grens was bereikt. Maar mijn shifts waren ook aangepast doordat ik had aangeboden als back-up te fungeren voor de doedelzakworkshops die in de ochtend werden gegeven, omdat degene die die workshops zou geven mogelijk weg moest vanwege familie-omstandigheden. Doordat ik preventief daarvoor was vrijgeroosterd, betekende het dat ik meer shifts had tijdens de bals in plaats van bv. tijdens de workshops of loze momenten tussendoor. Op zaterdag was ik bijvoorbeeld pas om half 11 ‘s avonds beschikbaar voor dansjes en heb ik die dag dus maar 2,5 uur kunnen dansen. Nou ja, het zij zo. Gelukkig hoefde ik op zondag alleen in de ochtend aan de deur te zitten en heb ik die dag wél alle bands mee kunnen krijgen.

foto door Ronald Rietman

Het vrijwilligerswerk werd ook vergemakkelijkt doordat er veel lieve mensen waren die me tijdens mijn diensten bij de ingang kwamen opzoeken voor een praatje en knuffels, dus dat was erg fijn! En wanneer ik dan eindelijk de dansvloer betrad, werd ik meteen vanuit alle kanten gegrepen voor een dansje door mensen die daarop hadden zitten wachten, dus ik hoefde weinig moeite te doen om een danspartner te vinden.  :P
Sowieso was dat geen groot issue: op CaDansa lopen heel veel goede dansers rond, dus eigenlijk kun je een willekeurig iemand van de vloer plukken en dan komt het 9 van de 10 keer goed.

Die laagdrempeligheid voor contact is erg fijn. Ik heb weer behoorlijk wat nieuwe mensen leren kennen, en alleen op CaDansa komt het voor dat ik midden in de nacht met 4 wildvreemde Italianen in mijn auto naar een ergens buitenaf gelegen slaaplocatie rijd (want als een van de weinige autobezitters is het wel zo sociaal om zo veel mogelijk mensen mee te nemen en zo de shuttledienst-vrijwilligers wat te ontlasten).  :D
Ook in de vrijwilligersbackstage was het steeds erg gezellig. Eén van de andere vrijwilligers bleek ook graag te zingen en dus verzamelden we wat andere vrijwilligers bij elkaar die ook wel mee wilden doen met het leren en zingen van een canon die hij kende. Toen we op een gegeven moment maar met z’n tweeën overbleven hebben we ‘De uil zat in de olmen’ vertaald naar het Engels zodat hij en eventuele anderen die makkelijker mee konden zingen.  :lol:

In de photobooth met Edwin :)

Hoewel het even duurde voordat ik stopte met denken in het Engels, heb ik helaas geen tijd gehad om in een after-festival-dip terecht te komen. Het was achteraf gezien dan ook niet zo’n goed idee om in de werkweek na een festival, een serie gebruikerstesten te plannen. En al helemaal niet om twee van die testen op de maandag te doen, voordat ik ‘s middags een tweeënhalf uur durende training moest geven. Argh. En het was ook niet zo’n goed idee om alle avonden van die week plus het weekend erna helemaal vol te plannen: ik vrees dat ik tijdens de bandrepetitie van vanavond bijzonder weinig bij heb gedragen… Morgen coupeuse-opleiding, woensdag een dansworkshop met een vriendin, donderdag bezoek van een vriend, vrijdag t/m zondag een weekendje weg met vriendinnen, maandag zangles, dinsdag weer opleiding… en daarna heb ik daadwerkelijk twee avonden vrij om bij te komen, als ik dan nog niet volledig ben ingestort.  :roll: (Oh ja, ik moet ook nog een keer huishouden doen… dat moet dan maar gewoon 2 weken on-hold vrees ik.)

Maar hee – volgend jaar weer!  :D

Het vrijwilligersteam

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.