Category: Zelf maken

Naaizondag

Aangezien de meesten druk-druk-druk waren en/of in het buitenland zaten, was een naaidagje voor De Dwaler er nog niet van gekomen. Zondag was het eindelijk zo ver. Het liep wel iets anders dan oorspronkelijk de bedoeling was.

Judith meldde zich af vanwege scriptiestress. Ik had mijn outfit al af. Suus bleek nog onvoldoende idee te hebben wat ze wilde maken en was niet van plan om aan iets te gaan beginnen. Dus hebben we maar de regelset goed doorgenomen en met z’n drieën aan Petra’s kostuum gewerkt. Zij heeft thuis geen naaimachine, dus alles wat vandaag af kwam, was meegenomen.

Het is wel grappig om te constateren hoe anders we allemaal zijn. Ik ben behoorlijk precies in het naaien, terwijl Suus de meeste ‘regeltjes’ (zoals niet de lockmachine gebruiken om je stof aan elkaar vast te stikken) aan haar laars lapt. En Petra is een stukje minder ervaren in het naaien en doet gewoon maar wat, waarbij ze het ook niet erg vindt als het er wat minder perfect uitziet.

Ik vond het dan ook leuk om wat dingen die ik op naailes heb geleerd, te kunnen overdragen. Stiekem weet ik inmiddels best veel en beschouw ik dat als basiskennis, terwijl ik enkele jaren geleden ook van toeten nog blazen wist.
Zo verbaasde Petra zich over het concept ‘beleg’ en moest ik laten zien dat je een naadtoeslag bij een hoek zo kort mogelijk moet afknippen en een stukje moet inknippen, om te voorkomen dat het gaat trekken als je de boel binnenstebuiten draait. En hoe je rimpelt door twee draadjes met grote steek in je stof te stikken die je vervolgens aantrekt, in plaats van gillend gek te worden omdat je alle plooien met de hand erin moet frotten.

Ik heb ook weer wat geleerd: blijkbaar is synthetische stof niet geschikt om biaisband mee te maken. Want je krijgt er geen scherpe vouwen in gestreken en als je het strijkijzer warmer zet, smelt de stof aan je aparaat vast :-o…
(tips van meer ervaren naaisters op dit gebied zijn welkom)

Nog een leerpuntje, maar dan op ander gebied: Ik had die ochtend wat noms gebakken, in de vorm van muffins. Als ik de volgende keer weer twee etages boven elkaar in de oven plaats, moet ik voor de bovenste een iets lager roostertje gebruiken, anders rijzen de muffins tegen het plafond aan… Geeft een heel raar effect, zo’n plat donker stuk bovenop je muffin (en de onderste laag was tijdens het afkoelen ingezakt, dus die muffins hadden juist allemaal een deuk :-X )

Conclusie van de dag was overigens dat we ons niet al te veel gaan aantrekken van het regelsysteem. Dat is namelijk heel erg gericht op spreuken casten met voorgeschreven items en handelingen, terwijl wij helemaal geen expliciete magiërs willen zijn, maar dingen vooral met ritueeltjes, voodoo, bijgelovige handelingen e.d. willen oplossen. En als het dan niet altijd effect heeft, dan zitten we daar niet mee. Wij komen gewoon lekker roleplayen!

Oude oma outfit

Yay, mijn kostuum voor De Dwaler is af!

Het plan is, om met vier meiden een stel oude besjes te gaan spelen. Maar op Aon speelde ik al eerder een oud vrouwtje, dus ik wilde niet hetzelfde doen. Rawenda was een vies wijf; daarom wordt  dit personage een statige oude dame – losjes gebaseerd op de boze stiefmoeder van Assepoester.

Tijdens het vorige Unity Weduwen Weekend kochten we gezamenlijk stof in en vond ik naast de zwarte stof voor de rok, een prachtige paarse stof, met cashmere erin. Kosten: €50,- per meter… Maar dit was een coupon van anderhalve meter en die mocht ik gelukkig voor €15,- in totaal meenemen.
Bijpassende paarse voering was toen op de stofjesmarkt niet te vinden. Die kocht ik later in een fourniturenwinkel in Nijmegen. Zéér goede kwaliteit, volgens de mevrouw achter de toonbank. Net zo duur als de wol, volgens de kassa. Grom… maar goed.

Eigenlijk wilde ik een blouse met een grote opstaande kraag maken. Maar ik kreeg ten eerste maar niet bedacht hoe die er dan precies uit moest zien en ten tweede ook niet hoe ik die dan gemaakt kreeg. Want zo’n kraag kan volgens mij niet net voor je nek sluiten, die loopt dan iets schuin langs het pand van de blouse. Terwijl ik absoluut een hooggesloten blouse wilde – het is ten slotte een omaatje. Bovendien moest er een lange pruik overheen kunnen hangen.
Ik heb er echt weken tegenaan gelopen en verschillende proefkraagjes genaaid en weer in de prullenbak gemikt. Het project werd daardoor enorm vertraagd.
Uiteindelijk speelde ik wat met het kant dat ik gekocht had, oorspronkelijk bedoeld om in de kraag te rimpelen, net als het kant bij de mouwen. Hee… een strikje is ook erg leuk!
Exit epische kraag, enter kanten strikje. En daarna maakte ik het ding in een dag af.

Je moet er nog een wandelstok en een oud geschminkt gezicht bij denken, en zoals je ziet weet ik nog steeds niet wat ik met die pruik aanmoet, maar dit is ‘m dan:

(Excuses voor de slechte foto’s… ik weet niet waarom, maar we kunnen bijna nergens binnenshuis foto’s maken die de daadwerkelijke kleur van de outfit weergeven. Ik moet er altijd digitaal aan sleutelen om enigszins bij de realiteit in de buurt te komen.)

Van voren…
Van opzij…
Alleen het bloesje; niet in de rok gestopt en zonder strikje. Hier zie je wél de echte kleur… blijkbaar moet ik alle foto’s op deze plek gaan maken.
Voering (hij is echt paars hoor… :-S )
Knoopjes close-up (ik HAAT knoopsgaten maken… ). En ja, dat losse draadje is inmiddels weg.
…en natuurlijk mijn nieuwe laarsjes eronder!

Hoewel de setting van De Dwaler middeleeuws is, is mijn kostuum dat eigenlijk niet geworden… ik hoop niet dat dat een probleem is.
Zoiets als dit had ik nog nooit gemaakt en ik vond het leuk om weer eens wat anders te maken. Bovendien past dit het beste bij het personage dat ik in mijn hoofd heb.
De andere dames zijn nog niet eens begonnen aan hun kostuum, dus het is afwachten in hoeverre ik straks compleet buiten de groep val…

Jas-in-één-dag

Ik heb al vaker gezegd dat ik zo jaloers ben op mensen die even in één dagje een geweldig kledingstuk uit de grond stampen. Ik doe er altijd weken, zelfs maanden over voordat een outfit af is.

Toen ik enkele weken voor Omen bedacht dat ik er een feestje wilde organiseren, wist ik dus ook dat ik al te laat was om daar nog speciaal een nieuwe jurk voor te maken. Jammer, want Aimée zou IC natuurlijk nooit in haar oude kloffie op een partijtje verschijnen. Maar wat niet lukt, lukt niet, dus legde ik me er bij neer.

Een paar dagen voor het evenement realiseerde ik me dat het wel eens behoorlijk pestweer zou kunnen worden. Een probleem, want ook al speel ik al jaren bij Omen, ik was er tot dan toe nog nooit in geslaagd om een warme mantel voor mijn personage te maken. Waardoor ik het ‘s avonds structureel koud heb.

Niet dat ik het nooit heb geprobeerd hoor. Ik maakte al eens een donkerblauw capeje van velours. Maar nadat het af was leek het ding meer op een zwartepietencape en trok het bovendien als een dolle bij de naden, dus die is na het evenement de prullenbak in gegaan.
Later maakte ik een wollen mantel. Maar die bleek ten eerste te zwaar, ten tweede niet chique genoeg voor een jonkvrouwe en ten derde ging ik er bij het bukken steeds op staan, waardoor de sluiting er iedere keer af ging. Ook geen succes dus.
Een derde poging had ik nog niet gewaagd, omdat ik maar geen goed beeld kon vormen van wat ik dan wél moest maken. Het moest iets worden zonder de bovengenoemde nadelen en van een chique stof, maar ook weer een heel neutrale omdat hij zowel over een groene, rode als blauwe jurk gedragen moet kunnen worden. En die jurken hebben ook nog eens flinke mouwen die eronder/erin moeten kunnen. Moeilijk!

Maar bij gebrek aan beter en gezien het slechte weer, moest ik die wollen mantel toch maar weer gaan inpakken.
Wel browste ik vast wat rond op internet, om inspiratie op te doen, zodat ik voor het evenement in het najaar wél eindelijk wat zou hebben.

Ineens kwam ik terecht op een foto van Inge’s jas. Hee, dat ding zou perfect zijn! Alleen dan in een neutralere kleur, gezien mijn eerdergenoemde uiteenlopende outfitkleuren.
In het kader van ‘beter goed gejat dan slecht verzonnen’, mailde ik Inge met de vraag waar ze dat patroon vandaan had.

Haar reactie: “Oh, daar heb ik geen patroon van. Ik heb hem zelf bedacht. Haha, weet je dat het een jas is van restmateriaal dat ik nog had liggen, en dat ik het ding in één dag in elkaar heb gezet?”

ARGH!!

Toen was de maat vol. Nou moest en zou ik bewijzen dat ook ik last-minute nog iets in elkaar kon zetten voor Omen!

Met weinig hoop op succes, maar met niets te verliezen (ik had nu geen mantel en als het project mislukte of niet op tijd af kwam, had ik simpelweg nog steeds geen mantel) ging ik aan de slag.

Dinsdagavond had ik tijd om na te denken over het patroon. Eentje bestellen was niet meer mogelijk, dus moest ik zelf iets fabriceren.
Mijn uitgangspunt was een mooie kraag. In een oude Burda vond ik een patroon voor een jas met een hele mooie flapkraag. Maar de jas bestond uit heel veel kleine stukjes – dat zou ik nooit op tijd in elkaar krijgen. Bovendien begon het patroon bij maat 48… en daar verzuip ik met mijn maatje 38 toch echt in.
Dus trok ik alleen de vorm van de kraag over, die ik iets kleiner maakte, en combineerde ik die met de schoudernaad en armgaten van een longsleeve patroon dat ik nog had liggen, waarvan ik wist dat het paste, plus de uitlopende mouwvorm van weer een ander patroon, en tekende ik de rest er een beetje op gevoel bij.

Daarna moest ik wachten tot vrijdagochtend, omdat ik niet eerder tijd had om stof te halen.

Vrijdag stond ik klokslag 9 uur met gekruiste vingertjes bij de stoffenwinkel in Oosterhout. Laat ze alsjeblieft mooie fleece en bont hebben, ook al is het lente…
Jawel, in no-time had ik matchend fleece voor de buitenkant én de voering, plus bijpassend bont!
Helaas bleek bij de kassa dat er bij lange na geen 4,5 meter meer op de rol zat… Helaas pindakaas. Dus moest ik naar de andere stoffenwinkel. In Wijchen, helemaal aan de andere kant van Nijmegen, dus een half uur rijden.
In een vlaag van verstandsverheldering kocht ik wel het bont, waar wel nog genoeg van op de rol zat. Komt altijd wel ergens voor van pas.
En maar goed ook, want bij de andere stoffenwinkel hadden ze genoeg fleece, maar weer geen bont in de juiste kleur… Dus hoezee, ik was geslaagd en kon aan de slag, hoewel anderhalf uur later dan gepland!

Tot 7 uur ‘s avonds heb ik keihard doorgewerkt, met alleen pauze om te eten en Mark te helpen bij het inladen van de auto.

Natuurlijk was het sneller af geweest als ik alles in één keer goed had gedaan. Zoals niet de mouw ondersteboven in het mouwgat zetten. Of eerst controleren of de mouwen niet te lang waren, voordat ik het bontrandje en de voering er aan vastzette… (Ik zweer dat ze daarvoor wel goed pasten! De stof zakt gewoon uit door het gewicht van het bont en de voering ofzo :-S )
Van de andere kant bespaarde ik ook tijd met enkele shortcuts. Niet eerst de mouwen vastrijgen, maar gewoon over de spelden heennaaien – mijn naaijuf zou me onnoemelijk op mijn kop geven, maar hee, het is fleece dus dat verschuift toch niet zo snel onder de naaimachine. En die voering hoeft echt niet per se met de hand dichtgenaaid te worden; dat kleine naadje aan de onderkant ziet niemand.

Net voordat we richting Omen zouden rijden, was hij af. Ach, zoals de slogan van Annet (?) zegt: “it’s not a costume if it’s not finished at the last minute”.

Dit is ‘m dan:

 

Niet perfect, maar wel draagbaar.

De komende tijd ga ik er nog verder aan sleutelen, zodat hij beter wordt. Zo is de kraag wat te diep, waardoor het te frisjes is op de borst, dus die moet ik wat verhogen.
Het denkfoutje in het patroon, waardoor de bontrand aan de voorkant niet mooi doorloopt in de kraag, moet ik herstellen door de bontrand niet te laten uitsteken, maar precies op de rand van de stof te zetten, zodat de voorpanden niet overlappen maar tegen elkaar aan vallen.
Dan zet ik er gelijk een andere sluiting op, want dit is iets dat ik nog toevalig had liggen, aangezien ze in beide stoffenzaken geen mooie sluitingen hadden.
En ik overweeg om een middennaad te maken in het achterpand, want het lijkt me mooier als hij daar iets meer getailleerd is. Daar is best nog ruimte voor in de stof. En misschien is het ook mooi om dan gelijk een split achter te maken? Of wellicht is het mooier om alleen de stof bij de taille samen te rimpelen (nog geen idee hoe ik dat kan realiseren)? Wat denken jullie?

Dus ja, ik heb nu bewezen dat ook ik iets in één dag tijd in elkaar kan flansen (okee, het patroon had ik op een andere avond getekend, maar vrijdagavond heb ik niet meer kunnen werken dus opgeteld is het toch 1 dag ;-) ). Maar ten eerste wordt het dan niet mijn beste werk en ten tweede levert het me veel te veel stress op. Dus in het vervolg begin ik weer lekker ruim van tevoren!

Kitteh challenge – proof of concept

Onze poes mauwt om aandacht. Ook ‘s nachts. Als het kan, geven we haar knuffels of een schoot om op te slapen. Maar dat lijkt niet genoeg te zijn. Volgens mij verveelt ze zich soms gewoon.

Maar ze kan naar buiten wanneer ze wil, via het kattenluikje. En spelen wil ze niet. Ze heeft een hele bak aan spulletjes waar ze niet naar omkijkt. Voederballen laat ze links liggen. Zelfs laserpointers helpen niet. Ze kijkt geïnteresseerd naar het bewegende rode stipje, maar komt niet in beweging. Het enige waar we haar af en toe actief mee krijgen, is zo’n plastic band die wordt gebruikt om dozen mee dicht te binden, een tiewrap aan een touwtje, of een elastiekje. Maar na 2 minuten is de aandacht alweer verslapt.

Tijd voor een nieuwe uitdaging.

Snacks (met name kaas, of met kaasgeur), vindt ze wel interessant en daar wil ze best voor opstaan. En aangezien ze toch veel te weinig eet, mag ze best wel wat aankomen. Dus fröbelde ik een werk-voor-je-snacks speeltafel, van een schoenendoos en wc-rollen:

Dit is nog maar een lelijk testexemplaar, puur om als ‘proof of concept’ te dienen. Als het blijkt te werken, bouw ik wel een mooiere en stevigere variant.

Een eerste test was redelijk succesvol: poes wist in no-time het snackje uit het laagste kokertje te hengelen.

Na het opsmikkelen van de trofee, was ze er wel weer klaar mee.

Ik laat het ding dus maar even staan. Eens kijken of ze straks daadwerkelijk de moeite gaat doen om de andere snackjes uit de iets lastiger bereikbare locaties te peuteren…

Getting organized

Afgelopen vrijdag kocht ik een handig bakje voor het opslaan en vervoeren van mijn naaispulletjes. Hiervoor had ik een houten kistje, wat weliswaar erg leuk uitzag, maar nogal zwaar was om wekelijks te verslepen naar naailes. Bovendien was het kistje duidelijk niet gemaakt voor regelmatig vervoer, want de scharnieren lieten los en ik was bang dat het uitstekende ijzeren beslag in de hoeken uiteindelijk mijn coole krokodillenlederen tas kapot zou maken.

Deze vond ik bij de naaiwinkel:

Ik word echt heel blij van dit soort überhandige, überefficiënte bakjes \o/

Het triggerde een algeheel “let’s make things better”-gevoel. Dus begon ik in de hobbykamer op te ruimen en te schuiven.

De uitklaptafel die we eigenlijk voor Mark’s spelletjesavonden hadden aangeschaft maar daar nooit meer voor gebruikt werd, kon ook wel permanent uitgeklapt blijven – eindelijk een fatsoenlijke hoeveelheid werkruimte en plek om de machines op te bergen!

De stroomkabels en verlengsnoeren werden handiger langs de muren getrokken. De UnFinished Objects werden doorgespit en deels weggeflikkerd. De restanten stof, garens en accessoires van het net afgeronde project werden netjes opgeborgen. Rondslingerende patroondelen in mapjes gestopt (mental note: in het vervolg niet alleen op het patroondeel schrijven welk onderdeel het is, maar ook bij welk patroon het hoort…). De plant verhuisd naar een andere ruimte. De losse muziekspullen naar de andere kant van de kamer overgeheveld en een eigen vaste plekje gegeven.

En aangezien Mark regelmatig klaagde dat hij niet kon werken door mijn harde muziek in de computerkamer (omdat ik graag muziek luister tijdens het naaien en daarom de deuren van de twee kamers tegen elkaar open zet), bedachten we een alternatieve oplossing in de vorm van een ongebruikte laptop, waar mijn mp3-verzameling naar werd gekopieerd.
Bijkomstig voordeel: ik hoef nu niet meer eerst mijn oefencd’s via de pc op mijn voicerecorder over te zetten als ik liedjes wil inspelen, maar ik kan nu rechtstreeks de cd in de laptop stoppen.

Tadaa (klikbaar):

Eindelijk permanente werkruimte!

AON outfit

Mark wilde graag een nieuw kostuum voor zijn AON-personage; een priester.

Het moest geïnspireerd zijn op de outfit van ‘Brother Justin’ uit Carnivale:

Maar het moest wel in zijn eigen AON-kleuren: bruin en geel/goud. En met ‘potentieel episch wapperende flappen’ aan de achterzijde.

Hm. Dat werd dus een Matrix-jas patroon als basis.

Vervolgens togen we naar de stofjesmarkt in Utrecht, waar Mark een hele mooie bruine wol uitkoos. Helaas was er natuurlijk geen bijpassende gele wol te vinden. Dus zochten we iets in geel of goud om de bruine jas mee op te leuken.
Bij de allereerste fourniturenkraam scoorden we al binnen enkele seconden: daar lag prachtig goudband. We besloten ter plekke dat we deze tussen de naden gingen verwerken. Bij de tweede fourniturenkraam kochten we gouden knoopjes, en ik kon aan de slag.

Pas later ontdekte ik, dat onze opzet per ongeluk wel heel veel weg had van een kardinaalsoutfit:

Deze outfit was prachtig doorgestikt met rood garen (helaas niet te zien op deze foto). Hmm… zou ik dat dan misschien ook….

Natuurlijk bedacht ik me dat pas toen de helft van het kostuum al in elkaar zat.
Het kostte wat gepruts, maar ik was gelukkig nog net niet te laat om het geheel alsnog door te stikken.

Eigenlijk had ik gezworen om nooit meer gouddraad met de naaimachine te verwerken, omdat het spul hel op aarde is. Maar toen mijn naaijuf vertelde dat je daar dan ook een speciale naald voor moest gebruiken, me bovendien inlichtte over het bestaan van verschillende typen gouddraad en me een veel mooiere variant toonde dan degene die ik thuis had liggen, besloot ik het toch weer te proberen. En waarempel: het naaide als een tierelier!

Stomgenoeg maakte zo’n minuscuul glanzend naadje het kostuum ook direct veel luxer.

Toch ging niet alles in één keer goed.
Om een wat groter episch wappereffect aan de achterkant te bewerkstelligen, paste ik het achterpand aan zodat het iets meer klokt. Het irritante van Simplicity patronen is alleen, dat de naadtoeslag er bij in zit. Dat was ik even vergeten, dus had ik er niet aan gedacht om er, na het door midden knippen van het achterpand, aan de binnenkanten een extra naadtoeslag bij te plakken. Waardoor het achterpand nogal krap uitpakte en Mark zich er amper in kon bewegen.
Dus moest ik alle naden uithalen en, ditmaal zo smal mogelijk, opnieuw vastzetten. Daarmee won ik gelukkig nét genoeg centimeters om Mark voldoende bewegingsruimte te geven.

Oh, en iemand mag me ook eens uitleggen waarom alle naadtoeslag in het patroon zit, behalve bij de zomen. Waardoor ik vergat om 3 cm extra te knippen bij de mouwen.

Niet dat het veel uitmaakte, want de mouwen waren sowieso te kort geweest voor Mark (hebben Amerikanen zo’n korte armpjes?) dus moesten ze eruit en opnieuw geknipt. Gelukkig had ik genoeg stof over.

Verder brak ik maar liefst twee naalden op die superdikke goudband.

Maar uiteindelijk zat dan alles zoals het hoorde!

Hierbij het resultaat (eerste foto klikbaar):

Ik ben er stiekem best wel trots op. Vooral wat betreft de pasvorm, zodat duidelijk te zien is dat mijn lief goed gebouwd is ;-)

En ik heb er ‘slechts’ tweeënhalve maand over gedaan! Het scheelt echt wel dat ik tegenwoordig ‘s vrijdags vrij ben en eindelijk tijd heb om huiswerk te maken, in plaats van alleen maar tijdens naailes te kunnen werken.

Hoera; Mark blij, ik op naar het volgende project!

Schoenenstellage

Een tijdje geleden vond ik bij de Blokker zeer handige schoenenrekjes. Ik kocht er één, en na een kleine reorganisatie van de slaapkamer, een tweede erbij.

Volgens de fabrikant kunnen er drie paar schoenen op een plank, maar met een beetje duwen kunnen er best vier op. Vijf zelfs, als het slippers betreft die je in elkaar schuift.
Desondanks was er niet genoeg opbergruimte, dus stond een deel van mijn schoenenimperium nog verstopt onderin mijn klerenkast. Uit het oog, uit het hart – dat kon ik mijn lievelingen eigenlijk niet aandoen. Dus moesten er meer rekjes komen.

Probleem: er is niet zoveel vrije muurruimte in onze slaapkamer.

Oplossing: de hoogte in, in plaats van de breedte. In de vorm van een kast, in plaats van een laag rekje.

Probleem: de doorgang achter het bed is ook al niet ruim. Een houten kast met dichte planken kon ik wel timmeren, maar zou heel massief en aanwezig overkomen.
Planken in roostervorm aan een rail kopen zou een optie zijn, maar de muur in kwestie is niet zo dik en bovendien zijn die rails erg lelijk. En het spul is nogal aan de prijs.

Dus googlede ik naar hoge schoenenrekken. Ik vond er uiteindelijk één die geschikt leek, maar die bleek geen echte plankjes te hebben; alleen twee stangen. Dus je schoenen staan niet bepaald stabiel en als je hakkenschoenen wil opbergen, steken ze aan de achterkant uit waardoor je het schoenenrek niet strak tegen de muur kunt zetten.

Oh well. If you can’t buy it, make it.

Dus stuurde ik Mark op queeste om nog twee van die schoenenrekjes die ik al had, te kopen (is ‘t geen schat?) en haalde ik de ijzerzaag uit de schuur.

Bovenkantje van het ene rekje eraf….

Dopjes aan de onderkant van het andere rekje er eenvoudig af wippen met bruut geweld vermorzelen….

Stuk rondhout, dat over was van een vorig knutselproject, in stukjes zagen en in de openingen van het onthoofde rekje stoppen…

En stapelen maar!

Herhaal met de andere twee rekjes.

Resultaat:

Episch schoenenrek is episch B-)

Ik heb nu zelfs in het midden, waar de twee rekjes samenkomen, een iets hoger schapje voor halfhoge laarsjes. En het past er nét allemaal in! Alleen mijn sportschoenen gingen er niet meer bij. Nadeel: nu geldt dus, net als voor mijn kleding, iets erbij = iets eruit.

Misschien ook wel goed. Want nu ik het allemaal zo bij elkaar zie… heb ik misschien inderdaad wat veel schoenen… :-X
(En ja, onderin de kast vond ik ook nog een paar waarvan ik vergeten was dat ik het had)

Maak je eigen bandweefgetouw

Een poos geleden kreeg ik van mijn schoonmoeder spulletjes om te kunnen kaartweven cadeau. Nu ik ook een goed boek over kaartweven heb gekocht, wil ik eindelijk eens aan de slag gaan met het maken van mooie weefsels. Kan ik bijvoorbeeld mijn kirtle mee versieren.

In het boek hadden ze het over het vastknopen van je draden aan een deurknop en het andere uiteinde aan je riem. Aangezien de spanning steeds anders wordt, zul je ook moeten gaan verzitten tijdens het werken. Leek me niet heel praktisch.

In het boek stond ook een foto van een zogenaamde ‘inkle loom’, oftewel een bandweefgetouw – een handige stellage om je weefsel omheen te wikkelen, waar je ook prima op kunt kaartweven. Ik herinnerde me dat Annet er ook eentje heeft en dat ik dat toen al een interessant ding vond.

Dus even gekeken waar ik een exemplaar kon kopen.

Wat?? Rond de 75 euro voor zo’n ding?? Leuk, maar dat geef ik er niet voor uit. Dus bombardeerde ik dit tot nieuw knutselproject. Hobbyen om te kunnen hobbyen – ach ja, zo houd je jezelf bezig :-)

Stap 1: Verzamel de benodigdheden

In de schuur vond ik de restanten van een mislukt knutselproject, waarvan ik het hout kon recyclen.  Houtlijm hadden we ook nog wel.
Bij de bouwmarkt kocht ik een lang stuk rondhout (vergeten op de foto te zetten), een slotbout en een erop passend vleugelmoertje. Totale kosten: zo’n €10,-.

Stap 2: Zaag de plankjes

Eerst haalde ik het hout uit elkaar en verwijderde ik de oude schroeven. Vervolgens met potlood de benodigde stukjes afgetekend. Het onderste, lange stuk wilde ik eigenlijk 70 cm lang maken, maar het langste stuk resthout was maar 60 cm lang. Ach, ook goed. De twee rechtop staande plankjes werden 30 cm. Dan nog een wat breder plankje als bodemsteun (exacte lengte en breedte maakt niet zo veel uit) en een klein plankje dat straks als spanelement gaat dienen.

Randjes en hoekjes waar nodig mooi rond afschuren.

Het stuk rondhout zaagde ik in 6 stukken van 16 cm en 5 stukken van 18 cm. Want die 5 stukken gaan straks in de rechtop staande planken, die achter tegen de liggende plank van 2 cm dik worden bevestigd en dus iets verder weg staan dan de houtjes die in de liggende plank komen.

Ook hier voor de mooi even bij ieder houtje één van de uiteinden rond afschuren.

Stap 3: Gaten boren

Ja leuk, van die ronde houtjes. Komt heel nauw, zo’n gat.

Bij normale boortjes kun je nog met een kleine variant beginnen, en als het gat te klein is, ‘m groter maken met een dikkere boor. Maar die tactiek kun je vergeten als je boortjes met ‘vleugeltjes’ gebruikt. Eenmaal geboord is geboord. Daarna moet je er vanaf blijven, anders wordt het een gat dat eruit ziet alsof er een kudde houtwormen doorheen is geëxplodeerd.
Dus in het vervolg probeer ik het eerst uit op een proefhoutje, in plaats van mijn versgezaagde plankje, dat dus opnieuw kon :-(

Ook leuk: constateren dat je een boortje in maat 12 en maat 16 hebt, en dat de eerste een te klein gat oplevert en de tweede een te groot gat. Dat werd dus weer op en neer naar de bouwmarkt voor een boortje van formaat 14 (waarom het maat 14 heet terwijl het rondhout 8 mm dik is – geen idee.)

Oh ja, en je moet wel je best doen om de gaten recht naar beneden te boren, want anders staan je stokjes straks zo scheef…

Nog meer uitdaging: een gat van boven tot onder boren in het spanlatje. Dat lukt dus niet in 1x boren omdat de plank langer is dan de boor. Je moet daarom eerst de bovenkant doen en dan de onderkant en dan maar hopen dat je recht geboord hebt en de twee gaten samen een nette tunnel vormen.
Wat dus niet lukte, waardoor ik met veel geweld en boorgewiebel het boorgat wat verder moest proberen uit te diepen in de juiste richting en de boor per ongeluk door de zijkant heen kwam.

Maar uiteindelijk is het gelukt om een gat te maken dat recht genoeg was om de slotbout doorheen te kunnen duwen. En die tochtgaten… die negeren we dan maar.

Stap 4: Staande latjes aan liggende lat bevestigen

Eerst lijmde ik de delen aan elkaar vast:

Daarna zette ik er voor de extra stevigheid nog twee schroeven in:

.

Mental note: de volgende keer ruim op tijd ervoor zorgen dat de accuboormachine is opgeladen, zodat je de schroeven niet met een knurftig handschroevendraaiertje erin hoeft te persen :-S

Stap 5: Steunplankje aan het geheel bevestigen

Een combinatie van lijm en van die houten plugjes leek me de stevigste optie:

Goed uitmeten zodat de plugjes en de gaten theoretisch op elkaar aansluiten, daarna goed hameren zodat ze ook in praktijk in elkaar passen ( :-X )

Stap 6: Tussenschotje monteren

Ook al zitten de opstaande latjes theoretisch goed vast, een klein schotje ertussen plaatsen om te voorkomen dat ze naar elkaar toe gaan trekken vanwege de spanning op het weefsel, leek me verstandig:

Stap 7: Houten pennen monteren

Wat houtlijm aan het uiteinde en hameren maar! Iedereen kan het; je leerde het al op de kleuterschool.

(Ja, het werd al donker, maar ik ging moedig door)

Stap 8: Spanlatje bevestigen

Slotbout door het gat in het staande latje duwen, spanlatje over de slotbout wrikken schuiven, metalen ringetje er achteraan en dan de vleugelmoer erop draaien:

Stap 9: Resultaat

Vraag je eerst af waarom je je houten pennen een stuk langer hebt gemaakt dan je spanlatje, aangezien dat compleet zinloos is. Besluit vervolgens dat je ook maar een mens bent en je de pennen later desgewenst alsnog korter kunt zagen en dat het daar nu echt te donker voor is geworden, en bestempel je project als gereed.

Bewonder het eindresultaat.

Neem het project mee naar binnen.

Negeer de grote hoeveelheid houtlijmvlekken die er op blijken te zitten als je alles in goed licht ziet. Was je handen.

Stap 10: Decoreer

Constateer de volgende ochtend dat er toch wel érg veel gaten van het vorige project, houtlijmvlekken en andere oneffenheden in je projectje zitten. Verhul het door de aandacht af te leiden met je houtbrander.

Nu is hij écht af!

(en aangezien de houtbrander toch al warm was, heb ik gelijk even het motiefje in onze tafel gerestaureerd – na een aantal jaar gebruik slijt het toch enigszins weg)

Stap 11: Neem in gebruik

Zo ziet ‘ie dus uit als hij is ingeregen:

Ik ga eerst een oefenbandje maken volgens het patroon en de uitleg in het boek. Ik gebruik nu dan ook wat restanten van garens die ik nog in de kast had liggen. Als ik de techniek in de vingers heb, dan koop ik mooi garen en maak ik een echt leuk patroontje!

Ik gebruik nu dus ook niet alle pinnen. Hoe meer pinnen je gebruikt om je draden omheen te wikkelen, hoe langer je weefsel kan worden. Maar omdat dit een oefenstukje is, hoeft hij niet erg lang te worden.
Er zijn ook bandweefgetouwen met minder pinnen, maar ik dacht dat ik beter gelijk een grote versie kon maken, aangezien je er altijd kortere dingen op kunt weven, maar dat andersom niet werkt.

Mijn eerste probeersel ziet er zo uit:

Je ziet dat het in het begin echt dramatisch ging, maar dat ik al snel beter ben geworden.

Goeie spanning op alle draden houden is best belangrijk; ik hoop dat mijn spanlatje stevig genoeg is daarvoor en dat hij niet iedere keer uitzakt.
Verder had ik in het begin niet door dat ik niet alleen de weefdraad aan moest drukken, maar ook de spandraden voordat ik de weefdraad er doorheen haalde. Dat stond niet in het boek, maar als je het niet doet dan krijg je dus zo’n los geflodder zoals onderin.
En je moet je aandacht erbij houden, want ik vergat steeds waar ik was gebleven met het draaien van de kaarten. Dit patroon is 4x naar je toe draaien, 4x van je af draaien. Ik heb de gaten gemarkeerd, dus ik weet wanneer ik rond ben, alleen wist ik regelmatig niet meer of ik nu van me af of naar me toe aan het draaien was. Dat heb ik opgelost door een schaar van me af of naar met toe te leggen en deze steeds om te draaien als ik de vierde slag had gemaakt.

Voor mijn eerste échte projectje ga ik wat dunner garen kopen. Volgens mij wordt dat toch een stukje subtieler en dus mooier.

Voor degenen die ervaring hebben met bandweven / kaartweven en nu hoofdschuddend naar mijn foto’s zitten te kijken: alle tips zijn welkom! ;-)

Doedeldecoratie

Een poos geleden had ik een soort vaandeltje gemaakt om mijn doedelzak wat mee op te leuken. Maar ja, toen was het nog een Cornemuse du Centre. Nu ik ‘m naar een Lage Landen model heb laten ombouwen, is de fleur-de-lis wat minder toepasselijk geworden. En eigenlijk had het vaandeltje ook wel een klein beetje een pas-op-zwenkt-uit-vlag effect.

Kwastjes heb ik altijd erg leuk gevonden, maar die zijn heel erg moeilijk om te vinden. Je kunt ze wel zelf maken, maar ik denk niet dat ik ze zo mooi kan krijgen als de exemplaren die je in de winkel koopt.

Helaas hebben de meeste fourniturenwinkels er niet zo veel, en als ze ze hebben, dan zijn het van die kleintjes. Meubelzaken hebben ook van die dingen om de gordijnen mee samen te binden, maar die zijn dan weer te groot.

Toen ik afgelopen zaterdag met Mark naar de lapjesmarkt in Utrecht was gegaan om stof voor zijn nieuwe kostuum uit te zoeken, wipten we ook even een fourniturenzaak binnen. Mark herinnerde zich namelijk dat ze daar wél van die kwastjes hadden.
Nou en of – het hing er vol mee en het was nog moeilijk kiezen ook!

Uiteindelijk vond ik leuke met drie verschillende kleuren door elkaar: bruin, zwart en lichtgeel (op sommige foto’s lijkt het wat groenig, maar dat zijn ze dus niet)

Alleen kon ik niet zo veel met die zielige dunne lusjes aan de kwastjes. Dus kocht ik ook drie stroken touw, in ongeveer dezelfde drie kleuren, en wat superdun touw om de boel straks mee samen te binden.

Thuis ging ik aan de slag.

Stap 1: Draai alle drie de touwtjes superstrak op, in de richting waarin ze al gedraaid zijn.
Het helpt om je partner te vragen om de uiteinden vast te houden, want als je ze ergens aan vast maakt, floepen ze er toch weer af / uit door de spanning die op het touw komt te staan.

Stap 2: De gedraaide draadjes zullen zich in elkaar wikkelen. Maak een knoop in de uiteinden, om te voorkomen dat ze weer uit elkaar draaien.

Omdat zo’n knoop wat te dik is om mooi in een kwastje weg te werken, heb ik ze een voor een weer losgemaakt en de uiteinden samengebonden met een dun draadje.

De wikkeling is uiteindelijk wel wat dikker geworden dan op de foto hierboven, want als je de knoop te smal maakt, blijft het kwastje er straks niet omheen hangen.

Stap 3: pak de kwastjes en piel voorzichtig het decoratieve knoopje los. Als het goed is, dan kun je dit gewoon er vanaf schuiven.

Stap 4: Knip het touwtje door dat het kwastje bij elkaar houdt en rol het open. Je kunt het lusje er nu gewoon uit pakken.

Stap 5: Rol het kwastje opnieuw op, ditmaal om het uiteinde van je nieuwe touw.

Stap 6: Knoop het goed vast en schuif het decoratieve kapje over het touw erop.

Stap 7: Doe hetzelfde met het andere uiteinde. Schuif wel eerst het andere kapje in het touw voordat je de franjes er omheen gaat rollen, want dat lukt je achteraf niet meer  :-)

Je touw is nu klaar en bevat aan ieder uiteinde een mooie kwast!

Stap 8: Versier je doedelzak er naar believen mee :-)

Ik heb het derde kwastje  (de middelste op de foto) gelaten zoals het was en gewoon halverwege in het touw geknoopt. Op het onderste gedeelte, net boven het blok, zit niets, want dat ligt op mijn schouder.

Schotse highlandpipes hebben allemaal van deze touwtjes om hun bourdonpijpen geknoopt, maar dat is voornamelijk functioneel, om alle drie de pijpen bij elkaar te houden. Die van mij zitten al vast in het houten blok, dus dit is puur voor de mooi.

Hopelijk blijft het een beetje zitten!

Leerpunt voor de volgende keer: langer touw kopen. Je hebt altijd meer nodig dan je denkt en het spul wordt significant korter door het oprollen.

Trouwquilt

Het heeft even geduurd, maar het is volgens mij vrij normaal dat alles rondom de afronding van je bruiloft lang op zich laat wachten. En dan doe ik het volgens mij helemaal niet slecht: onze bedankkaartjes zijn bijna direct na ontvangst van de foto’s de deur uit gegaan en ons foto-album heb ik binnen drie maanden na dato afgerond.
Dit was het project met de minste prioriteit, waar niemand anders dan wij zelf op zaten te wachten.

Welk project? De trouwquilt! Oftewel ons ‘gastendoek’, als alternatief voor het gastenboek.

Vanaf de aanloop naar de bruiloft tot en met vandaag heb ik foto’s opgespaard van het hele traject, dat dus enkele maanden in beslag heeft genomen.

1. Stof kopen
Het begon met het inkopen van de stof. Het is nog niet makkelijk om meerdere stofjes te vinden in complementerende kleur, van ongeveer dezelfde textuur, die niet te donker zijn om op te schrijven. Maar het lukte!

2. Stof wassen en strijken
Stof wassen tegen het krimpen is wellicht niet echt nodig, aangezien het een muurquilt wordt en al die decoraties die erop komen niet in de was zullen gaan kunnen. Maar dat strijken is heel belangrijk, want als je de lapjes eenmaal geknipt hebt, is het meer werk om ze per stuk te gaan strijken. En als je gasten ze eenmaal versierd hebben, vallen ze niet meer te strijken.

3. Lapjes aftekenen
Het aftekenen van de individuele lapjes op je stof komt heel nauw, want als ze niet recht zijn en niet precies even groot, heb je straks een probleem omdat je lappendeken niet mooi op elkaar aansluit.
Dus knipte ik eerst een mal van karton, waar omheen ik met kleermakerskrijt lijntjes kon trekken.

De hoekjes van de mal perforeerde ik, zodat ik puntjes op de stof kon aanbrengen. Het idee was, dat deze de randen aangaven tot waar men het lapje mocht bewerken, zodat er voldoende ruimte over zou blijven voor de naad. En dan kon ik bij het samennaaien van de lapjes, de puntjes precies op elkaar leggen als ijkpunt.

Maar goed, dat was dus het idee. Achteraf bleken onze gasten de instructie ‘blijf binnen de puntjes’ totaal niet begrepen te hebben. Sommigen dachten dat ik de puntjes van het lapje zelf bedoelde en vonden het erg logisch dat je daarbuiten niet tekende… En hoewel ik de lapjes met de puntjes naar boven had neergelegd, gaan mensen door het stapeltje heen wroeten en komen ze ondersteboven terug op tafel, waardoor men niet ziet dat er puntjes op de achterkant van het lapje staan.

Dus tip voor de volgende keer: verbind de puntjes tot een vierkantje, zodat er een duidelijk kader ontstaat.

4. Lapjes uitknippen en verzamelen

Ik had natuurlijk alle lapjes alvast aan elkaar kunnen zetten tot een lappendeken, en deze neer kunnen leggen als groot te bewerken doek op de bruiloft. Maar het probleem is, dat je nooit vooraf weet hoeveel lapjes er gebruikt gaan worden.

Sowieso weet je nooit 100% zeker hoeveel personen er komen opdagen (ongelooflijk hoeveel mensen er schijt hebben aan je RSVP-verzoek… maar dat is een irritatie waar ik hier niet over zal beginnen).
Verder zullen sommige stelletjes, gezinnen en groepjes één lapje voor hen samen gebruiken, terwijl anderen ervoor kiezen om per persoon een lapje te versieren.

Dus om te voorkomen dat ik straks een quilt zou hebben met een groot aantal lege vakjes, besloot ik de lapjes los te verstrekken en ze achteraf pas samen te naaien.

Behalve het risico dat men de naadtoeslag zou negeren, bracht dit natuurlijk ook nog een ander risico met zich mee: je weet niet of je precies genoeg lapjes gaat hebben om een mooie rechthoek te maken en ook niet of de kleuren evenredig verdeeld zijn.

Zoals ik al aangaf dacht ik, onterecht, dat het eerste niet zo’n probleem zou zijn als ik er instructies bij zou doen. Om het laatste tegen te gaan, heb ik de lapjes bewust om-en-om op de stapel gelegd. Ik vreesde dat er anders veel te veel van een bepaalde kleur zou worden gebruikt en nauwelijks van een andere kleur. Natuurlijk gaan mensen toch wel door de stapel wroeten om een kleur naar wens te pakken, maar ik hoopte dat dit het in ieder geval iets zou reguleren.

5. Los gaan met het inkopen van versiermateriaal
Hoewel ik veel spullen nog had liggen, heb ik ook een hoop decoratiemateriaal bijgekocht. Let op, dit kan je gastendoek ongemerkt best duur maken…

Ik had onder meer:
– diverse soorten en kleuren garen
– diverse soorten en kleuren kraaltjes en pailletjes (tip: controleer vooraf of de gaatjes groot genoeg zijn om er een naald doorheen te krijgen – ik hield meerdere onbruikbare kraaltjes over)
– restantjes van de stof waar de lapjes van geknipt waren
– diverse kleuren textielstiften
– textiellijm
– textielverf
– 3d-textielverf (niet aan te raden; ook al staat er een gebruiksaanwijzing op, dan hebben mensen nog geen idee dat ze een dikke laag ervan moeten aanbrengen in plaats van het als lijm uit te smeren)
– mini-wasknijpertjes om de lapjes achteraf op te kunnen hangen

6. Alles klaarzetten op de dag van de bruiloft
Naast bovengenoemde materialen zorg je natuurlijk ook voor naalden, scharen (niet je beste stofschaar…), kwasten, een schaaltje om de verf op te doen, een bakje water om de kwasten uit te spoelen, etc.

Tip: zorg dat er niet het beste tafelkleedje van de trouwlocatie onder komt te liggen, want aan het eind van de avond is het één grote troep geworden :-X

7. Kliederen maar!
En je gasten mogen los gaan :-)

 

8. Lapjes nabewerken
Helaas, de bruiloft is inmiddels voorbij. Maar je kunt nagenieten van alle lieve, grappige en originele kunstwerkjes die je gasten voor jullie hebben achtergelaten!

Heel veel mensen verrasten me met hun creativiteit. Natuurlijk zijn er altijd niet-creatieve mensen, maar die kunnen dan gewoon hun naam en een wens met een textielstift op het stofje zetten. Prima, want zulke lapjes brengen wat rust in je quilt.

Voordat je de lapjes kunt gaan verwerken, zul je ze eerst moeten nabewerken om te voorkomen dat de kunstwerkjes op een gegeven moment uit elkaar vallen. Verwacht niet te veel naaitalenten onder je gasten, dus meestal zul je alle kraaltjes en dergelijke nog een keer goed vast moeten stikken.
Zo hadden we twee lapjes waar mensen hun wuppie-corsages op geplakt hadden, dus die heb ik met een steekje vastgezet.

Daarnaast had ik dus het probleem dat veel mensen geen naadtoeslag hadden overgehouden. En dan moet je zelf even creatief zijn. Zoals bijvoorbeeld het losmaken en een klein stukje verplaatsen van decoraties. Sommige teksten kon ik uitknippen en gecentreerd op een ander lapje naaien (een stel had zelfs een kattenkop uit het lapje geknipt – superleuk, maar dat kan natuurlijk nooit aan de rest vastgenaaid worden als je het niet op iets vierkants vastzet :-) ). Bij andere werkjes moet je helaas accepteren dat er een stukje van de tekst of het kunstwerkje weg zal vallen.

9. Motief samenstellen
Dan ga je alles op de vloer uitspreiden om te kijken hoeveel lapjes je per kleur hebt.
Niet geheel verrassend hadden minder mensen de donkerpaarse lapjes genomen, want daar zie je natuurlijk ook wat minder op.

Ik had bewust vooraf nog geen middenstuk gemaakt, zodat ik het formaat en de kleur daarvan kon aanpassen aan de hand van de ruimte die zou overblijven. Dus legde ik de boel eerst in een zo goed mogelijk passend patroon neer en bekeek ik daarna hoe groot het deel was dat ik nog moest opvullen.

Gelukkig kwam alles behoorlijk mooi uit!

10. Middenstuk maken
Ik heb onze namen en trouwdatum erop gezet, plus wat versiering.

Als ik het nog eens zou moeten doen, zou ik het waarschijnlijk iets kleiner maken met een rand er omheen ofzo, want hoe groter je lap stof, hoe meer het gaat ‘hangen’ als je straks alle naden door gaat stikken. Of zorg ervoor dat je naden over het middendeel heen kunnen lopen.

11. Lapjes aan elkaar naaien
Dan komt er weer een heel precies karweitje: het aan elkaar spelden en vervolgens vastnaaien van de lapjes.

Ik heb ze ‘regel voor regel’ gedaan, zodat ik niet zou vergeten in welke volgorde de lapjes lagen.

Tip: gebruik een voetje dat geleidt langs de rand van de stof. Want je wil dat alle naden bij ieder lapje precies even ver van de rand komen.

Om de schade van de ontbrekende naadtoeslag wat verder te beperken, heb ik de naad een stukje kleiner gemaakt dan oorspronkelijk gepland. Aan een halve centimeter naad heb je namelijk in principe voldoende.

12. Naden strijken
Om ervoor te zorgen dat het geheel straks niet gaat bobbelen, strijk je de naden plat. Niet open, dan ontstaat het risico dat de vulling er straks tussendoor komt piepen! Idealiter strijk je de naad naar het donkerste lapje stof toe, zodat je de minste kans op doorschijnen hebt.

Pas natuurlijk op met decoratiemateriaal dat niet goed tegen hitte kan… ;-)

13. Randen en lusjes
Als je alles netjes hebt genaaid, dan sluiten de lapjes mooi op elkaar aan. Ik was erg opgelucht dat dat bij mij inderdaad het geval was…

Ik bedacht me dat het mooi zou zijn om er nog een rand omheen te zetten, dus knipte ik nog vier stroken donkerpaarse stof af, die ik om het geheel heen naaide (naden naar buiten toe strijken!).

Verder voegde ik lusjes toe om ‘m straks op te kunnen hangen.

14. Sandwichen
Knip een grote lap stof voor de achterkant van je quilt, die iets groter is dan je lappendeken. Knip ook zo’n stuk van je vulling.

Tip: Vulling op maat knippen is een $!&*@-karwei. Het spul stretcht waar het maar kan, waardoor je nauwelijks een keurige rechthoek kunt definiëren. In plaats van alles netjes uit te meten, heb ik op een gegeven moment dus maar gewoon mijn voorkant bovenop de vulling gelegd en er een rechthoek omheen uitgeknipt :-X

Leg vervolgens het geheel op elkaar: eerst de achterkant (goede kant onder), dan de vulling, dan de bovenkant (goede kant boven).

Zorg dat alles goed plat ligt en begin vanuit het midden toe alle lagen op elkaar vast te spelden. Doordat je naar de randen toe werkt, verklein je de kans op bobbels.

Controleer goed of er aan de achterkant geen bobbels zijn ontstaan.

15. Doorstikken
Naai over alle naden heen, zodat je de bovenkant, vulling en achterkant aan elkaar stikt.

Zorg dat je goed de lapjes uit elkaar trekt en goed kijkt waar je naait! Het ging bij mij niet direct vlekkeloos, dus hier en daar lopen wat naadjes meer zichtbaar over de lapjes dan elders, maar ik had al snel door waar ik moest kijken en toen ging het wel zonder problemen recht.
Er zal overigens vast wel een heel handig naaimachinevoetje hiervoor uitgevonden zijn, maar dat heb ik helaas niet.

Tip: dit kan nogal proppen worden onder de naaimachine… Rol het geheel op als een soort perkamentrol (beide zijkanten naar elkaar toe rollen) en rol alleen het deel uit waar je moet naaien.

Als je het netjes hebt gedaan, ziet de achterkant er ook netjes uit:

Lang leve mijn naaimachine met IDT (dubbel transport)… ik weet niet of het me zonder zo mooi gelukt was!

16. Zijkanten afwerken
Okee, ik geef het toe: ik had me hier niet vooraf in verdiept. Ik dacht dat je gewoon, zoals een kussensloop, de voor- en achterkant met de goede kanten op elkaar kon leggen, drie zijkanten en-een-beetje ervan kon dichtnaaien, de boel binnenstebuiten kon draaien, daarna de vulling erin kon stoppen en tot slot met de hand de opening kon dichtnaaien, waarna je pas ging doorstikken. Nou, dat werkt dus niet. De vulling krijg je er zo never nooit niet mooi plat in.
Je moet echt eerst alles doorstikken en daarna met een biesje ofzo, de randen afwerken.

Probleem: ik kwam er naderhand pas achter dat, door het doorstikken, de vulling en de achterkant gingen bollen en daardoor iets kleiner werden. Nog een reden om eerst door te stikken en daarna pas de randen vast te zetten.
In tegenstelling tot mijn instructies hierboven, had ik dus niet de vulling en achterkant groter geknipt dan de voorkant, maar alles even groot gemaakt. Waardoor mijn voorkant niet meer aansloot op de achterkant.

Mijn geïmproviseerde oplossing: nog een strook aan de rand van de voorzijde aan naaien (waardoor die rand iets smaller is geworden), de naad platstrijken, de losse stofrand een stukje naar binnen omvouwen en de gehele flap tegen de achterzijde vastspelden.

Daarna weer over de naden van de rand stikken om de boel vast te zetten.

17. Klaar!!
Ophangen en bewonderen!!

Deze quilt werd mede mogelijk gemaakt door de gasten op onze bruiloft :-)

Ik moet toegeven dat het meer werk was dan ik vooraf had ingeschat. En het is een behoorlijk precies karweitje. Maar het resultaat is geworden zoals ik in mijn hoofd had!
Hij is misschien niet 100% netjes en met al die gelijke lapjes is het een simpel patroon, maar gezien het feit dat dit mijn allereerste quilt ooit is, vind ik dat ik er best trots op mag zijn!

Nu alleen nog de vraag… waar gaan we ‘m ophangen?