Op kraambezoek

Eigenlijk wilde ik vorig weekend al langsgaan bij Zwusje, maar ja, toen had ik een re-enactmentweekend. Gisteren kwam het er alsnog van om Josh weer te bewonderen.

Kijk mij trotse peettante zijn!

img_20160911_144851

Ik zie heel erg de trekken van mijn zusje terug in Josh’ gezichtje. En ze heeft nog een andere eigenschap geërfd: ze kan heel goed slapen. :-P Tijdens mijn bezoek is ze zo goed als niet wakker geweest. Ach, een stuk beter dan huilen, toch? En inmiddels slaapt ze ‘s nachts ook redelijk door, dus dat is ook heel fijn!

Voor degenen die houden van babyfoto’s heb ik de allerschattigste opgespaard om in één keer te laten zien. Scroll verder naar hieronder!
Heb je er niks mee, dan ben je hierbij klaar met lezen en word je verder ook niet op Facebook ondergespamd. ;-)

2 14192746_634778673355497_3151070161514821989_n 14222286_1277589562252333_6481054741319692741_n  img-20160901-wa0001img_20160911_142023  14231197_10205809246825208_7207028972074437389_o

Awww… <3

Lekker sociaal

Of we zaterdag kwamen barbecuen, vroegen mijn schoonouders? Nou, leuk! Alleen stond de verjaardag van Mike ook al in de agenda. Ach, met een beetje proppen valt dat best te combineren. Want we waren alweer veel te lang niet langs geweest.

Bijna de hele familie was compleet, dus dat was erg gezellig (en lekker)!

bbq

Na de barbecue gingen we even wandelen door het dorp. Nou ja, nichtje Iris fietste en ik wandelde, en de anderen keken naar hun telefoon om Pokémon te vangen…

Toevallig was er kermis op het plein. En wat doe je dan als tante, om de kids (en je echtgenoot) even los te rukken van hun mobieltje? Precies: ze trakteren op een rondje in een attractie!

Eigenlijk wilde ik for old times sake in ‘de rups’. Wellicht kennen jullie het nog: karretjes die allemaal achter elkaar hangen en over een hobbelige rails een rondje rijden. Op een gegeven moment gaat de sirene en dan gaat een kap over je hoofd dicht en rijd je in het donker.

De aanvullende uitdaging was om ‘de kwast’ te pakken. Die liet het personeel aan een touwtje van het plafond bungelen en als je er in slaagde om de kwast er vanaf te trekken tijdens het rijden, mocht je een gratis rondje. Dat leverde me nog een jeugdtrauma op, want uiteraard trokken alle grote jongens die kwast altijd net voor m’n neus weg, of kwam ik er met mijn korte armpjes domweg niet bij… :-(

Maar hoe cool zou het zijn als tante Lenny voor haar nichtjes die kwaste effe pakte??

Mjah, dat was leuk bedacht, maar blijkbaar zijn rupsen hopeloos ouderwets en helemaal niet cool meer. En het gratis extra rondje kreeg ik al bij de kassa cadeau (5 ritten voor de prijs van 4). Het gevaarte waar we in belandden bleek dan ook een rups on steroids. De karretjes hingen los en konden bungelen. En bij hoge snelheid hingen we volledig op onze kant! Oei… dat vond zelfs tante Lenny wel een beetje eng! Maar Iris bleek een zeer stoere meid. Toen de omroeper door de microfoon loeide of we nóg een rrrrondje en nóg harderrrr wilden, glunderden de oogjes en gingen de armpjes omhoog! Okee dan…

attractie

Enigszins shaky van deze belevenis strompelde ik weer uit de attractie en wankdelde ik met de rest weer verder.

We kwamen bij een veldje met speeltoestellen. Hee… een schommel!! Kijk, dat ken ik nog en daar kan ik nog steeds wat mee! ;-) Dus deed ik met nichtje Elise wedstrijdje wie het hoogste durfde (zij won).

schommelen

Om de wandeling compleet te maken, beklommen we ook nog de lokale molen, die open bleek. (Op het bordje bij de ingang: “Openingstijden: wanneer het bordje ‘open’ op de deur hangt” :roll: ) Wederom probeerde ik goede tante te zijn en direct achter Iris de supersteile en smalle houten trappetjes naar de top te beklimmen, een hand klaar voor het geval ze zou vallen.

Ze was sneller boven dan ik.

Toen was het weer tijd om naar huis te gaan. Ik had graag nog even een kopje thee bij schoonma en schoonpa gedaan, maar ik moest nog helemaal naar Duitsland rijden voor de verjaardag van Mike. Daar arriveerde ik om iets voor tien. Het was uiteraard al stikdonker, maar de vuurkorf was aangestoken en met een vestje en legging, was het nog behaaglijk warm in de tuin.

En zo sloot ik een gezellige, sociale dag af.

Kettingband

Tijdens het Gebroeders van Limburgfestival begon ik aan een eenvoudige band, in de hoop nog snel voor Middeleeuws Ter Apel, dat het weekend erna was, een paar armbandjes voor de verkoop te kunnen maken.

Niet dat ik die per se moest hebben, maar dat is wel iets dat verkoopt, en tijdens een evenement kan ik toch alleen simpele patroontjes maken, dus de zijden riem met brokaat die nog op de planning stond, moest sowieso wachten.

Helaas viel het weven ter plekke erg tegen: ik bleek het patroon verkeerd te hebben ingeregen. Niet geheel mijn fout, want het is zo dat er geen universele schrijfwijze voor kaartweefpatronen bestaat. Dus als je een patroon van Pinterest downloadt, moet je maar hopen dat je het op de juiste manier leest. In dit geval niet dus.

De hele zaterdag ben ik bezig geweest om het patroon goed te krijgen. Toen dat eindelijk was gelukt en ik op zondag vol goede moed opnieuw wilde beginnen, bleek de spanning op de draden niet meer gelijk te zijn en het bandje niet mooi strak te worden. Raaah!

Nou ja. Eenmaal thuis gekomen, heb ik de boel opnieuw ingespannen, zodat ik tijdens Ter Apel hopelijk wél iets goeds kon produceren.

Wat denk je: daar verliep het dermate van een leien dakje, dat ik bewust veel pauzes heb genomen en tussendoor doedelzak heb gespeeld, omdat ik anders alles te snel af zou hebben en niks meer te demonstreren zou hebben! Het is ook nooit goed…

Maar okee, ik heb dus nu één armbandje. Bij het stuk dat ik op Ter Apel weefde, heb ik niet meer de moeite genomen om het in kleine stukjes op te delen, want ik wist dat er geen nieuw evenement zou komen waarop ik het kon verkopen. En dan maak ik liever een langer stuk band, dat ik bijvoorbeeld kan gebruiken om mijn eigen kostuums mee te decoreren.

band1 patroon armbandje

Er was niet zo heel veel draad meer over, dus de band is niet erg lang geworden. Een grote halsopening versieren red ik al niet meer. Misschien twee mouwen ofzo. Ik ga wel zien. Het komt vast een keer van pas. En dat armbandje kan ik misschien, samen met de andere overgebleven ‘souvenir-koopwaar’, gewoon meegeven aan de groep voor vulling van hun marktkraam op evenementen waar ik niet meer bij ben.

Optreedsucces

Als amateurmuzikant is het altijd lastig om te bepalen wat je als vergoeding moet én kunt vragen. In het begin speel je vaak gratis, omdat je er nu eenmaal tussen moet komen. Als niemand je ziet, word je immers ook niet gevraagd.

Maar dat schiet natuurlijk niet op. Net als bij de meeste amateurmuzikanten is het niet onze insteek om geld te verdienen; het is gewoon leuk om te doen. Maar ja, stiekem heb je behoorlijk wat onkosten: muzieklessen en -workshops, instrumentonderhoud, kostuums, website, fotoshoots, visitekaartjes en ander promotiemateriaal, reiskosten, etc. Het is toch wel fijn als dat enigszins wordt gecompenseerd.

Bovendien wil je niet de markt voor je medemuzikanten verpesten. Evenementorganisatoren hebben toch behoorlijk de neiging om voor een dubbeltje op de eerste rang te willen zitten. En als jij niet gratis speelt, is er vast wel iemand anders die dat wél wil doen… zo blijft het een vicieuze cirkel.

Dus op een gegeven moment hebben wij besloten dat we inmiddels genoeg kwaliteit bieden om er ook wat voor te mogen vragen. Vorig jaar ben ik begonnen met tarieven te communiceren. Dit jaar heb ik de bedragen wat verhoogd en besloten om alleen bij hoge uitzondering, nog ergens gratis op te treden.

Dat is natuurlijk wel een beetje eng. Vragen we niet té veel? En worden we dan nog wel geboekt?

En inderdaad; enkele potentiële optredens zijn niet doorgegaan vanwege gebrek aan budget. Maar als ik terugkijk op dit jaar… dan hebben we in 2016 nu al meer optredens dan in alle voorgaande jaren! Gemiddeld méér dan 1x per maand! En het jaar is nog niet eens ten einde.

Feitelijk hebben we alleen voor Castlefest geen financiële vergoeding gekregen, en dat was een bewuste keuze. Omdat we er ook heel graag als bezoeker ons ding willen kunnen doen, vinden we gratis entree, campingplek en backstagevoorzieningen, plus de vrijheid om te spelen op de momenten die wíj willen, helemaal prima.

Dat is dus heel hoopgevend en geruststellend. Blijkbaar vragen we niet te veel maar ook niet te weinig en wil men ons echt graag hebben.

Ik denk dat het inderdaad zo is, dat als je een vergoeding vraagt, je meer serieus wordt genomen. Als je jezelf waardevol maakt, word je ook als waardevol gezien. Een stukje marketing.

Dus ik ga gewoon lekker door met mijn poot stijf houden! Niet dat we nu ineens rijk worden… volgens mij halen we eind dit jaar net de break-even grens. Maar daar blijft het een hobby voor. :-)

Badpakjurk

De laatste tijd denk ik regelmatig na over zwemkleding. Uiteraard ten eerste door de boerkini-discussie. Boerkini’s zouden vrouwonderdrukkend zijn en bedreigend overkomen voor niet-moslims. Wat een onzin. Het item is juist bedoeld om vrouwen vrijheid te geven, en een fysieke uiting van je religie staat uiteraard niet gelijk aan een terroristische dreiging… (of vrees je soms ook voor een nieuwe kruistocht, iedere keer dat je een non ziet lopen?)

Daarnaast gaan we komend jaar met Orenda naar een locatie in Frankrijk, waar ook een zwembad bij is. Aangezien we in een Victoriaanse setting (1870) spelen, betekent dat: Victoriaanse zwemkleding dragen. Vandaar dat ik me aan het verdiepen ben in badpakken uit die tijd.

En wat blijkt: ook toen waren de vrouwen volledig ingepakt, net als nu moslima’s doen. Uit zedigheid, maar ook omdat een bruine huidskleur niet chique was en je dus zo veel mogelijk huid wilde bedekken tegen de zon.

Bathing-Suits

Uiteraard is je volledig moeten bedekken omdat het anders niet zedig is ten opzichte van mannen, niet bepaald prettig voor vrouwen, in welke tijd je ook leeft en welke religie je ook hebt. Want hee, het is warm en al die stof is verschrikkelijk onhandig als het nat wordt.

Maar zijn we inmiddels niet te veel naar het andere uiterste doorgeschoten? Bikini’s en broekjes die niet meer zijn dan miniscule driehoekjes stof aan touwtjes. Want het moet wel sexy zijn.

boerkini-strip

Wat overigens een ontzettend dubbele moraal is, want bikini’s zijn vaak zelfs kleiner dan ondergoed, maar en plein public in je slip en bh rondlopen is echt een no-no… Alleen maar omdat het een ander stofje is? Waar slaat dat dan eigenlijk op?

Daarnaast wordt er genoeg geklaagd over enorme mannenbierbuiken die over Speedo’s toornen. We vinden het lang niet altijd prettig om al het vel en de vetjes van iedereen te kunnen zien hangen! Waarom, oh waarom dragen we zulke onflatterende badkleding?

Wat vaak vergeten wordt, is dat heel veel vrouwen én mannen het helemaal niet prettig vinden om zichzelf in een badpak, zwembroek of bikini te moeten hijsen. Naast de mensen die andermans vetrollen, bierbuiken of striae niet willen zien, willen veel mensen dat zelf ook niet graag laten zien. Maar wat is het alternatief? Alle badkleding is immers nauwelijks verhullend. Ik kan me voorstellen dat veel mensen dan maar niet gaan zwemmen.

Hoewel ik het zwembad niet actief vermijd, ben ik ook één van die mensen die zich niet prettig voelt in een bikini, en in mindere mate een badpak. Want hoewel ik mijn naakte lichaam best mooi vind en me daar niet voor schaam, wordt het iets heel anders wanneer ik er een bikini of strak broekje overheen moet trekken. Dan zie je ineens overal bubbels, waar mijn lijf voorheen gewoon mooie vloeiende rondingen had. En met mijn korte lengte is een horizontale lijn over mijn buik gewoon niet flatterend (ik draag niet voor niets meer jurkjes dan rokken). Oh ja, en je moet ook nog hard je best doen om je bikinilijn bij te houden, want eruit piepende haartjes, dat kan natuurlijk écht niet… (ik zal hier maar niet beginnen over wat ik vind van de huidige sociale norm om je schaamstreek compleet te ontharen… dat is iets voor een aparte blogpost).

Dus hee, kunnen we niet gewoon ergens een middenweg vinden? Iets dragen wat praktisch genoeg is om in te zwemmen, maar waar je je niet volledig ongemakkelijk of lelijk in voelt?

En kijk nou eens waar ik recentelijk tegenaan liep: een ‘badpakjurk‘!

badpak

(ja sorry, slechte foto…)

Dit is dus een badpak, maar dan met een soort jurkje er vanaf de boezem tegenaan genaaid. Als ik het omhoog houd, zie je een gewoon badpak.

Hier ben ik blij mee. Het flatteert, het ondersteunt mijn boezem, het is niet te warm én ik kan er ongehinderd in zwemmen. Ideaal!!

Het is misschien een wat ongebruikelijk gezicht in het zwembad, en mensen gaan misschien denken dat ik me schaam voor mijn lichaam of preuts ben. Maar dat is het niet. Ik wil gewoon lekker zwemmen én iets dragen waar ik me mooi in voel. Net als dat ik mijn dagelijkse kleding met zorg afstem op mijn lichaamstype. Waarom zou je iets aantrekken waar je je lelijk in voelt? Draag toch gewoon wat bij je past!

Ik ben dus helemaal voorstander van méér alternatieve badkleding, zodat je kunt kiezen wat je prettig vindt. Of dat nou iets bloots, iets deels/lokaal verhullends, of iets compleet verhullends is. Of dat nou is omdat je jezelf er mooier in voelt, of omdat je er vanwege religieuze redenen voor kiest (al hoop ik dan wel dat je religie een eigen keuze was). Leve de revolutie! :-)

Re-enactmentstop

De kogel is door de kerk. Ik heb het afgelopen evenement aan mijn mede-re-enacters verteld: ik ga stoppen met ‘t Vaerdich Volk.

Ik wil graag wat meer ruimte in mijn leven creëren voor spontane activiteiten. Re-enactmentevenementen worden net als LARP’s, doedelzakweekenden en balfokfestivals een jaar vooruit gepland en stiekem slibt mijn agenda zo heel erg snel vol (augustus 2017 is nu al bezet…). Terwijl ik graag vaker spontaan aan een leuk plan mee wil kunnen doen, zonder te constateren dat ik de komende twee maanden helaas geen vrije weekenden meer heb en het dus niet gaat lukken. Ik wil vaker naar Zuid-Limburg kunnen rijden om mijn petekindje te zien, voordat die ineens al aan de puberteit begonnen blijkt te zijn. En ik wil meer ruimte hebben om te kunnen groeien met Tweedledum & Tweedledee. We worden steeds vaker geboekt en ik wil die stijgende lijn niet belemmeren vanwege te weinig beschikbare optreeddagen.

Er moest dus iets afvallen. En als ik dan heel eerlijk kijk naar mijn hobbies, is re-enactment de hobby waar ik het minste plezier uit haal.

Onder andere doordat het toch eigenlijk altijd hetzelfde is. Ieder evenement zit je daar in dezelfde kleding, in dezelfde opstelling, hetzelfde ding te doen en hetzelfde riedeltje tegen bezoekers af te draaien. Wat dat betreft is LARP een stuk afwisselender. En inmiddels heb ik me al behoorlijk verdiept in middeleeuwse kleding, en aangezien we dezelfde periode en klasse blijven houden, zit daar weinig nieuwe uitdaging in. Ik wil nu weer dingen maken die ik mooi vind, niet alleen wat historisch correct is. (Mark grapte al: “Je hebt re-enactment inmiddels uitgespeeld” :-P )

Kaartweven is verder niet de leukste bezigheid tijdens zo’n evenement. Het is vaak heel frustrerend, omdat er regelmatig iets mis gaat en je ter plekke amper de concentratie kunt opbrengen om het te herstellen. Ik kan vanwege het continue uitleggen, er ook alleen eenvoudige patroontjes maken en mijn middeleeuwse weefgetouw is niet optimaal handig, noch ergonomisch. Als ik bandjes wil weven, kan ik dat dus eigenlijk veel beter thuis doen.

En dan is er nog het verenigingsgedoe buiten de evenementen om. Vorig jaar twijfelde ik al of ik er mee verder wilde, maar omdat de vereniging net een jaar geleden was opgericht en zoiets altijd veel werk met zich meebrengt (statuten en huishoudelijk reglement maken, bestuur vormen, spullen aanschaffen, etc.), besloot ik het nog een tweede jaartje aan te zien. Er vanuit gaande dat na het opbouwjaar, er een jaar zou komen waarin we ‘gewoon leuk’ naar evenementen zouden gaan en verder niks.

Maar dat werkt in praktijk niet zo.

Een re-enactmentvereniging is niet zoals een LARP-vereniging, waarbij je je voor evenementen aan kunt melden en aan het eind van het weekend weer zwaait en naar huis gaat. Ook buiten de evenementen om, moeten er dingen gedaan worden om de vereniging draaiende te houden. Zo beheer ik bij ‘t Vaerdich Volk onze Facebookpagina, ben ik mentor van twee aspirantleden en adviseer ik over kleding. Daarnaast zijn er een hoop incidentele dingen zoals kussentjes, vaandels of naamborden maken, meedenken met de nieuwe website, etc.. En dan heb je uiteraard nog diverse vergaderingen en knutseldagen per jaar.

Ik zou daar natuurlijk in kunnen schrappen, maar dat vind ik niet kunnen. Als je onderdeel bent van de groep, moet je je steentje bijdragen. En bovendien ben ik nu eenmaal iemand die altijd optimaliseert. Als ik in een groep zit, voel ik de drang om alles in goede banen te leiden. Ik kan niet alleen maar komen opdagen; ik voel me betrokken en ga me hoe dan ook met dingen bemoeien. Het kostte me dan ook heel veel moeite om, uit zelfbescherming, een bestuursfunctie te weigeren.

Want bij ‘t Vaerdich Volk loop ik helaas ook regelmatig stuk op het gebied van groepsinteractie. Er zitten behoorlijk veel verschillende mensen in onze groep, met allemaal heel andere meningen en persoonlijkheden. En ondanks dat we met z’n allen de statuten en reglementen hebben opgesteld en er meerdere malen uitvoerig over is gesproken, blijft het een onmogelijkheid om echt op één lijn te komen. Idealiter zou op een gegeven moment alles vanzelf op een natuurlijke manier moeten gaan lopen, maar om de een of andere reden werkt dat bij ons niet. Over alles moeten er afspraken worden gemaakt, anders gaat het mis. En zelfs ondanks het herhalen van de afspraken, houdt in praktijk niet iedereen zich daaraan. Of duurt het maanden voordat iemand een aan hem toegewezen taak heeft opgepakt en afgerond. Waardoor er nog meer wordt vergaderd en er nog meer wordt afgesproken.

Met als gevolg dat bijvoorbeeld tijdens het GvL-evenement, iedereen die het kamp uit wilde, zich moest melden bij de kampcoördinator. Zodat er geïnventariseerd kon worden wie er waarom weg is en hoe lang. Alleen maar omdat mensen niet in staat blijken te zijn om zelf in te schatten of het een handig moment is om even weg te gaan, zonder dat het kampement er direct uitgestorven bij ligt. Daar krijg ik echt jeuk van; zo wil ik niet functioneren.

Ook zoiets: het historisch correct krijgen van de kleding. Kleding is nou eenmaal mijn pet peeve ja, en ik besef dat lang niet iedereen daar even veel interesse in heeft als ik. Maar we hebben wél de afspraak dat dit, naast je ambacht, het meest belangrijke ding is om te regelen. En toch heeft na anderhalf jaar een deel van de oude garde nog steeds niet z’n kleding op orde, terwijl we wel hoge eisen stellen aan nieuwe leden. Ik kan dat niet begrijpen en ik ben niet in staat om te stoppen met mezelf er aan te ergeren. ‘Laat het gaan’ is niet mijn forte, en bij onze groep is dat wel regelmatig nodig.

En dat alles maakt voor mij dus dat re-enactment mijn minst favoriete hobby is.

Maar dat wil niet zeggen dat ik het helemaal niet meer leuk vind! Soms heb je na het nemen en communiceren van de beslissing ergens mee te stoppen, het gevoel dat er een last van je schouders valt. Maar dat heb ik nu totaal niet. Sterker nog, ik twijfel nog steeds een beetje of het wel de juiste beslissing is.

Wat dat betreft lijkt re-enactment op LARP: beide zijn hobbies met leuke en minder leuke kanten. Je moet eerst een hoop voorwerk doen voordat je een gaaf evenement hebt. Tijdens de voorbereidingen, tijdens het van zolder zeulen van alle meuk, en tijdens het opbouwen in de stromende regen, denk je: “Waarom doe ik dit ook alweer??” en achteraf denk je: “Jaaaa dat was gaaf, wanneer mogen we weer??”. Niet voor niets is er binnen LARP de gevleugelde uitspraak: “Ik hou van mijn k*thobby”. :-P

Maar twéé k*thobbies is misschien net iets te veel van het goede.

Wat ik echt heel erg ga missen, is de sfeer op zo’n terrein. Het is altijd zo relaxed, met gelijkgestemde mensen, en ik hou van de middeleeuwse aankleding. Overal sfeervolle tenten, vuurtjes en outfits. Overal mensen die lekker bezig zijn met hun ding.

En wat ik misschien nog wel meer ga missen: de gezelligheid met onze groep (die echt is toegenomen met de komst van enkele aspirantleden) en met andere groepen. In de loop der tijd heb ik superveel leuke mensen ontmoet; om mee te kletsen of om muziek mee te maken. Het is altijd weer een feest om oude bekenden tegen te komen op zo’n festival. En aan het eind van het weekend heb ik ook steevast weer nieuwe leuke mensen ontmoet.

Eigenlijk wil ik dat helemaal niet missen. Ik hoop dan ook dat ik, in plaats van er als re-enactor te staan, ik met Tweedledum & Tweedledee voor deze festivals word geboekt, zodat ik op die manier toch weer deze mensen kan zien en lekker een weekendje op zo’n terrein kan staan.

En heel misschien kan ik soms toch nog eens bij ‘t Vaerdich Volk aansluiten. De reacties op mijn vertrek waren namelijk meer teleurgesteld dan ik had verwacht. Ik zie mezelf toch wel als ‘de zeikerd’ die altijd kritiek heeft en vindt dat het beter moet. En hoewel ik van bepaalde mensen wel al wist dat ze me erg zouden gaan missen, lieten ook anderen weten dat ze het heel jammer vonden. Naast de grapjes over het schilderen van een icoon van mij en dat gaan aanbidden ( :-P ), werd er ook gelijk serieus nagedacht over manieren waarop ik er incidenteel toch nog eens bij zou kunnen zijn, bijvoorbeeld als erelid. Dat vind ik ik wel heel lief en het doet me ook wel wat dat mijn aanwezigheid toch echt wel gewaardeerd werd.

Ik ga nu dan ook zeker niet gelijk al mijn re-enactmentspullen weg doen. Om bovenstaande redenen, maar ook omdat ik een nieuwe leuke bezigheid heb gespot: ‘re-enLARPment’. Een soort combinatie tussen LARP en re-enactment, namelijk een middeleeuwse setting met historisch correcte (aan)kleding, maar dan niet gericht op demonstraties voor publiek, maar met plot voor de deelnemers. Dit jaar is zoiets voor het eerste georganiseerd in Engeland en als het volgend jaar weer wordt georganiseerd, wil ik daar graag een kijkje nemen!

De oplettende lezer hoor ik al denken: “Dus je gaat stoppen met re-enactment om meer tijd te maken, maar je wil wel die weekenden gelijk opvullen met optredens én weer een LARP erbij gaan doen??”. Euh… nou ja, voor optredens met Tweedledum & Tweedledee hoef ik veel minder spullen mee te slepen, geen weefsel voor te bereiden en ook geen extra verenigingstaken ernaast te doen. En dat re-enLARPment is maar 1x per jaar…

Maar inderdaad, het blijft wel zo dat er te veel leuke dingen in het leven zijn. Ik heb niet de illusie dat ik ooit mijn agenda niet meer vol ga plannen, maar het is gewoon onmogelijk om alleen maar hobbies erbij te nemen. Om ruimte te maken voor nieuwe dingen, of bestaande hobbies uit te breiden, moet er soms wat anders afvallen. En dat is hierbij gebeurd. Nou ja, per 1 januari dan. Want het lidmaatschap van de vereniging loopt een jaar, dus tot december doe ik nog gewoon netjes mijn taken en kom ik naar vergaderingen. Maar Ter Apel was ons laatste evenement van dit jaar, dus wat dat betreft is het ten einde.

We gaan kijken hoe het hierna loopt…

Middeleeuws Ter Apel 2016

Het Gebroeders van Limburgfestival was amper voorbij, of ik kon alweer mijn tentje opzetten in Ter Apel! De meeste spullen had ik dan ook gewoon in de woonkamer laten staan, en de tentpalen had ik tijdelijk in de schuur gedumpt in plaats van twee trappen op te zeulen naar zolder, en dan een paar dagen later weer naar beneden. Scheelt een hoop gedoe.

Middeleeuws ter Apel is een heel groot evenement en er staan ook bijna alleen maar historisch correcte groepen. Net als vorig jaar was er niet alleen het veld rondom het klooster zelf, maar ook een weiland tegenover dat veldje, waar wij op stonden. En net als vorig jaar hebben veel bezoekers niet eens door gehad dat er nog een tweede veld was… waardoor het bij ons helaas een stuk minder druk was. Het was op zaterdag gelukkig wel drukker dan vorig jaar, vooral vanwege het mooie weer (en voorspelde prutweer voor zondag).

Ook muzikaal was het er erg rustig. De eerste dag kwam de enige muziek van mij en een of twee andere mensen die daar op dat terrein stonden en ook een instrument bij zich hadden. Maar de ‘officieel’ ingehuurde groepen speelden alleen op het andere hoofdveld. Die heb ik dus maar daarover getipt, en gelukkig kwamen ze op zondag wel even muziek maken.

Toch kan het festival nog wel een extra band gebruiken denk ik. Op zondag was ik even bij Jan en Flip langs gegaan om samen te doedelen, en toen werden we spontaan door de organisatie gevraagd of we niet even op het andere veld konden gaan musiceren omdat daar op dat moment weinig te doen was, terwijl er veel mensen in het horecagedeelte zaten. Mjah, op zich graag, maar we hadden met moeite twee nummers gevonden die we alle drie ongeveer kenden en onze doedelzakken waren ook niet bepaald goed gestemd ten opzichte van elkaar, dus dat zou een beetje een gênant optreden zijn geworden.
Dus ik ga de organisatie maar eens aanschrijven. Hopelijk mag ik volgend jaar met Tweedledum & Tweedledee komen! :-)

Ja ja... eerst koffie en thee. Dan de hoofddoek. :-P (foto door Ina Kiel)
Ja ja… eerst koffie en thee. Dan de hoofddoek op. ‘t Is nog vroeg. :-P
(foto door Ina Kiel)

Het nadeel van op dat tweede veld staan is ook dat je weinig meekrijgt van wat er elders gebeurt. Vorig jaar had ik dus compleet gemist dat aan het eind van het evenement, alle muziekgroepen zich daar verzamelden voor een gezamenlijke afsluiting. Blijkbaar is dat traditie. Dit jaar was ik voorbereid en kon ik tijdig informeren hoe laat ik daar aanwezig moest zijn om het niet wéér te missen…

Die muzikale afsluiting was vooral een kwestie van een handjevol deuntjes tot in den treure herhalen, maar het was wel superenthousiast en de bezoekers vonden het erg leuk. Ik kon ongeveer de helft meespelen, dus dat viel niet tegen. Alleen jammer van de plensbui die het nodig vond om midden tijdens de afsluiting los te barsten. Ach ja, met z’n allen onder het afdakje voor de kloosteringang is ook wel weer knus (en slecht voor je trommelvliezen).

Ik heb het idee dat het publiek sowieso erg muziekminnend was, want ik heb veel cd’s verkocht! Normaal gesproken neem ik 3 exemplaren mee en verkoop ik er misschien eentje tijdens een re-enactmentevenement. Vorig weekend tijdens het Gebroeders van Limburgfestival verkocht ik er ineens 5 vanuit mijn kraampje – gelukkig had ik er vanwege ons optreden in de kapel genoeg meegenomen. Voor dit weekend nam ik voor de zekerheid maar 6 cd’tjes mee. Je weet immers nooit. En wat denk je? 4 Uur na openingstijd was ik ze allemaal al kwijt! En ik moest nog anderhalve dag! :-o Had ik er nou maar 3x zo veel meegenomen…

Aan mede-re-enacters heb ik een setje kwastjes en ook een paar kousenbandjes verkocht. Wat verkopen betreft was het dus een goed weekend!

IMG_7435

Wat betreft weersomstandigheden was het erg wisselvallig. We hebben brandende zon gehad op zaterdag (precies in zo’n hoek dat onze tenten weinig schaduw boden) en gigantische plensbuien (inclusief wat onweer) op zondag. Gelukkig is er voor de komende dagen veel zon voorspeld, want de tentdoeken kan ik momenteel uitwringen…

Het leukste van het weekend vond ik eigenlijk het weerzien van allerlei oude bekenden én het ontmoeten van nieuwe mensen. Zowel mede-muzikanten als andere re-enacters. Zoals gezegd heb ik lekker samen kunnen doedelen met Jan en Flip, maar ook weer eens kunnen knuffelen met Viktor en Kaj. :-) En ik heb eindelijk De Blauwe Schuyt live kunnen horen.

Grappig genoeg heb ik ook twee mensen ontmoet die mijn blog al een tijdje volgen. Ik had ze nog nooit ‘live’ gezien, maar ze kwamen me daar opzoeken. En nu weet ik ook eindelijk dat het mystery-cadeau van Afke kwam. (Nogmaals bedankt voor de koekjes, Afke! Ze werden inderdaad lekkerder naar mate ze langer in de buitenlucht lagen – ideaal re-enactmentvoer dus! :-) )

Ook na sluitingstijd was het gezellig. De eerste avond hoorden we luid gezang opstijgen bij een Duitse buurgroep. Klonk als de ideale plek om even te komen party-crashen… Ze bleken iets te goede gastheren- en vrouwen, want na een avondje in het Nederland/Duits/Engels converseren, hun bier opdrinken en de resten van hun pastamaaltijd verorberen, moesten ze ons om half 3 ‘s nachts vriendelijk verzoeken om weer naar onze eigen tenten te gaan omdat ze wilden slapen. :-P

Dat was dus een brak begin van het festival, en ook de tweede avond gingen we niet bepaald vroeg slapen, maar gelukkig heb ik het gered. Inclusief na het afbreken, met mijn brakke kop weer 2 uur in de auto naar huis terug rijden. En nu is het even gedaan, want dit was voor onze groep het laatste evenement van dit jaar.

Knuffeldoekje met labeltjes

Een tijdje geleden verveelde ik me een beetje en zocht ik wat om te naaien. Naast het speldenkussentje dat ik fabriceerde, kon ik misschien ook nog wat anders van mijn restjes maken?

Ik staarde naar de grote hoeveelheid lintjes en bandjes die zich in de loop van tijd in mijn kast had verzameld.

Hm… vinden baby’s speelgoed met labeltjes niet superinteressant? Er worden toch zelfs speciale doekjes met labeltjes voor baby’s gemaakt? Mooi! Want aangezien ik een zusje had dat op springen stond, kon dat gelijk een mooi kraamcadeautje worden. Ik had al wat voor haar klaarliggen, maar hee, als peettante mag je best met twéé cadeautjes aan komen zetten, toch?

Voor zo’n doekje geldt: hoe meer verschillende bandjes, hoe beter. Perfect dus voor al die restanten!

Al snel was het af:

 wp-image-603435506jpg.jpeg

Na het nemen van de foto heb ik voor de zekerheid het lapje ook nog eens langs de rand gestikt. Je wil namelijk niet dat de labeltjes los laten en in het mondje van de kleine terecht komen.

Ik had er uiteraard weer een Omnom op kunnen naaien, maar dat had ik al op het kussen en slabbetje gedaan. Dus nu heb ik het maar gewoon gehouden bij de juiste kleuren; blauw aan de ene kant en groen aan de andere kant.

Misschien is dit wel een leuk alternatief voor de babydoeken die ik de afgelopen jaren maakte voor vrienden, maar waar ik nu te weinig inspiratie meer voor heb? Ik heb namelijk nog steeds een hoop band over. :-)

EenVandaag-figurant

Nu in het nieuws geweest is dat kwakzalver Klaus Ross zijn zaak moest sluiten vanwege wanpraktijken, liggen natuurgenezers en Heilpraktikers weer flink onder vuur.

Laat Michael, een vriend van mij, nu ook de Heilpraktikeropleiding hebben afgerond en inmiddels verder studeren aan de opleiding voor osteopaat (wat als alternatieve geneeswijze wordt beschouwd). En laat hij nu Nederlander zijn en net over de Duitse grens wonen, waar hij ook zijn praktijk heeft. En laat zijn website nu (niet geheel toevallig ;-) ) goed vindbaar zijn op relevante termen…

Aldus klopte actualiteitenprogramma EenVandaag bij hem aan. Of hij de andere kant van het verhaal wilde vertellen in hun uitzending? Want een Nederlander interviewen is natuurlijk lekker makkelijk, en dat komt bovendien wat dichterbij voor de kijkers.

Maar ja, uiteraard wil hij niet dat zijn woorden worden verdraaid en hij en zijn professie, met wat tactisch knip- en plakwerk, volledig zwart worden gemaakt op nationale tv. Een Heilpraktiker is namelijk absoluut geen kwakzalver; iemand die die opleiding heeft gedaan (en nee, da’s geen cursusje van drie maanden…) weet juist precies wat hij wel en niet zelf mag behandelen en wat je door hoort te sturen naar een andere specialist.

Gelukkig heeft Mark flink wat ervaring met tv-interviews en heeft hij in het verleden ook mediatrainingen gegeven, dus hij heeft Michael een hoop tips kunnen geven.

Dan moest er alleen nog een ‘patient’ worden geregeld. Want ze wilden graag opnames maken terwijl hij bezig was in zijn praktijk. En daar heb ik voor gevrijwilligd.

Eigenlijk dacht ik dat het de bedoeling was dat er alleen een paar close-up shots zouden worden gemaakt van bv. mijn rug en schouders tijdens een behandeling. Maar toen ik vanochtend langs kwam, bleken ze het complete traject van aanbellen bij de voordeur, tot uitzwaaien achteraf te willen filmen! (Had ik misschien toch mijn haar even moeten wassen… :-P )

Nou ja, het stond er allemaal snel op en nu is het afwachten wat er van een half uur filmen met mij erbij, en een uur interview met Michael, overblijft. Het item zal namelijk maar een paar minuten duren.

Oh, en helaas geen foto’s van grote camera’s en andere apparatuur, want het was echt binnenkomen en aan de slag, en daarna weer gelijk naar huis. :-(

Maar allemaal kijken dus, vrijdagavond om 18:15 uur op NPO 1!

(En laat me even weten hoe stom ik er op stond, want op het moment van uitzenden sta ik op een re-enactmentterrein zonder tv. :-) )

Omnom babydoek

Uiteraard kon ik het niet maken om voor de baby van mijn bloedeigen Zwusje, geen baddoekje te naaien. En uiteraard kon het eigenlijk niks anders worden dan een Omnom!

Het enige probleem was dat Omnom niet echt een goede vorm heeft voor een baddoek. Ik bedenk meestal een beestje dat ik in een soort ruitvorm kan knippen, want je moet wel voldoende uitstekende zijkanten hebben om om de baby te kunnen wikkelen.

Om van Omnom een bruikbaar doekje te maken, moest ik hem dus behoorlijk uit verhouding trekken. Het lijkt uiteindelijk meer op zo’n spookje van Pacman vrees ik…

omnom-doek

Maar het mutsje is gelukkig wel herkenbaar en schattig genoeg. En dat is toch wat je voornamelijk ziet als de deken in gebruik is.

mutsje

ingewikkeld

Het zwarte biaisband dat om de rand zit, is overigens zelfgemaakt, want de fourniturenwinkel was dicht. Ook een manier om mijn stofrestjes op te krijgen. :-P