Category: Diversen

Getting organized

Afgelopen vrijdag kocht ik een handig bakje voor het opslaan en vervoeren van mijn naaispulletjes. Hiervoor had ik een houten kistje, wat weliswaar erg leuk uitzag, maar nogal zwaar was om wekelijks te verslepen naar naailes. Bovendien was het kistje duidelijk niet gemaakt voor regelmatig vervoer, want de scharnieren lieten los en ik was bang dat het uitstekende ijzeren beslag in de hoeken uiteindelijk mijn coole krokodillenlederen tas kapot zou maken.

Deze vond ik bij de naaiwinkel:

Ik word echt heel blij van dit soort überhandige, überefficiënte bakjes \o/

Het triggerde een algeheel “let’s make things better”-gevoel. Dus begon ik in de hobbykamer op te ruimen en te schuiven.

De uitklaptafel die we eigenlijk voor Mark’s spelletjesavonden hadden aangeschaft maar daar nooit meer voor gebruikt werd, kon ook wel permanent uitgeklapt blijven – eindelijk een fatsoenlijke hoeveelheid werkruimte en plek om de machines op te bergen!

De stroomkabels en verlengsnoeren werden handiger langs de muren getrokken. De UnFinished Objects werden doorgespit en deels weggeflikkerd. De restanten stof, garens en accessoires van het net afgeronde project werden netjes opgeborgen. Rondslingerende patroondelen in mapjes gestopt (mental note: in het vervolg niet alleen op het patroondeel schrijven welk onderdeel het is, maar ook bij welk patroon het hoort…). De plant verhuisd naar een andere ruimte. De losse muziekspullen naar de andere kant van de kamer overgeheveld en een eigen vaste plekje gegeven.

En aangezien Mark regelmatig klaagde dat hij niet kon werken door mijn harde muziek in de computerkamer (omdat ik graag muziek luister tijdens het naaien en daarom de deuren van de twee kamers tegen elkaar open zet), bedachten we een alternatieve oplossing in de vorm van een ongebruikte laptop, waar mijn mp3-verzameling naar werd gekopieerd.
Bijkomstig voordeel: ik hoef nu niet meer eerst mijn oefencd’s via de pc op mijn voicerecorder over te zetten als ik liedjes wil inspelen, maar ik kan nu rechtstreeks de cd in de laptop stoppen.

Tadaa (klikbaar):

Eindelijk permanente werkruimte!

Aan de bril

Mijn collega merkte onlangs op dat ze me regelmatig met mijn ogen ziet knijpen als ik naar een beeldscherm kijk. En waarempel – toen ik er op ging letten, merkte ik dat ik inderdaad behoorlijk vaak knijp. Vooral bij letters op een witte achtergrond. Dan is het scherm ook zo fel!

Ik heb al langer het vermoeden dat mijn ogen niet meer zo goed zijn als vroegah. Als ik na een werkdag moe op het station sta, moet ik soms even schudden met mijn hoofd om het bord boven het perron te kunnen lezen, want anders dansen de lettertjes voor mijn ogen. En als ik auto rijd, doe ik vaak het zonneklepje naar beneden, ook al schijnt de zon niet hard, omdat minder lichtinval van boven voorkomt dat ik de hele rit ga knijpen.

Mijn (brildragende) collega suggereerde dat ik misschien een getinte bril nodig had, speciaal voor beeldschermen enzo, om de felheid wat te verminderen.

Nou moest ik vandaag toch nog even de stad in om wat spulletjes te kopen, dus besloot ik om eens langs een brillenzaak te lopen en te informeren hoe zo’n meting nou in z’n werk gaat en of ik daar een afspraak voor nodig had.

(Toevallig liep ik onderweg naar de brillenzaak langs een schoenenwinkel. En ze hadden een geweldig paar laarsjes, in exact de kleur waar ik al jaren naar op zoek ben! Helaas waren ze €140,-. Belachelijk. Dus liet ik ze staan. Go me.)

De brillenwinkel was aan het andere eind van de stad, dus kon ik wat uitstelgedrag vertonen en deed ik eerst de andere boodschappen: een nieuw doosje met uitklapvakjes voor het vervoeren van mijn naaispulletjes, wat drogisterij-artikelen, knoopjes voor op een nieuw kostuum, en een nieuw handtasje (want mijn huidige valt écht uit elkaar).

(Tijdens de lunch bedacht ik me nogmaals hoe goed ik er aan had gedaan om de laarsjes te laten staan. Want voor een superleuk jurkje geef ik nog wel €100,- uit, maar kom, voor €140,- heb ik normaal 2 of 3 paar schoenen!
Ineens verscheen er een duiveltje op mijn schouder, dat opmerkte dat ik dat superleuke jurkje hooguit eens per jaar draag, terwijl ik die schoenen veel vaker aankan. Veel meer waar voor je geld dus.
Ik sloeg het duiveltje weg en liep verder.)

Vol goede moed liep ik enigszins naïef de brillenzaak binnen. Ik legde uit dat ik op het moment geen bril of lenzen droeg, maar vermoedde dat mijn ogen wellicht wat achteruit waren gegaan. Kon ik een afspraak maken voor een oogmeting?

De dame achter de balie maakte er weinig woorden aan vuil en plantte me direct achter een apparaat. Hoppa, kin in het bakkie leggen en vooruit kijken.

Ik zag eerst met mijn rechteroog een plaatje van een soort landingsbaan met een ballon aan het uiteinde. Hij werd vager, toen helderder, en toen weer vager. Ik vroeg me af of ik iets moest zeggen daarover. Maar voordat ik de kans had, verscheen het plaatje voor mijn linkeroog en gebeurde hetzelfde.

Een paar seconden later stond de mevrouw op en zei: “Ja, je moet een bril.”

Euh… wacht… hoe wat waar? Ik heb niet eens lettertjes voorgelezen??

Blijkbaar meet dat apparaat dus automatisch je afwijking. Lang leve de technologische vooruitgang.

Wat van mijn stuk gebracht vroeg ik wat er nu dan moest gebeuren.
Nou, nu kon ik een meting laten doen, zei de dame.
Een meting? Wat heb ik net dan gedaan…?
Er volgde niet echt een uitleg, dus hobbelde ik maar achter de mevrouw aan naar een apart kamertje.

Ah, daar waren de plaatjes met lettertjes.

Ik werd achter een ander apparaat gepositioneerd en er werden verschillende lenzen voor mijn ene, en vervolgens voor mijn andere oog gedraaid. Ik moest steeds de slechtste van de twee lenzen wegstemmen.

Het ging nogal snel, dus af en toe moest ik vragen of ze de eerste nog even kon terugzetten. En soms zag ik eigenlijk geen verschil tussen de lenzen. En omdat ik iedere keer dezelfde letters moest oplezen, wist ik het rijtje op een gegeven moment ook wel uit mijn hoofd….

Na de letters volgden de stipjes. Na de stipjes volgden een rood en een groen vlak met cijfers. Uiteindelijk bleef blijkbaar de beste lens over.

De mevrouw haalde het apparaat van mijn ogen en herhaalde: “Ja, je moet echt een bril. Je hebt rechts -0,75 <vakterm A> en -1 <vakterm B> en links heb je -1 <vakterm A> en -0,75 <vakterm B>.”

Zonder al te veel hoop vroeg ik of ik die bril dan misschien niet permanent op hoefde, maar bijvoorbeeld alleen bij het computeren? Nee dus.
En of ik ook lenzen kon? Dat kon dan wel, maar ze raadde me aan om te beginnen met een bril om mijn ogen aan de correctie te laten wennen, en later pas over te stappen naar lenzen.
En ze vertelde dat mijn ogen sneller zouden verslechteren als ik geen bril zou nemen, maar gewoon zo door zou blijven lopen.

Oh. En nu?

Nou, nu kon ik een montuur uitzoeken.

Oh.

Wacht even. Ik kwam hier binnen om te informeren over de planning van een oogmeting en nu moet ik ineens een montuur kiezen?

Ik trapte op de rem en vroeg of ik ook gewoon een uitdraai van de test mocht en later terug kon komen. Dat kon gelukkig.

Toen stond ik buiten met een nietszeggend papiertje in mijn hand:

Rechts:
Sfer: -0,75
Cyl: -1,00
As: 175
Add: 0,00
Visus: 1,20
H: 0
Prisma: 0,00
Pr: 0
Pd: 0,0
Hoogte: 0

Links:
Sfer: -1,00
Cyl: -0,75
As: 5
Add: 0,00
Visus: 1,20
H: 0
Prisma: 0,00
Pr: 0
Pd: 0,0
Hoogte: 0

Right.

Maar… help! Ik wil helemaal geen bril! Brillen staan mij niet. Ik heb een hoedjeshoofd – plant een willekeurig gedrocht op mijn hoofd en het staat leuk, maar zonnebrillen kopen is altijd een ramp. Met zo’n ding op mijn hoofd word ik vast veel minder lief. Zo’n zakelijke bitch ofzo. Of een suffige duts.

Wat nu? Is -1 <whatever> echt zo slecht of willen ze me gewoon iets aansmeren? Welk soort montuur denken jullie dat mij zou staan? En is er een goede brillenwinkel die jullie kunnen aanraden (want ik denk niet dat ik nog terug ga naar die Hans Anders zaak)?

(Als troost kocht ik alsnog de laarsjes:

Want als ik dan een lelijke kop krijg, heb ik in ieder geval nog mooie voeten)

Een brug te ver

Het is niet heel handig om vlak na een LARP-weekend een les mindfulness te hebben. Niet voor niets nemen veel mensen op maandag vrij, omdat ze anders op hun werk toch niets meer kunnen doen dan in gedachten alles nog eens herbeleven en F5-en op het forum, in de hoop dat mensen nieuwe verhalen hebben gepost.

Probeer in die status maar eens loopmeditatie te doen.

“Focus op het moment dat je het initiatief neemt om te bewegen.”

Welk initiatief? Ik hoef niet zo nodig te lopen hoor. En als ik dan eenmaal begonnen ben, omdat het ook zo opvalt als ik als enige blijf staan, dan gaat die ene voet automatisch voor de andere, daar is weinig initiatief aan. Gewoon doorlopen totdat je de muur hebt bereikt en niet meer verder kunt. Wat dat betreft ben ik net een zombie. Wat mijn gedachten weer bij Charm brengt.

Ik heb ook niet het idee dat we veel nieuws leren tijdens de les. We herhalen vooral groepsgewijs de eerder uitgelegde oefeningen.
Het enige dat ik gisteren heb geleerd, is dat ik makkelijker geknield kan zitten als ik twee van die ronde kussentjes onder m’n reet prop in plaats van één, omdat ik dan wat hoger zit.

En ik blijf het ontzettend moeilijk vinden om me zo lang op niets te concentreren. Eén meditatie-oefening red ik al niet tot het einde. Laat staan als we er vier achter elkaar doen! Het ‘vriendelijk accepteren’ van het feit dat ik continu afdwaal, lukt ook nog steeds niet.

Aanstaande vrijdag is er een ‘stiltedag’. Het idee is, dat we van 10 uur ‘s ochtends tot half 5 ‘s middags daar aanwezig zijn en de hele dag niets zeggen, terwijl we meditatie-oefeningen doen, wandelen in stilte, etc.

Hoewel ik niet houd van opgeven, heb ik er vriendelijk voor bedankt. Nee meneer de docent, ik ben niet verhinderd, ik wil dit gewoon écht niet.

Het de hele dag stil moeten zijn is niet eens het probleem. Volgens mij kan ik dat best – ik ben toch niet zo’n prater. Maar het idee dat ik de hele dag moet focussen en mediteren, trek ik niet. Als ik een training van een avond al niet doorkom, hoe moet ik dan in godsnaam een complete dag redden?
Het heeft gewoon echt geen zin, dat weet ik nu al. Dan ben ik maar een opgever, maar ik ga niet mijn vrije dag opofferen om me de hele dag te zitten opvreten over het feit dat het me niet lukt, terwijl ik dat van tevoren ook al wist.

Volgende week is de laatste les. Daar ga ik dan wel nog heen. Maar alleen uit plichtsbesef, omdat ik nu eenmaal moet afmaken waar ik aan begonnen ben.

Het is jammer, maar ik heb inmiddels vriendelijk geaccepteerd dat mindfulness niets voor mij is.

Reanimatie

Tijdens de Serious Request actie had Mark geboden op een cursus reanimatie. En hij won de veiling, dus hij mocht met een aantal andere mensen de cursus gaan volgen.

Zaterdag togen Mark, Suus, Judith, Alice, Bob en ik daarom naar Apeldoorn om te leren hoe we mensen kunnen redden. Tenminste, alleen als ze een hartstilstand hebben gehad. In alle andere gevallen moeten ze het maar uitzoeken.

We leerden één voor één alle stappen: niet alleen de daadwerkelijke hartmassage en het beademen, maar ook het actief aanspreken van omstanders om 112 te bellen of een AED te gaan zoeken. En hoe we vervolgens met zo’n schokapparaat om moeten gaan.

Doet 'ie het nog...?
Tijd voor een lekkere massage

http://youtu.be/jgJ4yVmGC4E

Twee minuten lang reanimeren klinkt alsof het niets is, maar dat valt vies tegen! Het was behoorlijk  intensief en al snel had ik een kop als een boei.
Wat dat betreft heb ik wel wat nadeel van mijn beperkte gewicht – je moet de borstkas 4 a 5 centimeter indrukken bij de hartmassage, maar in plaats van daar actief op te mikken, moest ik mijn volle gewicht op die arme pop hangen, zodat ik diep genoeg kon komen.

En tja, wat krijg je als je 6 LARP’ers bij elkaar zet en vraagt om een situatie na te spelen? Dan gaan de mensen die niet aan de beurt zijn, improviseren. Dus werd er gereanimeerd met scheldende en betweterige omstanders, hysterische partner-van-het-slachtoffer, en verslaggever met cameracrew die even bij de hulpverleners kwam informeren wat de huidige stand van zaken was :-D

http://youtu.be/mnV98vnmeyo

http://youtu.be/j4zk5qSwLD0

Volgens mij was de docente enigszins verrast door de hilariteit die aldus ontstond. Ze besloot dan ook om ons maar niet de oefening te laten herhalen met een ander soort AED, maar om ons te leren hoe je baby’s reanimeert.

[/caption]

Ondanks de chaos die we veroorzaakten zijn we wel allemaal geslaagd en krijgen we binnenkort per post een officieel certificaat!

Dat komt wel met Verantwoordelijkheid: je bent blijkbaar strafbaar als je in een noodsituatie niet handelt terwijl je wel iets zou kunnen doen.

Hoewel ik absoluut geen zorgzaam type ben, ben ik wel blij dat ik nu weet wat ik kan doen in zo’n situatie. Want wat is er erger dan hulpeloos moeten toekijken, terwijl iemand om wie je geeft, dood gaat?
En het is ook fijn dat ik heb geleerd dat je het beter niet goed kunt doen, dan dat je helemaal niets doet. Want als er iemand neervalt dan is er bijvoorbeeld ook kans op nekletsel en dergelijke. In zo’n geval moet je daar natuurlijk op een andere manier mee omgaan. En je kunt ook iemand z’n ribben breken bij de hartmassage. Maar uiteindelijk komt het er altijd op neer, dat je de situatie niet 100% kunt overzien. Je bent geen arts. Je bent de opvang totdat er een ambulance komt. En ook al veroorzaak je op ander vlak schade, als je niets doet, gaat de persoon sowieso dood. Dus veel keuze heb je niet.

Behoorlijk afgepeigerd kwam ik thuis. Toch ben ik ‘s avonds nog gaan Balfolken. Ergens kwam nog energie vandaan gelukkig.
Het was dus een nuttige en heel leuke zaterdag!

Kapselcrisis

Het is weer eens zo ver. Ik baal van m’n haar.

Eens in de zoveel tijd overweeg ik om het helemaal anders te doen. Maar wat dan?

Ik hou van lang haar. Het liefste had ik zo’n prachtige volle bos tot op m’n kont. Maar de realiteit is, dat ik heel fijn haar heb. Van dat spul dat heel plat gaat hangen en waar je ook geen laagjes in moet proberen te knippen, want dan hou je helemaal niets over.

Eigenlijk moet ik dan ook geen lang haar hebben. Schouderlengte, maximaal. Maar dat vind ik niet leuk.

Er zullen vast een hoop kapsels zijn die me goed staan en die beter bij mijn gezichtsvorm passen dan wat ik nu heb. Maar die zijn niet mijn smaak.

Neem nou mijn pony. Eens in de zoveel tijd probeer ik het weer. Want ik heb een redelijk groot voorhoofd, dus dan is het mooier als daar wat overheen hangt. Maar uiteindelijk vind ik het toch altijd weer dutsig of truttig staan.

Het kapsel hieronder vind ik wel superleuk. Maar met mijn volume bereik je dat alleen door al je haar naar voren te kammen (en waarschijnlijk is dat voor deze foto ook gedaan). En zoveel pony kan ik niet laten knippen, dan blijft er te weinig haar over voor aan de achterkant.

De kapsels hieronder zijn meer bereikbaar voor mij denk ik. Maar dat impliceert van die dunne piezels onderin en dat vind ik eigenlijk niet mooi. En te kort. En de pony van die eerste die past vast bij mijn hoofdvorm, maar die vind ik dus niet leuk. En het haar van die tweede is vast flink geföhnd, dus als ik dat niet iedere ochtend doe, krijg je nog steeds een slap aftreksel ervan dat voor geen meter hangt.

Verder speelt LARP en dergelijke een rol. Voor verreweg de meeste personages die ik wil neerzetten, zijn lange lokken perfect. Ik wil niet steeds een pruik dragen, ik wil mijn eigen haar daarvoor kunnen gebruiken.

En dan hebben we nog het issue ‘kleur’.

Ik heb al een aantal keer een roodtint in m’n haar laten doen. Ik overweeg ook wel eens een meer oranje tint; dat vind ik stiekem erg leuk. Zoals op de foto hieronder:

(Ik kwam ‘m zojuist tegen op Facebook… JALOERS!! NIET leuk als je zelf net in een uiterlijkcrisis zit… :-/ )

Maar ik heb al gemerkt dat het erg lastig te voorspellen is hoe de kleur bij mij uitpakt en ik ben bang dat het niet wordt wat ik in gedachten heb.

Als ik anderen om hun mening vraag, dan zijn die weer erg verdeeld. Mijn mammie ziet me graag met een pony, mijn pappie raadt korter haar aan. Terwijl Suus juist jaloers is op mijn lengte en vindt dat ik het niet moet afknippen.

Meer variëren dan? Ik ben heel slecht in het opsteken en dergelijke van mijn haar. Dat kan ik natuurlijk wel leren, maar ik heb het idee dat mijn haar daar helemaal niet geschikt voor is. Het zakt altijd heel snel weer uit en bovendien benadrukt het dat er eigenlijk maar heel weinig haar is om iets mee te doen.
Ik herinner me nog goed de dramatische sessies met de styliste voor mijn trouwdag. Zelfs zij kon er weinig van maken. Dus zal het mij al helemaal niet lukken.

Moet ik misschien gaan faken met extensions…? Het zou wel een hoop oplossen, maar het voelt ook een beetje als bedriegerij.

Help, ik weet het echt niet meer :-(  *baalt*

The hitchhiker’s guide to mindfulness

Vorige week had ik dankzij de NS de cursus mindfulness gemist. Deze week ging ik er weer met frisse moed tegenaan.

We begonnen met het leren van een nieuwe oefening: de loopmeditatie.
We moesten eerst stilstaan en daar onze aandacht op focussen.

“Weet je”, zei de docent: “je kunt dit ook benoemen. Laten we het ‘staan’ noemen.”

Ongelovig keek ik op. Was hij serieus?

Vervolgens gingen we de eerste stap zetten. We moesten voelen hoe ons gewicht zich verplaatste.

“Misschien helpt het je”, zei de docent, “om ook dit te benoemen. We kunnen dit ‘stap’ noemen.”

Ik moest mijn best doen om niet hardop in lachen uit te barsten.
Ik voelde me een beetje zoals de Sperm whale in de Hitchhiker’s Guide to the Galaxy, die naïef zijn nieuwe ervaringen benoemt voordat hij er tegen te pletter slaat.

“Ah… ! What’s happening?”, it thought. “Er, excuse me, who am I? Hello? Why am I here? What’s my purpose in life? What do I mean by who am I?”

“Calm down, get a grip now… oh! this is an interesting what is it?”

“It’s sort of… yawning, tingling sensation in my… my… well, I suppose I’d better start finding names for things if I want to make any headway.” […]

“Wow! Wow! That feels great! Doesn’t seem to achieve very much but I’ll probably find out what it’s for later on. Now, have I built up any coherent picture of things yet? No. Never mind.”

“Hey! What’s this thing suddenly coming toward me very fast? Very, very fast. So big and flat and round, it needs a big wide-sounding name like… ow… ound… round… ground! That’s it! That’s a good name- ground! I wonder if it will be friends with me?”

And the rest, after a sudden wet thud, was silence.

Zucht. Ik besloot het maar over me heen te laten komen. Letterlijk stap voor stap werkte ik me door de oefening heen.

De volgende oefening. Dat was een herhaling van de al eerder geleerde ademoefening.

Curiously enough, the only thing that went through the mind of the bowl of petunias as it fell was “Oh no, not again.”

Maar goed, ik zou braaf meedoen. Wanhopig poogde ik aandacht aan mijn ademhaling te schenken, maar mijn gedachten vlogen zoals gebruikelijk alle kanten op.

“Concentrate,” hissed Zaphod, “on his name.”
“What is it?” asked Arthur.
“Zaphod Beeblebrox the Fourth.”
“What?”
“Zaphod Beeblebrox the Fourth. Concentrate!”
“The Fourth?”
“Yeah. Listen, I’m Zaphod Beeblebrox, my father was Zaphod Beeblebrox the Second, my grandfather Zaphod Beeblebrox the Third…”
“What?”
“There was an accident with a contraceptive and a time machine. Now concentrate!”

De docent begeleidde ons. “Laat je aandacht gaan naar je hoofd…, schouders…,”
(“…knie en teen”, vulde ik aan)

Eindelijk was de kwelling voorbij.

We gingen de kring rond om onze progressie tot nu toe te evalueren. Tot mijn vreugde vernam ik dat ik niet de enige was die moeite had met zich ertoe zetten om dagelijks huiswerk te maken. Toch rapporteerden velen vooruitgang. Eén van mijn cursusgenoten (gepensioneerd, niets beters te doen op een dag) vertelde dat ze inmiddels had bereikt dat ze niet alleen kon constateren dat ze nare gedachten had, maar ook kon zeggen: “Dit wil ik niet denken, ga weg”. Dat leek mij ook wel wat.

Een andere cursiste verwoordde echter precies waar ik ook mee zat: ze kon prima constateren dat ze zichzelf gek aan het maken was, dat was het probleem niet. Maar om vervolgens op te houden met die gedachten, dat ging niet.

De docent knikte begrijpend. “Dat komt omdat je boos op jezelf bent dat je die gedachten hebt. Je moet vriendelijk constateren dat je zo denkt.”

“Okee, maar dan?”, vroeg zij en dacht ik.

“Dan niets”, antwoordde de docent.

Huh hoe wat? We snapten er niets van.

Toen het mijn beurt was, vroeg ik door. Met veel moeite trok ik eindelijk, eindelijk de theorie achter alle oefeningen uit onze docent. Wat hij beweert: als je er in slaagt om bewust te zijn van je gedachten of patronen, en vriendelijk accepteert dat je dat doet, dan doe je het vanzelf niet meer. En dat werkt niet als je boos op jezelf bent vanwege het constateren van die patronen of gedachten.

“The Answer to the Great Question, of Life, the Universe and Everything”

Right. Dat gaat er bij mij dus niet in. Hoe kun je nou ophouden met iets te doen door te accepteren dat je het doet??
Maar de docent knikte alleen maar en zei dat ik niet zo veel vragen moest stellen. Ik was te doelgericht bezig. Deze oefeningen hadden juist geen doel. Alleen vriendelijke waarneming.

‘I refuse to prove that I exist,’ says God, ‘for proof denies faith, and without faith I am nothing.’

Argh!! Als ik iets niet kan hebben, dan is het wel zo’n reactie! Eén van de redenen dat ik hier zit, is dat ik altijd maar doelgericht bezig ben. En nu vertel je me dus eigenlijk dat ik op moet houden om doelgericht te zijn, zodat ik uiteindelijk ophoud met doelgericht zijn??

Ik ben een denker, een theoreticus. Ik wil weten wat ik doe en waarom. Het frustreerde me al enorm dat de man niet aan het begin van de cursus deze gedachtengang achter de oefeningen had uitgelegd, want ik worstel nu dus al weken ermee omdat ik geen idee heb wat ik er mee aan moet. Ik kan niets goed doen als ik niet weet wat het doel ervan is!
En dat nadenken kan ik niet zomaar uitzetten. Daarom verveel ik me ook zo gruwelijk tijdens die meditatie-oefeningen: mijn hersenen moeten iets te doen hebben!

Marvin: I think you ought to know I’m feeling very depressed.
Trillian: Well, we have something that may take your mind off it.
Marvin: It won’t work, I have an exceptionally large mind.

De les was ten einde. Zwaar verward pakte ik mijn spullen.

“Three to one…two…one…probability factor of one to one…we have normality, I repeat we have normality.” She turned her microphone off — then turned it back on, with a slight smile and continued: “Anything you still can’t cope with is therefore your own problem.”

Misschien moet ik de volgende keer voor de zekerheid maar een handdoek meenemen.

Creatief met kleding

Soms zie je anderen iets dragen en denk je: hee, ik zou mijn kleding misschien ook op zo’n manier kunnen combineren!

Geïnspireerd dook ik mijn kledingkast in. Maar of het resultaat nou zou super is… ik weet het niet.

Experiment 1 was met een onmogelijke outfit die ik al een tijdje in de kast heb liggen. Ooit gescoord voor € 5,- in een outletbak, maar ik draag het nooit omdat het ten eerste nogal, tsja, opvallend is. Ten tweede omdat het een wollige (dus redelijk warme) stof is, maar het geen mouwen heeft. Wanneer kun je dat nou dragen?
Dus gooide ik er een jasje overheen:

Ik dacht dat ik het zo misschien naar een klant aan zou kunnen, maar Mark vindt het truttig en oubollig en vindt dat mijn kont er te prominent in naar voren komt… (misschien had ik ook een foto van de achterkant moeten nemen). Er moeten sowieso andere schoenen onder, maar de roklengte is ook nogal aan de lange kant, dus ik geef hem op zich geen ongelijk.

Experiment 2: een zomerjurkje dat je amper aan kunt vanwege het prutweer in Nederland, ook in de winter dragen, door er een vestje overheen te draperen. Werkt met meerdere jurkjes:

Maar ook hiervan ben ik niet zeker of het wel zo succesvol is. Nou moet ik zeggen dat de kleur van het vestje in praktijk veel beter matcht met de outfits dan hier op de foto het geval lijkt te zijn. Maar dan nog.

Help, wat vinden jullie?

Oh ja, en ik kwam ook nog twee spijkerbroeken tegen die ik in mijn enthousiasme had gekocht nadat ik dankzij een Sonja Bakker sessie 4 kilo kwijt was. En die inmiddels toch weer net ietsje te strak zitten om comfortabel te zijn. Moet ik die bewaren voor als ik ooit weer slanker ben, of is dat een illusie en moet ik ze maar gewoon weg doen?

Meditatie vs. yoga: 0-0

Ondanks dat ik gisteravond ziek was (en nu nog steeds), sleepte ik me naar les 3 van de Mindfulness cursus. Ik was bang dat als ik die avond niet ging, ik helemaal niet meer zou gaan.

De eerste twee lessen hadden we meditatieoefeningen gehad. Deze les begonnen we met yoga. De docent was alleen vergeten te melden dat we voor deze keer makkelijk zittende kleding aan hadden moeten trekken. De mensen in spijkerbroek keken niet blij.

We mochten onze matjes pakken en gingen rustig aan allerlei oefeningen doen.

“Ga op je rug liggen en til langzaam één voor één een been helemaal omhoog. Draai, eenmaal boven gekomen, rondjes met je voet.”

(*Knak-knak*, deden hier en daar wat enkels, ruggenwervels en andere botten van mede-cursisten)

“Voel je spieren, en merk dat je ademhaling gewoon door gaat.”

(oh ja, ik moet adem halen… *GASP*)

Het been mocht weer langzaam naar beneden gebracht worden.

“Laat je verrassen door het contact van je hiel met de grond…”

(*WHATSJOE!!!*, blafte ik)

“… en merk dat je soms wellicht even afgeleid bent, bijvoorbeeld door een geluid, maar stuur dan je concentratie vriendelijk terug…”

(jaja, sorry….)

“En als we dan weer plat op onze rug liggen, trekken we onze knieën op, pakken we ze met onze handen vast en schommelen we wat naar links en rechts, zodat we onze rug een massage geven.”

Ik hoorde de buiken van mijn mede-cursisten rommelen. We hadden allemaal net gegeten. Ik was vast niet de enige die wanhopig een scheet probeerde te onderdrukken.

“Goed, we gaan nu op onze handen en knieën zitten.”

Oh ja, aandacht bij wat ik aan het doen ben.
Hee, ik was heel aandachtig bezig: ik merkte namelijk allemaal grappige situaties en uitspraken om over te bloggen op terwijl we bezig waren! Ik greep naar mijn mobiel om ze te noteren, voordat ik  ze vergeten was. Ik kan namelijk heel prima naar de docent luisteren, de oefeningen uitvoeren en typen tegelijk.
Hmm, wacht, da’s vast niet mindful. Ik keek naar mijn mede-cursisten, die allemaal keurig geconcentreerd met de oefening bezig waren en voelde me een behoorlijke ADHD’er vergeleken bij hen. Snel legde ik mijn mobieltje weer weg.

“Strek nu één been naar achteren en de tegenovergestelde hand naar voren. Voel hoe je lichaam probeert de balans te herstellen.”

Ik kreeg de onbedwingbare neiging om mijn wiebelende buurman het laatste zetje te geven. Maar dat kon hij vast niet waarderen. Af, Lenny, concentratie op jezelf.

“De volgende oefening is de kat-houding: ga op je handen en knieën zitten en maak om beurten je rug krom, bij het uitademen, en hol, bij het inademen.”

De rug krommen, dat zie ik Zulay inderdaad regelmatig doen. Maar bij het holmaken van de rug hoort ook nog het uitgebreid uitstrekken van de voorpoten met de kont in de lucht, gevolgd door het uitgebreid uitstrekken van de achterpoten met de borst naar voren. En dan nog even naschoppen bij het weglopen.
Dat hoefde niet.

“Ga op je zij liggen en til rustig je been omhoog”

Ah, de versie op de rechter zij was wel de prettigste oefening tot nu toe: daar ging mijn verstopte neus van open.

“Dat was de laatste oefening. Ga rustig liggen en open je ogen”.

(Oeps, had ik ze dicht moeten doen dan?)

Pfff, zo, dat had ik ook weer overleefd.

Het verschil tussen meditatie en yoga is me inmiddels wel duidelijk: bij meditatie concentreer je je op het feit dat je je verveelt, bij yoga concentreer je je op het feit dat je lichaam dingen doet die het niet wil doen.

Yoga is in ieder geval wel een stuk makkelijker te doen dan meditatie. Maar dat zeg ik om de verkeerde reden. Yoga is namelijk eenvoudiger een half uur lang uit te zitten, omdat ik dan in ieder geval iets te doen heb. Maar dat doen leidt juist wel heel erg af van het concentreren op je lichaam. Wat dat betreft is meditatie waarschijnlijk een stuk effectiever om te leren focussen.

Zucht, zou ik het ooit leren?

De tweede sessie

Gewapend met mijn slofjes begon ik aan poging 2 wat betreft mindfulness.

Ik had niet bepaald zin om naar de cursus te gaan. Mijn huiswerk was hard gefaald: iedere dag die stomme lichaamsscan doen trok ik niet. De eerste dag kwam ik weer niet verder dan het eerste been, de tweede dag viel ik in slaap toen ik het ‘s ochtends in de trein deed, de derde dag viel ik in slaap toen ik het na afloop van de werkdag in de trein deed, en daarna ben ik ermee gekapt.

Ook de tweede huiswerkopdracht, iedere dag dezelfde handeling met aandacht doen, was geen succes. Okee, ik had dan ook niet ‘de kattenbak schoonmaken’ moeten kiezen. Dat is nou niet een activiteit die je bewust in geuren & kleuren wil beleven. Bovendien is iedere activiteit die ‘s ochtends plaatsvindt per definitie ongeschikt, want dan heb ik haast – ik moet wel een trein halen!

In de les moesten we ons huiswerk bespreken in groepjes van twee. Ik heb braaf gedaan wat er van me gevraagd werd, maar na afloop vroeg ik de docent wel wat de meerwaarde daar van was.
Hij keek me enigszins verbaasd aan.
“Vind je het dan niet fijn, om je ervaringen met anderen te delen?”
Nou nee, daar heb ik niet echt een positief of negatief gevoel bij. Ik vraag me alleen af wat het nut ervan is.
“Nou,” legde hij uit, “door er met anderen over te praten, ga je over je ervaringen nadenken en kom je tot andere inzichten.”

Sommige mensen misschien. Maar zo werk ik dus niet. Ik denk na voordat ik praat, niet doordat ik praat.
Ik denk heel veel na over dingen, dat is juist een van de redenen dat ik deze cursus doe. Maar daar heb ik niet noodzakelijk anderen voor nodig. Vertellen over mijn inzichten van afgelopen week leverde mij geen nieuwe inzichten op. Ook niet door het inzicht van mijn medecursist aan te horen, want die persoon zit anders in elkaar dan ik en heeft zijn eigen vraagstukken waar hij mee worstelt.

Goed, we gingen nogmaals groepsgewijs de lichaamsscan doen. Ik kwam ditmaal -hoera- tot de rechter enkel.

Daarna een nieuwe oefening: de zitmeditatie. Een kwartier lang in lotushouding op je ademhaling concentreren.

Een kwartier is gelukkig minder lang dan het half uur van die andere oefening. Maar ik weet niet hoe het met jullie zit, maar als mijn concentratie tijdens de eerste oefening al op is gegaan, dan kan ik niet vol enthousiasme weer opnieuw concentratie aanboren voor de tweede oefening. Alsof er een dagvoorraad aan concentratie is. En op = op.
En weet je, die lotushouding zit in praktijk toch echt niet zo comfortabel als in theorie…

Inmiddels was ik er dus alweer helemaal klaar mee. Volgens de docent mag je niet boos worden als het niet lukt. Je moet constateren dat je boos bent, dat vriendelijk naast je neerleggen, en verder gaan met de oefening. Dus was ik boos op mezelf omdat ik toch boos was geworden. Zucht.

Van de ene kant heb ik het gevoel dat dit absoluut niets voor mij is. Ik krijg flashbacks naar het streetdance debacle van een tijdje terug en vraag me af of ik er niet beter mee kan stoppen.
Van de andere kant is het logisch dat het me niet ligt – de hele reden dat ik deze cursus doe, is omdat ik dit moet leren. En in tegenstelling tot de streetdanceles gaat het er bij deze cursus niet om dat het leuk is, maar dat ik er iets van opsteek. Gisteravond werd dan ook nogmaals benadrukt dat je de oefeningen helemaal niet plezierig hoeft te vinden. Maar dat je ze toch gewoon moet doen.

Nog even doorzetten dus.

Thuis heb ik twee stukken chocolade naar binnen gewerkt. Dat hielp.
Deze cursus is misschien goed voor de geest, maar niet voor het lichaam.

Mindfulness cursus deel 1 – Out of focus

Nou, gisteren dan voor het eerst naar die mindfulnesscursus geweest. Ik weet nog niet helemaal wat ik ervan moet denken.

Het was gelukkig inderdaad niet zweverig, maar wel veel fysieker dan ik had verwacht.

Bij binnenkomst moesten we gelijk onze schoenen uit doen en een matje pakken. Vanaf les 3 gaan we daadwerkelijk yoga enzo doen.
Mental note: volgende keer slofjes meenemen, je voeten worden best koud van 2,5 uur geen schoenen aan hebben.

De docent is een psycholoog die zich nu heeft toegelegd op mindfulness. Je weet wel, zo’n man met een hele kalme stem. Laag volume. Spreekt in korte zinnen. Met voldoende pauzes er tussendoor. Zodat iedereen hem goed kan volgen. En ik halverwege zijn verhaal afhaak omdat het niet opschiet.

We begonnen met uitleg over de cursus en een voorstelrondje. Het was wel bijzonder om alle verschillende redenen aan te horen waarom mensen zich hadden opgegeven. Van burn-out tot te veel bezig zijn met wat anderen van je denken. Van te weinig voelen tot te snel vanuit het gevoel handelen. Van angststoornis tot hoogbegaafdheid. Van te veel piekeren tot gewoon willen kijken of je jezelf nog op bepaalde punten kunt verbeteren.

De eerste opdracht was om een rozijn te observeren. Alsof we een buitenaards wezen waren die voor het eerst een rozijn zag.
Ik was al bezig met aan het ding te duwen en er aan te snuffelen, toen de docent zei dat we nu, naast ernaar kijken, ook eraan mochten gaan voelen. Oh, we moesten blijkbaar eerst precies zijn instructies volgen. Duurt lang!!
Vervolgens leefde ik me iets te veel in in de rol van buitenaards wezen en constateerde ik dat het onbekende object er wel erg als een drolletje uitzag, waardoor ik het niet in mijn mond wilde stoppen toen het daar tijd voor was. Maar dat was dus ook weer niet de bedoeling.

De volgende oefening was de ‘lichaamsscan’. We gingen ontspannen op het matje liggen en moesten onze focus leggen op onze linkertenen. Daarna op onze linkerhak. De hele linkervoet. Vervolgens de linkerenkel. En zo helemaal door omhoog tot aan het bovenbeen. En dan het complete been. “Voel je lichaamsonderdelen, focus op wat je daar waarneemt.”

Nou, ik voelde niet zo veel. Maar dat was ook okee, volgens de docent. Ik moest accepteren dat ik nu niets voelde en daar niet over oordelen.

Eindelijk waren we klaar met het focussen op het linkerbeen. Ik wilde al opstaan, maar de docent ging door met het rechterbeen! Wéér helemaal beneden beginnen bij de tenen en langzaam omhoog werken. En vervolgens kwamen ook nog ons bekken, buik, etc. tot aan het hoofd, en oh ja, daarna hadden we natuurlijk nog een linker én een rechterarm die we moesten doorlopen en waar we ‘onze adem doorheen moesten laten gaan’.

Een HALF UUR heb ik me op dat fokking matje liggen vervelen! “En als je merkt dat je aandacht verslapt, dan leid je jezelf vriendelijk weer terug naar je lichaam”. Ja dag, na een complete analyse van mijn linkerbeen was mijn aandacht echt wel op. En daarna hoorde ik alleen nog maar het irritante getik van het horloge van de persoon rechts naast me en het gesnurk van de persoon links.

Volgens de docent moet ik proberen steeds verder te komen en steeds langer mijn aandacht vast te houden.

Want die lichaamsscan is dus één van onze huiswerkopdrachten. Ik moet deze week iedere dag een half uur naar een cd met de begeleidende stem van de man luisteren en de oefening herhalen. Ack!

Eenmaal thuisgekomen heb ik de cd gelijk omgezet naar mp3-formaat en op mijn telefoon gezet. Dan kan ik de oefening in de trein gaan doen. Want ‘s avonds heb ik daar echt geen tijd voor en je mocht de oefening gelukkig ook zittend doen.

Zucht. Dit gaat nog een lang traject worden.