Oktober 2005. Of we mee wilden doen aan een playtest voor een nieuw evenement? Ja joh, leuk!
In een lollige bui flansten Mark en ik even twee personages in elkaar: een verwende jonkvrouwe met kleptomanie, op reis gestuurd door haar oom zodat hij even van haar af was, en een verlopen ridder die met haar zat opgescheept. Omdat het maar een playtest was en we niet verwachtten dat deze personages ooit nog terug zouden komen (eigenlijk verwachtte ik dat mijn personage dermate irritant gevonden zou worden dat ze de playtest niet eens zou overleven), bedachten we er hilarische namen bij: Aimée Ferrero Rocher en Reinard de Bouillon de Poulet. In mijn achtergrond stopte ik namen als oom Hertog Jan van Amstel en een vage verloofde genaamd Hertog Ola von Mövenpick.
Tegen alle verwachtingen in overleefden we de playtest. Omen bleef. En onze personages ook.
Afgelopen weekend was Omen 19. Het laatste evenement dat door de huidige crew zou worden georganiseerd. Tijdens dit evenement is de verhaalcyclus beëindigd en nu gaat een nieuwe crew het stokje overnemen. We hadden onze personages mee kunnen nemen naar de nieuwe setting, maar na bijna 10 jaar dit personage spelen, vonden we het goed geweest en hebben we hen een mooie afsluiting gegeven.
Daarmee zijn Mark en ik de enigen die vanaf het prille begin tot en met het einde, dezelfde personages hebben gespeeld. (Er zijn weliswaar nog twee andere personages die al zo lang meedraaien, maar die waren dit evenement helaas niet aanwezig.)
Dat maakt het ook juist moeilijk om te stoppen. Eigenlijk is het maar goed dat Omen ons nu een reden gaf om er een einde aan te breien, anders waren we wellicht te lang door gegaan.
Aimée is dan ook een personage dat heel dichtbij mij is komen te staan. In haar gedaante heb ik zo ontzettend veel meegemaakt. Zo veel gebeurtenissen doorstaan, zo’n ontzettende karakterontwikkeling doorlopen.
In het begin was ze een karikatuur van een verwende jonkvrouwe – stijfkoppig en stampvoetend alles weigerend wat niet in haar straatje paste. Maar in de loop van tijd is ze volwassen geworden en heeft ze geleerd water bij de wijn te doen. Elitair en verwend is ze nog steeds, maar ze is een stuk toegankelijker geworden en heeft daadwerkelijk gevoel gekregen. Eigenlijk is ze van een ‘flat character’ naar een ’round character’ gegaan zou je kunnen zeggen.
Haar oorspronkelijke achtergrond bestond uit slechts enkele paragrafen:
Aimée Ferrero Rocher is een jonkvrouw uit een adellijke familie. Haar vader is overleden toen ze nog heel jong was. Na het overlijden van haar man, is Aimée’s moeder ingetrokken in het kasteel bij haar broer, Aimée’s oom, Hertog Jan van Amstel.
Van oudsher is deze familie erg rijk en daardoor is Aimée behoorlijk verwend in haar leven. Hoewel haar oom als een soort surrogaatvader voor haar is geweest, was Hertog Jan altijd zeer druk met politieke zaken en het aansturen van zijn hertogdom en had daardoor nooit tijd voor haar. Ook Aimées moeder besteedde niet bepaald veel tijd aan haar, omdat Aimée haar te veel aan haar overleden man herinnerde. Dus drentelde de jonge Aimée altijd maar wat rond in het kasteel, het personeel voor de voeten lopend, die haar vervolgens weer geïrriteerd wegjoegen omdat ook zij te druk bezig waren met hun taken om met haar te spelen.
Door het gebrek aan aandacht, veranderde Aimée in een drammend, vervelend meisje. Vanuit de gedachte ‘negatieve aandacht is beter dan geen aandacht’ leerde ze te dreinen en stampij te maken over alles. En als ze maar lang genoeg nijdig bleef, kreeg ze altijd haar zin van de bedienden en haar oom, gewoon zodat ze van haar af waren en ze verder konden met hun eigen bezigheden.
De enige afleiding die de jonkvrouw had, waren de lessen van haar moeder in genezing. Haar moeder zag wel dat Aimée nooit iets te doen had, voelde zich daar enigszins schuldig over, en wilde haar toch enige vorm van tijdsbesteding bieden. Bovendien dacht ze dat het leren van een daadwerkelijk nuttige vaardigheid, Aimée op de een of andere manier wellicht nog eens van pas zou komen. Waarom zou een man anders ooit in haar geïnteresseerd raken? Want interesse in de gebruikelijke dingen die jonkvrouwen doen (borduren), had ze toch nooit getoond.
Echte interesse voor het genezersvak, had Aimée overigens ook niet. Het vereiste immers oprechte zorgzaamheid voor andere mensen. Maar het was het enige momentje van aandacht van haar moeder, dus accepteerde ze de lessen.
Vanwege de verveling, ontwikkelde jonkvrouw Ferrero Rocher tevens een redelijk ernstige vorm van kleptomanie. Ze stal niet uit behoefte, maar uit onbedwingbare drang om wat spanning in haar leventje te brengen. De objecten die onder haar hoed verdwenen waren dan ook meestal niet beurzen of gouden sierraden, maar uiteenlopende items die voor het grijpen lagen. Officieel betrapt is ze nooit. Maar oom Jan had zo zijn vermoedens.
Hoewel hij diep in zijn hart veel van het meisje hield, werden de klachten van het personeel over het structureel verdwijnen van voorwerpen, het gedram en de hooghartige maniertjes van zijn verwende nichtje over van alles en nog wat, Hertog Jan op een gegeven moment te veel. Toen hij informatie ontving over een nog onontdekt gebied in Laoghairnon, besloot hij dat dit de ultieme gelegenheid was voor een ‘even geen Aimée’-periode. Hij zond de jonkvrouw samen met een van zijn ridders (Reinard de Bouillon de Poulet) er op uit om het nog onontdekte gebied te gaan verkennen en te beoordelen of het interessant genoeg was om toe te voegen aan de eigen landgoederen. Eigenlijk geen taak voor een jonkvrouwe, maar het was voor haar de eerste keer dat ze een reisje ver buiten het hertogdom zou maken. En hij wist dat Aimée op dat moment alle kansen aan zou grijpen voor een verzetje. Het enige wat hij hoefde te doen, was de gewoonlijke ongemakken van een verre reis voor zijn onervaren nichtje verzwegen te houden.
Wat Aimée bovendien niet wist, is dat ridder Reinard de extra taak had gekregen om ter plekke een potentiële huwelijkskandidaat voor haar te zoeken, zodat middels een huwelijk de nieuwe gebieden gemakkelijk aan het familie-eigendom toegevoegd kunnen worden. Bovendien vond oom Jan dat het wel eens tijd werd dat een andere man de verantwoordelijkheid voor haar zou gaan nemen.
Maar nietsvermoedend (hoewel erg verbaasd) accepteerde de jonkvrouw het aanbod van haar oom. Ze pakte haar spullen en ging op reis.
Aldus begon de reis, oftewel het allereerste evenement.
Tijdens deze reis constateerde Aimée al snel dat het onontdekte land veel verder van huis weg was dan ze had gedacht… en dat reizen eigenlijk helemaal niet leuk was! Na aankomst besloot ze bijna direct dat ze haar plicht had gedaan, dat het land stom was, en schreef ze haar oom dat hij maar zo snel mogelijk een legertje moest sturen om haar op te komen halen. Maar helaas verscheen er niemand.
Door het uitbreken van een ondodenoorlog, die de terugweg niet alleen versperde, maar ervoor zorgde dat het thuis gevaarlijker was dan de plek waar zij zich op dat moment bevond, werd terugkeren naar huis een steeds meer onbereikbare optie. Het einde van de oorlog afwachten en hopen dat er nog iets over was van het hertogdom (en dus haar erfenis), was het enige dat er op zat.
Na diverse heftige aanvaringen met andere spelers, kon het op een gegeven moment niet langer. Ze móést aan zichzelf gaan werken, anders zouden ze haar waarschijnlijk als een baksteen laten vallen en eenzaam achterlaten. En in haar eentje kon ze daar niet overleven.
Haar mede-reizigers wisten haar er na veel praten van te overtuigen dat ze wel degelijk wat waard was. Door haar genezende vaardigheden had ze een belangrijke rol gekregen in het dorp. Bovendien kreeg ze van hoger hand de expliciete opdracht om een voorbeeld te worden voor haar dorpsgenoten, door de adellijke cultuur te vertegenwoordigen en te verspreiden. Dit leidde er uiteindelijk toe dat ze geen last meer had van haar kleptomanie, aangezien ze nu wel wist hoe ze haar tijd nuttig kon besteden. En begon ze onder andere met het geven van etiquettelessen en danslessen.
Bovendien begon langzaam maar zeker het besef door te dringen dat het nooit meer zoals vroeger zou worden en ze moest roeien met de riemen die ze had. Het continue streven naar terugkeer naar haar hertogdom, om daar weer haar oude leventje op te pakken, verdween. Ineens ontstond de ruimte om zélf haar eigen toekomst vorm te geven. Een heel nieuwe gedachte voor Aimée. En een kans die ze met beide handen heeft aangegrepen. Ze ging op zoek naar een nieuw onderkomen, met een man van haar eigen keuze.
Aanbidder hertog Van Zwanenstein bleek echter te mooi om waar te zijn. Aimée bleef zwaar gedesillusioneerd achter, beroofd van haar kersverse toekomstplannen en vernieuwde hoop op een beter leven.

Maar een klein sprankje hoop bleef. Er was namelijk één man die daadwerkelijk om haar leek te geven. Niet vanwege haar titel, bezittingen of politieke connecties. Niet omdat hij opdracht van hoger hand had gekregen om haar te beschermen. Nee, iemand die het geheel uit eigen beweging deed. Iemand die haar steunde in moeilijke tijden en die er voor haar was als ze er compleet doorheen zat. Dat had ze nog nooit eerder ervaren. Hij was bovendien de enige die het aandurfde om af en toe een arm om haar heen te slaan. Wat stiekem wel heel erg fijn voelde…
Bertram van Xanten. Een titelloos heerschap. En dus iemand die nooit in aanmerking zou komen als huwelijkskandidaat.
Daar had ze zich bij neergelegd. Ze stelde zich tevreden met de hoop dat hij permanent in haar buurt zou kunnen blijven, als stabiele steun en toeverlaat op de achtergrond.
Maar na alle ellende die ze had meegemaakt, bleek het lot haar eindelijk gunstig gezind te zijn. Bertram werd in de adelstand verheven en op het allerlaatste moment werd haar politieke huwelijk, dat ze aan zou gaan om een burgeroorlog te voorkomen, afgeblazen en huwde ze alsnog uit liefde. En daarmee had ze ook weer een eigen gebiedje verworven om zich samen terug te kunnen trekken, ver weg van alle ellende.

Het vorige evenement was dan ook eigenlijk de afsluiting voor mijn personage. Gelukkig maar, want afgelopen weekend moest ik tussendoor weg voor het vrijgezellenfeest van mijn zusje. Bovendien zegde mijn kersverse echtgenoot de middag voor het evenement af. Wat ik echt heel erg jammer vond. Het enige dat ik dit weekend had willen bereiken, was nog één keer samen op missie en dan in elkaars armen het einde van de cyclus meemaken. Helaas moest Aimée haar laatste reis dus alsnog alleen afleggen.
En dat was het dan. Het einde van jonkvrouwe Aimée Ferrero Rocher – in de loop der tijd uitgegroeid naar gravin Aimée van Xanten-Ferrero Rocher van Quicksilver Heights, jonkvrouwe van Amstel tot Dommelsch. Alleen al haar naam en garderobe (van 1 kostuum naar 5 jurken, 6 hoeden, een jas en een cape, én een IC-klerenkast) verraadt haar reis en groei.
Eigenlijk is het heel bijzonder dat ik me op Omen zo heb kunnen amuseren met dit adellijke personage. Omen is een evenement dat vooral om vechten draait. Veldslag na veldslag is aan ons voorbij getrokken. Het is iets waar ik weinig om geef, en enkel doordat ik genezeres speelde, was ik daar intensief bij betrokken. En eerlijk gezegd was ik daar na zo veel evenementen ook wel klaar mee. Het verbinden en opereren van gewonden blijft maar een beperkte tijd interessant, daarna val je toch in herhaling. Eén van de redenen waarom ik er voor heb gekozen om de allerlaatste eindbuts niet mee te maken. (En de komende 5 jaar ga ik dan ook zeker weten geen genezer meer spelen… :-S)
Gelukkig is Aimée uitgegroeid tot een van de beste genezers van het dorp (als je zo lang meedraait heb je nu eenmaal ook veel vaardigheidspunten om te besteden), waardoor ik, in combinatie met mijn adellijke achtergrond, ook geheel IC-verantwoord kon zeggen dat ik me voortaan alleen nog met de spoedgevallen en complexe problemen zou bemoeien.

Desondanks hebben die veldslagen wel bijgedragen aan een gevoel van wanhoop. Overleden personages waren geen uitzondering op Omen, en meerdere malen heb ik gedacht dat we nu écht allemaal het loodje zouden leggen en het voorbij was. Dat heb je toch niet vaak op LARP-evenementen. Complimenten aan de spelleiding dat ze dat zo consistent drukkend hebben weten neer te zetten.
In het begin van de evenementen heb ik mij vooral door het plot (de ondodenoorlog) laten leiden. Maar op een gegeven moment was die voorbij en vestigden we ons in een dorpje. Voor mijn gevoel is vanaf dat moment mijn personage pas echt gaan groeien. Door het constante reizen had ik namelijk nooit de kans gehad om iets op te bouwen. Maar in dat dorp kon ik een groot huis neerzetten, waar ik gasten kon ontvangen en feestjes kon geven. De economie kwam weer op gang en het was mogelijk om mooie spullen (en nieuwe kleren!) te hebben. En niet te vergeten: er kwamen adellijke buren, die zich ook daadwerkelijk gedroegen als adel. Yay, mensen om tegenaan te spelen zodat ik niet meer de enige was die probeerde een beetje cultuur tussen de barbaren tot stand te brengen!
Vanaf toen ben ik dus ook zelf actief spel-initiatieven gaan ontplooien. Ik organiseerde feestjes (al dan niet samen met de buren), een riddertoernooi, en uiteindelijk een huwelijk. Gelukkig stond de crew van Omen daar altijd voor open en hebben ze mijn initiatieven altijd gefaciliteerd. Niet alleen met spullen, maar ook door er rekening mee te houden in hun plotplanning, zodat mijn acties er niet door werden verstoord. Ook hebben ze mijn oom, hertog Jan van Amstel, in hun setting opgenomen en hem de rechterhand van de keizer gemaakt, waar veel spel uit kwam.
Ook de komst van Suus, die mijn nichtje Madeleine speelde, heeft veel voor mijn personage betekend. Eindelijk iemand om bij uit te huilen en mijn gevoelens mee te delen! Toen haar personage veranderde, miste ik dat wel. Uiteindelijk heb ik in bediende Agnes (Martine) wel een beetje een surrogaatnichtje gevonden. Tot op bepaalde hoogte – het blijft natuurlijk wel personeel. 
En dan zijn er natuurlijk nog een paar scènes die me het allermeest zijn bijgebleven. Zoals al genoemd waren dat mijn riddertoernooi en “I object!”-huwelijk, maar daarnaast ook:
* De fling met kapitein Francis van Nijenrode, die me (in mijn visie) uiteindelijk probeerde te vermoorden door een mes in mijn buik te steken. Wat een desillusie.
* Ach en wee snikken met Madeleine, vanwege de avances van Markies Alexander, die precies de verkeerde van ons beiden uitkoos. De exacte reden van ons drama is zelfs te groot om hier te omschrijven.
* Het voor elkaar krijgen om tijdens een grote veldslag enkele spelers niet mee te laten doen, omdat ze voor mij een kar aan het repareren waren, zodat ik mijn bezittingen kon vervoeren mocht het nodig zijn te vluchten. I has influence…
* In het bos beroofd worden door struikrovers, en vervolgens snikkend met Madeleine onder het schild van Reinard schuilen en onszelf extreem zielig vinden, terwijl Reinard en Jean-Louis op de grond in de regen pijn lagen te lijden doordat ze ons hadden beschermd.
* Op goblin-jacht in het holst van de nacht om gestolen spullen terug te krijgen. Dermate heftig, dat ik dacht het niet te gaan overleven. Maar toen was daar Bertram, die de hele rit tussen mij en de goblins heeft gestaan… Het begin van iets moois, al besefte ik dat toen nog niet.
* Een feestje organiseren waar per ongeluk 3 aanbidders tegelijk aanwezig zijn en die flink wat onderhuids modder naar elkaar gooien.
* Een terloopse opmerking tijdens een special door Bertram over aardbeien, die uitgroeit tot aardbeien met slagroom als cadeau van een aanbidder, tot een volledige geromantiseerde toekomstvisie.
* Het hele gedoe rondom hertog Van Zwanenstein. Vanaf de eerste ontmoeting op een feestje, het geroddel over wat nou zijn ware aard is (vrouwenverslinder? sadist? vampier?) tot aan de ontknoping en de bittere teleurstelling.
Onder andere deze momenten ga ik me nog lang herinneren. Dankjewel, iedereen die het mogelijk heeft gemaakt. Van crew tot NPC’s tot medespelers.
En nu moet ik op zoek naar een ander excuus om mooie jurken te naaien en te dragen…