De kerstvakantie is altijd vol. Naast gezellige dagen met familie en vrienden doorbrengen is het ook de tijd dat je gewoon even rust wil – een dag filmpjes kijken, hangen en hobbyen. Dus wat doen wij? Klussen!
Op zolder lag namelijk nog steeds de vloerbedekking van de vorige bewoners, die ik nooit mooi heb gevonden. Aangezien de zolder vooral werd gebruikt als logeerkamer, wasophangplek en opslag van reisspullen, had dat ook geen prioriteit. Maar recentelijk was het laminaat in de aanbieding bij de Praxis en met de naderende kerstvakantie was het een mooi moment om die in te gaan slaan.
Vergeten voor-foto’s te maken, maar ik was nog net op tijd om de vloerbedekking toch op de kiek te zetten voordat we ‘m er helemaal uit hadden gerost (auw, mijn rug…).
Inmiddels heb ik wel wat ervaring met laminaatleggen, maar toch is het altijd een uitdaging om het netjes te krijgen. Gelukkig heeft mijn zolder weinig moeilijke hoekjes: de hoeken van de kamer lopen (relatief) haaks en de leidingen van de verwarming gaan de muur in in plaats van de vloer, maar wel zitten er twee inbouwkasten in, dus met de gewone deur erbij zijn dat drie deurposten waar je omheen moet zagen.
Aanvullende uitdaging: de muren zijn aan de onderkant helemaal afgebrokkeld. De plinten die de vorige bewoners in de muur hadden geschroefd hingen dan ook behoorlijk los (lees: vielen af en toe gewoon om). De plinten die we kochten bij de Praxis moesten officieel met een kliksysteem tegen de muur worden bevestigd, maar op basis van mijn ervaring wist ik al dat boren in de muren geen goed idee was: het zou toch alleen maar afbrokkelen en op sommige plekken was er domweg amper nog steen over om in te boren. Dus opteerden we voor vastkitten. Niet de beste optie voor de lange termijn, want als het ooit weer eraf moet krijg je alleen maar grotere gaten in de muur, maar ja – wellicht is dat dan ook het moment om de muren structureel te laten opvullen.
Mijn held <3
Ook moesten we nog een keer terug naar de Praxis, want één van de pakken bleek beschadigde planken te hebben. Wat je pas zag toen de verpakking eenmaal open was. Dus moest ik mijn volledige onschuldig-meisje-met-lieve-glimlach-vaardigheden in de bocht gooien om maar liefst twee medewerkers ervan te overtuigen het reeds geopende pak retour te nemen, omdat we het écht niet zelf hadden laten stuiteren…
Het begin ging relatief voorspoedig. Maar man, wat weegden die laatste loodjes zwaar… Het leggen van de laatste rij duurde bijna net zo lang als alle andere rijen samen, want het uitmeten van hoeveel we nodig hadden ging initieel fout, waardoor we te smalle planken hadden (mea culpa… ) en daarna hadden we ruzie met de dorpel van de deur, die te hoog kwam om de deur nog dicht te kunnen doen als we hem op de ondervloer lieten rusten, en die niet hoog genoeg was om in te zagen zodat hij deels over het laminaat zou vallen, als we hem zonder ondervloer neerlegden. Zucht. Maar uiteindelijk is het gelukt en het ziet er nu heel mooi uit als je zonder bril ernaar kijkt!
Vanmiddag mochten we met Androneda spelen op het ‘WinterWarmte’-festival: een leuk cultureel evenement in het centrum van Zwolle. In alle 5 de hoeken van de (stervormige) stad was een activiteit en het publiek kon een wandeling langs al die activiteiten doen. Aan het eind van de wandeling kwamen ze op het grote plein in het centrum uit, alwaar er drankjes konden worden genuttigd én ze balfolkdansjes konden leren! Het idee was dat we steeds een balfolkdansje zouden uitleggen aan de aanwezigen en vervolgens een bijpassend liedje uit ons repertoire zouden spelen, zodat de aanwezigen het geleerde gelijk in praktijk konden brengen.
We gaven die dansuitleg en ons optreden in een grote circustent, die (gelukkig) verwarmd werd door een houtkachel. Vooraf had ik geen idee hoe warm het er zou zijn en wat ik dus aan moest trekken, dus ik had ook maar vingerloze handschoentjes en laagjes meegenomen, maar het bleek gelukkig prima te doen te zijn zonder dat ik die handschoenen en een jas moest aantrekken.
My office for today
De opkomst viel helaas tegen, wellicht ook omdat we niet duidelijk in het programma stonden vermeld? We moesten het vooral hebben van de mensen die langsliepen, ons hoorden spelen en even hun hoofd de tent in staken om te kijken wat er aan de gang was. Het was ook lastig inschatten of de mensen kwamen voor danslessen of muziek luisteren. Een aantal keren begonnen we met dansuitleg waarna juist mensen weer vertrokken. Maar gelukkig waren er ook enkele mega-enthousiastelingen die wellicht vanaf nu vaker op balfolk-evenementen zullen gaan verschijnen. En degenen die er waren, vonden onze muziek zichtbaar aansprekend.
Ook hilarisch was de grote groep ouders met hele kleine kinderen, die allemaal mee wilden doen aan de uitleg van een tovercirkel. Die kindjes slaagden er soms amper in om handen vast te houden, dus het hele concept van in de danshouding draaien, laat staan van een partnerwissel doen, konden we niet uitvoeren. Dus hebben we de dans maar gewoon gesimplificeerd en er “nu alle kinderen naar het midden!”, “nu alle grote mensen naar het midden!” en “pak elkaars handen vast en draai samen een rondje!” van gemaakt. Grote chaos, grote hilariteit en veel plezier, dus succesvol.
We hebben uiteindelijk 2 uur en een kwartier achter elkaar de activiteit gedraaid, wat best vermoeiend was. Maar we mochten wel iets eerder ophouden dan gepland, want blijkbaar had een buurtbewoner geklaagd over het (meerdaagse) evenement, dus had de gemeente voor vandaag (de laatste dag) de vergunning verkort, waardoor het hele avondprogramma was vervroegd en dat iets van onze tijd afging. Maar dat vond ik niet erg, het was op een gegeven moment ook goed geweest.
Ik weet niet of ik nog een keer op zo’n manier zou willen spelen, maar het was wel weer eens een hele andere ervaring!
Het kerstige evenement waar ik ieder jaar zin in heb: kerstliedjes zingen bij Carlie en Rob. Het was dit jaar een jubileumeditie: ze organiseerden het maar liefst voor de 10e keer! Ik was er voor de 6e keer bij. Dit jaar kon Richard voor het eerst mee en zoals verwacht vond hij het ook erg leuk.
Rob merkte op dat we wel allemaal steeds een jaartje ouder worden, en inderdaad moeten er steeds meer mensen tussendoor even gaan zitten. Inclusief ikzelf, al ben ik een van de jongsten daar… (We zijn laminaat op zolder aan het leggen en het bleek toch niet zo’n goed idee om lomp aan de stukken vloerbedekking te gaan rossen om ze van de vloer af te krijgen. 🙄)
inmiddels zijn er bepaalde tradities (als we iets minimaal 2x hebben gedaan telt het als traditie), zoals het ‘ding dong’-koortje bij Ding dong merrily on high. 😋
We werden ook weer goed verwend met lekkere hapjes. Toen we klaar waren met zingen en lunchen, hebben Richard en ik ook nog even met onze gastheer en een andere aanwezige liedjes gezongen onder begeleiding van diverse instrumenten.
Muziek verbindt, en dat duidelijk wat hier ieder jaar gebeurt! ❤️
Het was er gisteren weer tijd voor: de traditionele kerstborrel op kantoor! Alwaar ik traditiegetrouw verschijn in een ridicule kerstoutfit.
Vorig jaar hadden ze voor het eerst een dresscode en die herhaalden ze dit jaar weer: “glitter & glamour”. (Waarschijnlijk omdat een van de organiserende collega’s vorig jaar haar glitterjurk per ongeluk thuis had laten liggen en dit jaar een tweede poging wilde doen om er de blits in te maken. ) Net als vorig jaar had ik al lang een outfit in gedachten voordat ze het thema aankondigden, dus ook dit jaar trok ik me er niks vanaan en ging ik mijn eigen gang.
De outfit van dit jaar was weer eentje in de categorie ‘briljante ideeën – maar niet heus’. Ik had namelijk bedacht dat ik als sneeuwpop zou gaan. Met een soort van hoepel om me heen, om de ronde vorm te krijgen. Hilarisch én een leuke uitdaging voor mijn coupeuse-vaardigheden, toch? Ik zou dit jaar wel proberen de kosten wat binnen de perken te houden, want het moest wel leuk blijven.
Ik had recentelijk wat stoffen en fournituren gedoneerd gekregen en daartussen zat een restlapje witte stof met een lichte glans erin die me hier uitstekend geschikt voor leek. Zou er genoeg van zijn? Het ging erom spannen. Ik maakte een hoepel van een rol kunststof baleinen die ik nog had liggen, om de gewenste heupomvang te krijgen. Vervolgens tekende ik het patroon, en wat denk je: als ik de stof op twee verschillende manieren vouwde, paste het er nét op!! Nou ja, officieel net niét, maar aangezien het geen examenopdracht was kon ik ook wel wegkomen met her en der wat zeer smalle naadjes, leek me.
Ik was blij, want het tekenen was me makkelijk af gegaan. Hoezee, dit is waar ik die opleiding voor doe! Zodat ik de bijzondere ideeën in mijn hoofd in praktijk kan brengen, zonder volledig van trial-and-error (en dus frustratie en veel te veel tijd erin stoppen) afhankelijk te zijn!
De vreugde duurde niet lang. Toen ik de boel in elkaar zette, bleek dat ik niet goed had opgelet en zowel het voor- als achterpand bij de heupen de volledige hoepelomtrek breed had gemaakt, in plaats van de helft ervan. Waardoor die dus veel te wijd was voor de hoepel. Snik. Bij het zien van de patroontekening had me eigenlijk al een lichtje op moeten gaan, maar laten we maar zeggen dat ik gewend ben aan Victoriaanse hoepelrokken en dus niet opkijk van een patroon met een omtrek van 3 meter…
Op zich was het patroon makkelijk te corrigeren, maar ik had niet genoeg stof over om die patroondelen opnieuw te knippen. Gedemotiveerd flikkerde ik het maaksel in een hoek.
De volgende dag hervond ik de moed om eraan verder te gaan (vooral ingegeven door een gebrek aan alternatieven en een naderende deadline) en besloot ik dat het leuk was dat ik de basis (grotendeels) coupeusetechnisch correct had gedaan, maar dat ik nu weer overging op ye olde improvisation skills. Waardoor ik nieuwe patroondelen van min of meer de juiste vorm uit de oude patroondelen knipte, die min of meer in elkaar pasten, die absoluut niet recht van draad waren en ook nog eens een extra naad middenvoor en middenachter hadden.
Ik naaide de boel in elkaar en… oh ja, daarom moet je dus niet vergeten de coupenaad 2 cm te verkorten. Ook stak de hoepel wel heel prominent uit en werd het niet zo’n ronde vorm als ik had gehoopt. Snik.
Het enige waar ik blij mee was, was dat mijn plan om elastiek in de taille en de zoom te doen zodat ik het ding zonder een ingebouwde sluiting over mijn hoofd kon aantrekken terwijl er toch vorm in zat én ik erin zou kunnen lopen, werkte. Maar dit zag er desondanks niet uit en het ding was niet op zichzelf draagbaar als sneeuwpopkostuum.
Gelukkig had ik nog een troef achter de hand. Ik had namelijk al eerder overwogen om watten te gebruiken om sneeuw te verbeelden. Dat idee had ik laten vallen, omdat ik vooraf al wist dat het een onzalig plan was. Stel je voor: het héle kostuum bedekken met watten… wat een werk. Bovendien zou het resulteren in het overal op kantoor achterlaten van wattenpluis, aangezien watten geen consistent geheel vormen.
Maar hee, nood breekt wet, en dus werd het onzalige plan alsnog toegepast. Bij het Kruidvat scoorde ik zigzagwatten voor 1 euro per zak (dit sloot nog steeds prima aan bij de voorwaarde dat het kostuum goedkoop moest blijven) en ging ik aan de slag.
Helaas bleken de zigzagwatten geen doorlopende strook te zijn die in de vorm van een zigzag was gevouwen, maar zaten er voorgeperforeerde openingen in zodat je er makkelijk lapjes vanaf kon scheuren. Waardoor ik een soort van lapjesdeken moest gaan creëeren. Zucht, dat kon er ook nog wel bij.
Het vastnaaien van al die individuele lapjes leek me veel te veel tijd gaan kosten, dus ik besloot mijn gloednieuwe glue gun in te zetten. Geloof het of niet: ik had nog nooit eerder met een glue gun gewerkt! De meeste creatievelingen zweren bij het ding, maar ik werk toch liever met naald en draad, houtlijm, pritt, of ander spul om dingen aan elkaar te bevestigen. Maar voor dit project leek het me de meest effectieve én snelste methode. Dus warme ik de eerste lijmstick op en ging ik aan de plak.
Pfff, dat was niet het makkelijkste karweitje… Zoals ik al vreesde was het lastig om de lapjes watten in hun geheel goed vast te zetten omdat ze uit elkaar bleven vallen. Bovendien bleek die glue gun lijmsticks te VRETEN! Na een paar lapjes lijmen was ik al door de eerste stick heen. Ik bekeek de to do-stapel. Dat ging ik niet redden met mijn voorraad… en ik snapte ook gelijk het verdienmodel van de glue gun-producenten.
Toch bleef ik moedig doorzetten. Dit ding moest en zou nu af komen, ik had geen andere opties meer en ik was nu toch al eraan begonnen.
Watch out – I have a glue gun and I’m not afraid to use it!!
Inderdaad moest ik halverwege, onder het wattenpluis zittend, naar de bouwmarkt om nieuwe lijmsticks te halen. Maar 2 pakken watten en 14 lijmsticks verder zat het dan eindelijk allemaal op de stoffen basis!
Bij die donatie hadden ook een hoop knopen gezeten, waaronder enkele grote zwarte, die uitstekend geschikt waren voor een sneeuwpop, dus naaide ik die tegen de voorkant van de outfit.
Mijn ingeving dat ik tule zou kunnen gebruiken om het heupdeel van de outfit op te vullen, zodat die meer in een ronde vorm ging staan, bleek te werken. En met wat accessoires zoals een hoedje en sjaal, ging het geheel daadwerkelijk lijken op wat ik vooraf in mijn hoofd had gehad!
Als finishing touch deed ik een groen/rood bandje om de hoed en maakte ik ook nog een wortel van karton voor op mijn neus, die ik met een markeerstift oranje kleurde. Klaar!!
Mooi en netjes gemaakt? Nope. Hilarisch, draagbaar en op tijd af? Hell yeah!!
Kosten: €10,40 (de stof en de knopen waren dus een donatie, het baleinband, garen en elastiek had ik nog liggen, de watten waren slechts 2 euro, maar die friggin glue sticks kostten me verdorie toch nog €8,40! )
En toen de borrel nog. Omdat ik vermoedde dat het kostuum geen lang leven was beschoren en ik bovendien vast niet praktisch ermee in een bureaustoel kon zitten, opteerde ik ervoor om hem pas vlak voor de borrel aan te trekken en initieel in een gewone kersttrui naar kantoor te komen. Veel collega’s kleden zich pas vlak voor de borrel om. Afhankelijk van het type kostuum verscheen ik afgelopen jaren soms gelijk, soms pas later in mijn kerstborreltenue. Maar de jaren dat ik het later pas aantrok, had ik daarvoor iets ‘gewoons’ aan. Ik was dus benieuwd of mensen zouden denken dat mijn kersttrui mijn outfit van dit jaar was.
En ja hoor, bij binnenkomst op kantoor kreeg ik gelijk reacties!
Collega’s, enthousiast: “Zit je kerstborreloutfit in die tas?”
Ik: “Nee, dat zijn boodschappen.”
*verwarde en twijfelende blikken*
Ik trek mijn jas uit.
Collega, aarzelend: “Heb je die trui zelfgemaakt?”
Ik: “Nee, die is gewoon gekocht. Ik ben niet zo goed in breien.”
Collega: “Dan is dat niet je echte outfit! Toch…?”
En zo ging het de hele dag door: twijfelende blikken naar mijn kersttrui en vervolgens de vraag of ik me later nog om ging kleden?
Het is wel duidelijk dat ik écht niet meer wegkom met een standaard kerstoutfit, de verwachtingen zijn te hoog!
Collega: “Wat ga je straks dragen? Ik had mijn dochter vorig jaar verteld over dat ik een collega heb die zich altijd bijzonder aankleedt tijdens de kerstborrel, dus die vraagt nu al dagen of die collega haar outfit al heeft gedragen en wat dat dit jaar dan was!”
Maar eindelijk was het dan 3 uur en toog ik naar het toilet om me om te kleden. Waarna ik gelijk een spoor van watten naar mijn werkplek achterliet.
Het kostuum werd enthousiast ontvangen! Maar ik denk dat ik net zoveel bewondering heb geoogst voor het feit dat ik die wortel het grootste deel van de borrel op heb gehouden, als dat ik het kostuum zelfgemaakt had…
De borrel was gezellig, er waren meerdere quiz-achtige activiteiten, en ik won de tweede prijs bij de kostuumwedstrijd! De eerste ging naar iemand die daadwerkelijk in het glitter & glamour-thema was gekleed (een mooie galajurk) en ik vond dat helemaal niet erg, want ik doe het niet voor de prijs en ik zou het juist vervelend vinden om jaarlijks te winnen. Mijn insteek blijft: ik wil er zelf plezier aan hebben en ik wil mijn collega’s stimuleren om ook in maffe outfits te komen!
Toen de borrel om 8 uur eindigde, lag de vloer weliswaar bezaaid met stukjes watten en bleek ik op diverse mensen hun kleding te hebben afgegeven, maar mijn kostuum was bij lange na niet zo kaal als ik had gevreesd. En ja, ik heb netjes helpen vegen voordat ik naar huis ging.
In maart gingen we al massaal de straat op tijdens een estafettestaking tegen de bezuinigingen in het hoger onderwijs. Gisteren probeerden we nogmaals de aanstaande regering ervan te overtuigen dat die bezuinigingen moeten worden teruggedraaid en niet in de nieuwe begroting opgenomen moeten worden. Daarvoor trokken we ditmaal naar de Dam in Amsterdam.
De FNV had een dubbeldekkerbus geregeld, zodat we met medewerkers en studenten met z’n allen vanaf de campus konden vertrekken en comfortabel (en gratis) naar Amsterdam werden getransporteerd. Zéér comfortabel zelfs, want er waren ook snacks voor onderweg geregeld!
Ik had ditmaal zelf geen protestbordje voorbereid, maar uiteraard maakten we ons onderweg nuttig door te helpen diverse bordjes te beschrijven, zodat wij en onze collega’s daar gebruik van konden maken.
Volgens de organisatie waren er zo’n 7.000 man op de demonstratie aanwezig. Van veel onderwijsmensen hoorden we dat collega’s niet waren gaan staken omdat ze nog zoveel werk te doen hadden. Typisch voor het onderwijs. En ook het rare aan deze staking: normaal gesproken staak je om je werkgever ergens toe te bewegen, maar de universiteiten en hogescholen staan hier allemaal achter en we willen juist de regering laten weten dat we juist méér ipv minder geld nodig hebben. En tsja, dan wil je niet je werkgever, je studenten of je collega’s in de steek laten door hen meer werk te bezorgen. En je wil ook niet jezelf nog meer werk bezorgen terwijl je werkdruk al veel te hoog is, want wat je vandaag niet doet, ligt morgen gewoon nog op je te wachten…
Na het programma op de Dam hebben we een rondje door de stad gelopen. Het verliep voor zover ik kon beoordelen allemaal heel gemoedelijk, zonder incidenten.
Ik heb er helaas weinig tot niks van in het nieuws teruggezien. Hopelijk heeft de staking toch impact gehad, al vrees ik dat er helemaal niks gaat veranderen.
De dag was in ieder geval voor mij persoonlijk geslaagd, want ik heb diverse collega’s ontmoet van andere afdelingen, waaronder iemand die ook Alice in Wonderland-liefhebber is!
Al had ik achteraf gezien misschien toch beter kunnen dokken voor een treinkaartje, want de bus stond zwaar in de file waardoor ik die avond te laat kwam op naailes. Je moet wat overhebben voor het onderwijs…
De afgelopen en komende weekenden is er weer een kerstmarkt in het sfeervolle vestingstadje Bourtange, en aangezien we inmiddels min of meer de huisband zijn voor evenementen die daar georganiseerd worden, mochten wij ook weer komen spelen. Gisteren ging ik mee, volgende week een andere bandgenoot. Ik zou op zich ook wel volgend weekend mee kunnen, maar Bourtange is zo’n 2,5 uur rijden (langer als er ook maar iets van oponthoud onderweg is) en 5 uur onderweg zijn voor een paar uur spelen vind ik best wel wat.
Zo kon wel weer mijn Dickens-outfit uit de kast. (Oh ja, er stond al een jaar op mijn to-do-list om dat ding wat in te korten en een nieuwe petticoat voor eronder te naaien… Nou ja, dan maar alleen de zoom korter maken en de rest komt volgend jaar wel… )
Geoefend had ik vooraf niet echt. Gelukkig ben ik op het niveau dat ik kerstliedjes waarvan ik de melodie in mijn hoofd ken, gewoon zo wel op mijn instrument kan spelen. Het is alleen af en toe even nadenken over op welke toon je moet beginnen. (Ik: “Flip, begint deze op een C?” Flip: “Nee, G”. Ik: *zet in vanaf een G* Flip: *start op een B*. Zucht… er is een verschil tussen de eerste noot van een nummer en de toonsoort waar die in staat… Ook bleken we op een gegeven moment een kerstnummer gespeeld te hebben dat helemaal niet op ons repertoire stond, maar die gelukkig wel goed samen bleek te klinken. )
Helaas was het weer nogal prut. Niet echt koud, wel de hele tijd op en af miezerregen of wat hardere regen, waardoor ook op de momenten dat we niet onder een poort als afdak hoefden te spelen, onze instrumenten het zwaar hadden. Ik kan me niet voorstellen dat het echt mooi heeft geklonken. Ik weet zeker dat mijn toon regelmatig domweg wegviel, omdat ik op een gegeven moment per noot een andere druk moest geven op de zak om hem te laten klinken maar niet te laten kraken. En zowel Flip als ik moesten onze pijpen af en toe letterlijk uitgieten. Desondanks was er veel enthousiast publiek dat in drommen bleef staan kijken en al geld gaf als we alleen nog maar aan het opbouwen of stemmen waren – het leek wel of de budgetten van 2025 nog snel opgemaakt moesten worden. Enthousiast publiek is wel heel erg motiverend en echt nodig op zo’n moment, want niet alleen was het weer suboptimaal, ook waren we alledrie niet helemaal fysiek fit.
Maar we hebben ons erdoorheen geslagen en ik ben zonder ongelukken (dankzij 1x hard remmen… ) en met een tussenstop bij een hotel-restaurant onderweg om nog wat te kunnen eten, thuisgekomen.
Nu nog één optreden met Androneda op de 22e en dan zit voor mij het muzikale jaar erop!
Ik krijg wel eens te horen dat ik altijd focus op de dingen die niet goed gaan, en nooit iets zeg over wat wél goed gaat. Dus ik besloot vandaag een voor mij belangrijke mijlpaal op het werk te vieren.
Na jaren lobbyen en hard werken is vandaag namelijk het nieuwe ontwerp van onze homepage en een nieuwe navigatie van de website live gegaan. Voorheen hadden we o.a. een zogenaamd ‘hamburgermenu’, oftewel zo’n knopje met 3 streepjes waar je op moet klikken om het menu open te klappen. Fijn ruimtebesparend op mobiele telefoons, maar niet aan te raden op de desktopversie van een website. Want als bezoekers de items in het menu niet direct zien, gaan ze vaak gewoon scrollen over de pagina en dan zien ze lang niet alle belangrijke opties. Zoals de linkjes naar pagina’s met informatie speciaal voor onze studenten en medewerkers:
Nu hebben we eindelijk een menu waarin alle hoofdmenu-items direct zichtbaar zijn, en de linkjes naar de doelgroepspecifieke informatie op een speciale plek worden uitgelicht:
Hoera dus! Maar het was geen traject zonder frustraties. Want dat een hamburgermenu niet optimaal werkt, wist ik al toen we in 2019 nog in de ontwerpfase van de website zaten. Algemene kennis binnen mijn vakgebied. Maar er werd niet naar me geluisterd.
Toen we 6 jaar geleden begonnen te werken aan een compleet nieuwe website, maakte ik een opzet voor de navigatie. Die min of meer overeen kwam met wat er nu live is gezet. Daar werd niets mee gedaan. In plaats daarvan werd een extern bureau ingeschakeld voor een algeheel concept en een visueel ontwerp. Dat ontwerp kreeg ik pas laat onder ogen, en toen ik aangaf dat dat hamburgermenu dat ze bedacht hadden moest worden vervangen door een zichtbaar menu, en dat de linkjes voor de specifieke doelgroepen los van het hoofdmenu getoond moesten worden, kreeg ik van mijn manager te horen dat ze nu al te ver in het ontwerpproces zaten en dat dit gewoon doorgevoerd ging worden.
Daar protesteerde ik uiteraard hevig tegen. Na enkele resultaatloze overleggen werd me als concessie beloofd dat, wanneer in praktijk zou blijken dat het hamburgermenu niet goed werkte, we het alsnog konden herbouwen. Ja da-hag, ik wist precies hoe dat zou gaan: ik zou aantonen dat het niet werkte en vervolgens zou ik te horen krijgen dat er nu al veel tijd, geld en moeite in de site was gestopt en dat er op dat moment andere prioriteiten waren. Maar nee, hield mijn manager vol, zou zou het niet gaan.
Zo ging het uiteraard exact.
Ik initieer jaarlijks testen met echte gebruikers van onze website, waarin ik hen opdrachten laat uitvoeren en dan observeer wat er goed en niet goed gaat. Al vanaf het begin was het duidelijk dat veel mensen het menu op de desktopsite gewoon oversloegen. Ieder jaar kaartte ik het opnieuw aan. Ik knipte relevante fragmentjes uit de opnames en maakte meerdere compilatievideo’s, in het kader van ‘show, don’t tell’. Waarna het twee jaar achter elkaar gebeurde dat mijn manager bij het bespreken van de resultaten, doodleuk zei dat hij de filmpjes niet had bekeken en alleen het bijbehorende adviesrapport had doorgenomen.
Uiteindelijk vond ik een ‘window of opportunity’ om de navigatie toch aan de kaak te stellen: inmiddels waren meerdere collega’s ervan overtuigd geraakt dat er meerdere dingen mis waren met de indeling van de homepage, en aangezien het een groot project ging worden om e.e.a. recht te trekken en er ook wat visual design elementen anders moesten, combineerden we het met het herzien van de navigatie. Hoezee? Nou, bijna.
In het projectteam zat, naast ikzelf, die manager en de visual designer. Beiden leken vooral het doel te hebben dat het nieuwe ontwerp ‘mooi’ moest worden. User experience-specialisten wordt vaak verweten dat ze een mooi uiterlijk van de site niet belangrijk vinden, maar dat is natuurlijk niet zo – wij zien een mooi visueel ontwerp als één van de factoren die je nodig hebt om een goede gebruikerservaring te creëren. ‘Mooi’ is daarbij nooit het einddoel, maar een middel dat je inzet. En soms gaat ‘mooi’ ten koste van andere factoren die op dat moment belangrijker zijn om een goede ervaring te creëren – zoals snappen waar je heen moet om de informatie die je nodig hebt te vinden. De visual designer zag dat uiteraard anders, en mijn manager bleef volhouden dat het oorspronkelijke concept achter de website was dat het ‘clean’ moest zijn, en dat al die extra elementen dat teniet zouden doen, en dat er weliswaar allerlei verbeteringen doorgevoerd mochten worden, maar dat het hamburgermenu moest blijven.
Het leek erop dat we in een impasse waren beland. Of eigenlijk niet, want het probleem is dat mijn manager feitelijk een soort meewerkend voorman is, en dus zowel inhoudelijk meedenkt als besluiten neemt. Ik vreesde dat deze ‘window of opportunity’ aan mij voorbij zou gaan en ik weer 5 jaar moest wachten op een kans om wijzigingen in de navigatie van de site door te voeren.
Maar eindelijk was het geluk aan mijn kant: vanuit de organisatie was er frustratie over de vindbaarheid van de content voor studenten ontstaan. Zo erg dat er een ‘brandbrief’ naar onze divisie was gestuurd door diverse medewerkers die met studenten te maken hebben. Daar moest ons MT dus iets mee. Ik tipte de manager van mijn manager dat we bezig waren met dit herontwerp, en dat het beter zichtbaar maken van de linkjes naar studenteninformatie zou kunnen bijdragen aan het oplossen van dit probleem. Lo and behold – de manager van mijn manager vond dit een no brainer en legde binnen een week ofzo op dat deze doelgroeplinkjes er moesten komen. Victorie!!
Toen waren we er nog steeds niet, want de vraag was vervolgens: in welke vorm? Na weer een hoop discussies kwamen we uit op twee verschillende ontwerpen die we gingen testen met gebruikers: eentje zoals door mij voorgesteld en eentje met een concessie, waarbij de linkjes voor de doelgroepen verstopt waren achter een uitklapmenuutje met het label “Informatie voor”.
Niet geheel verrassend (voor mij) bleek mijn versie het meest in de smaak te vallen bij de respondenten. (Eentje zei zelfs letterlijk uit zichzelf dat het ontwerp er ‘clean’ uitzag… *gniffel*).
Dus toen was de kogel door de kerk en werd opdracht aan ons technische team gegeven om een menu te bouwen waarin alle hoofdmenu- en doelgroeplinkjes direct zichtbaar waren. Dat ontwerp is vandaag eindelijk live gegaan. Een grote victorie dus, na 6 jaar lobby!
Maar leuk was het dus niet. Dit project geeft heel duidelijk weer hoe mijn werk standaard verloopt: Ik weet vanuit mijn vakgebied hoe dingen beter kunnen, en daarin heb ik inhoudelijk meestal gelijk, maar ik krijg stakeholders niet mee. Ten eerste omdat mensen meekrijgen niet mijn persoonlijke forte is. Ten tweede omdat mijn vakgebied niet als relevant genoeg wordt gezien en men vaak geen idee heeft wat je eigenlijk doet als het gaat om user experience / gebruiksgemak of hoe groot de effecten ervan zijn, terwijl een visueel ontwerp voor iedereen zichtbaar is en iedereen wel een mening kan formuleren over of iets ‘mooi’ is of niet.
Dat laatste merkte ik ook weer toen het nieuwe ontwerp werd gepresenteerd aan het team. De visual designer kreeg gelijk complimenten dat het er zo mooi uitzag en er werd taart geregeld voor de front-end designer die de afgelopen week keihard had gewerkt om dit doorgevoerd te krijgen. Allemaal heel terechte complimenten hoor. Maar slechts weinigen beseften dat er, voordat dit gemaakt kon worden, iemand op het idee moest zijn gekomen dat de oude situatie niet goed was. Die dat is gaan testen. Die mock-ups heeft gemaakt voor een nieuwe indeling en die heeft getest. Die input heeft geleverd voor wat er precies visueel ontworpen moest worden en wat er door het technische team gebouwd moest worden.
En misschien nog frustrerender: na 6 jaar lang tegen muren aan te zijn gelopen, vindt iedereen die met dit nieuwe ontwerp bezig is geweest (behalve mijn manager) het ineens superlogisch dat dit een verbetering is die doorgevoerd moest worden. En denkt iedereen die eraan mee heeft gewerkt, dat het mede diens idee en initiatief was. Maar verreweg de meeste verbeterpunten in het ontwerp komen uit mijn koker. En had de manager van mijn manager het menu niet geakkoordeerd door even met z’n vuist op tafel te slaan en daarmee alle discussie te beëindigen, dan was het er nooit gekomen.
Dus vond ik dat ik een goede reden had om dit succes expliciet en zichtbaar te vieren. Ik wilde daarom een traktatie voor alle collega’s van mijn divisie kopen. Maar teamgenoten hadden het ook al over iets doen om dit te vieren, en om te voorkomen dat er straks meerdere traktaties tegelijk zouden zijn, moest ik het wel met hen afstemmen. Waardoor mijn traktatie, onze traktatie werd, die ik namens het team zou regelen. Nou ja, ik had er sowieso toch niet bij kunnen zeggen wat dit proces voor mij heeft betekend, aangezien het een enorme ‘I told you so’ is, wat je natuurlijk niet hoort te communiceren op zo’n moment als dit – nu hoor je leuk en lief en positief te zijn en alle anderen die eraan mee hebben gewerkt, te complimenteren. Maar toch, hè…
Ik zou ik niet zijn als ik niet creatief met de situatie om zou gaan. Dus kocht ik vanochtend 3 dozen slagroomsoesjes en eetbare decoratiestiften bij de supermarkt en zette ik Richard en mijzelf aan het werk.
(Inmiddels is Richard vaak genoeg betrokken geraakt bij mijn wildeplannen en heb ik hem vaak genoeg voor mij gewaarschuwd om te weten waar hij aan begint, maar hij is nog steeds niet hard weggerend. Duidelijk de man voor mij! <3 )
En dus werden mijn collega’s vanochtend getrakteerd op soesjes voorzien van… een hamburgermenu met een rode streep erdoor!
Mijn collega’s konden erg lachen om mijn statement-traktatie. Mijn manager lachte als een boer met kiespijn.
Ja, ik besef terdege dat het menu van een universitaire website in Het Geheel der Dingen geen ene moer uitmaakt en het eigenlijk niet waard is me er zo druk over te maken. Maar in kantoorpolitiek moet je je wins af en toe op deze manier vieren om je mentale gezondheid te behouden.
(Disclaimer: mijn manager komt nu erg negatief over in deze post, maar over het algemeen kan ik het prima met hem vinden en waardeert en tolereert hij mijn eigenzinnigheid juist. Alleen hebben we in dit project echt heel erg geclashed en ik vind het nog steeds lastig begrijpen waarom hij deze verandering zo expliciet heeft geprobeerd te blokkeren.)
Vroeger vierde ik nog wel eens Sinterklaas met vrienden. Dan dobbelden we om cadeautjes, of deden we andere dingen rondom het elkaar geven van kleine presentjes. Helaas verwaterde die traditie enige tijd geleden, want druk en kinderen en iedereen was moe rond deze tijd. Dat vond ik wel jammer.
Richard’s vriendengroep (jonger en fitter en minder kinderen ) doen er wel nog jaarlijks aan, dus yay, ik mocht opnieuw naar de winkel om iets voor een nog onbekende persoon te scoren! Wat nog behoorlijk lastig was, want ik wist eigenlijk niet wat voor soort cadeautjes daar traditiegetrouw werden gegeven, wat iedereen z’n hobbies zijn, en hoe het geven van de cadeautjes vormgegeven zou worden. Bij onze eerdere Sinterklaasbijeenkomsten was het bv. nog wel eens de grap om een bijzonder gevormd cadeautje te kiezen, of iets dat geluid maakte als je er mee rammelde, want in de eerste rondes mocht je het nog niet uitpakken en moest je op basis van die aspecten beoordelen of je het wilde houden of dat je het juist zo snel mogelijk kwijt wilde aan iemand anders.
Hier bleek dat niet de bedoeling te zijn. We hadden van tevoren een aantal vragen moeten beantwoorden over onze muzieksmaak en afgelopen zondagmiddag deden we met z’n allen een Kahoot-quiz, waarbij we moesten raden wie welk antwoord had gegeven op vragen als “Welke videoclip vind je de leukste” (Kent u deze nog-nog-nog?? Nee? Okee, ik ben oud…) of “Wat is je favoriete film/musicalliedje?” (Zodra The Lonely Goatherd werd afgespeeld kon ik me niet inhouden en zong ik gelijk vrolijk “Jodele-ie, jodele-ie, jodele-ie-ie!” mee – sorry not sorry dat het antwoord overduidelijk was! ) Tussen de quizvragen door mochten degene met de hoogste scores cadeautjes pakken en aan iemand geven, die ze dan gelijk uitpakte.
Ik was blij dat ik met Richard een team kon vormen, want ik ben nog lang niet genoeg geïntegreerd in de groep om alles te weten van iedereens muzieksmaak, of bekend te zijn met alle inside jokes. En verder was het leuk dat we elkaar regelmatig hoofdschuddend konden aankijken met een blik van: “wélk nummer…?” of “WTF is dit nou weer??”. Ik vrees dat ik 95% van de liedjes die langskwamen niet kende (en ook niet wil kennen ).
Verder was er natuurlijk Heel Veel Sinterklaassnaai. En na afloop van de quiz was er ‘tafelfriet’. Oftewel: bedek de tafel en het kookeiland met aluminiumfolie en eet al het fastfood gewoon daar vanaf – scheelt weer afwas.
Anyway, uiteindelijk ging iedereen tevreden, met een volle buik én met cadeautjes naar huis. Een geslaagde dag dus! En misschien moeten Richard en ik het gebeuren volgend jaar maar hosten, want ze bleken niet bekend te zijn met de dobbel-om-cadeautjes-variant, dus hoog tijd om dat te introduceren.
Een nieuw deel in de serie “Lenny’s hyperfocus op prepping”! Ditmaal: “Lenny bereidt zich voor op wateroverlast”.
Want tsja, oorlog is niet het enige actuele gevaar. Klimaatverandering is ook een ding, en dat betekent onder meer dat er een grotere kans op wateroverlast is. Nou woon ik aan een kanaal, dus in principe is het waterpeil bij ons reguleerbaar. Maar ja, wie zegt dat daar nooit iets aan gesaboteerd wordt? Ook bestaat de kans dat er prioriteiten moeten worden gesteld en iemand hoog in de boom besluit dat onze wijk opgeofferd moet worden om te voorkomen dat een ander gebied overstroomt.
Je kunt erom lachen, maar ik heb familie in Zuid-Limburg wonen en heb meegekregen wat er is gebeurd bij de overstromingen rondom Valkenburg, en geloof me: dat wil je niet meemaken en dus zo veel mogelijk voorkomen. Volgens Overstroomik.nl kan het water bij ons maximaal 1,5 meter hoog komen te staan, dus er is blijkbaar inderdaad een reëel gevaar.
Ik googlede eerst naar zandzakken. Dat zou in theorie moeten werken, maar in praktijk moet je ze behoorlijk hoog stapelen om je deuren te beschermen, wat betekent dat je er véél van nodig hebt, en dat je ze dus op het moment zelf moet zien te vullen, waardoor je wellicht te laat bent. Bovendien moet je ze heel goed neerleggen, wil je zeker weten dat er nergens een kiertje tussen zit waardoor het effect teniet wordt gedaan.
Toen zocht ik naar waterschotten. Auw, die prijzen zijn alleen betaalbaar voor overheden, bedrijven, of zeer vermogende mensen.
Daarna schoot ik zoals gebruikelijk in de ‘maar kan ik dat dan niet zelf maken?’-modus…
Ik vond diverse voorbeelden van mensen die metalen houders tegen hun deuropeningen hadden geschroefd, waarin ze schotten voorzien van rubberen afdichtranden konden schuiven. Maar het maken van schotten met rubbertjes leek me niet gemakkelijk en bovendien had ik geen zin om permanent iets tegen mijn deurposten te monteren, terwijl de kans dat het nodig gaat zijn, klein is.
Toen vond ik een filmpje op Youtube (dus volledig betrouwbaar ) waarin iemand in een Vlaams programma demonstreerde hoe hij zelf waterschotten had gemaakt: houten platen omrand met buisisolatie. Die klemde hij vervolgens in zijn deurposten. Dat klonk ten eerste als makkelijk maakbaar, ten tweede niet duur, en ten derde een behoorlijk slimme oplossing, want buisisolatie laat inderdaad geen water door maar is ook heel flexibel, waardoor alle oneffenheden worden opgevangen! Het idee is dat de druk van het water ervoor zorgt dat het schot goed tegen je deur wordt aangedrukt, waardoor eventuele kiertjes worden gedicht. Dat wilde ik ook proberen! (Helaas had ik het filmpje niet opgeslagen, en kon ik het ook niet meer terugvinden, dus ik moest hopen dat ik alles goed had onthouden.)
Aldus kocht ik een aantal rollen buisisolatie (plus eentje extra omdat ik de boel verkeerd had gezaagd – het is namelijk een regel dat je tijdens een project een keer terug moet naar de bouwmarkt), een twee tubes montagekit (okee, okee, het is een regel dat je méérmaals terug moet) en enkele hardhout mdf-platen bij de Praxis (argh… hardhout is duur dus uiteindelijk werd dit niet een dermate goedkoop projectje als ik had gehoopt). De platen liet ik gelijk in de winkel op maat zagen waarna ik, eenmaal met de kar op de parkeerplaats gearriveerd, nog een keer naar de zagerij terug moest omdat ik me niet had gerealiseerd dat het restantstuk te breed was om door de achterklep van mijn auto te passen.
Thuis ging ik aan de slag met het verstek zagen van de buisisolatie, om daarna de boel tegen de platen te kitten.
Superhandig, zo’n verstekbak. Alleen jammer dat isolatiemateriaal meegeeft en er dus nog steeds geen garantie is dat de hoekstukken netjes op elkaar aansluiten…
Na één stuk isolatie over een rand gelijmd te hebben, realiseerde ik me dat dit klusje vele malen makkelijker zou gaan met meerdere handen. Toen Richard langskwam, werd hij dus gelijk aan het werk gezet (en de lieverd vond het wederom helemaal niet erg en juist leuk om me te helpen <3).
In theorie zou één persoon de buisisolatie open moeten kunnen houden, waarna de ander montagekit op beide randen smeert. In praktijk lukt het niet om de hele lengte van die buis open te houden, en al helemaal niet om te voorkomen dat je handen volledig onder de kit raken. En daarna moet je met je volgekitte handen dus die isolatie over het hout proberen te schuiven. Eindresultaat was dat alles onder de montagekit zat en we flink hebben geschuurd om onze handen weer schoon te krijgen, maar het pas de volgende dag lukte om alle kitresten van onze handen en het isolatiemateriaal (en de vloer, en de tafel, en de wasbak… want het was te koud om buiten te werken) af te pulken. (Richard hield nog steeds vol dat hij het een leuk project vond – de schat.)
Volgende stap was om de randen af te kitten. Ik had gehoopt dat de montagekit de boel voldoende vast zou zetten, maar er zaten toch behoorlijk wat kiertjes tussen die ik niet vertrouwde. Dus pakte ik een restant sanitairkit uit de schuur en dichtte ik aan één kant van de schotten de overgang van het isolatiemateriaal naar het hout plus de hoekpunten, extra af.
Klaar! Het enige wat nog restte, was uitproberen of ze zouden blijven zitten. Mijn plan was om de schotten die tegen de keukendeur en woonkamerdeur (aan de achterkant van het huis) moesten komen, klem te zetten onder de deurklink. Die steekt namelijk een stuk uit ten opzichte van de deurpost, waardoor het helaas niet mogelijk was om de schotten de eigenlijk gewenste anderhalve meter hoog te maken. Ze zijn nu net iets meer dan 1 meter hoog geworden en ik ga maar gewoon hopen dat een eventuele zondvloed niet hoger komt. Het vastklemmen van de schotten onder de deurklink bleek in ieder geval wel te werken nadat ik één schot wat had ingekort en een ander schot had voorzien van een extra stukje hout bovenop omdat ik blijkbaar niet goed had gemeten!
De deurpost van mijn voordeur heeft een andere vorm en dus moest ik het daar anders oplossen: met twee lange latjes die ik tussen de bovenkant van de deurpost en de bovenkant van de schotten klemde. (Hier is overigens geen sprake van een uitstekende deurklink, maar het leek me weinig zin hebben om het schot aan de voorkant van mijn huis wél anderhalve meter hoog te maken en die aan de achterkant niet. )
Uitproberen of dit systeem wel functioneert gaat hem natuurlijk niet worden, dus ik moet maar hopen dat de theorie inderdaad ook in praktijk werkt. Al ga ik nóg harder hopen dat ik deze waterschotten voor niets heb gemaakt en ze tot het einde der tijden ongebruikt in mijn garage kunnen blijven staan…
(En nu ga ik toch ook nog een paar zandzakken kopen, aangezien er in mijn muren een paar kleine roostertjes zitten voor ventilatie van de kruipruimte, en het ook wel handig is om zandzakken in je toilet en gootsteen te kunnen leggen tegen omhoogkomend rioolwater.)
We waren met De Soete Inval gevraagd om afgelopen zaterdag in de kerk van Renkum te spelen. Ik had in eerste instantie niet door dat het een luisterconcert was – ik dacht dat we, zoals meestal het geval is, een evenement moesten opleuken met muziek. Maar nee, ze bleken twee maanden lang allerlei activiteiten in het kader van Marie d’Harcourt / Maria van Gelre / Maria van Renkum (hoeveel namen kun je het mens geven) te organiseren, en die zaterdag draaide het puur om ons! Maar liefst 2 uur lang. Oh… paniek!!
Wij zijn namelijk niet echt een concertgroep, maar meer een sfeergroep. Omdat de meeste mensen niet heel lang blijven staan luisteren, hebben we geen uitgebreide arrangementen zoals we wel bij Androneda hebben. Dat kan ook niet zo goed, omdat we continu met verschillende samenstelling (en dus een ander aantal muzikanten) spelen. We zijn inmiddels wel bezig met arrangementen voor een cd, maar die gaan er dan weer vanuit dat we het met de héle groep doen. Dus moest er snel een programma in elkaar worden gegooid en die taak kwam bij mij te liggen.
Dus raapte ik de leukste nummers bij elkaar, bedacht ik arrangementen gebaseerd op wat we wel vaker in praktijk deden en/of maakte ik een uitgeklede versie van onze cd-arrangementen, en vroeg ik de bandleden om tussen de muziek door, om beurt wat te vertellen over middeleeuwse muziek en over onze instrumenten. Want we verwachtten niet dat het interessant zou zijn om 2 uur onafgebroken naar ons te luisteren.
2 Uur bleek inderdaad erg lang, mede doordat het ontieglijk koud was was in die kerk – wij hadden moeite om onze handen warm genoeg te houden om te spelen en het publiek zat ook zichtbaar te kleumen. Maar omdat er geen horeca in de kerk was, wilden we ook geen pauze tussendoor inlassen uit angst dat mensen dan tussentijds zouden vertrekken. Dus dan maar gewoon doorspelen en iets eerder ophouden.
Hoe houd je je blokfluiten warm in een koude kerk? Nou, zo dus!
Respect voor het publiek dat ze ondanks de kou zijn blijven luisteren! Hoewel ik zelf niet tevreden was over ons optreden, kwamen er veel mensen achteraf enthousiast naar ons toe en hebben we van meerderen (waaronder een van de organisatoren) gehoord dat ze ons wellicht ook nog ergens anders zouden willen boeken. <3
Dat had ik niet verwacht, want zoals ik al zei was ik zelf niet tevreden. Omdat we het programma last-minute in elkaar hadden gedraaid en daar bijna niet op hadden kunnen oefenen, liep het tijdens het optreden nogal rommelig en vielen we af en toe terug in de standaardmanier waarop we het altijd deden en waren de instructies van onze bandleider soms tegenstrijdig aan de afspraken in het arrangement. Euh… wat of wie volg je dan? Uiteindelijk hebben we denk ik 80% van de arrangementen niet gespeeld zoals gepland, waar ik wel van baalde.
Maar goed, ik ben wellicht weer te veeleisend. In ieder geval was het leerzaam en hopelijk kunnen we deze arrangementen wat finetunen en meer integreren in de festivaloptredens, want we waren het er allemaal over eens dat onze performance er wel weer een stukje leuker van wordt!