Zomerbroek

Jaja, sommige dingen zijn wat later af dan gepland. Maar dan heb je vast wat voor komend seizoen, zullen we maar zeggen. Zoals eindelijk weer een goed passende zomerbroek, waar geen elastiek in de tailleband hoeft. :-X

Zo’n superdun, stretchend stofje naaien is nog best een uitdaging, zeker wanneer er steekzakken van gemaakt moeten worden of als er een rits in moet. Alleen al het knippen van de patroondelen was een drama. Het lijkt makkelijk: kijk gewoon naar de lijntjes en je weet dat je stof recht op elkaar ligt. Niet dus. Ik dacht eerst dat ik gek werd, maar toen het mijn naaijuf ook niet lukte om de stof aan de boven- en onderkant gelijkmatig op elkaar te leggen, keken we eens goed naar de stof. Wat bleek: de lijntjes liepen niet helemaal netjes parallel aan elkaar. Argh! Dat krijg je met goedkope stof. Toen heb ik de stof maar open in plaats van dubbel gelegd en alle patroondelen 2x individueel uit de stof geknipt. Scheelde een hoop frustratie, en dat was de extra tijd wel waard.

It just needed a little more cat hair, hoomin. UR welcome.

Kosten: €7,- (6 euro voor de stof en 1 euro voor de rits; de knoop en het garen had ik nog liggen)
Bestede tijd: 17 uur en 3 kwartier (zéker niet mijn beste tijd ooit)

Workshop reisdrums maken

We hebben al heel wat bijzondere dingen gedaan met ons Heksengodinnenclubje. Van schapenvachten vilten tot Mongoolse keelzang. Maar ons uitje van gisteren hoort ook zeker in de top 3! Ditmaal zijn we namelijk reisdrums gaan maken.

Reisdrums? Nou, dat zijn een soort sjamanentrommels, klein genoeg om makkelijk mee te nemen. Je spant een dierenhuid over een houten frame en dan kun je er op trommelen. Dat idee. En Suus kende via Castlefest iemand die daar een workshop over gaf. Nou, prima, laten we dat gaan doen!

Het bleek allemaal iets zweveriger dan verwacht. En iets ranziger…

De dame die de workshop gaf, was zo’n type dat alles, maar dan ook werkelijk álles, ‘op gevoel’ deed. Er kon geen verhaal worden verteld zonder dat er ergens ‘gevoel’ in terug kwam. En praten, dat kon ze! Judith en ik arriveerden 10 minuten voor Suus en Petra en tegen de tijd dat ze aankwamen was ik al helemaal sufgeluld… Maar goed, koekje en thee erin en aan de slag!

Volgens de workshopdame zou het maken van de drums ook een emotionele reis worden. En het was okee om te huilen als je iets voelde. Euh… okee. “Weet je”, vertelde de workshopdame vervolgens: “ik had een tijdje terug een stel dat niet helemaal had verwacht dat we hier de dierenhuiden nog echt moeten bewerken. Die hadden verwacht dat ze kant-en-klare velletjes zouden krijgen. Ze vonden het leuk om te doen, maar ze zeiden dat, als ze dit van tevoren hadden geweten, ze de workshop niet geboekt zouden hebben!”
Wait, wut…?

Er werd een bak voor ons neergezet met een aantal enórm meurende plastic zakjes, met daarin een onooglijke klonter iets. Dit waren de vachtjes. Nee, we mochten ze nog niet open maken, we moesten op gevoel een pakketje kiezen. Suus, Petra en Judith deden hun best er eentje uit te zoeken. Mijn gevoel zei alleen maar kill it with fire!!, dus ik nam maar gewoon wat er overbleef terwijl ik probeerde niet te kokhalzen vanwege de lucht.

Vervolgens mochten we de klonter openpeuteren en er verscheen inderdaad een gepekeld stukje hertenvacht. We kregen een scalpel en de opdracht om daarmee de resterende stukjes vlees (bruinrood) en vet (geel) te verwijderen. Argh.

Dit ziet er op de foto echt zo veel minder ranzig uit dan live, met bijbehorende stank…

Het werkje op zich vond ik niet eens zo erg, al was het best lastig om alles eraf te pulken zonder in je vinger of in de vacht te snijden. Maar de lucht… de lucht!! Ik heb al vaker gemerkt dat ik blijkbaar iets beter ruik dan de gemiddelde persoon, dus ik had hier enorm veel moeite mee. Maar ik zette door. Uiteindelijk was mijn vachtje schoon genoeg en mocht hij gewassen worden onder de kraan, met shampoo. Vanaf dat moment was de lucht gelukkig een stukje minder prominent aanwezig.

De vorm van de drum werd afgetekend, uitgeknipt en aan de rand maakten we met een gaatjestang openingen voor het touw. Vervolgens was het een kwestie van de boel om een houten ring vouwen en vastrijgen.

Er werd een speciale wikkeling aangebracht om het vel nog wat strakker om het frame te spannen, waarbij je gelijk een handvat creërt.

Toen kwam het engste moment van het proces: het scheren van het vachtje. Snik, al dat mooie haar er vanaf… want tsja, anders krijg je er straks geen geluid uit. Gelukkig mocht het aan de rand blijven zitten ter decoratie.
Ik had mazzel dat mijn vacht erg haar-vast was; bij de andere meiden waren er tijdens het wassen kale plekken ontstaan of was zelfs bijna al het haar er vanaf gevallen.

De laatste stap was het fabriceren van een trommelstokje, met behulp van een stukje tak, oud lapje van een handdoek voor de vulling, en restantje leer voor de afwerking. Klaar!!

Nou ja, nog niet helemaal klaar. De vacht was nog supernat, dus trommelen konden we er nog niet mee. Het zal een weekje moeten drogen, waarbij het vel verder opspant, en daarna horen we pas hoe onze drum klinkt. Dat is moeilijk te voorspellen, want het hangt van heel veel factoren af (“Maar je krijgt altijd de drum die bij je past. Of de drum die je nodig hebt.”).

Omdat bijkletsen er niet helemaal van was gekomen tijdens alle geconcentreerde werkzaamheden, zijn we na afloop van de workshop nog naar een knus restaurantje gegaan. Gelukkig zijn we niet de toegang geweigerd vanwege de lucht van dood dier die ongetwijfeld om ons heen moet hebben gehangen, en konden we nog een paar uurtjes lief en leed met elkaar delen onder het genot van een heerlijke driegangenmaaltijd *burp*.

Ook zijn er gelijk data geprikt voor nieuwe uitjes. Voor één daarvan hebben we nog geen concrete invulling. Gezien het feit dat we al eens vacht hebben gevilt, en nu huiden hebben bewerkt, vrees ik dat de trend gaat worden voortgezet en we straks dieren gaan zitten villen of slachten. Ik heb kajakken als alternatief geopperd. We gaan het zien. ;-)

Het was hoe dan ook weer een heerlijk en memorabel dagje samen, lieve meiden!! <3

Winterbanden

Op mijn werk hoorde ik collega’s praten over winterbanden. Fuck ja, realiseerde ik me, dat moet ook nog!

Het is in Nederland misschien niet verplicht, maar als ik bij Mike in Duitsland op bezoek wil kan ik problemen krijgen op mijn zomerbandjes. En ik herinner me nog goed mijn wanhopige poging van vorige winter, toen het zo onwijs had gesneeuwd, om met mijn brakke Suzuki’tje de helling van een parkeergarage op te komen. En hoe ik spontaan van de middenbaan naar het rechter voorsorteervak gleed bij een kruising omdat ik héél even het rempedaal aanraakte. Ook al rijd ik niet zo veel, áls ik rijd zijn het meestal flinke afstanden over de snelweg, dus laat ik toch maar op zeker spelen.

Voorheen hadden we een leasebak van Mark’s werk en die stuurden ieder jaar netjes op tijd een berichtje dat we even langs de dealer moesten en dan werd het vanzelf voor ons gefikst. Maar nu heb ik een eigen auto. En deze heb ik pas sinds februari, omdat toen mijn Suzuki (waar ik niet meer in wilde investeren) overleed, dus ik had nog helemaal geen winterbanden in huis.

Toen ik die snel alsnog wilde aanschaffen, realiseerde ik me dat ik niet alleen banden nodig had, maar ook nog een extra stel velgen. Want je kunt wel je winterbanden op je huidige velgen laten zetten, maar da’s veel duurder om te laten doen. Dus kun je beter eenmalig investeren in extra velgen, om de jaren daarna op de garage te besparen.

Uiteraard had ik eerst bedacht dat ik de garagekosten helemaal kon omzeilen door zelf de winterbanden op mijn auto te monteren. Ik had al eens eerder een lekke band vervangen, zo moeilijk was het niet. Dit was een kwestie van precies hetzelfde doen, maar dan 4x, toch?

Nee dus. Want bij maar heel weinig winkels kun je kant-en-klare bandensets krijgen – de meeste leveren de band en de velg los. Dus moet je ze zelf eerst nog in elkaar peuteren en ergens oppompen. En daarna schijn je ze ook nog te moeten balanceren. Wat? Hoe? Okee, okee, laat maar. :-(

Vervolgens besteedde ik uren aan het uitzoeken welke varianten velgen en banden nou precies op mijn auto passen, welke van goede kwaliteit zijn, en welke betaalbaar zijn. Het lijkt heel handig, dat je je kenteken kunt invoeren op zo’n website om te achterhalen welke velgen op je auto passen. Maar de ene herkent je auto niet en de andere vraagt daarna of je handmatig nog wat extra details over je auto wil invullen. En iedere site vraagt om net andere gegevens: de ene wil het bouwjaar van je auto weten, de andere vraagt om een code (GE of DE? Euh…) en weer een ander wil iets over je motorvermogen weten. En als je dan eindelijk denkt alle details opgezocht te hebben, krijg je de vraag of het een model is uit ‘2005-2008’ of ‘2008-2010’. Euh… 2008! Wat vul ik nou in?? Zucht…

Goddank voor de ANWB-winterbandentest, want daardoor kon ik in ieder geval het aantal mogelijke merken en type winterbanden tot twee beperken.

Maar hee, ze zijn uiteindelijk besteld en gearriveerd en de garage om de hoek (die een van de goedkoopste bleek te zijn – ook dat kostte wat rondbellen) had daadwerkelijk nog een slot voor me vrij tussen kerst en oud & nieuw! Dus als het geen witte kerst wordt, rijd ik mooi veilig op de weg. (Tenzij de garage belt om te melden dat ik toch een verkeerde variant besteld heb… Fingers crossed!)

Ik moet bekennen dat ik inmiddels wel een beetje klaar ben met dat adulting. Ik ben er gelukkig best goed in, volwassen zijn, maar het is soms zo vermóéiend om zo veel te moeten regelen en overal maar alert op te zijn. En niet te vergeten, prijzig om weer zo’n langetermijninvestering te moeten doen. Maar goed, hopelijk ben ik hier nu de komende jaren vanaf en hoef ik alleen maar 2x per jaar even naar de garage te rijden.

Tenminste… als die banden eenmaal gebalanceerd zijn (wat dat dan ook precies in mag houden), blijven ze dan goed? Zou ik de volgende keren wel zelf mijn banden kunnen wisselen? Toch even googlen….

Lichtjesoptocht

Blijkbaar houdt de school in mijn wijk ieder jaar een lichtjesoptocht. We krijgen dan een briefje in onze bus, met het verzoek om die avond wat extra verlichting buiten te zetten, een leuk muziekje te laten spelen, of iets anders wat leuk is voor de langslopende peuters en kleuters met lantaarntjes.

Vorig jaar had ik al mijn LARP- en re-enactmentspul doorzocht op lantaarntjes en die buiten gezet, wat een mooi plaatje opleverde (en een ietwat beteuterde buurvrouw, toen ze haar ene kleine lantaarntje naast mijn bulk plaatste). Van achter de gordijnen heb ik toen toegekeken hoe de mini-mensjes voor mijn deur bleven staan en een liedje zongen bij al het licht.

Dit jaar kregen we hetzelfde verzoek en besloot ik om nog iets meer uit te pakken. Ik heb niet noodzakelijk iets met kinderen, maar ik herinner me wel hoe geweldig ik het zelf als kind vond, om met een zelfgemaakte lampion (gesneden uit kroate – suikerbieten) door het donker te lopen. En hoe sfeervol het was om met het koor van mijn moeder iedere december langs alle kerststallen in de regio te lopen om daar te zingen, waarbij we van buurtbewoners warme chocomel enzo kregen tegen de verkleumde vingers. Die magie wil ik heel graag doorgeven aan een volgende generatie.

En dus haalde ik weer alle lantaarntjes uit mijn opslag, ditmaal inclusief mijn twee nieuwe tuinfakkels (op zonne-energie, en ze geven flakkerend licht alsof er daadwerkelijk een vuurtje in brandt!). Maar trok ik ook mijn zelfgemaakte winterse mantel aan en zette ik het lichtsnoer dat ik tijdens de kerstborrel van mijn werk had gedragen, weer op mijn hoofd. Zo, was dat een magische verschijning of niet??

Een langsfietsende buuv merkte plagend op: “Zo, die nieuwe buurvrouw is wel een uitsloofster!” :-P Ik beschouw dat als een teken dat het er goed uitzag. :-)

Van tevoren had ik aan de schoolleiding gevraagd of het goed was als ik koekjes uitdeelde aan de kinderen. Dat vonden ze een erg leuk initiatief! Dus heb ik mijn ketel-aan-driepoot gevuld met kerstkoekjes. En toen was het wachten op de kinderen, met een lantaarntje in de hand.

Ik wist niet precies hoe laat ze zouden langskomen – ergens tussen 17.20 en 18.00 uur had de school gezegd. Maar gelukkig hoor je groepen kleine kinderen van verre aankomen…

Ik was stiekem wel een klein beetje zenuwachtig. Hoe zouden ze reageren? Zouden ze me eng vinden? Of stom?

De leerkrachten en begeleidende ouders leken het in ieder geval erg te waarderen en lieten de drie groepen kinderen allemaal minimaal één liedje bij me zingen. Waarna ik de koekjes uitdeelde. Van de kinderen kwam niet heel veel respons, dus dat vond ik moeilijk in te schatten. Een paar zeiden wel ‘hallo’ of ‘hoe heet jij?’. En uiteraard waren de koekjes erg in trek!

Wijze lessen voor kinderloze ikke:
– Nodig de kinderen niet uit om een koekje uit je ketel te komen halen, want ze stormen van alle kanten op je af en in het gedrang worden alle lichtjes vertrappeld. Pak de ketel van de driepoot en loop ermee naar de stoep.
– Er is handhaving nodig op de regel ‘één koekje per kindje’.
– Check vooraf of je koekjes noten bevatten. Of gluten. En of ze veganistisch of halal zijn. Ouders vragen ernaar.

Er was één jongetje dat vroeg: “Bent u echt?”. Dus yay, volgens mij was er toch wel wat van de gehoopte magie ontstaan en kan ik de actie geslaagd noemen. :-)

Overigens waren er heel veel koekjes over, aangezien er veel minder kinderen waren dan de school voorspeld had. Ach jee, en nu? *burp* ;-)

Opknapdeur

Toen ik vorig jaar mijn huis kocht, was het duidelijk dat de schuurdeur al jaren geen TLC meer had gehad. De kleur (lelijk aubergine-achtig, en ja, dit zit momenteel ook op mijn kozijnen…) was overal aan het los komen waardoor je de blauwe grondverf en soms zelfs het hout zag. En aan de binnenkant zaten onderin al gaten in het hout.

(Ik heb helaas geen fatsoenlijke voor-foto, want die was ik vergeten te nemen. Je moet het doen met deze oudere foto, met nog de oude buitenlamp en oude bestrating, zonder de overkapping.)

Hoog tijd voor een nieuw likje verf dus. Maar ja, ik was, na het hele huis aan de binnenkant geschilderd te hebben, wel een beetje klaar met verven. Dus had ik dit jaar vooral aandacht besteed aan het opknappen van de tuin, en geprobeerd een oogje dicht te knijpen wat betreft die deur. Dat kon misschien nog wel een extra jaartje wachten?

Mijn ouders vonden van niet. Ze hadden al eens gehint dat ze me zouden komen helpen om die deur te schilderen en toen ik voor mijn verjaardag een verfkrabber kreeg, wist ik zeker dat ik er niet onderuit ging komen. Ach ja, dan moest het ook maar. De schuur hoorde eigenlijk wel bij de tuin, dus als 2018 gekozen was als tuinopknapjaar, moest dit klusje inderdaad ook.

Ma hielp me met het afkrabben van de oude verflaag en pa vulde de gaten op en regelde een plankje om aan de binnenkant tegen de grootste gaten te timmeren. Door het krabben werd de deur alleen een nóg lelijker paars. :-X

Gelukkig kwamen ze niet veel later nog een keertje langs. Ma hielp met schilderen terwijl pa de tuin winterklaar maakte. En toen stond het ding in de grondverf.

“Zo”, verklaarde ma: “nu kan hij in ieder geval de winter overleven. En dan kun je hem in de lente verder afschilderen.”

Ik keek ma aan. Hoeveel jaar kende ze me nou? No way dat ik de hele winter tegen een deur in de grondverf aan ging kijken natuurlijk!!

Niet veel later was er nog een dagje waarop het droog was en greep ik mijn kans. In de ijzige kou heb ik de deur groen en de deurpost gebroken wit geschilderd. Helaas bleek het groen niet in één keer te dekken, dus moest het nog een keer. Grom. Dus nog een pot verf gehaald en afgewacht. Maar ja, winter… het bleef maar regenen en inmiddels was het zelfs al een keer gaan vriezen. Zou het nu echt gedaan zijn met de schildermogelijkheden?

Wis en waarachtig: gisteren was het superzacht weer en zou het voor de tweede dag op rij droog blijven. Het was nu of nooit! Dus kwakte ik nog een keer een laag groen er tegenaan, hopende dat het nu wel genoeg zou dekken.

En ja hoor: hoewel er hier en daar nog steeds wat te lichte plekjes te zien zijn, is het nu in ieder geval goed genoeg. Misschien kan ik in de lente alsnog her en der een plekje bijtippen. Maar ik heb deze winter in ieder geval een fatsoenlijk ogende deur!

(Nu alleen nog alle kozijnen en deuren van het huis… *snik*)

Girlpowergrens

Ik ben iemand die niet zo snel opgeeft. Niet bij voorbaat al zeggen dat je iets niet kunt, eerst proberen. En wat mannen kunnen, kunnen vrouwen ook (nou ja, behalve fysieke dingen zoals staand plassen zonder te knoeien :-P). Maar ik vrees dat ik vanochtend tegen mijn grens ben aangelopen. 

Toen de isolatiemeneer mijn kruipruimte checkte om te kijken of vloer- of bodemisolatie mogelijk is, bleek er een muur in mijn kruipruimte te staan, die het zicht op het deel onder de woonkamer belemmert. Maar om te bepalen of ze daar isolatiemateriaal in kunnen spuiten, moeten ze eerst weten hoe het er uit ziet en of er bv. niet te veel puin in ligt. De isolatiemeneer adviseerde me dus om een steen uit de muur te verwijderen zodat ‘ie dat op een later moment kon komen checken. 

Dat is niet helemaal ‘zo gezegd, zo gedaan’, maar ja, als je iets wil moet je er voor gaan. Dus sprak ik mezelf moed ik en toog ik vanochtend gewapend met een klopboormachine en zaklamp richting luik. 

Nou moet je weten dat mijn kruipruimte maar 40 tot 50 cm hoog is. Op het smalste deel passen mijn heupen er dus maar net tussen. Het is dus niet bepaald een pretje om jezelf daar in te worstelen, nog afgezien van alle spinnenwebben met dooie monstertjes die er aan het plafond hangen. Maar hee, ik kan dit. Dus liet ik mezelf in het luik zakken en begon ik aan een eerste inspectie.

Het goede nieuws: het lijkt geen dragende muur te zijn. Anders had er vast geen spleetje gezeten tussen sommige bovenste bakstenen en het plafond. Het slechte nieuws: de muur zag er erg stevig uit. Dat ging nog een hele klus worden om daar een steen uit te krijgen. Bovendien lijken de stenen in de lengte in de muur gezet te zijn – dus zul je heel diep moeten boren om al het mortel er tussenuit te krijgen.

De moed was me inmiddels in mijn schoenen gezonken. Maar hee, girlpower. Als ik het niet deed, wie dan wel? En dus zuchte ik een paar keer, sloot ik mijn boormachine aan en elleboogde ik me over het puin richting muur.  

Een stofkapje en beschermbril dragen geeft me sowieso al een onprettig gevoel, maar in de kruipruimte gaf het zo’n claustrofobisch effect, dat ik ze niet op kon houden. Maar het was bijna niet mogelijk om te boren zonder, want mijn hemel wat een stof kwam daar van af! En wat een hels kabaal geeft een klopboor in zo’n kleine ruimte! En wat was dat mortel hard!

Na twee niet bijster succesvolle pogingen om wat mortel uit een voeg te boren, schoot ook nog eens de handgreep van mijn boor los en draaide het ding zich muurvast om het roterende deel van de boor. Einde oefening. Meh.

Ik weet niet of de boor nog te repareren valt; het is me in ieder geval nog niet gelukt. En stel dat het lukt, dan weet ik niet of ik dit opnieuw wil gaan proberen. Of eigenlijk weet ik het wel: niet dus. Dit gaat een hels karwei worden. Stel dát ik er in slaag om een steen te verwijderen t.b.v. de inspectie, dan ben ik er nog niet. Want daarna moet ik een grotere opening in die muur gaan maken zodat de isoleerders erdoor kunnen. Plus, waarschijnlijk ligt er puin in de ruimte dat eerst verwijderd moet worden voordat er kan worden geïsoleerd. Wat betekent dat ik na het maken van het manvrouwgat, nog veel dieper die ruimte in moet tijgeren, ver weg van het luik.

Hoewel dat laatste eng is, wil ik dat nog wel proberen. Maar ik weet eigenlijk zeker dat het me niet gaat lukken om die muur zo ver open te breken, als het me al niet lukt om er één steen uit te krijgen. Dus tsja, hierbij geef ik het op. :’-(

De vraag is wel: wat nu? Het is vast belachelijk om een klusjesman eerst voor één steen te laten komen…
(Pa en ma, voordat jullie het zeggen: ik weet dat jullie al vaker hulp hebben aangeboden voor klusjes in mijn huis, maar no way dat ik mijn gepensioneerde pa dit aan ga doen hoor!)

Om me niet helemaal gefaald te voelen, ben ik daarna maar het dak van mijn nieuwe overkapping opgeklommen om wat lekkende kieren af te kitten. En aangezien het vandaag droog en niet zo koud is, ga ik maar verder met het schilderen van de schuurdeur. Dat kan ik tenminste wel.

Dobbelpret

Vorig jaar hebben we helaas een jaartje overgeslagen, maar dit jaar heb ik er hard aan getrokken om ons traditionele (sinds 2010!) sinterkerst-dobbelavondje weer plaats te laten vinden. Het concept was, na enkele varianten te hebben gedaan, weer als vanouds: we kopen voor maximaal €5 zo veel mogelijk cadeautjes en vervolgens gaan we er om dobbelen.

Uiteraard zijn er dan altijd enkele objecten die meer of minder begeerd zijn dan andere. Deze keer was er eigenlijk niets waar iedereen wanhopig van af probeerde te komen, maar de mannen streden om de dinosaurus-gerelateerde cadeautjes en de vrouwen om het haak-je-eigen-lama-setje. :-D Uiteraard werden sommige dingen geclaimd onder het voorwendsel ‘voor de kinderen’, maar hee, daar heb je mij niet mee. ;-)

Ik merkte wel dat ik ineens in het nadeel was: andere jaren waren we met 3 stelletjes, nu met 3 stelletjes en 1 single. Oftewel: ik had niemand die me hielp de door mij gewenste cadeautjes veilig te stellen! Tss… toch maar eens iets op gaan verzinnen voor het komende jaar. 

Maar uiteindelijk ben ik toch met de lama (en een spelletje en twee mooie door Suus geknutselde engeltjes voor in de kerstboom) naar huis gegaan, dus alles is goed gekomen. :-P

 

Kerstkabouter in de parade

Gisteren ben ik naar mijn familie afgereisd, want we gingen weer naar de kerstparade kijken, die mijn schoonbroer en zusje jaarlijks organiseren. Deze dag zou extra speciaal worden: Josh zou voor het eerst meelopen in de parade! 

Tussen de verlichte wagens dansen altijd groepen kinderen van de lokale dansschool, die het hele jaar studeren op deze dansjes. Nou is Josh pas 2 jaar en dus nog wat te klein om een dansje te kunnen onthouden, maar aan de hand van mamma meelopen en wat ronddraaien en zwaaien was wel mogelijk.

Nou ja, dat was de intentie. Het was uiteraard maar de vraag of ze de hele tocht uit zou kunnen lopen en of ze niet alleen maar huilend op de arm van mamma zou hangen vanwege de angst voor al die drukte en vreemde mensen. En dan was er nog de enorme regenval en windstoten, waardoor het de vraag was of de parade uberhaupt door kon gaan. Maar we gingen het proberen.

En jawel hoor! Dolenthousiast heeft ze de hele parade uitgelopen, rondjes draaiend en soms zelfs zwaaiend naar de mensen! Okee, soms ook gapend, soms compleet afgeleid door de regen (waarbij ze haar tong omhoog stak om de regendruppels op te kunnen vangen) maar hee, mensen vonden het natuurlijk enorm vertederend dus ze is heel vaak op de foto gezet! :-)

Aan het eind van de rit was iedereen zeiknat, zowel dansers/wagenrijders als crew als publiek, maar het was het waard! :-)

Isolatie-bullshit

Als trotse huiseigenaar moet ik natuurlijk goed voor mijn stulpje zorgen. Maar ook voor mijn portemonnee. En voor het milieu. Ik had mijn energierekening van afgelopen jaar dus eens vergeleken met de rekeningen over de periode dat ik nog met Mark in ons vorige huis woonde.

Wat bleek: mijn kosten voor stroom waren gehalveerd. Logisch, want ik woon er nu maar met 1 ipv 2 personen en dus heb ik ook maar ongeveer half zo veel nodig.
Van de gasrekening had ik verwacht dat die ongeveer gelijk zou blijven. Ongeacht met hoeveel man je in huis woont, het kost immers even veel energie om je huis warm te krijgen. En bovendien is mijn nieuwe huis wederom een hoekhuis. Tot mijn schrik was mijn gasrekening echter anderhalf keer zo hoog als in mijn oude huis! Ik had 1.500 m3 in plaats van 1.000 m3 gas verbruikt!

Okee, mijn huidige woning stamt uit 1969 en de vorige uit 2001, dus die laatste was natuurlijk al bij de bouw veel beter geïsoleerd. Daar kan bij mijn huidige huis nog wel wat aan gebeuren. Desondanks was dit wel heul erg veel meer verbruik (en dus kosten).

Aldus ging ik op zoek naar verbetermogelijkheden. Ik inspecteerde toch maar eens de instellingen van de CV-ketel. Omdat ik zo’n onderhoudscontract heb, was ik er eigenlijk vanuit gegaan dat die onderhoudsmonteurs mijn apparaat perfect op maat zouden instellen. Nou, vergeet het maar. Op internet las ik dat de aanvoertemperatuur van verwarmingen vaak veel te hoog staat ingesteld, bijvoorbeeld op 80 graden. Wat het hele HR-principe teniet doet, omdat het water dan nog steeds heel heet is als het weer terugloopt naar de ketel, wat zonde is. Volgens internet was voor de meeste geïsoleerde woningen, 60 graden ook een prima aanvoertemperatuur. Dus ik kijken naar de ketelinstellingen. Wat denk je? Víjfentachtig graden!! Zeker dat dat ding me arm stookt. En logisch dat mijn woonkamer een tijdje als een sauna aanvoelt nadat ik de verwarming aan heb gezet! Ding op 60 graden ingesteld en het werd per direct een stuk aangenamer in mijn woonkamer tijdens het opwarmen. Ben benieuwd of mijn maandelijkse energieoverzicht volgende maand een daling laat zien (lang leve slimme meters).

Mooi. Tijd voor stap 2 in het besparen én lange-termijndenken. Onze wijk komt namelijk als een van de eerste wijken in Nijmegen in aanmerking om ‘van het gas af’ te gaan. Als huiseigenaar kun je tegen die tijd waarschijnlijk goedkoper overstappen, omdat je kunt meeliften op de investeringen die de gemeente en de woningcorporaties doen om de huurwoningen gasvrij te maken. Voorwaarde daarvoor is dat je huis voldoende is geïsoleerd, omdat de alternatieve verwarmingsmethoden met lagere temperaturen werken. Dus het is ook om die reden handig om op tijd kritisch naar je isolatie te kijken.

Nou wist ik al dat mijn huis dak- en spouwmuurisolatie had toen ik het kocht, en dat er beneden dubbelglas en boven HR++-glas zit, maar ik wilde toch even checken wat er verder nog mogelijk was. Zou het vervangen van dubbelglas door HR++-glas veel gaan opleveren, of is het de investering niet waard? En zou vloerisolatie bij mij een optie zijn? Dus nodigde ik een specialist uit, om een inventarisatie te doen.

De specialist had weinig verstand van dubbel glas, maar wist me wel te vertellen dat mijn kruipruimte te laag is voor vloerisolatie. Bodemisolatie is wel een optie. Alleen kon hij daar nog geen offerte voor opstellen, want er stond een muurtje in de weg. Als ik daar een steen uit zou halen, zodat hij kan zien hoe de ruimte in dat deel van de kruipruimte eruit ziet, zou hij wel een inschatting kunnen maken.
Maarre… die spouwmuur hè… die was in de jaren ’80 geïsoleerd? Dan moest hij die toch maar even checken. En hij boorde een paar gaten in mijn buitenmuur. Ja hoor: er zit blijkbaar UF-schuim in mijn spouwmuur. Superpopulair in de jaren ’80, maar inmiddels is bekend dat dat spul na verloop van tijd verpulvert, waardoor je gaten in de isolatie krijgt. Oh… En ik maar denken dat die spouwmuur in ieder geval al in orde was. Niet dus.

Blijkbaar zijn er twee oplossingen: of alles laten verwijderen (wat een hels karwei is, wat niet ieder bedrijf doet, en 2x zo duur is), of werken met een nieuw soort materiaal. De isolatieadviseur vertelde dat zijn bedrijf werkt met Aminotherm. Dat is een verbeterde versie van UF-schuim, dat je over de oude laag heen kunt spuiten. Doordat het uitzet in de muur, zou het het oude materiaal verpulveren. En dan is je spouw weer prima geïsoleerd. En oh, ze waren het enige bedrijf dat gecertificeerd was om met dit materiaal te werken! Andere bedrijven hadden daar ook niet het materiaal voor.

Nou, dat klonk goed, dus ik liet hem een offerte maken. Maar ik slik natuurlijk niet alles als zoete koek, zeker niet als zo’n adviseur voor een specifiek bedrijf werkt. Dus ging ik maar eens googlen. Dat van het verpulveren van UF-schuim bleek waar. Maar ik kwam wel op een ander bedrijf uit, dat óók een dergelijk spul aan bleek te bieden, maar dan onder een andere naam (Enverifoam). Daar dus ook maar eens een mannetje van uitgenodigd.

Uiteraard was hij niet te spreken over het spul van de concurrent. Hun versie was iets stabieler en isoleerde nét iets beter, vertelde hij. En ook zij waren SKG-IKOB-gecertificeerd. Da’s een bedrijf dat de gebruikte materialen test en controleert of de werkwijze wel goed en veilig is. In zijn versie van het verhaal verpulvert het Enverifoam niet de oude isolatieresten, maar zou het het oude spul opsluiten. Dus kon het geen problemen meer veroorzaken. “Maar…”, sputterde ik tegen: “als het oude materiaal verpulvert, dan blijft er toch een gat binnen het nieuwe schuim over, omsloten of niet?”. Nee, dat had ik verkeerd. Door opsluiting kon het niet verder verpulveren. Ik bleef sceptisch. Mijn gezond verstand vertelde me toch echt dat dat niet kon kloppen.

De man van het tweede bedrijf deed ook veel minder moeilijk dan die van het eerste. De struik voor de gevel? Nee joh, die hoefde ik niet te snoeien, daar werkten ze wel doorheen. En jazeker kon hij ook een offerte voor bodemisolatie maken. Geen probleem die muur, ze spoten de boel wel gewoon van buitenaf door de isolatieroosters naar binnen!

Mijn gezond verstand sloeg weer aan. Natuurlijk is het voor mij makkelijker om geen steen uit een muur in mijn kruipruimte te hoeven verwijderen, of een struik te hoeven snoeien. Maar misschien heb ik toch liever een bedrijf dat voor kwaliteit gaat, en éérst een inspectie wil doen voordat ze ergens isolatiemateriaal overheen spuiten…

Aangezien de overburen wel bedrijf 2 bleken te hebben ingeschakeld voor hun spouwmuurisolatie (met een ander materiaal, hun spouw was nog niet eerder geïsoleerd), belde ik hen op om te vragen naar hun ervaring. Ze waren niet heel erg te spreken over het bedrijf en gaven hen een mager zesje. Duidelijk.

Een verdere zoektocht op internet leverde me geen informatie op over de kwaliteit van of tussen Aminotherm en Enverifoam. Blijkbaar zijn de materialen te nieuw om lange-termijneffecten ervan te kennen. En is het zelfs dermate nieuw dat er zo goed als geen ervaringsverhalen over zijn te vinden. (Een van de redenen dat ik deze uitgebreide blogpost typ, overigens… lees vooral door, er komt nog een clou.) Ik kwam dus tot de conclusie dat ik domweg te weinig informatie had om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Het werd hoe dan ook gokken.

Uiteindelijk besloot ik toch maar om met bedrijf 1 in zee te gaan. Die hechtten ten minste waarde aan kwaliteit en bovendien moeten hedentijdse materialen hoe dan ook beter zijn dan spul uit de jaren ’80, ook al is het wellicht niet perfect? Het was ten slotte door een extern bedrijf gecertificeerd materiaal.

Nadat ik bedrijf 2 had laten weten dat ik met bedrijf 1 in zee zou gaan, kreeg ik een behoorlijk kinderachtige reactie. In plaats van ‘Jammer, maar helaas’, mailde de adviseur:

“<Bedrijf 1> heeft geen Enverifoam maar werk met Aminotherm, een schuim dat niet de stabiliteit heeft van Enverifoam , en sneller vervalt. Gr. <voornaam>”

Tss… slechte verliezers. Alsof ik me nu toch ineens ging bedenken.

Maar ik bleef twijfelen over het herisoleren op zich. Een dag later kreeg ik ineens een ingeving. Misschien moest ik eens contact opnemen met die certificeringsinstantie, SKG-IKOB. Die hadden wellicht een neutraler advies en konden me wellicht wat onderzoeksrapporten sturen. En jawel hoor. Al een dag later lag er de volgende mail in mijn postbus:

“Het is inderdaad mogelijk om oud UF te her-isoleren met nieuw UF (aminotherm of enverifoam). Dit is echter nog niet onder certificering. Het college van deskundigen heeft hier al wel akkoord op gegeven. Het zal in de volgende versie van de beoordelingsrichtlijnen worden opgenomen.

Uw opmerking over de gaten in de isolatie (door het verder vergaan van de oude uf) is echter zeker een goed punt. Dit hangt erg van de staat van de oude isolatie af. Wellicht is het maken van warmte beelden nu een goede indicatie. Het is beter de oude isolatie volledig te laten verwijderen.”

Wat?? Het spul is dus nog helemaal niet gecertificeerd?? Tss… Lekker misleidend van beide bedrijven om zich te profileren als SKG-IKOB-gecertificeerd. Ja, dat zijn ze wel, maar wat betreft werkwijze en andere materialen. Ze hebben gewoon tactisch niet vermeld dat dit specifieke spul nog níet is gecertificeerd!

Gelukkig kun je diensten die je online koopt, binnen 14 dagen annuleren (ja, ik ben online marketeer en ik ken de wet!). Dus heb ik de goedkeuring van de offerte bij bedrijf 1 weer teruggetrokken.

Zucht. Het is dat ik een kritische consument ben die zijn gezond verstand laat spreken. Want je wordt echt genaaid waar je bij staat als je niet uitkijkt.

Ik vrees dat het dus toch de dure optie wordt… nádat ik mijn muur met een warmtecamera heb laten controleren!

Zweeds dansen

Koen appte me of ik zin had om zaterdagavond Zweeds te gaan dansen in Utrecht. Zweeds? Ja, Zweeds. Maakte niet uit dat ik het niet kon, kwam wel goed.

En ja, ik weet dat dat inderdaad wel goed komt. Als Koen leidt, dans ik een hoop wat ik eigenlijk niet ken. :-) Dus ging ik mee.

(Hee, kijk mij: ingaan op een last-minute uitnodiging om iets te gaan doen wat ik niet ken, met mensen die ik niet ken, op een locatie ver van huis die ik niet ken. Had ik vroeger nooit gedaan! :-) )

Het bleek een klein clubje te zijn; zo’n 20 man plus muzikanten in een buurthuis. Veel kleiner dan Balfolk, want het type dansen is wat minder populair.

Gelukkig kende ik de basis van de dans wel ongeveer dankzij de polska die op folkbals wordt gedanst. Maar het was toch nog knap lastig! Het leren luisteren naar de muziek is toch een ding, want af en toe had ik moeite om te horen waar de één nou precies in de muziek lag. En moet ik nou met mijn rechter of met mijn linkervoet stappen op die één? Dat verschilde per keer. En moet ik bij de draai nou inhouden op de één en pas op twee instappen, of gelijk op de één? Ook dat verschilde.

De soorten dansen die gedaan werden leken veel meer op elkaar dan de verschillende balfolkdansen, dus ik hield ze echt niet uit elkaar (alleen al die Zweedse namen…) en had op een gegeven moment het idee dat ik bij alles hetzelfde deed, behalve bij de Schottis. Veel mogelijkheden om af te kijken bij anderen had ik niet, vanwege het vele draaien dat in die dansen zit. Bovendien deden veel andere volgers volgens mij ook maar wat, want ik zag mensen allemaal wat anders doen! Dus heb ik maar gevraagd welke stellen het goed konden en dus op wie ik kon letten.

Ik hoorde halverwege het bal van diverse anderen dat ze al die verschillende dansen ook niet zo goed uit elkaar konden houden en dat de muzikanten ze moesten vertellen welke variant ze gingen spelen, voordat ze wisten wat ze moesten dansen, dus dan snap ik dat ik het zelf ook niet gelijk hoorde.

Het was gelukkig een heel toegankelijk groepje. Ik heb met verschillende mensen gebabbeld en zelfs met meerdere mensen gedanst. De gemiddelde leeftijd lag wel een stuk hoger dan bij Balfolk, en het zou kunnen dat ik de allerjongste aanwezige was, al twijfelde ik over de leeftijd van twee andere dames.

Hoe dan ook heb ik me prima geamuseerd. Het is niet iets dat ik structureel wil gaan doen, maar af en toe voor de afwisseling is het zeker leuk.

En dan nu voorbereiden voor vanmiddag en vanavond dansen in Wageningen; wél het vertrouwde Balfolk! Ik heb zelfs de moeite gedaan om wat hapjes voor te bereiden voor de gezamenlijke maaltijd. :-)