Vandaag ons eerste optreden in België gehad! En met twee eerdere optredens in Duitsland, mogen we ons nu met recht een internationaal optredende band noemen.
We waren namelijk gevraagd om muziek te maken tijden het jaarlijkse dorpsfeest in Vossem, dat dit jaar een middeleeuws thema had. Het was wel twee uur en een kwartier rijden, en even lang weer terug, voor slechts 3 uur optreden. Maar ach, je moet er wat voor over hebben hè. Dus ondernam ik voor de derde keer in anderhalve week tijd een tocht naar onze zuiderburen.
Ik verwachtte er niet veel van. Als dat dorpsfeest ook maar enigszins leek op wat er vroeger in mijn ouderlijk dorp werd georganiseerd, was het absoluut niet vergelijkbaar met een gemiddeld middeleeuws festival. En inderdaad: het was heerlijk kneuterig.
Het dorpsfeest bestond uit zes tenten op het dorpsplein. Iedere lokale vereniging had zijn eigen tent ingericht. En in elke tent werd er drank verkocht. Eigenlijk was het dus gewoon één groot terras. Plus een springkussen en een keetje waar kinderen geschminkt konden worden. XD
Volgens onze contactpersoon was het aan de verenigingen individueel overgelaten om de middeleeuwse aankleding te verzorgen. Het niveau was dan ook ‘trek een jute zak met gaten over je hoofd en je bent middeleeuwer’. Dus we vielen nogal op in onze outfits.
Toch was het erg leuk om te doen. De mensen waren supervriendelijk en er werd continu gecheckt of we wel genoeg te drinken hadden.
In het begin speelden we op het podium. Daarna begonnen de ‘Vossemse spelen’. Het was de bedoeling dat wij gelijktijdig de boel muzikaal opluisterden, maar ze hadden ons niet verteld dat die spelen ondersteund werden door commentaar via een microfoon, verbonden met de boxen op dat podium. Dus waar we vervolgens ook een plekje zochten om te spelen; er tetterde regelmatig een commentator doorheen.
Nou ja, zoals Ernic schouderophalend opmerkte: ze hebben ons ingehuurd om nu te spelen, dus spelen we nu.
Door de beheerders van de tent waar we op dat moment voor stonden te spelen, werden we getipt dat het gebruikelijk was dat bands die op de dorpsfeesten speelden, steeds bij een andere tent gingen staan. “Zodat de mensen niet denken dat alleen wij jullie betalen”. Tsja, je wil in zo’n dorp natuurlijk geen schijn van oneerlijke concurrentie wekken.
Dus hebben we daarna steeds op verschillende plekjes onze nummers gespeeld. Heel veel enthousiasme was er niet direct te bespeuren in het publiek, maar als je wat beter keek zag je her en der toch wat vingers meetrommelen, voeten meewiebelen, of zelfs enkele mensen die zich naar ons hadden omgedraaid. Volgens mij kunnen we daaruit concluderen dat we prima achtergrondmuziek zijn geweest voor de jaarlijkse bijpraat- en zuipsessie van de lokale bevolking.
Zo, dat was weer een lang weekend Castlefest. Donderdag er naartoe gereden en de tent opgezet, ‘s avonds de eerste optredens beluisterd, en vrijdag tot en met zondag zelf opgetreden met Tweedledum & Tweedledee.
Bijzonder, hoe het toch ieder jaar weer anders is. Dit jaar waren er meer mensen die ons herkenden van vorige jaren, maar niemand is met z’n instrument naar ons toe gekomen om samen te spelen. Vorig jaar verkochten we maar liefst 29 cd’s, dit jaar ‘slechts’ 7.
foto door Rudi’s fixed moments
Wel kregen we een hoop donaties in natura. Hilarisch, wat mensen allemaal in ons koffertje gooien! Zo ontvingen we een zakje met dropveters, twee schelpjes, en enkele consumptiemuntjes. Ook heeft iemand ter plekke van ons een tekening gemaakt. Wat een eer!
Uiteraard zijn we ook weer vaak op de foto gezet. Ten minste… dat weet je tegenwoordig niet meer zeker. Moet ik nou even mijn liefste blik naar de camera werpen en die vasthouden totdat ze afdrukken, of zijn ze aan het filmen en moet ik vooral niet de hele tijd in de lens blijven staren…?
En jeetje, wat heb ik een kilometers afgelegd! Het is dat de batterij van de weegschaal leeg is, maar volgens mij ben ik echt wel afgevallen. Dat terrein is mega-groot en ons standplaatsje was compleet aan de andere kant van de kampeerterrein-ingang en de backstage zone. Op zaterdagavond ben ik zelfs nog even naar zo’n massage-standje geweest om rug en schouders te laten masseren, want drie keer per dag een uur en een kwartier gefocust staan spelen gaat je ook niet in je koude kleren zitten.
Na dat uur en een kwartier moést ik er ook wel steeds mee ophouden, want mijn instrument was zo vochtig, dat er geen zuivere noot meer uit kwam. Na ieder optreden heb ik de doedelzak helemaal uit elkaar gehaald en de pijpjes en rieten aan de lucht laten drogen, omdat er anders die dag geen volgend optreden meer kon zijn.
Uiteraard heb ik niet alleen maar muziek gemaakt, maar tussendoor ook zelf van het festival kunnen genieten. Enerzijds jammer dat er bijna geen echte balfolk-bands waren en dat degenen die er waren, voornamelijk aan het begin van de dag waren gepland – juist het moment dat wij optraden. Anderzijds maar goed ook, want daardoor had ik niet de neiging om mezelf voorbij te rennen om zo veel mogelijk mee te krijgen. Gelukkig heb ik in ieder geval alle optredens van Kelten zonder Grenzen mee weten te pikken en er heerlijk op gedanst.
Ik heb niet uitgebreid geshopt, maar ben toch nog met buit teruggekomen: een Castlefest-mok, die we als artiest zijnde gratis van de organisatie kregen, een mooi vestje, en een cd van The Moon and the Nightspirit.
‘s Avonds hebben we namelijk niet meer gespeeld en had ik tijd om ook naar andermans concerten te gaan luisteren.
Naast The Moon and the Nightspirit, ging ik ook naar een andere voor mij nog onbekende band; Cuélebre. Op zaterdag kocht een van de bandleden namelijk onze cd. Ik herkende haar uiteraard niet en tijdens ons gesprekje vertelde ze dat ze hier ook optrad, op een van de podia. Oh… Dus ik ben maar even gaan luisteren om te bepalen hoe erg ik me moet schamen als ze straks ons schijfje afluistert…
Gelukkig was het kijken naar anderen ook wel relativerend. Inmiddels herken ik de blikken van muzikanten onderling, als er iets mis gaat. Zoals spontane gastspelers, die stiekem geen idee hebben wat ze aan het doen zijn en naar de vingerzetting van hun collega’s spieken. (En dan toch nog groot applaus krijgen, omdat ze nu eenmaal een Grote Naam zijn, ondanks dat het hele nummer een rommeltje was.) Of de hilarische ‘the show must go on’-momenten, zoals wanneer je drums uit elkaar dreigen te vallen en de boel ter plekke met ducttape wordt gefixt…
Ducttape FTW!
Dat relativerende is wel nodig, want uiteraard is ook niet iedereen positief over ons. Veel mensen lachen breed naar ons, steken hun duim op, doen een dansje, of blijven even luisteren. Maar er zijn ook mensen die met een groepje op 15 cm afstand voor je neus stil blijven staan en gaan staan praten. Euh, hallo… ik speel hier?? Of mensen die de bocht van het pad afsnijden en daardoor vlak voor ons langs lopen, zodat ze het instrument net niet raken. Behoorlijk respectloos.
En dan hebben we nog de kennis die mij even een knuffel kwam geven. Tijdens een nummer. Stel je het je voor: recht voor iemand gaan staan en je armen om ‘m heen slaan terwijl diegene een zak onder de arm en een voor zich uit stekende speelpijp heeft. En dan verbaasd zijn als je het nummer daardoor moet afbreken. Nee, ik kan niet met je praten tijdens het spelen en al helemáál niet met je knuffelen…
Van een conversatie op Facebook werd ik ook behoorlijk verdrietig. Daarin werden we afgekraakt door standhouders. Hee, ik snap echt wel dat het vervelend is als je ons de hele tijd moet aanhoren, terwijl je niet van doedelzak houdt en geen kant op kunt met je stand. Maar waarom kom je dat dan niet gewoon even tegen ons zeggen, in plaats van gemeen te doen op internet?
En dat was eigenlijk ook wel wat me het meest is bijgebleven van deze Castlefest: het grote verschil tussen de aanwezigen.
Er waren schatten van mensen, die pure positiviteit uitstraalden. Een superrelaxte sfeer op het festival, campingburen die je spontaan komen helpen met het opruimen van een kapot gevallen beker die ‘s nachts naast je tent is gedumpt, andere buren die vrolijk ‘Dag Pipi!’ roepen als je vertrekt (het is vast de hoed…), of de cateringmedewerkster die me twee dagen achter elkaar gratis heet water voor mijn thee meegaf. De gezelligheid backstage met andere artiesten. De fantastische vrijwilligers die de grootste kutklusjes met een glimlach doen en altijd voor je klaar staan als je iets nodig hebt. De fijne balfolkers die altijd open staan voor een dansje met wie dan ook.
(stem van Jambers:) Maar ‘s nachts transformeren zij allen in een asociale bende…
Want jeetje, wat heb ik een hoop campingbezoekers vervloekt ‘s nachts. Officieel hoort het na 23.00 uur stil te zijn op de camping. Wil je doorfeesten, dan is daar een speciale tent en zone aan het begin van de camping voor. Okee, het is een festivalcamping, dus ik snap dat ‘stil’ een onmogelijkheid is. En dat is prima. Maar wat een asociaal gedrag werd daar op die camping vertoond…
Er was nog maar weinig plaats over toen wij arriveerden, dus we hadden niet veel keuze. Onze tent stond daarom helaas precies bij de ingang van de camping. Waar je ook sliep, je moest langs onze tent om bij de jouwe te komen. Ik heb werkelijk geen oog dicht gedaan de eerste nacht, ondanks dat ik oordopjes in had. Tot 6 uur ‘s ochtends bleven er lallende, schreeuwende, krijsende, huilende en ruziemakende mensen langs lopen. Kotsend in de prullenbak naast onze tent. Foto’s makend (met flitser) van de tenten. Je kunt het je echt niet voorstellen. Ik had onderschat hoe veel pubers dit festival trekt, die voor het eerst alleen ergens heen gaan en vervolgens volledig los gaan met drank en drugs. Toch heel iets anders dan een balfolkfestival…
Op vrijdagochtend koos ik eieren voor mijn geld en vond ik gelukkig verderop nog een leeg plekje, waar ik mijn tent opnieuw heb opgezet. Ik stond pal onder een lichtmast, met bijbehorende ronkende generator, maar daar heb ik totaal geen last van gehad en heb heerlijk geslapen. Natuurlijk ben ik een paar keer wakker geworden van langslopende pratende mensen en (zoals hierboven al gezegd) een vlak naast mijn hoofd kapot vallende mok, maar hee, daar kan ik prima mee leven – want, festivalcamping. Kun je nagaan hoe erg het de eerste nacht was.
Helaas vond men het de derde nacht erg grappig om om kwart over twaalf “Marco… Polo!!!” over het terrein te blèren en vond een groepje Vlamingen het een goed idee om om half 4 ‘s nachts op hoog volume te gaan praten en lachen in hun groepstent. Na een half uur ben ik aan gaan kloppen en heb ik vriendelijk gevraagd of het wat zachter kon (want hee, wij kunnen niet uitslapen, wij moeten de volgende ochtend een kwartier voor openingstijd alweer in kostuum en met gestemde instrumenten klaarstaan). Zonder effect. Andere ‘omwonenden’ hebben vervolgens minder subtiel vanuit hun tent “Shut up!!” en “Ga slapen!” geschreeuwd, wat beter leek te helpen…
Ach ja, misschien word ik gewoon oud. Of een verwende muzikant. Moet ik de volgende keer maar om een bakje met alleen blauwe M&M’s gaan vragen ofzo.
Nadat we al die mooie foto’s van Ork binnen hadden gekregen, raakte ik geïnspireerd om ook onze website wat verder te professionaliseren. Met het oude ontwerp was niet zo heel veel mis, behalve dan dat ik de foto’s erg amateuristisch vond overkomen. Oh ja, en de site paste zich niet aan op mobiele toestellen.
Dat laatste is natuurlijk inmiddels een grote no-no. Maar ja, ik had me er nog nooit toe gezet om me er in te verdiepen hoe je dat eigenlijk doet. Mijn Alice in Wonderland-site is inmiddels behoorlijk complex en vereist bovendien een WordPress template, waardoor ik de boel destijds maar heb uitbesteed. Maar de site van Tweedledum & Tweedledee bestaat slechts uit een paar pagina’s, die ik gewoon in een html-editor schrijf. Het meest complexe erop is een bestelformulier. Een goede gelegenheid dus om mezelf eens een schop onder mijn hol te geven en daadwerkelijk aan de slag te gaan met procentuele waarden en mediaqueries.
Wat blijkt? Het is helemaal niet moeilijk!! De site zat in twee dagen in elkaar. Inclusief vertalen van de content in het Engels, want inmiddels treden we af en toe ook in het buitenland op.
De grootste uitdaging vormde de externe content, zoals Facebook-widgets en Youtube-video’s. Maar het is me gelukt om ook die zich te laten aanpassen aan je schermbreedte.
Aan het design heb ik niet zo veel veranderd. De globale indeling is hetzelfde gebleven, net als het kleurenschema.
Mooie timing, want in september 2012 zette ik onze eerste site live en in augustus 2014 de tweede versie. Deze derde versie past heel mooi in het schema: een site gaat blijkbaar 1 jaar en 11 maanden mee.
Drie weken geleden kwam Ork langs voor een fotoshoot, zodat we voor Tweedledum & Tweedledee eindelijk eens wat fatsoenlijk fotomateriaal zouden gaan krijgen. En inmiddels hebben we de resultaten in huis!
Heel leerzaam, zo’n shoot. Het is best wel vergelijkbaar met een cd opnemen: achteraf weet je precies wat je anders had moeten doen.
Ik had bijvoorbeeld vooraf een lijstje gemaakt van alle locaties waarvan ik dacht dat ze geschikt waren, zodat we op het moment zelf niet de helft zouden vergeten. En nu weet ik dat ik ook zo’n lijstje had moeten maken voor het týpe foto’s dat ik wilde.
Bij het plannen van de shoot had ik uiteraard doorgegeven dat we foto’s wilden voor promotiedoeleinden, de website en op Facebook. Maar naast het doel van de foto’s, heb je ook nog de vraag wat er precies op moet staan. En dat was niet alleen wij spelend op onze instrumenten, maar ook wij die gewoon de instrumenten vasthouden. Ernic en ik afzonderlijk. Wegkijkend of juist kijkend in de camera. Alleen onze instrumenten. Onze instrumenten afzonderlijk. En als je daarbij optelt dat we drie verschillende kostuums hebben die ook allemaal op de foto moesten, krijg je een behoorlijk uitgebreide matrix van variaties waar ik fotomateriaal van wilde hebben!
Uiteraard gaat je dat niet allemaal lukken, zeker niet in de beperkte tijd die je hebt op zo’n dag. We hadden 4 uur uitgetrokken voor de shoot, maar Ork gaf zeer terecht aan dat hij bewust niet te lang bezig wilde zijn omdat je dan aan spontaniteit verliest en je dat in de foto’s terug gaat zien. Dat zorgde er wel voor dat ik me een klein beetje opgejaagd voelde en daardoor niet mijn hoofd helemaal erbij had om te controleren of we ook wel alles op de foto zetten wat ik wilde. Ik ben nu eenmaal niet zo goed in snel-snel dingen doen.
Met onder andere als gevolg dat we vergeten zijn foto’s van de instrumenten afzonderlijk te maken. We hebben nu wel een foto van de instrumenten samen, maar ik wist op het moment van schieten al dat die niet geschikt ging zijn voor het doel dat ik er mee had (op de webpagina over onze instrumenten zetten, zodat mensen onze instrumenten goed kunnen bekijken). We zeiden toen dat we aan het eind van de shoot nog even wat aanvullende foto’s van de instrumenten gingen maken, maar in al het heen-en-weergereis en omkleden is dat er tussendoor geglipt.
Een ander dingetje dat ik heb geleerd, is dat wij geen foto’s moeten willen waar alleen wij, zonder instrumenten op staan. Je ziet vaak bandfoto’s die feitelijk gewoon een sfeervolle groepsfoto zijn. Maar laten we eerlijk zijn: wij zijn niet de meest fotogenieke personen en van onze hoofden moeten we het echt niet hebben om optredens te krijgen.
Of zou jij ons boeken op basis van onderstaande foto’s?
Onze kracht ligt in het sfeertje dat we neerzetten als we samen spelen, en het feit dat we bijzondere instrumenten hebben. Dat moet dus juist op de foto komen.
Het komt er dus vooral op neer dat je foto’s praktisch bruikbaar moeten zijn, zoals ik hierboven al een paar keer aanstipte. Ork is een heel goede fotograaf en maakt dus prachtige plaatjes, zoals je kunt zien. Maar ik ben een marketeer en denk in functioneel nut. Dus niet alleen ‘vind ik deze foto mooi?’, maar ook: ‘kan deze foto bijdragen aan het bereiken van onze doelstellingen?’. Wat zou een evenement-organisator willen gebruiken als materiaal? Welk type foto moeten we op onze website zetten om iemand te overtuigen ons te boeken? Etc.
Neem nou deze fantastisch sfeervolle foto:
Supermooi toch? Maar niet bruikbaar voor bovengenoemde doeleinden, want Ernic staat er niet bij en je ziet mijn gezicht niet.
Ook een foto vinden die geschikt is als Facebook-omslagfoto blijkt erg lastig. Want daarvoor moet je eigenlijk bewust een foto maken die qua compositie niet optimaal is: je moet naderhand een groot deel van de hoogte eraf kunnen snijden zodat je een brede foto overhoudt.
Hier weer een voorbeeld van een prachtige, sfeervolle foto:
Wederom denk ik dat een evenement-organisator zoiets niet geschikt zal vinden voor in een programmaboekje. Nou is deze toevallig met een beetje sjoemelen wel op maat te snijden voor een Facebook-omslagfoto. Maar… we staan er aan de linkerkant op. En daar zit je profielfoto.
Spiegelen dan?
Dat ziet er weliswaar heel mooi uit, maar nu zijn onze instrumenten in spiegelbeeld en dat kan ook niet… Argh!
Aldaar de onverwachte problemen die je tegenkomt als je je mooie plaatjes praktisch in wil zetten.
Uiteraard volgt dan nog het probleem dat waarschijnlijk iedereen heeft: “Ik sta er stom op!” Die ene foto zou prima zijn geweest voor alles. Mits ik nét even anders had gekeken…
En met twéé mensen die regelmatig ongelukkige koppen trekken, valt er behoorlijk wat materiaal af.
Desondanks zijn er gelukkig ook veel foto’s overgebleven die wél helemaal prima zijn. Dit zijn drie van mijn favorieten:
Deze hebben precies de juiste sfeer en ze stralen enthousiasme uit. Je ziet ons, onze outfits en onze instrumenten goed en het heeft iets dynamisch.
Uiteraard zijn er nog veel meer resultaten, maar die zullen jullie in de loop van tijd vanzelf wel ergens tegen gaan komen.
Al met al was dit dus weer een leuke, nuttige én leerzame exercitie! En dat vind ik ook heel erg leuk aan in een bandje zitten: je leert steeds beter hoe je dingen moet aanpakken en je merkt dat je iedere keer weer een beetje groeit.
Dus hierbij een groot dankjewel aan Ork van Orkfotografie voor de mooie resultaten en voor zijn eindeloze geduld met al mijn eisen en photoshopverzoekjes!
Heel handig, om zo dicht bij de Duitse grens te wonen. Want het was maar 20 minuten rijden naar Kranenburg, waar we vandaag op het Märchenfestival (Sprookjesfestival) mochten spelen.
Wat een schattig stadscentrumpje heeft Kranenburg… moeten we eigenlijk vaker heen. Sowieso zijn dit soort oude Duitse stadjes altijd heel sfeervol. Zo’n festival rondom de oude stadsmuren en kerk werkt dan ook extra goed (net als gisteren overigens, tijdens de Doesburgse Hanzefeesten).
Omdat we erg vroeg waren gearriveerd, konden we nog even rondlopen en de museumtoren beklimmen. De beheerder, die volgens mij zo’n spil-in-het-dorp is die alles weet en iedereen kent, wilde erg graag ons met zijn toren op de foto zetten zodat hij weer wat promotiemateriaal had.
Overigens was het meer een middeleeuws festival dan echt een sprookjesfestival. De aankleding en kinderactiviteiten hadden weliswaar een sprookjesthema, maar vanwege het uitgebreide kampement met middeleeuwse re-enactors liepen er een stuk meer historisch correct geklede mensen rond dan tijdens de Doesburgse Hanzefeesten… :-X Maar wij voelden ons er perfect thuis met onze nieuwe fantasykostuums!
Na de ochtendmis (jawel, dat gebeurt daar nog!) wachtten wij de kerkgangers op en gingen we hen al muziek makend voor in een stoet langs de stadsmuren (nou ja, we liepen wel nog achter de politieauto die de weg voor ons vrij maakte – ook een hele nieuwe ervaring). Diverse re-enactors sloten aan, en niet te vergeten: een heuse draak! Net als het Gebroeders van Limburgfestival heeft, inclusief lichtgevende ogen en rokende neusgaten. Alleen dan niet van metaal maar van purschuim. We voelden ons net de rattenvangers van Hamelen, maar we hebben alle mensen en hun kinderen netjes terug naar het festivalterrein gebracht hoor!
Na de tocht begon het festival officieel. Eerst werd door enkele Kranenburgse kinderen een überschattig toneelstukje opgevoerd. Je kent het wel: met begeleiders die alle kleuters de juiste kant op proberen te dirigeren, het meisje dat spontaan begint te zwaaien en heel hard “HOI MAMMA!!” vanaf het podium roept, en het jochie dat brullend door pappa van de bühne moet worden geplukt omdat hij het zo eng vindt… Dan kan ik wel niet van kinderen houden, maar ik heb het hele stuk met een brede glimlach aangezien en hard meegeklapt (en ondertussen nog wat Duitse kinderliedjes opgepikt).
Daarna waren wij aan de beurt en mochten we in de sprookjestuin een uurtje spelen. Er was helaas weinig publiek, want de meesten waren op het andere veld met alle re-enactors en het grote podium gebleven. Maar er was wel een terrasje op ons veld en die bezoekers hebben volgens mij van een afstandje genoten. En in dat uurtje zijn er maar liefst twee mensen een cd’tje komen kopen, dus dat is ook een goed teken!
Daarna weer naar huis, want in tegenstelling tot de meeste festivals hadden ze hier alleen een vast programma en was er geen sprake van ‘gewoon rondlopen en muziek maken’.
Misschien maar goed ook, want hoewel wij de mazzel hebben gehad dat we maar een paar drupjes water op ons hebben gekregen, stortregende het een uurtje nadat ik thuis was… Hopelijk hebben ze het over de grens wel droog gehouden.
Vandaag speelde ik met Tweedledum & Tweedledee op de Doesburgse Hanzefeesten. We waren er dit jaar voor het eerst, en wat mij betreft gaan we volgend jaar weer, want het was ontzettend sfeervol!
Het centrum van Doesburg is erg schattig, met veel oude panden, en overal was het volgebouwd met kraampjes. Het was loeidruk, want het waren ook gewoon winkelstraten op zaterdag, en superveel mensen liepen verkleed rond.
Okee, de definitie van ‘middeleeuws’ werd zeer vrijelijk geïnterpreteerd (van carnavalskleding en renaissance-geïnspireerd-met-een-vleugje-gouden-eeuw-plus-modern-horloge tot smartlappenkoor dat ‘Daar in dat kleine café aan de haven’ ten gehore bracht :-X), maar dat betekende ook dat wij zonder gêne ons middeleeuwse repertoire konden loslaten en een hoop leuke folknummers er doorheen hebben gegooid.
We waren tweemaal op een podium ingepland, maar eerlijk gezegd vond ik het langs de straat spelen veel leuker! Vanwege het goede weer en de enigszins obscure ingang was namelijk niemand in de kerk waar we zouden optreden, dus daar zijn we alsnog voor de deur gaan staan.
Het podium tegenover de Waag was imposant vanwege zijn grootte, maar het voelt wel als een flinke afstand ten opzichte van je publiek en bovendien was de planning niet ideaal: direct na ons stond alweer de volgende groep ingepland. Dat wisten wij niet, dus wij hebben ons volledige half uur volgespeeld terwijl die anderen een kwartier lang continu achter ons langs liepen om alvast op hetzelfde podium op te bouwen. Voor ons was het irritant omdat dat onwijs stoorde, en zij zullen ons wel irritant hebben gevonden omdat ze dachten dat we niet op tijd ophielden…
Op een markpleintje stonden we wél ideaal en zijn er ontzettend veel mensen langs gelopen (waaronder behoorlijk wat bekenden!) en daadwerkelijk blijven staan om te luisteren. Ook hebben we maar liefst 4 cd’s verkocht. Deze bezoekers waren veel enthousiaster dan het gemiddelde middeleeuwse-festival-publiek. En dat is erg motiverend.
De optocht aan het eind was wel weer een beetje sip. Er was namelijk geen volgorde gepland voor de groepen – iedereen hoopte zich op en sloot maar gewoon aan. En als je vier muziekgroepen daar tussen hebt lopen, gaat dat niet goed. Want wij kunnen niet ons eigen repertoire spelen als een paar rijen achter ons iemand een compleet ander ritme op een trom loopt te slaan.
Aangezien we Datura in de buurt spotten, stelden we voor om wat samen te spelen. Maar toen bleek dat we geen overeenkomstig repertoire hadden. Al lopend stelde ik voor om dan gewoon om en om te spelen, maar dat is blijkbaar niet helemaal doorgekomen, want toen zij aan de beurt waren bleven ze gewoon doorspelen. Ernic kende nog wel een of twee van hun nummers, maar ik heb de volledige optocht voor spek en bonen ernaast gelopen.
Desondanks overheerst het positieve gevoel. En ook hoera voor het weer, want hoewel we in de regen aankwamen, werd het droog toen we wilden beginnen met spelen en hebben we de rest van de dag geen spatje regen meer gehad!
Hopelijk lukt dat morgen ook, want dan spelen we op het Sprookjesfestival in Kranenburg. Nu dus maar even de doedelzak laten opdrogen en de beentjes omhoog, zodat we er morgen weer tegenaan kunnen.
Regelmatig krijgen we van evenementorganisatoren de vraag om promofoto’s aan te leveren. Dan schaam ik me altijd een beetje, aangezien we geen fatsoenlijk materiaal hebben dat daarvoor geschikt is.
We hebben uiteraard een aantal leuke plaatjes van hobbyfotografen die ons tijdens een evenement op de foto hebben gezet, maar vaak is die dan toch niet helemaal ideaal: er staat een prullenbak naast, partytent achter, of we kijken weer eens raar. En als de foto al goed is, dan staat er groot het logo van de fotograaf doorheen. Heel begrijpelijk, maar het staat voor ons niet professioneel om zoiets aan te leveren (en bovendien moet je daar dan eerst weer de fotograaf voor om toestemming gaan vragen).
Naast die promofoto’s hebben we zelf natuurlijk ook materiaal nodig voor het aankleden van onze website en Facebookpagina. Enig idee hoe moeilijk het is om een leuke, representatieve foto te vinden die in die belachelijke afmetingen van een Facebookomslagfoto te passen valt??
Tijd voor een professionele fotoshoot dus! Gelukkig was Ork, die ook onze bruiloft heeft gefotografeerd, bereid om dit te doen.
Aangezien we drie verschillende kostuums hebben, die we afstemmen op het type evenement waar we spelen, wilde ik van ze allemaal wat foto’s hebben. In verschillende soorten (portret/wijd). En van onze instrumenten apart. En per type kostuum moest natuurlijk ook een passende locatie gebruikt worden. En verder ben ik helemaal niet veeleisend.
Sowieso ging alles buiten plaatsvinden, dus vanwege het onbetrouwbare Nederlandse weer hadden we voor de zekerheid ook de komende maandag en de maandag erna vrij gehouden. Maar het weer was vandaag gelukkig ideaal, in die zin dat het heerlijk zonnig en kurkdroog was. Voor ons was het wat minder comfortabel in al die lagen wol, maar wie mooi op de foto wil staan, moet het maar even warm hebben.
Al maanden van tevoren had ik de omgeving gescout op zoek naar geschikte plekjes. Park Brakkenstein bleek ideaal, want daar heb je niet alleen veel groen, maar er aan vast ligt een prachtige botanische tuin met riviertje, meertje en rotsformaties. En daarachter ligt ook nog een sfeervolle theetuin.
Op de parkeerplaats ernaast konden we prima even van kostuum wisselen – wij zijn niet zo preuts.
Voor de middeleeuwse foto’s reden we ook nog even naar het centrum om te fotograferen in het Valkhofpark en Hunnerpark.
Ork had natuurlijk zelf ook heel veel goede ideeën en de mijne bleken lang niet altijd realiseerbaar of geschikt. Maar daar huren we dan ook een professional voor in. Uiteraard gooide Murphy wat roet in het eten, want de botanische tuin bleek overwoekerd met onkruid en in het Hunnerpark stonden afzethekken en een Dixi vanwege werkzaamheden, maar gelukkig wist Ork daar omheen te fotograferen.
Erg grappig was, dat er op een gegeven moment een Engelse dame naar ons toe kwam die vroeg wat wij voor instrumenten hadden. En of zij óók even foto’s van ons mocht maken met haar tablet. Gelukkig vond Ork dat geen probleem, dus zij ook weer blij.
Aangezien we aan het eind van de shoot toch al in het centrum waren, hebben we daarna een welverdiende lunch genuttigd bij het pannenkoekenrestaurant. Nom!
Dit weekend is er in Den Bosch de manifestatie ‘De Wereld van Bosch’, aangezien het dit jaar 500 jaar geleden is dat schilder Jeroen Bosch overleed.
We waren met ‘t Vaerdich Volk gevraagd om er een kampement op te zetten, maar dat zagen de meesten niet zitten en dus kregen we te weinig mensen ervoor bij elkaar. Gelukkig werden we met Tweedledum & Tweedledee ook gevraagd, namelijk door de bibliotheek van Den Bosch. Daar zijn we vandaag dus een uurtje komen optreden.
In het begin hebben we in het halletje voor de ingang gestaan. Dat was erg leuk, want het hoge boogplafond gaf een mooie galm. Bovendien konden mensen aan de overkant van de straat of om het hoekje van de ingang, even ‘vrijblijvend’ stil blijven staan om te luisteren. Want het klinkt gek, maar mensen vinden het toch raar of eng om dicht in de buurt te blijven luisteren. Misschien omdat ze dan het idee krijgen dat we dan iets van ze willen, of dat ze geld moeten geven?
Maar nu hadden we een hoop bekijks, wilden meerdere mensen meer weten over onze instrumenten, en deden enkele bezoekers zelfs een dansje in het portaaltje!
Het laatste kwartiertje hebben we ook nog even binnen gespeeld. Daar zaten maar weinig mensen (hoewel twee balfolkies speciaal naar de bieb waren gekomen om naar ons te luisteren! <3 ), maar ze hadden er wel heerlijke airco. Want zo’n wollen outfits zijn met deze temperaturen niet bepaald optimaal…
En ja, het voelt wel een beetje raar om lawaai te gaan maken in een bibliotheek. Maar dit was dus met toestemming van de bibliothecarissen.
Wat maken we een hoop leuke dingen mee als Tweedledum & Tweedledee! Vandaag waren we live in een radioprogramma te horen. Supergaaf, want hoe vaak kom je nou in een radiostudio?
Jochem, een LARP-kennis van mij, heeft namelijk zijn eigen radioprogramma (‘Stuitligging’) op het No Limits Network, een initiatief van KRO-NCRV. Daarin interviewt hij wekelijks folkbands, en waar mogelijk spelen die dan live in de studio. Of wij ook wilden komen? Natuurlijk!
Dus reden we vandaag naar Hilversum en werden we ontvangen door niemand minder dan Ruud de Wild, die mentor is van het No Limits Network!
Eenmaal in het programma, werden we kort geïnterviewd en op twee latere momenten mochten we een nummer uit ons repertoire spelen.
De ‘praatruimte’ waar wij in konden zitten en spelen was superkrap, maar gelukkig kon ik me nog wel met mijn bourdonpijpen in een hoekje manoevreren. De radiomakers waren euh… onder de indruk van het volume dat we met z’n tweeën wisten te produceren, maar ze hebben de knopjes toch nog zo kunnen schuiven dat het acceptabel klonk.
Ideaal is de opname niet, want het moest akkoestisch – geluidstechnici zijn blijkbaar schreeuwend duur, dus ze zijn inmiddels al min of meer over het beschikbare budget heen en nu kunnen bands alleen nog maar akkoestisch komen spelen. Dat is voor ons natuurlijk helemaal geen probleem (graag zelfs, want spelen met allemaal kabeltjes aan je instrument is niet bepaald ontspannend), alleen is de draailier nu wat slecht te horen.
Maar we hebben bijna foutloos gespeeld en we zijn allebei tevreden, dus dat is al heel wat! De zenuwen vielen ook best mee, want er kijkt op dat moment bijna niemand naar je.
Voor degenen die het gemist hebben en toch graag even willen kijken: zeer binnenkort wordt de livestream gepubliceerd, inclusief beeld! Tot die tijd kun je de opname terugluisteren op Soundcloud. Voor degenen zonder geduld: op 16:45 start het interview, op 34:50 en 50:32 spelen we een nummertje.
Als Ernic en ik optreden in onze middeleeuwse kostuums of Keltischeoutfits, dan dragen we een riem waar een tasje aan kan hangen. Handig voor telefoons, sleutels en andere meuk die je graag bij je wil hebben, terwijl je je instrumentenkoffer ergens anders veilig hebt gestald zodat je tijdens een pauze makkelijker kunt rondlopen.
Onze nieuwe fantasy outfits dragen we zonder riem. We kunnen natuurlijk zelf gewoon een tasje van thuis meenemen, maar matchy-matchy is toch net wat leuker. En ach, ik had toch nog wat stof, wol en kralen over.
Ik twijfel een beetje over de kwastjes, maar ik denk dat het goed komt als we de tasjes samen met het kostuum dragen. Want het geel komt niet in het tasje zelf terug, maar wel in onze shirts, dus dan matcht het wat beter. En zo niet: ik kan ze er altijd nog afknippen.