No deal

Je hebt van die momenten dat je gewoon echt even heel erg toe bent aan een beker Ben & Jerry-ijs. Met veel chocolade. Zo ook ik deze avond. Maar ik had natuurlijk niks in huis

Na meer dan een uur te hebben wikken en wegen of ik mijn zachte bank en warme dekentje wilde verlaten om wat bij het tankstation te halen, hakte ik eindelijk de knoop door. Tijdens de reclame van de film snel even hop, in de auto. Kon nét, leek me.

Ik was snel genoeg bij het tankstation. Vijf minuten voor sluitingstijd, mooi! De kassadame had de deur echter op slot gedaan, want ze was in de winkel spullen aan het bijvullen. Dus liet ze me buiten wachten totdat ze daarmee klaar was en zich weer achter haar glazen raam had genesteld. Gr.

Maar goed, eyes on the prize: in de vriezer hadden ze inderdaad één soort Ben & Jerries. Mét chocolade! Verguld liep ik met het bakje naar de kassa.

De kassa deed ”pieieiep” bij het scannen. En daarna nogmaals. En ook handmatig kon de kassadame het ijs niet in het systeem vinden. “Sorry mevrouw, het is net nieuw in het assortiment. Het staat zo te zien nog niet in de kassa.”

“Oh, okee… Kan ik het gewoon gepast in cash afrekenen ofzo?”

“Nee, ik weet niet wat de prijs is.”

“Maar…”

“Helaas.”

“Ik kwam speciaal daarvoor hierheen! Zeg je nu dat je me dit ijs niet kunt verkopen?”

“Nee. U kunt wel wat anders uitzoeken.”

Dus ik wilde ijs, zij hadden ijs, en toch kwam ik uiteindelijk thuis met iets wat ik eigenlijk niet wilde. En de film was inmiddels uiteraard alweer bezig.

Dat helpt dus echt níét, als je sowieso al redenen had om ijs nodig te hebben. >:-(

De Mandragora

In tegenstelling tot de meeste mensen die van fantasy en LARP houden, heb ik niets met Harry Potter. Behalve dan met de mandrake: een levende mandragora (alruinwortel) van wiens schreeuwen je kunt overlijden. Het is een prachtig chagrijnig plantje en helemaal in de stijl die ik leuk vind:

Zoiets zou ook helemaal passen in mijn huis, bedacht ik me een tijdje geleden. Maar hoe kwam ik aan zo’n plantje?

Zelf maken was natuurlijk een optie. Ik denk dat ik nog best de vorm in klei had kunnen boetseren, alleen weet ik zeker dat ik onvoldoende verfvaardigheden heb om de wortel er vervolgens natuurlijk uit te laten zien. Dat moest ik maar niet gaan proberen.

Gelukkig er is Etsy, waar alle creatievelingen hun creatieve dingen verkopen. De ene meer succesvol dan de ander, maar ik vond gelukkig een bedrijfje dat een variant maakt die ik echt mooi vind. Je moet het dan helaas wel weer vanuit de VS laten komen, dus hoge verzendkosten en ook weer douanekosten (grom… die paar euro btw wil ik best betalen, maar die €13 aan verwerkingskosten die PostNL in rekening brengt is gewoon afzetterij vanwege een monopoliepositie!). Maar dan heb je ook wat:

Het lelijke meegeleverde plastic potje heb ik uiteraard gelijk vervangen door een mooier exemplaar. Ik ben er alleen nog niet helemaal over uit welk potje ik het mooiste vind. De groene heeft een mooie kleur, maar de terracotta is qua vorm beter. Wat vinden jullie? Of zal ik een nieuw potje proberen te vinden met het beste van beide?

Flexwerken – een nieuwe aanpak

Na maandagochtend een inzinking tot tranen toe te hebben gehad op het werk (het contrast ‘fijn weekend thuis’ en ‘klotewerkplek’ was wel erg groot), besloot ik maandagavond dat het anders moest. Alleen maar klachten doorgeven en in m’n sop te blijven gaar koken ging ik niet volhouden. Ik moest iets constructiefs doen. Ik kan dan wel niet alles in mijn eentje oplossen, maar ik kan wel iéts doen.

Dus kwam ik met nieuwe energie naar het werk en pakte ik aan.

Inmiddels hebben we daardoor:

– Extra oud-papierbakken, zodat we niet voor ieder theezakje of post-it naar de container in de printerruimte hoeven te lopen. (Je kunt zien dat ze per direct gebruikt werden.)

– Monitorverhogingen. Een paar officiële houten exemplaren, gejat uit een toevallig openstaande opslagruimte, en een paar geïmproviseerde van boeken, waarvan ik niet weet van wie ze zijn want de boekenkast staat natuurlijk ook in de flexruimte. Aangezien ik steeds op een andere plek zit, pak ik gewoon steeds een nieuwe stapel totdat er op een gegeven moment op iedere werkplek een stapel boeken staat en de omvang van het probleem duidelijk wordt…

– Signalering op de toiletdeuren, zodat je er niet aan hoeft te rammelen om te weten of er iemand op zit. En ja, je ziet het goed: het verschilt ook nog eens per slot of de stand van het streepje open of juist dicht signaleert. Superhandig gedaan, monteurs…

 

Zodra iemand de deur van de opslagruimte nogmaals open laat staan, jat ik er ook nog 2 kapstokken uit, want ik heb gezien dat ze er zijn.

Daarna alleen nog ergens een stuk of 8 prullenbakjes voor restafval vandaan zien te toveren en dan zijn we weer een heel eind.

Wat me overigens niet gelukt is, is het matchen van de monitors. Overal staan andere varianten en ze hebben allemaal andere kleur- en helderheidsstandaarden. Onmogelijk om ze handmatig op elkaar af te stemmen. Ik was al begonnen met alle monitors van de werkplekken te ontkoppelen en opnieuw te matchen op merk en versie, maar helaas had dat geen nut want ze bleven afwijken. ICT heeft uiteindelijk een van mijn monitors maar gewoon geheel vervangen, omdat die inderdaad wel érg rood was. Ik heb met ze afgesproken dat ik vanaf nu iedere flink afwijkende monitor ga doorgeven.

Ik ben benieuwd hoe lang mijn geïmproviseerde aanpassingen (en stille protesten) blijven bestaan, of dat iemand alles op een gegeven moment weghaalt. Of vervangt door een permanente oplossing, waar ik natuurlijk op hoop. Maar hoe dan ook luchtte het al flink op door het heft in eigen handen te nemen.

Filmdag: boekverfilmingen

Wat is er beter dan op de bank zitten met een kat, dekentje, een hoop snaai binnen handbereik en de hele dag films kijken? Nou, precies dat, maar dan samen met een paar fijne mensen!

Gisteren organiseerde ik voor de 14e keer mijn jaarlijkse filmdag, ditmaal met thema ‘boeken’. Alle genres mochten, als de film maar was gebaseerd op een boek. We keken dan ook van alles: ‘The Sphere’, ‘Conan the Barbarian’ (de betere versie, met omnom Jason Momoa) en ‘Perfume’.

Ik moet bekennen dat ik even dacht dat ik de dag alleen door zou brengen, toen er anderhalf uur na de officiële start van de dag nog steeds niemand was. Al helemaal omdat ik van veel mensen helemaal geen reactie had gehad op mijn uitnodiging. Van Rinske hoorde ik achteraf dat ze mijn mail niet binnen had gekregen. Hmm… er zouden toch niet meer mensen van niets weten…? Maar niet veel later kwamen er dan toch mensen binnen gedruppeld en werd het alsnog supergezellig en knus, met z’n allen op de bank. <3

Volgend jaar dus gewoon weer!

Moresnet 1

“Waar ik dit weekend was? In het jaar 1888 te Moresnet, te midden van mijnwerkers en moordenaars, socialisten en suffragettes, veldwachters en opiumverslaafden.” (Quote van Judith, omdat ik het zelf niet beter kan omschrijven!)

Want na maanden van voorbereiding en het aanschaffen van veel te veel spullen, was het afgelopen weekend eindelijk zo ver. Deel één uit een reeks van drie LARP-evenementen, die zich afspelen in het ooit daadwerkelijk bestaande mini-staatje Neutraal Moresnet, waar men het niet al te nauw nam met alle regeltjes.

Ik speelde de scribente van de burgemeester. Het was een uitdaging om een passend beroep te vinden, want vrouwen werden geacht voor hun gezin te zorgen. Als ze al werkten, was het bijvoorbeeld als bediende of fabrieksarbeider. Maar het gebeurde wel eens dat weduwen de baan van hun overleden echtgenoot overnamen en dat was dus bij mij het geval.

Het was een heerlijke rol, want ook al had ik niks te zeggen wat betreft politiek en belangrijke dorpszaken, ik zat natuurlijk wel overal met mijn neus bovenop. Als notuliste hoor je alles wat er tijdens de raadsvergaderingen wordt gezegd en met toegang tot de archieven heb je stiekem behoorlijk veel kennis over je dorpsgenoten binnen handbereik!

Dus heb ik me fantastisch geamuseerd door vanalles en nog wat te regelen en uit te schrijven voor meneer de burgemeester. Maar ook met heel andere zaken, want ik had vooraf met Rinske onze rollen afgestemd en ervoor gezorgd dat ik reden had om haar séances bij te wonen…

De burgemeester en zijn rechterhand
Druk aan het werk

Nou was al dat schrijven an sich niet per se leuk, want echt spel levert dat niet op, maar het zorgde er wel voor dat ik een reden had om in het raadhuis te zitten zonder me daar te vervelen. Waardoor andere mensen me wisten te vinden voor allerlei gemeentelijke zaken.

Het raadhuis was één van de vele kleine gebouwtjes die de organisatie had neergezet. Eigenlijk was het een partytent, met houten in plaats van stoffen wandjes, maar het was zo vernuftig en mooi gemaakt dat het heel realistisch overkwam. Samen met alle andere mooie aankleding en details, plus de natuurlijke charme van de spellocatie in Belgisch Bokrijk, zorgde dat gelijk voor een fantastisch dorpsgevoel!

Het was geen re-enactmentstijl-evenement waarbij iedereen zich aan de Victoriaanse mode en etiquette hield, zoals Dancing at the Darcy’s. De kostuums varieerden van redelijk authentiek tot ‘geïnspireerd op’ en er kwamen enkele anachronismen langs, zoals gevulde bonbons. Ik heb slechts één keer mannen zien opstaan als een vrouw de tafel verliet en geen enkele keer is mijn stoel voor me aangeschoven. Niet erg hoor, daar had ik op gerekend. Wel vond ik het een beetje frustrerend dat er meerdere secretaresses waren, omdat ik zo mijn best had gedaan een in het tijdsbeeld passend beroep te vinden. Maar ach. Al met al was er toch een mooi sfeertje en heel veel leuk spel!

Mijn kostuum, opgestoken haar en brilletje maakten me blijkbaar dermate anders dat maar liefst 3 mensen me niet direct herkenden toen ik bij het opruimen weer in OC-outfit voor ze stond. :-P

Al met al vond ik het een erg leuk evenement. Er zijn al een hoop geheimen uitgekomen maar desondanks zie ik nog veel spelmogelijkheden voor de volgende twee evenementen! Alleen jammer dat het evenement maar 1x per jaar is. Dat wordt lang wachten en goede aantekeningen maken…

(Portretfoto door Hanneke Vissers, andere foto’s door Alwin Sijbrands)

De verhuizing – deel 2

Eigenlijk wilde ik vandaag een leuke blog posten over mijn LARP-avonturen afgelopen weekend op Moresnet. Maar vandaag was ook de eerste dag na mijn herfstvakantie, en de tweede dag op mijn nieuwe flexwerkplek. Heel naïef had ik gehoopt dat ze afgelopen week tijdens mijn afwezigheid alle kinderziektes in het nieuwe pand hadden opgelost, en ik vandaag wel lekker aan de slag kon. Dus niet.

De fietsenstalling was nog steeds niet af. Hoewel er een aantal werkplekken bij was gekomen, kon ik ook vanochtend geen vrije werkplek meer vinden. Gelukkig was er nog één plekje over in het call-center van de studenten (wat dus niet bij onze ruimte hoort). Nadat ik de tafel omlaag had gedraaid, constateerde ik dat de monitors niet hoog genoeg gepositioneerd konden worden, waardoor ik de hele dag naar beneden heb moeten kijken.

Er waren nog steeds geen kapstokken. En nog steeds geen prullenbakken op de werkplekken. (Die er ook niet gaan komen. Een van de secretaresses had zelf een prullenbak bij haar bureau gezet, maar die wordt gewoon niet geleegd door de schoonmakers.)

Was er dan niets opgelost? Jawel: er was een koffiezetautomaat en waterkoker geplaatst. Hoezee! En het verwarmingsprobleem in de zolderruimte, waardoor het daar structureel 5 graden warmer was dan op de rest van de verdieping, was opgelost. Helaas hadden ze daar wel alle dubbele monitors verwijderd, zodat er op elke werkplek nog maar eentje staat. Kan ik daar ook niet meer fatsoenlijk gaan werken.

Overal zag je mensen die noodgrepen probeerden toe te passen. Veilig hoor, die branddeuren. Maar wel vreselijk onpraktisch. Laten we er een bureaustoel tussen zetten zodat we fatsoenlijk heen en weer kunnen lopen.

En er waren nog meer nieuwe verrassingen.

Zo ging het licht ineens spontaan overal uit. De verlichting werkt blijkbaar automatisch, want we konden nergens een knop vinden om hem weer aan te zetten. Nou hebben we bij de werkplekken behoorlijk wat ramen, maar niet in het toilet. Dus konden we op de tast alle deuren langs, in de hoop dat er eentje niet bezet was, en daarna in het pikdonker onze handen wassen.
Niet dat het eerste heel veel makkelijker is met licht hoor; aan de sloten kun je namelijk niet zien of het toilet al dan niet bezet is. Alsof het niet al gênant genoeg is om op kantoor te schijten, wordt er nu ook nog eens continu aan je deur gerammeld terwijl je bezig bent.

Toen ik mijn nieuwe mobiele telefoon aanzette, kreeg ik een voicemailmelding. Huh? Of ik die persoon gelijk die dag nog kon terugbellen. Datum van het bericht: de maandag van mijn vakantie. Ja zeg, ik kan geen out-of-officemelding op mijn telefoon zetten! En er was mij verteld dat de telefoons zo waren ingesteld, dat ze automatisch naar het secretariaat zouden doorverbinden bij geen gehoor. Niet dus.

Overleggen? Doe je best. Er zijn vergaderruimtes, maar daar staat nog geen meubilair in. Idem voor de stiltewerkplekken. Komt pas in november. Als enige alternatief was er het kamertje van de baas van onze dienst. Die kon hij namelijk niet zo goed gebruiken. De muren bleken zo dun, dat iedereen in de ruimte ernaast het sollicitatiegesprek van vorige week letterlijk had kunnen volgen.

Tot slot hoorde ik van een collega dat men de lift zo heeft ingesteld, dat hij extra langzaam gaat. In het kader van ‘traplopen stimuleren’. Ik zie de blije gezichten van de cateringmedewerkers, schoonmakers en slecht ter been zijnde collega’s al helemaal voor me.

Oh oh oh, wat heb ik zin in morgen. Als dit zo doorgaat, vrees ik dat er een dag komt waarop ik mijn bed echt niet meer uitkom.

Oh ja, en de stickers die ik uit baldadigheid en in het kader van territorium-afbakening op mijn kluisjesdeurtje had geplakt, bleken te zijn verwijderd. Ik heb er dus een nieuwe op geplakt. Eens kijken wie dit het langste volhoudt.

Victoriaanse bril

Al een paar maanden geleden zocht ik naar een Victoriaans model bril voor, je raadt het al, LARP-evenement Moresnet. Als scribente is een bril namelijk wel een leuke toevoeging aan mijn voorkomen en het is ook logisch dat iemand in mijn beroep daar geld aan zou besteden (een bril dragen was destijds minder gewoon dan nu).

Initieel was ik al plannen aan het maken om een moderne bril om te toveren, door de plastic uiteinden aan de oorsteunen en de neussteuntjes te verwijderen. Maar tot mijn verbazing bleken er op Marktplaats.nl diverse antieke exemplaren aangeboden te worden! Dat zou natuurlijk veel authentieker uitzien dan zelf iets fröbelen.

Probleem: de glazen in die brillen zijn op willekeurige sterkte. In hoeverre zou ik er doorheen kunnen kijken? Geen van de aanbieders kon inschatten welke sterkte erin zat, want voor hen was het natuurlijk gewoon een stukje antiek in plaats van een gebruiksvoorwerp.

Op goed geluk kocht ik een van de goedkoopste exemplaren. Helaas pindakaas, er was werkelijk niet doorheen te kijken! Ik heb zelf een bril om veraf te zien (die ik niet per se altijd op hoef), en dit was een behoorlijk sterke leesbril. Bijkomend probleem: de pootjes waren echt belachelijk kort en ze stonden ook nog eens heel ver uit, dus hij bleef voor geen meter op mijn hoofd zitten. Faal.

Ik overwoog even om een andere te kopen, maar besloot toen het er maar bij te laten zitten. Inmiddels had ik namelijk begrepen dat ze in die tijd bijna alleen maar leesbrillen hadden, dus ook al vond ik er eentje die wél op mijn hoofd bleef zitten; de kans dat ik zonder hoofdpijn zo’n brilletje een evenement lang kon dragen, was zeer klein. Ik focuste me op andere leuke requisieten.

Rinske, die ik de bril had laten zien, had het er echter niet bij laten zitten. Die had Marktplaats.nl nog een keer afgestruind en een exemplaar besteld met haakjes voor om de oren. Ook een model dat ze destijds hadden namelijk. Als ik hem niet wilde, dan hield ze hem zelf wel, zei ze.

Maar deze paste me heel goed, en stond niet eens zo heel belachelijk! Alleen was het wel weer een leesbril. Minder sterk dan de vorige, dus misschien zou ik hem alleen tijdens het schrijven op kunnen zetten en er dan een beetje onderdoor kunnen kijken? Rinske stelde voor om de glazen gewoon eruit te halen of te vervangen door normaal glas. Dat eerste leek me raar uitzien, dat tweede zou vast heel duur zijn en te veel tijd gaan kosten – ik had immers nog maar 2 dagen.

Maar ja… toch jammer, als je zo’n gaaf accessoire hebt liggen en vermoedt dat je er weinig mee gaat doen. Dus ging ik op goed geluk naar de Pearle. En wat blijkt? De glazen konden ze makkelijk verwijderen door gewoon een schroefje los te draaien. En voor €20,- konden ze er glazen zonder sterkte in zetten. Klaar terwijl u wacht. Yay!

Dus nu heb ik toch weer extra geld uitgegeven, maar deze kans kon ik toch niet laten lopen? Het model van het montuur was destijds niet zo heel erg aan verandering onderhevig, dus hij is vast ook nog wel voor andere historische evenementen bruikbaar.

Oh ja, en ter verantwoording een paar plaatjes van andere antieke modellen uit de 1880’s (maar dan van resp. goud en zilver):

 

(Mocht er trouwens iemand interesse hebben in dat andere brilletje: laat het vooral weten want vooralsnog krijg ik hem niet opnieuw verkocht via Marktplaats.nl!)

Wapenstempel

Nee hoor, mijn aankopen voor het Moresnet-LARP lopen helemáál niet uit de hand, hoezo? :-P

Dit is dus het wapen van Neutraal Moresnet. De stempel heb ik op maat laten maken en is net op tijd binnen!

De stempel is maar voor 3 evenementen bruikbaar, maar hee, hoe gaaf is dit?? Het moet toch duidelijk zijn welke documenten echt vanuit de gemeente komen en welke gewoon door een willekeurig iemand zijn neergepend? :-)

Mijn eerste plan was om een preegstempel te laten maken (zo’n ex libris-achtige reliëfstempel om papier mee te markeren), maar zo’n stempel op maat laten maken én een preegtang aanschaffen ging toch iets te veel in de financiën lopen… Dus dan maar met inkt in plaats van reliëf. Oftewel: ik heb me nog ingehouden. ;-)

Victoriaanse handtas

Ik <3 Marktplaats.nl. Je komt er de meest belachelijke, niet voor de hand liggende items tegen. Zoals een Victoriaans handtasje!

And now it’s all mine!!!

Ook bij deze aankoop valt weer te betwijfelen of het ding écht oud is, want hij is puntgaaf en de voering doet nogal synthetisch aan. Maar hij kostte dan ook slechts €17,50 (na wat afdingen).

Who cares, hij lijkt genoeg op the real thing, sowieso veel beter dan het moderne tasje dat ik wat had aangepast. En is bruikbaar voor al mijn Victoriaanse personages!

Oh ja, ter vergelijking, zo zag the real thing er uit, o.a. in metaal of gehaakt (die van mij lijkt gehaakt), hoewel ze in véél meer vormen voorkwamen dan op deze foto:

De verhuizing

We wisten al heel lang (zo’n 2 jaar) dat we dit jaar zouden verhuizen naar een ander kantoorpand. Namelijk naar het Berchmanianum, het voormalig jezuïtenklooster direct grenzend aan de universiteitscampus, dat de universiteit had aangekocht nadat de bejaarde patertjes eruit waren gewerkt. Het gebouw heeft 3 enorme verdiepingen. Onze dienst zou op de bovenste verdieping komen te zitten en als enigen en eersten zouden we gaan flexwerken, hadden ze bedacht en door onze strot geduwd. Want wij bij Marketing & Communicatie zijn nu eenmaal vooruitstrevend en geven het goede voorbeeld. :-/

Dat was het begin van veel ellende.

De verbouwing van het pand duurde langer dan gepland. De hete zomer gooide roet in het eten, net als de extreme hoeveelheid asbest die werd gevonden. En niet te vergeten de twee bommen uit de Tweede Wereldoorlog in de tuin (er is ons verzekerd dat het terrein inmiddels bom-vrij is). Oh ja, en de brandweer heeft het pand tot tweemaal toe afgekeurd. (Volgens mij hebben we momenteel nog steeds geen officiele ‘go’. Maar ach, het zijn maar mensen waar het om gaat.)

In plaats van in september, zouden we daarom pas in oktober gaan verhuizen, wat nog meeviel. Het probleem was alleen dat er ook mensen van elders naar ons oude pand moesten, die niet konden wachten, waardoor we dus tijdelijk maar opgepropt werden om iedereen onder te kunnen brengen. Het keukentje werd een werkplek en we moesten maar naar de kelder voor het halen van thee. Maar goed, dat heb je nu eenmaal met verbouwingen. Die lopen altijd uit.

Desondanks kun je wat betreft verhuizing een hoop vooraf strak plannen. Alleen was dat ook niet gedaan.

In het begin was het hele bestuur enthousiast over flexwerken. Geen idee waarom, want er zijn inmiddels meerdere onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat het allemaal helemaal niet zo ideaal is. En als universiteit zou je toch op wetenschappelijke onderbouwing moeten letten, of niet? Niet dus. Ze keken blijkbaar vooral naar de bezettingsgraad en wat het opleverde als we niet allemaal meer een vaste plek hadden die soms leeg stond.

Vervolgens vertrok een van de bestuurders. Zijn opvolger was wat minder enthousiast over dat hele flexwerken. Wat niet resulteerde in afschaffing, maar in een kleiner budget. (Zie je de impending cloud of doom al?)

De verhuizing werd dus gepland. Al maanden van tevoren was er geïnventariseerd wat we aan pc’s en dergelijke nodig hadden. Onze afdeling is altijd een beetje speciaal, dus we hadden expliciet en meermaals verteld dat wij medewerkers hebben met software die niemand anders gebruikt. Die dus alleen op onze eigen pc staat geïnstalleerd. En waar maar één licentie voor is. Bovendien werken wij bijna allemaal met twee monitors.

Desondanks kregen we maar geen feedback over de manier waarop dat opgelost ging worden. Wat we wel hoorden, was dat er geen budget was voor elektrisch verstelbare bureaus en dat we die met de hand moesten gaan aanzwengelen. Dat er wat was gekort op de faciliteiten en dat er enigszins weinig toiletten op onze verdieping zouden komen, gezien de hoeveelheid medewerkers. En overlegruimtes? Ja, die zouden er wel zijn, maar voor maximaal 8 personen (wij overleggen iedere maandag met z’n 11en). En het reserveren ervan kost geld en gaat van je afdelingsbudget af. Verder zou onze zwaar gewaardeerde en alom geliefde facilitair medewerkster tegen haar zin overgeplaatst worden naar een ander gebouw en mochten wij vanaf nu zelf onze kopjes gaan afwassen en de pantry schoon gaan houden. (Jullie zien dat vast net zo gebeuren als wij?)

Toen was er drama om de telefoons. Tot dan toe hadden we vaste toestellen. Maar we zouden overstappen op mobiele toestellen. En aangezien toch iedereen een mobieltje heeft, was het prima als we een maandelijkse vergoeding van de baas kregen ter compensatie van het zakelijk gebruik van je privé-mobiel, toch? Oh ja, wel verplicht je privé-nummer in de bedrijfstelefoongids zetten.
Dat leidde uiteraard tot enorm protest. Ik en vele anderen zagen het al helemaal gebeuren dat we op onze vaste vrije dagen en in de vakanties plat werden gebeld met werkvragen door collega’s die niet wisten dat we vrij hadden.
Gelukkig werd er toen snel een alternatief geboden: een mobieltje van de zaak. Mjah, hartstikke handig. Ik zie mezelf al twintig minuten lang iemand telefonisch door de interface van Google Analytics heen praten, terwijl ik die mobiele telefoon tussen mijn oor en schouder klem. Echt heel praktisch. Ach weet je, ik zet ‘m wel gewoon op speaker, midden in de flexwerkruimte… :-S

Pas een paar weken voor de geplande verhuisdatum werd eindelijk duidelijk dat alle werkplekken twee monitors zouden krijgen. Een zucht van opluchting ging door onze afdeling. Maar… onze software dan? Er was namelijk ook gecommuniceerd dat er op iedere flexplek een vaste pc zou komen te staan waarop je kan inloggen. Euh… dat werkt voor ons niet? Dat hadden we al maanden geleden gezegd en meermaals herhaald?

Niemand kwam met een oplossing en uiteindelijk heeft onze afdelingsmanager zelf in de laatste weken voor de verhuizing wat moeten regelen met afdeling ICT. De enige mogelijke oplossing: onze eigen pc’s komen ergens in een hoekje te staan en blijven altijd aan. Nadat we hebben ingelogd op de pc op de flexplek, moeten we dan ook nog eens inloggen op die andere pc’s en de desktop overnemen. Grom. Ja, een eigen laptop voor iedereen en overal docking stations was handiger geweest. En er bestaan inderdaad ook prima andere ICT-oplossingen voor dit probleem. Alleen gingen we die niet krijgen.

Je begrijpt dat ik als een berg tegen die verhuizing op zag. Alles wat we te horen kregen hintte ernaar dat er een hoop niet goed was geregeld. Het vooruitzicht van flexwerken stond me sowieso al enorm tegen – ik ben nu eenmaal een gewoontedier en hecht aan mijn vaste plekje. En op deze manier al helemaal!

Afgelopen woensdag was onze verhuisdag gepland. Het plan was dat we van tevoren alles in gelabelde dozen stopten, op de betreffende woensdag gingen thuiswerken terwijl alle spullen werden verplaatst, en dan donderdag ons in het nieuwe pand installeerden. Andere afdelingen zouden eerder of later die week verhuizen.

Afgelopen maandag liep er een verhuismannetje ons kantoor binnen. Ze liepen wat voor op de planning. Was het okee als ze ons nu al verhuisden? Mijn baas zag gelukkig de paniek in mijn ogen en wimpelde de man af. Maak dit maar het probleem van iemand anders. (Uiteraard hadden wij nog helemaal niets ingepakt. Wij zijn een digitale afdeling en hebben geen magazijnen vol met meuk. Wij waren van plan in het uurtje voordat we dinsdag vertrokken, alles nog even snel in een doos te mikken en met wat drank en snaai een afscheidsborrel te houden.)

Afgelopen dinsdag kwam er een ander mannetje ons kantoor binnen, met een doos in zijn hand. Of we de telefoons nog nodig hadden? Die kwam hij inpakken namelijk. Euh… wat denk je zelf?? En ook deze man stuurden we weg. Kom nou zeg. De nieuwe telefoons waren nog niet eens geleverd, die zouden we pas na de verhuizing krijgen.

Woensdag verlieten onze spullen dan eindelijk zoals gepland onze betonnen kelder en verplaatste men ze naar het gerenoveerde klooster. Op donderdag arriveerden wij zelf. Uiteraard was het één grote chaos.

Bedenk dat wij de ruimte nog niet eerder hadden gezien. We moesten dus zoeken naar een plek om onze fiets te stallen (de overdekte fietsenstalling is nog niet af), op zoek naar de ingang, op zoek naar de trap, op zoek naar de juiste ingang naar onze werkruimte. En daarna op zoek naar een werkplek.

Onderweg naar onze ruimte kwam ik nog wat extra hindernissen tegen. Zo ging de deur van de hoofdingang, die automatisch zou moeten openzwaaien, niet voor me open. Sta je daar. Gelukkig kwam er iemand van binnen naar buiten, waardoor de deur alsnog open ging.

En dit soort post-its zijn een indicatie van een enorme usability-faal: deze glazen schuifdeur schuift van geheel links naar geheel rechts open, in plaats van zoals gebruikelijk in het midden open te gaan. Dus je moet echt blijven staan en wachten. Dat moet je even weten. Bovendien valt het niet eens op dat er een schuifdeur is, dus ik vermoed dat de post-its zijn geplakt nadat diverse personen bijna door het glas zijn gecrashed. :-S

Maar goed. Uiteindelijk vond ik onze werkruimte. Ons eigen secretariaat bleek alles prima geregeld  te hebben: de telefoons lagen voor ons klaar, net als de sleutels van onze kluisjes. Maar al het andere…

Eerst mocht ik op zoek naar mijn eigen verhuisdoos, die initieel nergens te bekennen leek. Uiteindelijk wist een lieve collega hem te vinden. Vervolgens begon de queeste voor mijn bureaustoel. Die werd door weer een andere collega gevonden, in een compleet andere ruimte. (Ik heb een aangepaste bureaustoel vanwege mijn lengte. Echt superhandig, als je geacht wordt om te flexwerken. Ik mag waarschijnlijk vanaf nu iedere ochtend opnieuw op zoek naar mijn stoel.)

Er was geen koffieautomaat noch waterkoker. Op de 2e verdieping ook niet. Die op de eerste verdieping was stuk. Oftewel: ga maar op en neer naar de begane grond, steeds wanneer je dorst krijgt. Dit soort voorzieningen hebben toch nul prioriteit?
En afvalbakken op de werkplek, daar doen we niet meer aan. Loop maar naar het secretariaat of de pantry als je je appelklokhuis, theezakje, oude documenten of wat dan ook wil weggooien.

Ook hoorde je vanuit alle hoeken van de ruimte mensen schelden op hun nieuwe telefoon, die ze niet met internet verbonden kregen. Wat bleek: de handleiding die afdeling ICT had verstrekt (zowel op papier als op hun website) bleek domweg niet te kloppen. Zucht.

En hoe verrassend als het gaat om flexwerken: er bleken te weinig werkplekken te zijn. Nog erger: ook al had je een werkplek gevonden, dan wat het nog steeds geen garantie dat je daar aan kon werken. Niet alle werkplekken hadden namelijk een pc! Heel fijn voor de mensen met een laptop, maar onder andere ik kon dus niks. Gelukkig vond het secretariaat nog een leenlaptop ergens in een verhuisdoos.
Helaas waren de kabeltjes op de werkplek niet lang genoeg om alle monitors en het toetsenbord op mijn laptop aan te kunnen sluiten, dus moest ik vanaf een minuscuul schermpje en een klote-toetsenbordje werken.

Uit pure frustratie en als statement ben ik eerst maar eens mijn kluisje gaan bestickeren. Dit is het énige plekje in het hele gebouw dat van mij is. Alleen van de spullen die hierin zitten, weet ik zeker dat ik ze op een later moment nog kan terugvinden. Dus deze mini-enclave werd hierbij gepersonaliseerd, of dat nou mag of niet. Zo.

Overigens staan deze kluisjes niet bij de zij-ingang die wij straks horen te nemen. Je moet door onze werkruimte heen lopen tot halverwege het gebouw om je spullen te pakken, om daarna weer het hele eind terug te lopen.

Het was natuurlijk een enorm rumoer in onze werkruimte, omdat het allemaal open plekken zijn en de bureaus heel dicht bij elkaar zijn gezet. Dat gecombineerd met alle ophef en het heen-en-weergeloop van iedereen om zijn spullen te vinden en zich enigszins te settelen ondanks alle problemen, maakte werken niet bepaald makkelijk.

Tien mensen op een paar vierkante meter, en meerdere grote openingen in de muur naar de gang waar iedereen luid pratend doorheen loopt. Zeer bevorderlijk voor de productiviteit. Oh ja, de zonneschermen zijn automatisch. Dus als de zon even weg is, gaan ze vanzelf omhoog. Als de zon na een minuut terugkomt, gaan ze vanzelf omlaag. Een minuut later gaan ze weer omhoog. Herhaal.

Ik was al tweemaal van werkplek verplaatst voordat ik eindelijk alles bij elkaar had wat ik nodig had en aan de slag kon. Inmiddels was het middag. In de lunchpauze had ik een broodje kroket en een reep Tony’s Chocolonely gehaald om me te helpen de dag door te komen.

Toen kwamen de ICT’ers langs, om naar het probleem met de werkplekken te kijken.

Het waren duidelijk niet de personen die dit hadden gepland, maar de mensen die de puinhoop van anderen moesten oplossen, terwijl ze nog geen pauze hadden gehad en eigenlijk op tijd naar huis hadden gewild. Luid mopperend en roepend naar elkaar liepen ze door de ruimte, her en der monitors van de bureaus rossend. Inmiddels kon iedereen stoppen met werken. Ik vluchtte naar de pantry.

Maar niet veel later werd ik gezocht door een ICT’er. Mevrouw, ze moesten mijn werkplek aanpassen. Of ik even ergens anders kon gaan zitten? Must… not… kill…

Ik pakte mijn boeltje maar weer eens, want hee, wij flexwerkers zijn zo ontzettend flexibel! En installeerde me op een plek waar ze net waren geweest. Waar nog steeds geen pc-kastje stond. En nu ook nog maar één monitor stond in plaats van twee. Zonder kabel om deze op mijn laptop aan te sluiten.

Dat was de druppel. Ik heb mijn spullen wéér bij elkaar geraapt, in mijn kluisje geflikkerd en ben naar huis gefietst.

Eenmaal thuisgekomen vond ik de moed om daar mijn pc (met twee schermen) aan te zetten, mijn VPN-verbinding aan te zwengelen en in te loggen op mijn externe pc-kastje. Dat wil zeggen: ik deed een poging daartoe. Ik kreeg een foutmelding. Inloggen was om de een of andere manier niet mogelijk. Helaas pindakaas, deze dag is niet voor jou.

Ik ben in bed gaan liggen en heb de deken over mijn hoofd getrokken. Om 6 uur werd ik weer wakker.

Zoals je merkt, ben ik ook nu pas in staat geweest om er een coherent verhaal over te typen. Eerder kreeg ik het niet voor elkaar. Als ik ergens niet tegen kan, is dit het wel.

God zij dank was afgelopen donderdag de laatste werkdag voor de herfstvakantie. Op vrijdagen ben ik sowieso vrij en deze week hoef ik er dus niet te zijn. Ik ga nu héél hard hopen dat komende week alle kinderziektes worden opgelost en ik volgende week maandag op een werkplek arriveer waar wél alle faciliteiten zijn om fatsoenlijk te kunnen werken. En dat ik me alleen nog maar hoef te ergeren aan het iedere ochtend zoeken naar een vrije werkplek, terugvinden van mijn stoel en het op dwerg-hoogte draaien van mijn bureau, terwijl ik gek word van het rumoer van mijn collega’s. :’-(