Met ‘t Vaerdich Volk hebben we afgesproken om periodiek een ‘HC-dag’ te houden. Oftewel: een middagje afstemmen in hoeverre onze spullen wel voldoende historisch correct zijn. Want er zijn mensen met verschillende expertises binnen de groep en van iedereen kun je wat leren.
Gistermiddag zouden we gaan focussen op onze kleding. Drie keer raden wie daar advies over mocht geven.
Na een en ander doorgesproken te hebben, pakten we naald en draad erbij en gingen we gelijk aan de slag met het aanpassen en bijmaken van onze outfits.
Na hard werken is het goed rusten, dus sloten we de dag af met een barbecue. Het was even timen tussen de buien door, maar gelukkig werd het na half 6 daadwerkelijk droog en blééf het droog. En met een vuurschaal ernaast was het warm genoeg om tot een uur of twaalf in de achtertuin te blijven zitten.
Dit weekend stonden we met ‘t Vaerdich Volk voor het eerst op het Middeleeuws festijn van kasteel Doornenburg. Het was een wisselend weekend, maar ik heb er toch een goed gevoel aan overgehouden.
Tijdens het opbouwen kregen we de ene na de andere plensbui over ons heen en op een gegeven moment was ik nat tot op mijn onderbroek. Dat gecombineerd met voor mijn biologische klok te laat avondeten, maakte mijn humeur er niet al te best op. Gelukkig had ik een handdoek en droge kleding bij me, dus ‘s avonds zat ik weer lekker warm onder de groepsluifel en blèrden we bij het kampvuur liedjes uit mijn muziekbundel.
Ondanks de grote hoeveelheden zon en de hoge temperaturen op zaterdag en zondag, is het geen enkele dag droog gebleven. Op zich is af en toe een flinke plensbui niet zo’n probleem – we sjorren de scheerlijnen even strakker en we schuilen gewoon totdat het weer over is gewaaid. Wel een probleem was, dat het weiland waar we op stonden, zeiknat was en bleef. De tractor van de organisatie had een dagtaak aan het uit de blubber trekken van alle mudvol geladen busjes en aanhangers.
Na het opbouwen op vrijdag was het zo’n grote modderpoel geworden, dat de auto’s die er op zaterdagochtend nog stonden, niet meer van het terrein af mochten. Die moesten maar ergens achter de tenten worden gestald. En helaas was het op zondag, nadat alle bezoekers en re-enactors er overheen gelopen waren, nog steeds niet voldoende droog en stevig geworden om de auto’s weer toe te laten.
De organisatie had daarom platte aanhangers geregeld waar je je ingepakte spullen op kon leggen, die de tractor dan naar het parkeerterrein vervoerde. Maar ja, het was een enorm terrein met heel veel groepen, dus als we daar op hadden gewacht, waren we vanochtend pas thuis geweest. Dus dan maar de auto op het verharde weggetje achter het terrein neerzetten en alle spullen over het weiland dragen en over stukgeknipt prikkeldraad tillen om te kunnen inladen. Auw, mijn arme spieren…
Gelukkig heb ik een lieve echtgenoot die me, eenmaal thuis gekomen, hielp met uitladen en frietjes voor me haalde, zodat ik op de bank kon crashen. <3
De sfeer in de groep was gelukkig erg fijn. Er waren drie aspirantleden voor het eerst bij, maar dat klikte erg goed. De arme mensen zijn wel gelijk aan het werk gezet… Zij hebben zelf natuurlijk nog niet zo veel zooi bij zich als wij, dus hielpen ze aan het eind van het weekend mee met onze meuk naar de auto’s zeulen. Punten verdiend!
Op zaterdagavond was er een barbecue voor alle re-enactors, georganiseerd door de beheerders van het kasteel. Hoe laat? Dat wist niemand ons te vertellen. Om half 8 hoorden we via via dat de barbecues aangezet gingen worden…. Aángezet? Argh! Hongerrr!! Gelukkig kon onze kok nog wel een tussenmaaltje voor ons bereiken, anders was het zeker niet gezellig gebleven. En hoewel we inderdaad pas na half 10 ons vlees op ons bordje hadden liggen, bleek het wel weer superkwaliteit vlees – omnomnom!
Het doedelzak spelen ging goed. Het instrument had gelukkig geen last van het vocht en ik heb nog gezellig samen kunnen spelen met een doedelzakspeler van een andere groep. Nou ja, samen… om en om. We kregen onze speelpijpen niet gelijk gestemd.
Tijdens een tochtje over het terrein hoorde ik mooi gezang en ben ik even blijven luisteren. Na afloop vroeg ik wie ze waren. Ze heetten Anderfolk.
Ik: “Oh, daar heb ik wel eens van gehoord.”
Zij: “Oh ja, echt?? Ze heeft van ons gehoord! Hihi, we zijn beroemd!! Waar ken je ons dan van?”
Ik: “Weet ik niet meer; ik heb de naam wel eens horen vallen. Ik zit zelf ook in een bandje, dan krijg je wel wat mee van andere muzikanten.”
Zij: “Oh… wacht… jij bent toch van Tweedledum & Tweedledee?? Mooie nieuwe kostuums hebben jullie!”
Heh, blijkbaar zijn wij ook beroemd.
Het kaartweven ging helaas voor geen meter. Ik ben nog steeds bezig aan een enorm lange band die maar niet goed op mijn weefgetouw wil spannen. Op mijn nieuwe moderne weefgetouw blijkt het een stuk beter te gaan, maar die kan ik natuurlijk niet op een middeleeuws evenement gebruiken. Ik had daarom thuis flink doorgeweven in de hoop dat het resterende stuk kort genoeg zou zijn om toch nog een beetje op te kunnen spannen. Maar dat viel tegen. En ik heb tweemaal een fout gemaakt die ik door alle bezoekers om me heen niet meer kon herstellen, terwijl het deel dat ik thuis heb geweven foutloos is gebleven. Bovendien is maar liefst 3x een draad gebroken. Argh! Dat krijg je met linnen en vochtig weer…
Desondanks was het erg fijn om alle bewonderende blikken te ontvangen. Niet alleen van bezoekers, maar ook van andere re-enactors die ons kamp kwamen bekijken. De meeste mensen beseffen wel dat het een t*ringklus is om zoiets te weven en vinden het resultaat erg mooi.
Verkocht ik vorig evenement nog vooral armbandjes en kwastjes aan kinderen van bezoekers, dit weekend heb ik alleen maar aan mede-re-enactors verkocht. En maar liefst €50,- verdiend! Ik verkocht een wollen band, zijden kwastjes en ook een van mijn recentelijk gemaakte tasjes, die voor het eerst tussen de koopwaar lag. Hm, misschien maar meer van dat soort tasjes produceren?
Spelers bedenken soms de meest hilarische dingen tijdens een LARP-evenement. De vorige Charm werd er een inventarisatie gemaakt van spullen die de reizigers nodig hadden om een bepaalde queeste op te lossen. Denk aan wapens, verband en proviand. Die lijst met benodigdheden zou dan aan een handelaar mee worden gegeven, die zou regelen dat op het evenement van afgelopen weekend, de gevraagde spullen werden geleverd.
Op de een of andere manier hebben enkele spelers (ik hoorde achteraf pas dat het o.a. Mark was…) het voor elkaar gekregen om ‘een haring’ en ’35 roze onderbroeken’ op de boodschappenlijst te laten noteren. Geen idee waarom ze dachten dat nodig te hebben, maar dit was natuurlijk veel te leuk om er niets mee te doen.
Nou is ondergoed niet bepaald goedkoop, dus als je 35 slipjes in de winkel koopt, ben je een kapitaal kwijt. Dat gaat allemaal af van het budget voor echt nuttige requisieten en we blijven natuurlijk een vereniging zonder winstoogmerk en dus met beperkte middelen. Door de verhaalcommissie wordt dan ook regelmatig aan de figuranten gevraagd of zij niet nog iets thuis hebben liggen dat voor het spel gebruikt kan worden. Zo ook de oproep voor 35 roze onderbroeken.
Dat heeft natuurlijk niemand. Maar ik vond het echt zonde om het voorbij te laten gaan. Ik overwoog om zelf wat te gaan naaien van roze stof. Maar dat zou er dan toch een beetje sip uit gaan zien vreesde ik, of onevenredig veel tijd gaan kosten.
Toen herinnerde ik me dat er op loopafstand van de universiteit, een Hema outletstore zit. Hmmm… zouden die…?
Met gekruiste vingers ging ik er tijdens een lunchpauze heen en grabbelde ik door de bakken met afgeprijsde meuk. En jawel hoor: ze kwamen om in de (spuuglelijke) roze onderbroeken!
Hoewel ze allemaal flink afgeprijsd waren, waren de goedkoopste exemplaren helaas nog steeds €2,- per stuk. En €70,- voor een grapje is nog steeds niet grappig.
Dus trok ik de stoute schoenen aan en liep ik naar een medewerkster die er enigszins leidinggevend uitzag. Ik legde haar uit dat ik voor een evenement 35 roze onderbroeken nodig had, maar dat ik een maximaal budget van €10,- had (ik riep uiteraard maar wat – kijken hoe ver ik zou komen). En ik benadrukte dat ik vermoedde dat ze deze dingen echt niet aan de straatstenen kwijt zouden gaan raken, dus dan was €10,- er voor krijgen misschien beter dan weggooien?
En jawel hoor; ze stemde toe!! Ze liep met me mee naar de kassa en vertelde aan de kassajuffrouw dat ze maar gewoon 10 onderbroeken voor €1,- aan moest slaan, en liep toen weg.
De kassajuf deed braaf wat haar was opgedragen.
*Ding!* deed de kassa.
“Oh”, zei ze: “De kassa heeft zo te zien een korting toegepast: 3 slips voor de prijs van 2. Dat wordt dan €7,- alstublieft.”
Bwahahahaha! En zo had ik 35 roze onderbroeken voor slechts 7 euro! XD
(Jawel, zelfs mét hartjes erop! )
Alleen al van de voorpret moest ik stuiteren. En ik kon het uiteraard niet laten om, eenmaal terug op kantoor, mijn aanwinst aan mijn collega’s te laten zien. Die er uiteraard niets van snapten en het maar hoofdschuddend aankeken.
Helaas heb ik afgelopen weekend niet de blik van de spelers kunnen zien toen de handelaar de stapel ondergoed aan hen overhandigde. Maar de resultaten waren wél zichtbaar. Die dingen bleven overal opduiken! Tussen de spullen in het monsterhok. Op het hoofd van diverse personen. En de spelers hebben zelfs enkele exemplaren in de mega-dromenvanger verwerkt, die ze moesten bouwen om het gat in de Droomwereld te dichten. Nadat de slipjes waren ingezegend door een priester. OMG!! XD
Hier gaan we ook gegarandeerd nog lang napret van beleven. Best bestede 7 euro evah!
Vanwege de bruiloft van Dave en Marieke afgelopen vrijdagavond, konden we pas op zaterdagochtend aankomen op Charm. Vooraf was ik een beetje bang dat ik daardoor weinig leuk spel zou hebben, aangezien de meeste vaste NPC-rollen al op vrijdagavond het spel in moeten kunnen en ik op zaterdag ook al deels voor een andere rol was geclaimd. Daardoor bleven voornamelijk de butsrollen waar extreem veel schmink voor nodig was, over. En ik had stiekem niet zo veel zin om me driemaaldaags te moeten douchen om vervolgens nógmaals pimpelpaars gebodypaint te worden.
Maar mijn zorgen bleken onterecht. En er waren gelukkig veel superenthousiaste nieuwe NPC’s die zich zowat verdrongen voor die schminkrollen, dus voelde ik me niet bezwaard om mijn zaterdagpersonage wat uit te bouwen om het de hele dag door te kunnen blijven spelen.
Roland’s personage zou namelijk gaan trouwen, en op zaterdag zou de bruiloft worden gehouden. Omdat het leuk is als er dan feest met muziek en dans is, had hij Willem, Rinske en mij gevraagd om muziek te komen maken, vooraf gegaan aan balfolklessen van Jolanda, zodat iedereen die wilde dansen, ook de pasjes kende.
Superleuk om te doen, maar het vergde uiteraard wel wat voorbereiding. Dus zijn we voorafgaand aan het evenement driemaal bij elkaar gekomen om muziek uit te zoeken, arrangementen te bedenken en te repeteren. Gelukkig spelen we alledrie meerdere instrumenten en waren we dus redelijk flexibel.
Uiteraard ging het op het moment zelf totaal niet vlekkeloos, maar ach – volgens mij viel het niet heel erg op. Veel mensen lieten achteraf weten het erg sfeervol te hebben gevonden dat er muziek was en er hebben behoorlijk veel spelers gedanst, dus het was zeker een succes!
foto door Dmvdberg; gecropt door mij voor deze post
De verhaalschrijvers hadden ons een klein plotje meegegeven voor enkele spelers en hadden bedacht dat we Bloedelfen zouden spelen. Dat vond ik wel lastig, want hoewel we een briefing kregen met de geschiedenis en politieke samenstelling van hun maatschappij, stond er nergens op papier hoe een Bloedelf zich in het algemeen gedraagt en hoe ze qua cultuur en persoonlijkheid precies verschillen van andere elfenrassen. En ik vind het lullig als de spelers die het ras hebben bedacht, vinden dat ik het niet goed neerzet. Maar goed, ik heb geprobeerd dat los te laten en maar gewoon te doen wat op dat moment in me opkwam.
We hadden verder ook geen uitgewerkte achtergrond ontvangen van de verhaalschrijvers. Ik wist mijn naam, leeftijd, ras, en dat ik muziek kon maken. De rest lieten de verhaalschrijvers aan onszelf over, erop vertrouwend dat we ervaren genoeg waren om er iets leuks van te maken. Dat is een compliment, maar eerlijk gezegd ben ik beter in kostuums bedenken dan in achtergronden verzinnen. Zeker als NPC zijnde wil je niet alleen iets dat leuk is voor jezelf, maar ook iets waar je de spelers in kunt betrekken. En wat was dan iets waar ik ze bezig mee kon houden?
“Stille Wind” – foto door Yvon V.
Uiteindelijk bedacht ik dat ik een terugkerende droom had, waarin ik prachtige muziek hoorde die ik heel graag wilde kunnen naspelen, zodat ik een betere muzikant zou worden. Maar steeds wanneer ik wakker werd, was ik de melodie compleet vergeten. Aangezien het hoofdplot van het evenement draaide om problemen met de Droomwereld, had ik besloten ervoor te zorgen dat ik werd uitgekozen als muzikant voor de bruiloft, zodat ik naar deze locatie kon reizen waar men hopelijk beter wist wat ik met deze droom moest.
Ik had geen voorgeschreven oplossing in mijn hoofd. Het kon zijn dat ze me mee wilden nemen naar de Droomwereld om daar muziek te zoeken, of wellicht bedacht iemand dat ze mijn droom met een dromenvanger konden opvangen.
Diverse spelers hebben het gelukkig superleuk opgepakt! Ik ben onder andere onder hypnose gebracht in een poging de melodie terug te halen. Uiteindelijk is iemand samen met mij in ons hoofd mijn droom binnengegaan om het te koppelen aan associaties zoals geur, zodat die bij wakker worden de herinnering konden triggeren. Dat vond ik een leuke oplossing en de spelleider die we erbij hadden gehaald maakte vervolgens de supergave call dat de muziek die ik hoorde, een slaapliedje was dat mijn overleden moeder vroeger voor me zong. Die herinnering leverde uiteraard lekker veel drama op. Ik heb heerlijk een potje zitten grienen met de spelers. (En shit, toen werd me gevraagd de melodie daadwerkelijk te zingen. Euh… fuck… ken ik nog een mooi elfenachtig liedje?? Note to self: beter de details voorbereiden. :-P)
En als muzikant zijnde kon ik later op de avond uiteraard geheel verantwoord met mijn liederenbundel bij het kampvuur gaan zitten om liedjes te zingen.
Toch heb ik ook nog een paar andere rolletjes gespeeld. Zoals een ‘Doebdoeb’: een harig droomwezen op vier poten. Dat pak is echt hilarisch, maar ook loeiwarm, en continu op handen en voeten lopen is behoorlijk vermoeiend. Ook zie je geen klap omdat er een masker op je voorhoofd zit en je alleen naar de grond kunt kijken. Ik ben dan ook tot driemaal toe bijna tegen een boom aangelopen. XD
foto door Dmvdberg
Ook op dat rolletje werd superleuk gereageerd. Het was namelijk de bedoeling dat ze me terug de Droomwereld in kregen en omdat ik geen onaardig monster was, hebben ze me gelokt door me te aaien en te knuffelen.
Voor mijn rolletje als ‘butsboerin’ kreeg ik instructies voor linievechten van een mede-NPC, wat ook erg leuk was! Volgens mij was onze schildmuur behoorlijk indrukwekkend. En dermate effectief, dat we bewust wat moesten inhouden en domme dingen doen om niet te winnen van de spelers.
Op zondag mocht ik “de Stille Wind” spelen. Ik kan niet uitleggen wat dat voor rol was, want het is nog geheim voor de spelers. Bovendien heb ik zelf ook alleen ‘need to know’-informatie gekregen van de verhaalschrijvers, dus feitelijk wist ik zelf amper wat en wie ik was! En da’s best lastig spelen. To be continued…
Al met al was het een supergaaf evenement. Niet alleen door het spel, maar ook vanwege alle prachtige requisieten en hoe goed alle droomwezens waren geschminkt. Er waren onder andere latexhoorns en -klauwen, fladdervleugels, lichtgevende kwallen (paraplu’s met slierten organza en kerstlichtjes) en meer. En 35 roze onderbroeken – waarover meer in een volgend blogje.
Het was een re-enactmentevenement met gemengde gevoelens, afgelopen maandag.
We waren gevraagd door de Graven van Holland, een bevriende re-enactmentgroep, of we op tweede Pinksterdag een dagje bij een zorgboerderij wilden staan. Ze hadden daar o.a. een schuur gebouwd naar model van een schilderij van Jeroen Bosch, en daaromheen lag een tuin die zijn schilderij over de zeven zonden uitbeeldde. En ze wilden er een middeleeuwse dag van maken.
Eigenlijk vond ik het wat veel moeite om voor één dagje een heel kampement op te bouwen, maar het leek me wel gezellig om daar samen met de Graven van Holland te staan. Dus meldde ik me aan.
Dat bleek ik verkeerd begrepen te hebben – ze hadden ons gevraagd omdat ze zelf niet konden, niet om er samen te staan. Oh.
Vervolgens bleken we geen normaal gezamenlijk kampement te kunnen opzetten – iedereen werd verspreid over de verschillende tuinen. Ook hadden we geen kok en omdat het maar één dag zou zijn, zou iedereen zijn eigen eten regelen. Geen gezamenlijke maaltijden, geen gezamenlijke zitplaats. Niet zo heel gezellig dus.
Nou ja, aangemeld is aangemeld, dus laadde ik zondag de boel toch maar weer in de auto (na Cannenburgh had ik de helft van de spullen niet eens uitgepakt – scheelde weer moeite…).
Eenmaal aangekomen verliep de communicatie met de beheerders wat… euh… laten we zeggen ‘stroefjes’. Ze bedoelden het allemaal heel erg goed, dat weet ik zeker, maar hun manier van doen en woordkeuze streek mij echt compléét tegen de haren in. Cultuurverschilletje blijkbaar.
En concrete instructies geven bleek wederzijds onmogelijk. Na hele verhalen met uitleg gekregen te hebben, bleek het belangrijkste vergeten te zijn: we mochten namelijk geen scheerlijnen over het paadje spannen, want het betrof een rolstoelvriendelijk pad, dat die dag officieel geopend ging worden. En het boomstambankje moest in het zicht blijven, want daar had iemand moeite op gedaan. Fijn dat ik dat te horen kreeg nadat ik mijn tent al omhoog had gezet.
Maar geen probleem, de mannen zouden wel even helpen de boel te verplaatsen. Dus werd er vanalles opgetild en naar alle kanten gedraaid, mijn ‘HO STOP!!’-geroep negerend, aangezien de palen vervaarlijk begonnen te kraken. Naar mijn instructies werd niet geluisterd, ze sloegen lukraak wat haringen in de grond zodat de tent ongeveer stond en vertrokken tevreden.
Zo goed en zo kwaad als het ging, probeerde ik de boel wat te corrigeren en de tent verder op te spannen, maar dat lukte voor geen meter vanwege de harde wind. Het bleek onmogelijk om mijn luifel open te zetten, aangezien ze mijn tent nu precies met de opening in de wind hadden gezet. De grond was ook nog eens erg los, dus de wind blies het tentdoek gewoon met haringen en al weer van de grond af. Argh.
En zo waren er nog wat incidentjes.
Ik was gelukkig niet de enige die het die avond wel even gehad had. Ook enkele andere groepsleden stonden op het punt om de boel weer in de auto te gooien en naar huis te rijden. Maar gelukkig zetten we door en op een gegeven moment waren we allemaal wat aan elkaar gewend geraakt. De gezamenlijke barbecue hielp daar wel bij.
Het evenement zelf was gelukkig heel erg geslaagd! Ik had niet verwacht dat het druk zou worden, want het is natuurlijk geen groots meerdaags festival, waar we normaal gesproken staan. Maar blijkbaar was zelfs de burgemeester aanwezig om de boel officieel te openen en we hebben bijna continu aanloop gehad.
De mensen waren bovendien zeer geïnteresseerd in onze bezigheden en de kinderen bleken uitermate goed opgevoed (geen enkel incident met kids die aan mijn weefgetouw gingen hangen, aan de kaartjes peuterden, of ander gebruikelijk ongemak)!
Het weer werkte ook nog eens mee. Hoewel het behoorlijk frisjes was en we het niet geheel droog hebben gehouden, waaide het niet zo hard meer als de dag ervoor en dankzij die wind waren de tenten weer droog tegen de tijd dat we begonnen met afbreken.
Ook het weven ging goed – ik heb de hele dag geen enkele fout gemaakt, ondanks het continue gebabbel! En ik heb maar liefst 2 armbandjes en een kwastje verkocht. Veel meer dan normaal. Het is een beetje een lastige afweging, want normaal gesproken leggen we onze koopwaar in de marktkraam, zodat onze marskraamster iets te verkopen heeft. Alleen als ze er niet bij is, verkoop ik het vanuit mijn eigen tent. En dat blijkt een stuk beter te werken, aangezien bezoekers dan direct de koppeling kunnen leggen tussen het weven en het eindresultaat. Het is voor mij natuurlijk leuk om iets te verkopen, maar het is niet leuk voor de marskraamster als ik alles structureel bij me houd. Lastig…
Anyway, het evenement is achter de rug en zowel wij als de bezoekers als de organisatie heeft het uiteindelijk leuk gehad. Mooi. En nu de zooi weer opruimen…
Om heel eerlijk te zijn had ik niet zo’n zin in het re-enactmentweekend. Mede door het weer: het heeft vorige week natuurlijk behoorlijk geregend, gehageld en gesneeuwd. En inderdaad: tijdens het opbouwen op vrijdagmiddag hebben we meerdere flinke buien over ons heen gehad. En dan sta je daar toch een beetje met het idee: “Waarom was dit ook alweer leuk?? Ik en mijn kuthobbies…”.
foto door Anita Gombault
Maar gedurende het weekend werd het gelukkig toch leuk. En droog!
Ik was er vanuit gegaan dat we zaterdag dezelfde buien zouden hebben en hoopte voornamelijk erop dat het zondag droog genoeg zou blijven om geen vochtige tenten in te hoeven pakken. Maar zowel zaterdag als zondag is het kurkdroog gebleven. En hoewel het in de nacht van zaterdag op zondag vroor (brr…), werd het in de loop van de zondag dermate warm dat ik in mijn t-shirtje heb staan afbreken!
Vooraf vreesde ik ook dat de locatie van ons kampement erg ongunstig lag en bezoekers het niet tot aan het eind van het weggetje zouden redden. Niets bleek minder waar: men had juist de neiging om eerst het straatje af te lopen voordat ze het veld met de andere groepen op liepen. En ons stukje gras was een stuk minder modderig dan het veld.
Dat leidde dus tot een continue stroom aan bezoekers, van openingstijd tot sluitingstijd. En net als vorig jaar waren de bezoekers uiterst geïnteresseerd en durfden ze prima het kampement in te lopen en vragen te stellen.
Van doedelzak spelen is er niet zo veel terecht gekomen, daarvoor had ik het eigenlijk te druk met weven. Bovendien klonk de doedelzak niet optimaal vanwege al het vocht in de lucht. Eigenlijk wilde ik zaterdagavond nog even met Ko en de leden van Krebbel muziek gaan maken bij het kampvuur, maar Ko bleek al naar huis en Krebbel had al de hele dag opgetreden dus was er logischerwijs even klaar mee. Aangezien het kampvuur in ons eigen kampement inmiddels min of meer was overgenomen door mensen die ik amper tot niet kende, en er daar ook niks te zingen viel, ben ik maar gewoon vroeg naar bed gegaan. Beetje meh.
Gelukkig wilde Krebbel zondag wel even bij ons langslopen tijdens het spelen en mocht ik weer meedoen. Toch nog even lekker gespeeld!
Het kaartweven ging prima. Ik had een simpel patroontje uitgezocht en ik bleek ditmaal daadwerkelijk de boel in één keer goed ingeregen te hebben, zodat ik niet eerst hoefde te worstelen om het juiste patroon te produceren, en het patroon verscheen ook niet per ongeluk aan de onderkant van het weefsel. Plus, de draden zijn dermate lang dat ik genoeg ongeweven draad over heb om er over twee weken, tijdens het volgende festival, mee verder te kunnen gaan. Scheelt weer een hoop voorbereiding thuis.
De marktkraam liep helaas niet zo goed, dus ik heb alleen een setje kwastjes verkocht. Maar ach, daar doe ik het ook niet om.
Gisteren was de playtest voor Idolum. Oftewel een mini-LARP-evenementje om te kijken hoe de kersverse setting, regelset, locatie, etc. bevielen en wat er beter kan, voordat het eerste complete weekendevenement wordt georganiseerd.
Ik had me samen met Mark opgegeven als NPC’s (figuranten). Als we dit blijven doen, willen we spelers worden zodat we weer eens iets samen doen, maar voor een playtest maakt het niet echt uit wat je bent.
De locatie waar het evenement plaatsvindt is in ieder geval fantastisch: het museumpark Orientalis. Oftewel een openluchtmuseum dat opgezet is als een groot park met overal oude gebouwen! En nog beter: het ligt op maar 10 minuten rijden van ons huis.
Het evenement duurde slechts 4 uur, maar in het plotboek lazen we dat we maar liefst vier verschillende dorpen/stadjes gingen bezoeken en dat we beiden vier verschillende rollen moesten spelen! Dat werd dus snel omkleden tussendoor…
Ik fungeerde met mijn rollen blijkbaar als een soort ‘ophouder’ voor de spelersgroep, zodat de andere NPC’s tijd hadden om zich om te kleden en alvast naar de volgende locatie te gaan. Zo moest ik mensen bijvoorbeeld na een gevecht oplappen in een grot buiten het dorp, voordat ze verder konden trekken, en deed ik een afscheidsritueeltje om ze een behouden reis te wensen, voordat ze weer verder reisden. Daarna kon ik zelf gaan omkleden en me iets later weer bij de rest van de groep voegen.
Aan het eind van de dag zijn we met z’n allen gaan eten in de Romeinse herberg. Heerlijk opwarmen tijdens een lekkere maaltijd en tegelijkertijd de dag evalueren en bijkletsen met de andere deelnemers.
Wat mij betreft verliep het behoorlijk soepel voor een eerste evenement. Dus dat belooft veel voor de toekomst.
Hoe dan ook is de locatie fantastisch en is alleen dat al een reden om naar dit evenement te gaan. Want hoe vaak mag je nou in je laat-Romeinse / vroeg-Middeleeuwse outfit tussen dit soort gebouwen rennen??
Ietwat jammer was, dat er gewoon bezoekers in het park liepen terwijl wij er speelden. Dat was oorspronkelijk niet de bedoeling, maar de beheerders hadden besloten het park een maand eerder dan gepland open te gooien. Om te voorkomen dat ons spel werd verstoord door nieuwsgierige kijkers, of dat er continu foto’s van ons werden gemaakt, zijn er flyers uitgedeeld aan de bezoekers en waren een paar crewleden ingezet om iedereen op afstand te houden. Al met al hebben we er gelukkig zo goed als geen last van gehad.
Grappig moment: toen ik me aan het omkleden was voor een volgende rol en mijn sluier opzette, hoorde ik een bezoeker zeggen: “Hee, daar heb je Maria!”
En ja, mijn kleding heeft het prima uitgehouden. Maar ik moet wel echt zooltjes onder die schoenen gaan zetten, want je voelt ieder kiezeltje…
Ik ben zelf erg goed in dingen plannen en daardoor op tijd af krijgen. Over de voortgang van anderen bij ‘t Vaerdich Volk maakte ik me wat zorgen. De winter is hét moment om hard te werken aan het verbeteren en vervangen van je spullen en kleding, om het meer historisch correct te maken. Want als straks het evenementenseizoen weer gestart is, komt dat er geheid niet van. En we hadden afgesproken dat iedereen zo snel mogelijk zijn spullen op orde moet hebben om aan onze zelfgestelde standaarden te voldoen. Maar heel veel leek er niet te gebeuren.
Tijdens de laatste ledenvergadering werd daarom het idee geopperd om een knutseldagje te plannen. Zo konden mensen een vast moment in hun agenda zetten en zichzelf dwingen om daadwerkelijk aan de slag te gaan.
Ik wilde wel gastvrouw spelen. En dus zat de woonkamer gisteren vol knutselende re-enactors!
Nou ja, vol… helaas kwam uiteindelijk minder dan de helft van de groep opdagen vanwege ziekte en andere bezigheden. Wel leuk was het, dat ons nieuwste aspirantlid erbij kon zijn. Zo konden we alvast kennismaken voordat hij mee gaat draaien tijdens een evenement.
Zelf ben ik helaas voor geen meter opgeschoten. Letterlijk geen meter. Ik had eigenlijk gehoopt de hele dag hard door te kunnen weven, maar ja: je moet natuurlijk alle snacks en drankjes klaarzetten voor je bezoek, en als mensen er eenmaal zijn willen ze eerst even uitgebreid kletsen voordat ze aan de slag gaan, en daarna ben je toch nog steeds met vanalles bezig in plaats van alleen weven. Plus, ik heb bij dit bandje de grootste moeite om alle draden op gelijke spanning te krijgen, dus moest ik voor de 6e keer de boel opnieuw inspannen.
Nou ja, we zullen zien wat er uiteindelijk af komt. De bedoeling is om meerdere keren per jaar een ‘Vervaerdag’ te gaan houden. Maar ik blijf toch ook gewoon zelf mijn to-do-list bijhouden; dat werkt een stuk effectiever. Als is het natuurlijk een stuk minder gezellig.
Dit weekend eindelijk weer een keertje geLARPt, namelijk op de Baravond van Charm. Zoals altijd was ik weer NPC (figurant).
We bevonden ons ditmaal in een dependance van de ‘Schola Magica’, oftewel een onderwijs- en onderzoeksinstelling van de vuurmagiërs.
Nou ben ik zelf niet zo van de spreuken en magie, dus koos ik voor de rol van conciërge. Dat was voornamelijk een kwestie van ‘accessorize, accessorize, accessorize’: een riem volgehangen met nuttige dingetjes (mes, grote sleutelbos, zak bluswater, etc.), een kistje vol met allerhande benodigdheden (touw, poetsdoek, gereedschap, schrijfmateriaal, verbandjes e.d.) en als finishing touch het continu meeslepen van een ontstopper.
Naast het beheren van het gebouw was ik ook verantwoordelijk gemaakt voor het beheren van de ‘war table’. Er is namelijk vanalles aan de hand in de wereld en ik moest alle vreemde gebeurtenissen en sightings met behulp van poppetjes en symbolen op een kaart markeren.
Oorspronkelijk werd dit gedaan door enkele officieren, maar die waren allemaal naar het front gestuurd en nu had ik de taak in mijn maag gesplitst gekregen. Uiteraard had ik de hulp van de spelers nodig om op basis van al deze informatie, daadwerkelijk tactieken te kunnen formuleren en opdrachten terug naar het veld te kunnen sturen. Met behulp van Patpat, de postuil. Een heel schattig uilenknuffeltje, dat was voorzien van een rugzakje en marionettendraadjes. XD
Ik heb me goed vermaakt met klagen over vanalles en nog wat, waaronder uiteraard alle troep die mislukte vuurmagie-experimenten met zich meebrachten (*BOEM*), het inhuren van Skaven om de riolering structureel te repareren en uiteraard spelers betrekken bij de gebeurtenissen die via de postuil binnen kwamen.
Na het opdracht geven tot een evacuatie, kwamen er bijvoorbeeld berichten binnen over een proviandkar die moest worden achtergelaten, omdat de wegen vol met blaadjes lagen en de kar vierkante wielen had gekregen. En wat doe je als je te horen krijgt dat een kudde koeien is losgebroken en zich bij de Doeb-Doeb (een droomwezen) heeft aangesloten? Nou, dan zijn het vast Koeb-Koeb’s geworden. Of zijn het toch Doekoe…? XD
Gelukkig heb ik mezelf ondanks de sneeuw goed warm weten te houden en toch nog een paar uur slaap weten te krijgen, dus zit ik momenteel slechts een beetje moe en zeer voldaan weer op kantoor.
Sorry, alleen geregistreerde bezoekers mogen deze post lezen.
Heb je al een account?
Login
Heb je nog geen account en ben je een goede vriend van me, dan mag je een account aanvragen. Stuur me daartoe een mailtje ([email protected]).