Category: Werk

Mijn kindje is geboren…

Na er bijna een jaar hard aan gewerkt te hebben, en na vele vertragingen, is de nieuwe website van Thuiswinkel.org blijkbaar eindelijk live…

Screenshot_tw
Het nieuwe ontwerp
de mobiele versie
de mobiele versie

Toen ik van baan wisselde om bij Thuiswinkel.org te gaan werken, deed ik dat eigenlijk vooral met één doel in mijn achterhoofd: na jaren bij adviesbureaus te hebben gewerkt, al het geleerde in praktijk gaan brengen aan de klantzijde. In plaats van lijdzaam toe te zien hoe websiteontwikkeltrajecten in de soep lopen en een halfbakken eindresultaat opleveren, door onkunde bij klant en/of bouwer, wilde ik zelf de touwtjes in handen hebben, alle mij inmiddels bekende valkuilen ontwijken, en voor mijn werkgever een site opleveren die op álle belangrijke gebieden voldoet:

  • conversiegericht: een site gevormd rondom de doelen van de doelgroep(en), en de hoofdtaken die zij uitvoeren als ze de site bezoeken
  • gebruiksvriendelijk: duidelijke formulieren, heldere vormgeving, logische knoppen, etcetera.
  • mobile friendly: responsive (de pagina-indeling wordt compleet geoptimaliseerd voor je schermafmeting), je toetsenbordknoppen worden aangepast afhankelijk van het formulierveld dat je moet invullen, etc.
  • zoekmachinevriendelijk: geen technische belemmeringen voor indexatie, nette url’s, goede semantiek in de broncode, etcetera
  • toegankelijk: geschikt voor mensen met een beperking (zoals slechtziend of motorisch gehandicapt)

Dus wilde ik in het ontwikkelingsproces ook per se dat er gebruik zou worden gemaakt van persona’s en er werd getest met mensen uit de doelgroep.

En dat is daadwerkelijk allemaal gebeurd en bovenstaande is allemaal bereikt. Ik heb zelf de persona’s opgesteld en ik heb zowel card sort testen als paper prototype testen als gewone gebruikerstesten gedaan. En ik heb zoektermenonderzoeken uitgevoerd voor zoekmachine optimalisatie. De kroon op het werk is dat de site daadwerkelijk is gecertificeerd voor het waarmerk Drempelvrij – iets waarop ik eerlijk gezegd niet meer had durven hopen.

Het ging uiteraard niet zonder slag of stoot, zoals de trouwe volgers van mijn blogje hebben kunnen lezen. Maar ik heb een hoop grote en kleine overwinningen behaald (Dat er überhaupt is getest met de doelgroep. Dat toegankelijkheid, wat meestal onderaan de prioriteitenlijst staat, ook een belangrijke rol heeft gekregen. Dat er geen grote roulerende bannercarrousel op de homepage is gekomen. Enzovoorts.) Ik hoop dan ook dat ze daar intern realiseren wat deze nieuwe site voor gigantische stap vooruit is ten opzichte van de vorige.

Ik had eigenlijk gevreesd dat mijn opvolgster nog een hoop wijzigingen zou aanbrengen, waar mijn tenen van zouden krommen, maar dat is zo te zien nauwelijks gebeurd. Alleen op detailniveau is nog niet alles af (toen ik vertrok stond er dan ook nog een giga-lijst aan issues open; de lage-prio-issues worden waarschijnlijk in de loop van tijd opgepakt) en zie ik een paar rare dingen (wat is bijvoorbeeld het nut van een blok met het laatste nieuws op de pagina over het keurmerk…?).

Helaas heb ik geen account meer om in te loggen in het besloten gedeelte, om te controleren hoe dat eruit ziet. En tegen al mijn verwachtingen in heeft iemand er daadwerkelijk aan gedacht om het wachtwoord van het Google Analytics account te veranderen, zodat ik niet kan zien of er verbetering te bespeuren is in de cijfers. Meh. Want dat soort gegevens is toch wel belangrijk bij de vraag of je project daadwerkelijk geslaagd is. Ik heb bovendien geen idee in hoeverre we uiteindelijk binnen het budget zijn gebleven.

Ter vergelijking: de oude site
Ter vergelijking: de oude site

Na het praktische resultaat te hebben doorgeneusd, vroeg ik mezelf af hoe ik me voel nu de site live is. En de conclusie is: een beetje verdrietig.

Ten eerste omdat mijn oud-collega’s niet de moeite hebben genomen om me op de hoogte te stellen van de livegang. Ik moest er zelf toevallig achter komen dat hij blijkbaar vorige week maandag online is gezet. Nee, ik werk er inderdaad al 2,5 maand niet meer, maar ze weten echt wel dat dit project mijn kindje was. En dan voelt het extra alsof mijn bijdrage aan het project niet wordt erkend.

Ten tweede had ik destijds verwacht een soort euforie te voelen op het moment van livegang. Het zou ten slotte dé grote afsluiting zijn van een jaar bloed, zweet en tranen. Dit was mijn huzarenstukje en de livegang van de site zou hét publieke bewijs zijn dat ik goed ben in mijn vak. Maar nu ik het project voortijdig heb moeten achterlaten, voel ik totaal geen euforie. Ik voel er helemaal niets bij, eigenlijk. En dat maakt me dan weer verdrietig.

De site is live. Ik heb mijn werk gedaan. Ik heb een enorme prestatie geleverd en waarschijnlijk is er helemaal niemand die het ziet of beseft. En daar moet ik het mee doen. Moving on.

(En het is ook wel een beetje jammer dat blijkbaar iemand mijn stiekem achtergelaten ‘easter egg’ heeft gespot en de zin “Lenny was here” uit de broncode van de homepage heeft gehaald… :-( )

Clusteruitje

(Heel fijn, als je host serveronderhoud pleegt en daarna al je sites errors geven :-S Hierbij dan maar alsnog een, volledig opnieuw getikte (grom) geantedateerde post over mijn uitje van afgelopen week)

Het is even wennen. In een organisatie met zo’n 6.000 medewerkers ga je blijkbaar niet op bedrijfsuitje. Wij gingen op ‘clusteruitje’. Mijn afdeling valt namelijk onder de dienst Marketing & Communicatie en die dienst valt weer onder het cluster Ondersteuning. En die is best groot. Van de ongeveer 500 man was dan ook dik de helft komen opdagen in de sfeervolle Commanderie van Sint Jan – de Nijmegenaar wel bekend.

In dat pand zitten verschillende bedrijven die met elkaar samenwerken. En wij hadden die dag allemaal workshoprondes bij hen. Vanwege de groepsgrootte kon niet iedereen alles volgen, maar ik vond het niet zo erg om de ‘Historische hapjes’ te missen, noch de bierproeverij. Ik ben niet zo’n bierdrinker en bovendien heb ik dat tijdens mijn studententijd al eens gedaan (het was een memorabele avond… maar da’s een ander verhaal ;-) )

Wat ik wel volgde:

Een wijnproeverij. We kregen drie verschillende wijnen voorgezet en wij moesten raden welke omschrijving bij welke wijn paste. Daarna kregen we drie hapjes en moesten we beoordelen welke wijn het beste met welk hapje matchte.

image

Op zich een leuke opzet, maar ik bakte er niet veel van. Sowieso was ik pas bezig met mijn tweede glas toen de uitslag van de eerste vraag al werd omgeroepen (hee, zo’n uitje is toch ook bedoeld om te socializen met collega’s?). En om eerlijk te zijn vond ik geen enkele wijn lekker smaken in combinatie met die hapjes :-P

Workshop 2 was meer een presentatie en demonstratie: een lezing over het ontstaan van koffie, kijken hoe een koffiebrandmachine werkt en leren over verschillende soorten zetmethoden van koffie (en de resultaten proeven).

image image

Aangezien ik geen koffie lust was ook dat laatste geen succes :-) Je kon weliswaar ook thee proeven, maar dat was niet gebaseerd op het resultaat van zetmethoden, maalfijnheid etc. maar het was gewoon een lange tafel met verschillende smaakjes thee, waarvan ik er veel ook al thuis heb staan.

De laatste workshop (die ook een presentatie was in plaats van zelf doen, vanwege de groepsgrootte) vond ik dan ook het meest interessant: chocoladebonbons maken!

image
image

Vanwege mijn eerdere experimenten met chocolade-aardbeien, volgde ik met grote interesse het proces van ‘tableren’ – het laten afkoelen van de gesmolten chocolade tot een bepaalde temperatuur, om ervoor te zorgen dat hij mooi glanzend en knapperig wordt. Iets dat mij al door Bram werd aangeraden, maar dat nogal lastig is om goed uit te voeren.

image

Bij deze ervaren chocolatier leek echter alles makkelijk te gaan (gesmolten chocolade werd zonder een druppel te knoeien van bakjes naar tafels naar spuitzakken overgeheveld en de temperatuur beoordelen ging door te voelen met de bovenlip). Ik heb niet de illusie dat mij dit thuis ook gaat lukken, maar het is wel fijn om het proces eens te hebben mogen aanschouwen. En bovendien is bonbons maken eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld – alleen heel veel werk voor iets dat binnen een paar seconden op is ;-)

Na deze geslaagde middag togen we terug naar de universiteit, alwaar in het sportcafé een buffet werd geserveerd. (Door de eigen restauratieve dienst, die ook de maaltijden in de mensa verzorgt, dus stel je er niet al te veel van voor, maar hee: free dinner! :-) )

Het was een leuke dag, maar ik ben toch vooral met mijn directe collega’s omgegaan in plaats van veel nieuwe mensen te leren kennen. Dat had ik wel gedaan als we er alleen met onze dienst waren geweest, maar nu wist ik werkelijk niet met wie het nu al dan niet nuttig was om kennis te maken, want met een groot deel van deze collega’s ga ik zelden tot nooit samenwerken. Bovendien, na pas dik twee maanden in dienst te zijn is het investeren in het beter leren kennen van je collega’s ook geen overbodige luxe…

De tweede dag

Mijn tweede werkdag.

Ik: “Waar ligt de imbussleutel zodat ik mijn bureau lager kan zetten?”
Ik word uitgelachen. Daar zijn hier uiteraard mensen voor…

Mijn werktelefoon gaat voor het eerst over.
Beller: “Hello, I noticed on your LinkedIn profile that you do SEO for the Radboud University. Can I interest you in our software?”
“….”

Ik, via de telefonische helpdesk: “Ik probeer mijn startmenu aan te passen maar daarvoor heb ik blijkbaar administratorrechten nodig?”
Systeembeheer: “Als je een extended werkplek met admin rechten wil, moet je baas toestemming geven.”
Ik (roepend door de kamer): “Baas, mag ik admin rechten?”
Baas (terugroepend): “Ja, al mijn medewerkers moeten alles kunnen doen!”
Systeembeheer: “Ik heb het gehoord, ik ga het in orde maken. Vraag even aan je baas dit per mail te bevestigen, anders krijg ik op mijn kop.”

Baas: “Ik zie dat je vrije dagen aan het aanvragen bent. Stem het wel even af met je collega’s, ik klik altijd zonder te lezen op ‘goedkeuren’.”

Het is toch even wennen… XD

En verder herinnerde ik me spontaan mijn oude studentnummer. 9708324. Dik 10 jaar lang niet aan gedacht, nu kwam het ineens ongevraagd naar boven borrelen. De werking van mijn hersenen blijft mysterieus.

Goede oude tijden herleven

Na het succes van eerdere reünie-etentjes met oud-collega’s, was het tijd voor herhaling. Zeker aangezien Pim na 3 jaar weer eens een paar weekjes in Nederland was. Dus werd de kans gegrepen en oude collega’s na jaren weer opgetrommeld om bij een Mexicaans restaurantje in Den Bosch te gaan eten.

Met 16 man was er een nette opkomst, al waren er nog veel meer mensen uitgenodigd die helaas niet allemaal konden komen.

Inmiddels zit er niemand meer bij die nog steeds bij de betreffende werkgever in dienst is. Triest genoeg zijn de meesten niet vrijwillig weggegaan… Dus er was helaas geen inside information meer te halen over hoe het er nu gaat. Maar daar konden we wel naar raden.

(Twee collega's zijn helaas geesten geworden... vind jij ze op deze foto? :-D )
(Twee oud-collega’s zijn helaas geesten geworden… vind jij ze op deze foto? :-D )

Na iedere gang zijn we van plek gewisseld zodat we uiteindelijk met iedereen aan tafel hebben gezeten, maar desondanks was de avond veel te kort om met iedereen echt bij te praten. Zeker omdat je eerst 15x opnieuw aan het vertellen bent waar je nu werkt (of in mijn geval: waar ik straks ga werken).

Grappig, hoe snel je weer in je oude patronen terugvalt bij de mensen die je wat beter kent, en je bijna direct weer verder kletst alsof je elkaar de maand ervoor nog hebt gezien. En niemand was echt veranderd – niet eens veel grijzer geworden.

Het confronteerde me wel extra met het gegeven dat ik dit waarschijnlijk nooit zal gaan hebben met mijn meest recente ex-collega’s. Het voorgenomen afscheidsetentje is er nooit van gekomen en om heel eerlijk te zijn is er niemand van de afdeling die ik heel graag nog wil blijven spreken. Niet dat ik ze niet aardig vind, maar de klik is er gewoon nooit geweest.

Misschien moeten we met ons oude team maar gewoon een nieuw bedrijfje gaan oprichten. Dan hebben we in ieder geval een leuk én competent team. Terug naar de goede oude tijd.

Hoe internet werkt

Zeer regelmatig moet ik mensen erop wijzen dat op internet de regel ‘eerst geven, dan nemen’ geldt. Bezoekers zijn pas bereid om iets voor je te doen, als jij eerst iets voor hen doet.

Zo kostte het een hoop moeite om een collega ervan te overtuigen dat het een slecht idee was om onze bezoekers te dwingen hun e-mailadres en andere gegevens op te geven, voordat ze een samenvatting van onze onderzoeksrapporten in mochten zien.

Vandaag ontving ik een mailtje van een bezoeker van mijn eigen website, die het sentiment van de gemiddelde bezoeker perfect samenvat:

“In a world where people charge an exorbitant amount of money for digital downloads of mediocre quality public domain images, I want to thank you for offering the illustrations from Alice’s Adventures in Wonderland on your site. To show my gratitude, I’m looking through your store for an actual product to purchase right now.”

Zo. Geld verdiend door dingen gratis weg te geven. Leer ervan, mensen!

De laatste dag.

Zo. Dat was het dan. Mijn laatste werkdag.

De tijd bij deze werkgever is er eentje geweest met vele hindernissen en uitdagingen. Inhoudelijk werd ik enorm gewaardeerd; volgens hen ben ik een echte vakvrouw. Maar het heeft op persoonlijk vlak gewoon nooit helemaal geklikt en dat heeft me altijd achtervolgd, met als consequentie diverse tijdelijke contracten, wat uiteindelijk eindigde in een afscheid.

Een verlaat afscheid weliswaar, want eigenlijk wilden ze me ook weer niet kwijt en wilden ze dat ik mijn project, de ontwikkeling van een nieuwe website, afrondde. En dat wilde ik ook. Want hoewel ik niet graag blijf bij een organisatie waar ik me niet thuis voel, was de reden dat ik destijds deze baan heb aangenomen, dat ik heel graag eens ‘vanuit de klantzijde’ een websiteontwikkelingstraject wilde begeleiden.

Des te frustrerender dat het niet is gelukt om voor mijn vertrek de nieuwe site live te zetten. Ik had tot aan het begin van deze week nog hoop dat het wellicht tóch ging lukken. En met veel doorduwen had dat misschien ook gekund. Maar om te vertrekken net nadat een site live is, is onverstandig, want dan is er niemand die de kinderziekten kan opvangen. Dus is maandag de beslissing gevallen om het uit te stellen totdat mijn opvolgster is begonnen en ingewerkt.

En toen was ik er ook gelijk mee klaar. Vier extra maanden heb ik me keihard ingezet, terwijl ik wist dat mijn contract zou ophouden. Iets waarmee ik heel veel waardering en respect van mijn collega’s heb verdiend. Regelmatig hoorde ik opmerkingen als: “Ik snap niet dat je het kunt. Ik was al lang met opgeheven middelvinger opgestapt”. Maar ja, ik deed dit ook niet uit loyaliteit naar mijn werkgever (die heeft dat echt nergens mee verdiend), maar voor mezelf.

Maar het heeft stiekem best wel aan me gevreten. En een websiteproject trekken is bovendien niet iets dat je er zo even bij doet; dat kost bloed, zweet en tranen. Ik liep daarom al een beetje op mijn achterste benen, dus toen besloten werd dat ik de livegang van mijn kindje niet meer mee ging maken, wilde ik ook zo snel mogelijk weg. Ik had in eerste instantie niet al mijn resterende vakantiedagen opgenomen, omdat ik nog zo veel mogelijk tijd in de site wilde steken. Maar dinsdag besloot ik toch alles op te nemen, waardoor woensdag gelijk mijn laatste werkdag zou worden. Iedereen begreep het.

Enerzijds heel frusterend, dat ik de livegang moet missen. Anderzijds heb ik me gerealiseerd dat ik eigenlijk mijn doelen al bereikt heb: een bezoekersgerichte website opleveren. Eentje die is ingericht voor de belangrijkste bezoekersscenario’s en die uitgebreid is getest met de doelgroep.

De site is in de basis gewoon klaar en nu is het een kwestie van monitoren of alle door mij ingediende nog openstaande verbeterpunten worden opgepakt en doorgevoerd door de bouwer. De livegang is daardoor vooral een gevoelsmatig moment – het echte werk, waar eer aan te behalen is, is al gedaan. Dus daar troost ik me maar mee.

Gelukkig zagen mijn collega’s dat ook en kreeg ik vele complimentjes en bedankjes voor wat ik tot stand heb gebracht.

image Omdat ik mijn vertrek last-minute had vervroegd, omdat het beloofde afscheidsetentje er niet meer van was gekomen, en omdat een groot deel van mijn collega’s deze week in Spanje zit vanwege een conferentie (van twee van mijn directe collega’s had ik vorige week al afscheid moeten nemen), had ik eerlijk gezegd weinig verwachtingen omtrent mijn afscheid. Maar waarempel: mijn collega’s hadden de moeite genomen om bloemen voor me te halen, een kaartje te schrijven en een afscheidsposter te photoshoppen. En een andere afdeling had ook een kaartje voor me rond laten gaan en een reep chocolade gekocht. Wat lief!

Dus op het moment heb ik gelukkig geen rotgevoel. Op aanraden van een collega heb ik bovendien een kleine ‘easter egg’ in de site achtergelaten. Ben benieuwd wie als eerst het zinnetje “Lenny was here” spot… :-P

De kankerclub

Ik sprak al diverse keren af met oud-collega Joost, om bij te kletsen. Ditmaal besloten we dat oud-collega René er ook bij moest. Dus zaten we vanavond gedrieën in een restaurantje in Utrecht.

We hebben zo goed als de hele avond over werk gepraat. Gekankerd, beter gezegd. Het was een beetje alsof we leeg liepen :-P

Ik zat er dan ook behoorlijk doorheen vandaag. Fysiek kapot van weekends en avonden achter elkaar niet thuis zijn met te weinig slaap, en geestelijk kapot vanwege het steeds maar verder uitlopende project op mijn werk.

Vandaag kwam ik tot de conclusie dat ik wellicht niet eens meer mijn nog openstaande vrije dagen in de laatste week kan opnemen, omdat we mogelijk dan pas live kunnen. Terwijl ik, zeker nu ik het eenmaal had ingepland, er écht aan toe ben om even pauze te hebben voordat ik aan mijn nieuwe baan begin. Ik trek het niet om in één keer van een stressvol project naar al die indrukken van een nieuwe baan door te rollen.

Maar na ons kankeravondje voelde ik me weer lekker. Wat fijn, mensen die precies begrijpen waar je het over hebt en die in hetzelfde schuitje zitten…

Bovendien hebben ze me geholpen met het inzicht dat ik, ook al kies ik er toch voor om mijn vakantiedagen op te nemen en daardoor de livegang van de nieuwe site mis, toch al lang mijn persoonlijke doelen voor dit project heb behaald. Want die zaten voornamelijk in de eerdere fases: doelen van de site bepalen, deze daarop inrichten en alles goed testen met gebruikers.

Bedankt, heren, voor de gezellige avond! Doen we gauw weer.

En omdat foto’s posten van je avondeten toch eigenlijk not done is, hierbij een dramatisch slechte selfie van ons op het station :-D

image

Een ware coach…

Ik ben dus projectleider voor onze nieuwe website. Met mij in het projectteam zit mijn manager en een manager van een andere afdeling.

Laatstgenoemde gaf mij vandaag tijdens ons overleg een compliment. Hij zei dat ik het erg goed deed en dat dat ook wel even gezegd mocht worden.

“Ja,” onderbrak mijn manager hem, “maar dat komt ook doordat zij er full-time aan kan werken. Die luxe heb je normaal niet.”

“Maar toch. En het is handig dat je technisch inzicht hebt.”

“Dat ben ik niet met je eens”, wierp mijn manager tegen. “Ik heb destijds ook een nieuwe site opgeleverd, zonder daar verstand van te hebben!”

En bedankt, hè… Dat je uit jezelf niet bepaald complimenteus bent richting je medewerkers is één ding, maar dat je ook nog het compliment van iemand anders aan jouw medewerkers ondermijnt, is wel heel triest :’-)

Ik weet niet of ze nou echt niet doorheeft dat ze dit doet, of dat het een soort jaloezie is (dat ik het mogelijk beter doe dan zij destijds?), of dat ze werkelijk geen idee heeft wat er eigenlijk komt kijken bij het ontwikkelen van een nieuwe site.

Ik hoop het eerste, ik vrees het laatste. Later vandaag maakte ze namelijk nog zo’n tenenkrommende opmerking, toen we bespraken welke kwaliteiten mijn opvolger moet bezitten om een nieuw, nog op te leveren onderdeel van de site af te ronden.

Ik: “Hij of zij moet wel wat verstand hebben van interfaces.”

Manager: “Ik vind het vooral belangrijk dat het iemand is met brede, algemene kennis. Iemand met een helicopter view.”

Ik: “Ja, het project kunnen coördineren is heel handig. Maar die persoon moet ook de interface kunnen testen en als hij ziet dat mensen ergens tegenaan lopen, de vertaalslag kunnen maken naar wat er dan anders moet in die interface om het probleem op te lossen.”

Manager: “Nee, dat lijkt me niet nodig. Dat is toch gewoon een kwestie van boerenverstand?”

Ja joh, veeg even een heel vakgebied van tafel… :-X

Dat gaat vast helemaal goed komen met die interface… En het ergste is nog dat ze straks helemaal niet beseffen wat voor een draak van een systeem ze gaan opleveren (en mijn aanwezigheid dus ook totaal niet zullen missen). Want ze ziet het verschil tussen goed en niet goed toch niet.

Arme, arme gebruikers. Zoiets doet me nou echt pijn in m’n hart.